Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Sportouders storen zich aan de club en de coaches. De kinderen lopen risico in hun plezierbeleving, door onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen van zichzelf en hun omgeving. Flow Mentale Training heeft hier een innovatieve oplossing voor bedacht.

De jury heeft de relevantie van uw subsidieaanvraag voor het programma en de subsidieoproep beoordeeld. Het topteam sport heeft dit oordeel overgenomen. Het eindoordeel over de relevantie van uw subsidieaanvraag luidt: zeer relevant. De jury heeft een eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag gegeven. Het eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag luidt: goed.
Met het winnen van de Nationale Sportinnovator Prijs kunnen wij dit innovatie-idee ontwikkelen en uitvoeren bij S.B.V. Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy voor de ouders, trainers en kinderen (9-12 jaar) en testen voor verdere verspreiding bij clubs, bvo’s en talentencentra.

Sport in Perspectief

“Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn gaat niet in een rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille,” aldus judoka Mark Huizinga.

In de praktijk blijkt het moeilijk om sport in perspectief te blijven zien want:

  • Sport draait om resultaat en levert status op. Er wordt gemeten wie de snelste is, de uitvoering het beste laat zien of het meeste scoort. Heb je een hoger prestatieniveau, kom je op het podium, krijg je een glimmende beker of medaille en wordt er hard voor je geklapt. Bij mindere resultaten krijg je een vaantje of helemaal niets;
  • Er wordt op dit moment stevig gediscussieerd over selectiesystemen, want selecteren op jonge leeftijd kan extra druk veroorzaken.
Ik ben van mening, dat het belangrijker is de kinderen en hun omgeving te leren omgaan met winst en verlies;
  • Elke club heeft zijn eigen beleid en nauwelijks budget een passende oplossing te bieden;
  • Relativeren op basis van de (neutrale) wedstrijdsituatie vinden ouders moeilijk. Veel van de
    problemen bij ouders ontstaan, wanneer zij van een oefensituatie (wat wedstrijden bij jonge kinderen nog zijn), een professionele prestatie maken. Dit gebrek aan kennis en inzicht kan zorgen voor frustratie over beslissingen van een coach of scheidsrechter. Atletiekmoeder die vrijwillig jureert: “Sommige ouders gaan een hele discussie aan over een centimetertje meer of minder bij verspringen.” ;
  • Een belangrijk kenmerk van sporters van de doelgroep 9-12 jaar is prestatiegerichtheid. De emoties die dit oproept bij de kinderen heeft zijn weerslag op de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ouders. Wat doe bijvoorbeeld je als je kind met haar racket gaat gooien of zichzelf uitscheldt op de tennisbaan?

Wanneer mijn zoon voor de zoveelste keer uit z’n pan gaat tijdens een potje tafeltennis, vraagt ons  buurmeisje: “Wat vind je belangrijker: Gezellig spelen of ongezellig winnen.” Mijn zoon van tien jaar zegt: “Ongezellig winnen natuurlijk.”

Gedragsverandering gaat pas plaatsvinden wanneer ouders, kinderen en de trainers zich aangesproken voelen en echt de noodzaak zien zelf te veranderen.

Sportouderadviezen werken onvoldoende in de praktijk

Ouders weten de tips echt wel als: ‘Plezier gaat voor presteren’, ‘Geen coaching’, ‘Moedig alle kinderen aan’, ‘Geef zelf het goede voorbeeld’. De praktijk’ blijkt moeilijker in regels te vatten, bijvoorbeeld:

  • Ouders leggen (onbewuste) druk door hun aanwezigheid en/of kleine opmerkingen. Een jonge voetballer zegt: “Mijn vader legt enorme druk op mij.” Ik vroeg: “Wat doet hij dan?” “Mijn vader zegt altijd ‘Doe je best’ en als hij dat zegt dan weet ik dat ik het goed moet doen.”
  • Het geeft rolverwarring, wanneer alleen een ouder mee gaat naar de wedstrijd en geen trainer. Een tennisvader vraagt mij: “Wat mag ik dan wel zeggen?”
  • De leeftijdsgroep 9-12 jaar heeft vaak jonge trainers. Dit kan de balans verstoren. Atletiekvader: “Ik heb met mijn zoon de zevenpas geoefend voor balwerpen. Zijn trainster wil dat niet. Wat weet zo’n meisje van zestien daar nu van? Ze is nog zo jong, wat weet zij van al die onderdelen?”
  • Kinderen van deze leeftijd kunnen ouders verleiden tot het niet naleven van de regels, door voortdurend naar de kant te kijken of verstoord (prestatie)gedrag te laten zien (materiaal gooien, schelden, geen initiatief). Een tennismoeder: “Voor de wedstrijd adviseer ik mijn zoon rustig te blijven en te doen wat de trainer heeft gezegd. Hij weet ook als ik wegloop, dat het niet is omdat ik boos ben, al ben ik dat soms wel.”;
  • Alle ouders willen het beste voor hun eigen kind. Een voorbeeld uit eigen koker: Mijn dochter zat steeds de helft van de wedstrijd aan de kant met korfbal, wat ze onprettig vond. Een aantal teamgenoten speelden altijd de hele wedstrijd. “Dan hadden we net zo goed naar de camping kunnen gaan,” was mijn gedachte. “Het is de D1, denkt de trainer dat hij in de Champions League finale staat of zo…..,” was mijn ongenuanceerde commentaar.

Yvonne van Gennip (schaatsen): De druk kwam vooral bij mijzelf vandaan, omdat ik van mijzelf zoveel moest. Dat is een karaktereigenschap. Elke training was voor mij ook een wedstrijd, want het moest perfect.

Samen op het veld, de baan of de mat

‘Sport in Perspectief’ is een pedagogische methodiek die zorgt voor blijvende gedragsverandering, doordat ouders, sporter en de coach op het veld, de mat of de baan getraind worden tijdens de ‘normale’ fysieke training.

Ouders, sporters en de trainer krijgen de kans zich uit te spreken en worden gelijkwaardige partners.

Kijk en handel in perspectief
De ouders krijgen ‘kijk- of doe in perspectief opdrachten’. Bij een kijk-opdracht observeren de ouders de spelsituatie vanuit ‘inzet en spelbeleving’ en dat doen ze vlak in de buurt van hun kinderen. Bij een doe-opdracht komen ze in actie. Zo moeten ze bijvoorbeeld hun kinderen afleiden. Daarbij zal veel gelachen worden, maar het is ook confronterend. Het effect van aanwezigheid van ouders wordt zichtbaar. De jonge sporters ontdekken hoe vaak ze naar hun ouders aan de kant kijken en mogen aangeven wat helpt en stoort. De coach en de ouders kunnen vragen stellen en elkaar advies geven. Samen maken ze afspraken. 

Klaar voor de start.

Er staat een ambitieus en professioneel team klaar Sport in Perspectief te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020) en uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021). We gaan dit doen bij SBV Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy. Er worden mentale trainingen gegeven. Er komt een online-trainingsprogramma met daarin didactische- en pedagogische vaardigheden voor de coach. Een toolkit voor de sportouders met digitale kaarten waarbij het leerdoel visueel wordt samengevat. En er komt een boek waarmee ouders leren oordeelvrij te ‘kijken’, ‘luisteren’, ‘vragen’ en‘handelen’. Met daarin een eerlijk verslag van topsporters, talenten, ouders en coaches.  Dit vernieuwde perspectief zorgt dat de focus meer op ontwikkelen en leren ligt, in plaats van resultaat. 

‘Sport in Perspectief’ draagt bij aan een veilig sportklimaat op de club, waarbij presteren en plezier samen gaan.

Marjan Olyslager (atletiek): “Mijn grootste tip aan sportouders is ‘Blijf in de buurt’. Meeste ouders hebben geen idee. Zij gaan ervan uit dat de trainer het weet. Zorg dat je als ouder genoeg op de hoogte bent en vragen kunt stellen. Wees kritisch: Als een trainer je aan de kant laat, is het geen ‘goede’ trainer. Zorg dat er ruimte is voor jou en maak dat ‘driehoekje’: ouders-sporter-trainer.”

Dankjewel voor jullie trouw en steun: Ferry de Haan en Marco van Lochem (S.B.V. Excelsior), Martijn Belgraver en Madeleine MacDonald (Intime Tennis Academy) , Martin Blok en Paula Siersma (PAC Atletiek), Jan Tromp (Rotterdam Topsport), Angela Verkerk (Dordrecht Topsport), Marita Verkaik (Rotterdam Sportsupport), Brian Godor (Erasmus Universiteit ‘Pedagogische Wetenschappen’),Marcel van der Kuil (BBO), Bram Bakker (Uitgeverij Lucht), Yara Rietdijk (Flatland Visual Thinking), Hans van Nieuwpoort (VerdwaalNiet), Eveline Folkerts (gz- en sportpsycholoog), Hendrik Jan Hoogendoorn (Boer Hendrik), Egbert van den Bergh, Ewout van Kooten (Van Kooten administratie) en het Team van Flow Mentale Training: Lianne den Haan, Hillie Heinsbroek, Robert van Winden (Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten), Danny Otto en Tatyana Izelaar.

En mijn gezin: Michel, Juliëtte en Veron.

Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate.

Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate.

Hier het eerst blog van karateka Tatyana Izelaar. Zij beschrijft hoe haar passie voor karate is ontstaan en welke rol haar ouders hierin gespeeld hebben.

Ik ben een topsporter en beoefen al tien jaar karate. Karate is een vechtsport en vooral gericht op zelfverdediging. Het bestaat uit drie disciplines kata, kumite en khion. Khion is het uitvoeren van basistechnieken waardoor je de basis beter leert beheersen. Kata is een reeks verschillende technieken waarmee de karateka een gevecht uitbeeldt tegen denkbeeldige tegenstanders en de technieken krachtig, explosief en met uitstraling uitvoerd. Kumite is het uitvoeren van technieken zoals trappen, stoten en vegen tegen een andere tegenstander in de vorm van een spargevecht. Dit is de discipline waar ik in gespecialiseerd ben. 

Passie voor karate

De reden waarom ik karate ben gaan beoefenen heeft voornamelijk te maken met de wil van mijn ouders om mezelf te leren verdedigen. Op de basisschool werd ik erg gepest en heb ik veel vervelende situaties meegemaakt. Mijn ouders stelden voor dat ik op een vechtsport ging en dus kozen we samen voor karate. Ik vond het leuk nieuwe technieken te leren en voelde mij comfortabel in de groep. Doordat de tijd op de basisschool voor mij vaak erg onprettig was, was ik onwijs enthousiast om twee keer in de week naar de training te gaan. Ik was vooral leergierig en nieuwsgierig. De plezier die ik  had in sport zorgde dat ik de verschillende kata’s en technieken waaronder voornamelijk de trappen snel beheerste. Mijn trainer Patrick van Daalen (op de foto samen met Virgil Fisser) was onder de indruk en zei dat ik talent had. Hij vroeg vervolgens of ik karate wilde voortzetten bij zijn sportclub Unity99 in Zevenkamp. Op deze manier is mijn liefde en passie voor karate ontstaan en ben ik onwijs gegroeid door de jaren heen.

Na drie jaar basiskarate te hebben beoefend zette ik voort als wedstrijdkarateka en won mijn eerste Nederlandse titel. Ik werd Nederlands Kampioen met een achterwaartse draaitrap die voor mij nog altijd kippenvel oproept. 

Ik was nooit heel gemotiveerd voor school en ik denk dat karate voor mij altijd een ontsnappingsplek was van alles wat voor mij onprettig was. Ik merkte dat ik me al snel ontwikkelde en op internationale toernooien ook prijzen begon te winnen. Vanaf 2014 trainde ik mee met de Nederlandse Selectie en in 2015 vocht ik mijn eerste WK. Mijn ouders merkte dat ik hier veel plezier uit haalde en steunden mij om voort te zetten. 

Mijn ouders

Mijn ouders spelen een grote rol in mijn karatecarrière. Zij maken het beoefenen van karate op hoog niveau mogelijk voor mij. Zonder de steun van mijn ouders had ik nooit zoveel landen bezocht en mijn ervaringen daar opgedaan. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader samen met mij bijna elke avond trainde. Hij hielp mij met lenigheidsoefeningen, liet mij mijn trappen en stoten op hem oefenen, bestelde dvd’s met allemaal verschillende kata’s en keek hoe ik deze dagelijks uitvoerde en perfectioniseerde. Op jongere leeftijd gingen beiden ouders altijd mee naar mijn wedstrijden en moedigde mij aan. Wanneer ik won waren ze onwijs blij voor me en wanneer ik verloor waren ze er voor me en gaven aan dat het oké was om te verliezen omdat ik hierdoor zou groeien. Ook waren er momenten wanneer ik het niet eens was met hun feedback of opmerking en hier fel op kon reageren.

Toch hebben mijn ouders hebben mij altijd geleerd om bescheiden te blijven en open met verlies om te gaan. Tot op de dag van vandaag vind ik deze twee eigenschappen onwijs belangrijk. 

Later kregen we thuis meer huisdieren erbij waardoor mijn moeder minder vaak mee kon naar wedstrijden en voornamelijk mijn vader meeging. Tenzij ik naar mijn Franse club Sarcelles ging en daar bij een teamgenoot verbleef of met het Nederlands team naar een kwalificatietoernooi of een EK/WK heen reisde.

Senior

Sinds 2018 draai ik mee met de senioren waardoor ik veel meer buitenlandse toernooien in mijn agenda heb staan. Zelf train en studeer ik full-time, waardoor ik geen tijd heb om ernaast nog te werken. Mijn uitrusting wordt gesponsord door Nihonsport en ik krijg maandelijks een bedrag binnen van mijn studiefinanciering en Rotterdam topsport waardoor ik een aantal kosten zelf kan betalen.

Verder werken mijn ouders heel hard om al mijn trainingen, kampen, buitelandse toernooien en de daarbij behorende reiskosten te betalen. We hebben het een aantal keer moeilijk gehad waardoor ik mij vaak schuldig voelde tegenover mijn ouders. Ze hebben het altijd mogelijk gemaakt voor mij om aan de belangrijkste toernooien deel te nemen. Toen we voor het eerst met moeilijkheden te maken kregen presteerde ik minder goed door de druk die ik voelde. Ik was bang om te verliezen of fouten te maken omdat mijn ouders zoveel geld hebben betaald voor de reis en deelname.

Ze hebben toen aangegeven dat ik die gedachte moest vergeten omdat ze daadwerkelijk in me geloven en mij graag willen laten meedraaien op het hoogste niveau. Ze gaven aan dat zolang het allemaal mogelijk is ze er graag hard voor werken en wanneer ik een mooie prestatie lever ze alleen maar trots zijn. 

Onbewust veranderde deze situatie de betrokkenheid van mijn ouders. Doordat zij het erg druk hadden werd ik veel meer losgelaten waardoor ik zelfstandiger moest geworden. Ik ging vaker alleen of met teamgenoten naar trainen en wedstrijden.

 

Wedstrijdbeleving

Wat betreft mijn wedstrijdbeleving geeft het mij een vertrouwd gevoel wanneer ik weet dat mijn ouders erbij zijn. Door hun voel ik me sterker en zelfverzekerder. Toch heb ik ook met irritaties te maken, meer bij mijn vader dan mijn moeder. Ik denk dat dit komt doordat mijn vader op een andere, directere manier betrokken is dan mijn moeder. 

Momenten van irritaties ontstaan wanneer ik met hem aan het trainen ben en hij of de strikingpets niet goed vasthoudt of mij een oefening laat doen waar ik me niet comfortabel bij voel. Maar ook bij wedstrijden, en vooral na de wedstrijd indien ik minder goed presteerde of verloor zei mijn vader dit gelijk of was hij juist stil en zei helemaal niks waardoor ik begreep dat hij niet blij was met mijn prestatie. De reden dat ik geïrriteerd raakte kwam dan doordat mijn ouders  gelijk hun mening gaven in plaats van eerst aan mij te vragen hoe ik me voelde en waardoor het kwam dat ik minder goed presteerde. 

Ik vind de rol die mijn ouders in mijn sportcarrière spelen erg belangrijk. Ondanks dat ik steeds ouder, zelfstandiger en dus meer losgelaten wordt heb ik nog altijd behoefte aan hun vertrouwen en support. Tijdens de warming-up denk ik aan ze. Op dat moment denk ik waarvoor ik het doe, hoe hard ik ervoor heb getraind en dat mijn ouders achter mij staan en in mij geloven. Automatisch voel ik me sterker.

Wanneer mijn ouders mee gaan kijk ik voor de wedstrijd nog naar boven, de tribune in. Dan kijk ik mama aan die op dat moment haar ogen serieus en fel laat stralen, haar vuist laat zien en in het Russisch zegt: “Davai! Silno i Bistro! – Kom op! Hard en snel!” Dan knik ik en maak ik me klaar voor mijn partij.

Naast de vele irritaties die vooral komen door miscommunicatie of emoties en vaak niet zo bedoelt worden, zoals gezegd, ervaar ik veel meer gelukkige gevoelens dan ongelukkige. Ik denk dat ouders altijd het beste voor hun kind willen en daar kunnen ze soms fouten in maken. Voor mij is het van belang dat er duidelijk met het kind gecommuniceerd wordt en begrip wordt getoond.

Ik heb vaak meegemaakt dat een teamgenoot geen plezier meer ervaart in de sport en vervolgens stopt omdat de druk of verwachtingen te hoog liggen die vanuit de ouders komen. Ik denk het pushen van je kind voor een daling en verslechtering van zijn/haar prestatie kan zorgen. Zolang het kind plezier heeft in de sport en een positieve support en betrokkenheid van zijn/haar ouders ervaart dat diegene zich beter doet ontwikkelen en betere prestaties zal leveren. 

 

Lees ook:

Karateka start stage bij Flow Mentale Training

 

‘Sport in Perspectief’ zorgt voor gedragsverandering van sportouders.

‘Sport in Perspectief’ zorgt voor gedragsverandering van sportouders.

Flow Mentale Training zit in de race voor de Sportinnovatie Prijs 2019. Ons vernieuwende idee zorgt voor directe gedragsverandering bij sportouders. Zo blijven de kinderen met plezier sporten.

Hoe vergroten we het sportplezier van de jeugd tot en met twaalf jaar op hun sportvereniging? Dat is het thema van de subsidieoproep ‘Nationale Sportinnovator Prijs 2019 – Van prestatie naar plezier’.

Judoka Mark Huizinga: Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn is geen rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille.

Flow Mentale Training deed samen met de Erasmus Universiteit een kleinschalig onderzoek. Daaruit blijkt dat de wens om de nadruk te leggen op ‘ontwikkelen en plezier hebben’, makkelijker gezegd dan gedaan is. Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Ouders kunnen zich op hun beurt storen aan de club, coaches en gedrag van andere ouders. Zichtbaar werd dat de jonge sporters risico lopen in hun plezierbeleving door angst om te falen, onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen.

We hebben hier een oplossing voor bedacht, de pedagogische methodiek SPORT IN PERSPECTIEF. De methodiek richt zich op sportouders, maar ook op de trainer en de sporter. Zij worden zich bewust van hun eigen gedrag op en rond de sportplek. Ouders-sporter-coach gaan effectiever communiceren en elkaar versterken. Ouders leren op het veld, de baan of de mat waarom het zin heeft hun kind los te laten of bij te sturen. Zij zijn de veilige haven bij winst en verlies.

We willen dit doen bij: Stichting Betaald Voetbal Excelsior, Intime Tennis Academy en PAC Atletiek. Er wordt een onafhankelijk onderzoek gedaan, zodat er een advies komt voor verdere verspreiding bij andere verenigingen en talentencentra.
  • De club krijgt een doelgerichte trainingsmethodiek voor een veilige sportcultuur, waarbij de nadruk op plezier en ontwikkelen ligt;
  • Ouders leren met oordeelvrije blik te kijken naar sportprestaties;
  • Stress, frustratie en agressie op en rond het veld nemen af;
  • Er is minder uitval op latere leeftijd;
  • Meer kinderen willen sporten;
  • Ouders willen in de sport van hun kind investeren.

Ons team

Er staat een ijzersterk consortium klaar dit te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020), uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021) en te verspreiden. 1 t/m 5 is het team van Flow Mentale Training.

  1. Directeur/eigenaar Drs Daniëlle van der Klein-Driesen: 
    SPORTPSYCHOLOOG VSPN®|docent sportpsychologie VSPN|Orthopedagoog|Docent Basisonderwijs. Dagelijkse leiding; Eindverantwoordelijk. Schrijver van het werkboek, ontwikkelen/uitvoeren methodiek;
  2. Projectleider Lianne den Haan MSc:
    SPORTPSYCHOLOOG VSPN® (sept 2019)|Arbeid- Organisatiepsycholoog Improvemental Sportpsychologie. Behalen van projectdoelstellingen door het plannen en evalueren van activiteiten (actielijsten/probleemoplossing/ financiële planning), ontwikkelen/uitvoeren methodiek;
  3. Hillie Heinsbroek MSc: SPORTPSYCHOLOOG VSPN® in opleiding|Bewegingswetenschapper|Docent Lichamelijke Opvoeding.Ontwikkelen didactische werkvormen;
  4. Robert van Winden MSc: Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten |Bedrijfskundige |Adviseur Zorg en samenleving. Samenwerking stimuleren, interviews, adviseur, publiciteit;
  5. Danny Otto – Student Pedagogische Wetenschappen Erasmus Universiteit. Relevante wetenschappelijke literatuur vertalen naar de praktijk/ontwikkeling/interviews;
  6. Marcel van der Kuil MSc: CEO BBO Consulting Netherlands B.V. Bringing data to life. Adviseur Research & Datascience;
  7. Dr. Brian P. Godor. Erasmus Universiteit – Department of Psychology, Education and Childstudies. Assistant Professor, Feyenoord-Erasmus Project Leader, Honour’s Program Coordinator;
  8. Dr. Bram Bakker: Uitgeverij Lucht. Redigeren (Maarten Corbot) en uitgeven boek;
  9. Yara Rietdijk MSc. Flatland Visual Thinking|Sportpsycholoog. Visualisatie van het project;
  10. Drs. Hans van Nieuwpoort: Webdesigner – Verdwaalniet. Digitale strategie ontwerpen /bouwen /beheer /onderhoud;
  11. Jan Tromp. Rotterdam Topsport. Projectleider Topsport-verenigingen en Talentencentra CTO Metropool.Adviseur, ondersteuning, onder de aandacht brengen bij Regionale Talenten Centra CTO Metropool;
  12. Marita Verkaik. Rotterdam Sportsupport. Manager veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen. Verspreiding sportverenigingen Rotterdam via sociale media kanalen/nieuwsbrief;
  13. Angela Verkerk. Dordrecht Topsport/Dordt Sport. Sportstrateeg. Verspreiding sportverenigingen regio Dordrecht via sociale media kanalen/nieuwsbrief;
  14. Nick Veenbrink. NMC Bright. Volgen ontwikkeling en verspreiden bij Bonden/NOC*NSF na juni 2021;
  15. SBV Excelsior – Ferry de Haan, Directeur; Uitvoering Sport in Perspectief;
  16. PAC Atletiek – Martin Blok, Voorzitter. Uitvoering Sport in Perspectief;
  17. Intime Tennis Academy – Martijn Belgraver, Directeur. Uitvoering Sport in Perspectief.
De uitslag is begin oktober. Spannend! We houden je op de hoogte.

 

Jong geleerd….Triathlon voor kinderen van drie jaar..

Jong geleerd….Triathlon voor kinderen van drie jaar..

Hillie Heinsbroek is sportpsycholoog en woont in Canada. Zij deelt met ons haar sportieve belevenissen. Zo is zij vrijwilliger bij een triathlonwedstrijd voor kinderen vanaf drie jaar. Net als ik, vroeg zij zich af hoe zulke jonge kinderen in hemelsnaam een triathlon volbrengen……

Zelfvertrouwen opbouwen

Tri-Kids biedt niet-competitieve, aan zelfvertrouwen bouwende wedstrijden voor kinderen en jeugd van 3 tot 15 jaar. Deze promotekst (vertaald uit het engels) doet mijn sportdocenthart sneller kloppen, maar hoe kan dit?

In de categorie drie t/m vijf jaar wordt elk kind vergezeld door een volwassene. Meestal is dit de vader of moeder, maar ik heb ook een opa gesproken die drie kleinkinderen in drie verschillende leeftijdscategorieën had. De kleintjes zwemmen 20 meter, fietsen 500 meter en rennen 100 meter.

Mijn taak was in de wisselzone van het zwemmen naar het fietsen. Maar omdat er een volwassene bij de jongste deelnemertjes was, konden we hun wedstrijd nog even toekijken. En toekijken is toch echt fascinerend. De kinderen startten in waves, dus steeds zo’n acht tot tien kinderen tegelijk.

Ouders

De allereerste ouder kwam met haar kind in de armen aan gerend. Zou het kind niet kunnen rennen, of ging het gewoon niet snel genoeg?

De meeste ouders lieten hun kind overigens zelf richting de fiets komen. De ene ouder nam uitgebreid de tijd om zijn kind af te drogen en een shirtje aan te doen, de ander plantte de kleine triathleet op de driewieler in het zwemtenue. De ouders moesten vervolgens naast de fiets mee rennen.

Je hoeft je kind niet te duwen, als het goed is kan hij zelf fietsen. Toch?

Het is boeiend om te zien wat het met het gedrag van ouders doet als het kind simpelweg weigert op de fiets te stappen. De ene ouder neemt het fietsje aan de hand en wandelt rustig mee met de kleuter. De andere ouder tilt zijn kind op de fiets onder het mom ‘niet zeiken’. Uiteindelijk zijn alle kids toch wel vertrokken, soms moesten ze gewoon even bij anderen kijken hoe die dat deden.

Het meest hilarisch zijn de situaties waarin de oudste kleuters zo hard wegfietsen dat de volwassene het niet kan bijhouden om er achter aan te rennen. In ieder geval is dit kind intrinsiek gemotiveerd. Maar wat ik bijna niet kan geloven zijn de ouders die hun kind aanmoedigen met teksten als “Kom op kind, we gaan die voor je inhalen, we gaan winnen.” Ehm, we hebben het hier over de categorie DRIE tot VIJF jaar in een niet-competitieve wedstrijd, toch?! 

Zelf doen

De rest van de dag verloopt vermakelijk. Kinderen in de oudere leeftijdscategorieën 6 t/m 15 jaar mogen geen hulp van ouders krijgen. Dus ik help ze hun fiets te vinden, hun helm goed vast te maken. Veiligheid voorop. Ik heb de meest aandoenlijke kinderpraatjes. “Mama heeft gezegd dat ik goed water moet drinken”. Deze moeder heeft begrepen dat die eindtijd niet boeit, goed voor jezelf zorgen met deze warmte wel. Ik krijg de vraag: “Moet ik mijn badmuts ophouden?” , “Ik had moeite met drijven daarom ben ik laat”Dat vind ik een mooie zelfreflectie van een acht-jarige.

Zij die willen winnen

En ja, er zijn ook echt bloed-fanatieke triathleetjes, die hebben geen tijd om te kletsen. Die springen direct op de fiets. Bij de finish krijgen ze allemaal een grote medaille. Deze positieve bekrachtiging is goed voor het zelfvertrouwen. Jammer dat ze ook een eindtijd krijgen. Want waar is die nou eigenlijk goed voor? Volgend jaar ben je sowieso gegroeid. Of het weer is anders. Of het parcours is verlegd. Hooguit ouders die kunnen zeggen: ‘Je bent een minuut sneller dan je broer toen die vier was’. En wat heb je daar dan aan? 

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

D

e Intime Tennis Academy is dit seizoen gestart met een structureel mentaal trainingsprogramma voor op de tennisbaan: De Leerlijn Mentaal Tennis voor jonge spelers. Hoe werkt dat? Wat doet een sportpsycholoog op de baan? Is dat wel nodig voor spelers van 12, 13 jaar?  Een blik in de keuken, de belevenissen en de hobbels.

De Leerlijn Mentaal Tennis

Tennis vraagt veel van de mentale beheersing van deze nog jonge spelers. De spelers moeten lang wachten voordat zij aan de beurt zijn. Een wedstrijd kan wel twee uur of langer duren, wat veel van hun concentratie vraagt. De spelers moeten zich bij iedere bal gereed maken en de vorige bal afsluiten. Dat is heel lastig, want deze slimme spelers weten precies of ze de bal goed gespeeld hebben of niet en ook hoe ze deze eigenlijk hadden moeten spelen. Er zitten veel rustmomenten in het spel, waarbij ze tijd hebben hierover na te denken en zich te frustreren. 

Bij de Leerlijn Mentaal Tennis leren de kinderen stap voor stap zichzelf kennen met al hun bijzonderheden op de baan.

Te veel GAS: Als je stampvoet na een fout , vloekt, je racket gooit of hard roept: Waarom?….. of juist te veel REM: volledig stilvalt…….Het is een teken dat je ‘graag wilt winnen’ en ‘fouten irritant’ vindt. Laten dat nu juist kenmerken zijn van goede sporters. 

Frustratie

Alleen te veel frustratie werkt vaak averechts op het spel. Het leidt af van de taak (ballen binnen de lijnen slaan) en met veel drama laat je tegenstander direct in je kaarten kijken. Het stilvallen, daar heeft de speler vooral zelf last van, maar het stoort ook ouders of de trainer die helemaal naar de wedstrijd zijn gereden.

Waar is de vechtlust gebleven, zie je ze denken? Die kinderen vechten wel, maar dan heel hard in hun hoofd. Er komt een extra tegenstander bij en dat zijn zij zelf tegen hun eigen gedachten: Stom, dom, onnodig…. Jonge tennissers kunnen heel hard zijn voor zichzelf.

Ik vroeg één van de trainers, wat dacht jij dan vroeger als je meerdere ‘onnodige’ fouten maakte. “Steek jezelf in de fik,” zegt hij. In het dagelijks leven zouden dit soort gedachten je een enkeltje psychiater bezorgen, maar in de sport gebeurt dit met regelmaat. Ik vind het mooi als een sporter zo bloedgraag wil winnen. Als de speler zijn felheid zinvol inzet, dan heeft de tegenstander een probleem.

Mentale Training op de baan

Het prettige van deze leerlijn is, dat ik als sportpsycholoog de kans krijg de kinderen te leren kennen doordat ik één keer maand in de ‘gewone’ tennistraining op de baan sta. Ik start iedere training door uit te leggen welke mentale vaardigheid we gaan doen en waarom het belangrijk is om deze vaardigheid te trainen. Bijvoorbeeld motivatie, zelfvertrouwen, concentratie en aandacht, optimale spanning, visualiseren, mentaal plan. 

We doen een korte actieve werkvorm die ik zelf verzonnen heb als warming up of die van de trainer komt. Het doel is warm worden fysiek, maar ook mentaal de hersens laten kraken. 

 Een speler vraagt bij een klap-spring-zwaai spel: “Waarom doen we dit? Dat doe je toch ook niet bij een wedstrijd? “Dat is een goede vraag,” zegt de trainer. “Maar toen het net niet lukte stopte je. Gebeurt je dat ook wel eens bij een wedstrijd? Wat zou je kunnen doen om het wel te laten lukken.”

We hebben veel lol met de uitvoering van de training. We zetten van alles in gang om de spelers de frustreren, af te leiden. Zodra je een wedstrijdelement toevoegt en het resultaat belangrijk laat zijn, dan gaan de spelers er vol voor. Ze willen scoren en winnen. Ze krijgen tennisvormen die voor hen bekend zijn, maar richten zich op de mentale aspecten van tennis.

De tennissers leren: Rust te pakken tussen de punten door de ademen. Taakgerichtheid door kort (max drie woorden) te benoemen wat het plan is. Schakelen tussen de bal: in spelen, spreiden, hard slaan, snel nemen en hoe maak je de keuze.

Soms werkt een oefening die we verzonnen hebben heel goed en soms voor geen meter. Het mooie is, als de spelers het saai vinden, zie je gelijk wie doorzet en wie er dan met hun pet naar gooien. Er zit geen goed of fout aan. Sommige kinderen staan altijd strak om te presteren, het moet perfect. Die wil je juist leren, het soms ook een beetje los te laten. Dat helpt bij de plezierbeleving, maar ook voor een betere uitvoering. Anderen mogen kleine oefeningen wel wat serieuzer nemen. Ze spreken uit ik wil toptennisser worden. Zij krijgen de vraag: ’Wat zouden Federer of Kiki doen bij deze oefening?

Gaan deze tennissers alle wedstrijden winnen. Zeker niet. Ook zullen zij af en toe zichzelf nog tegenkomen. De spelers hebben een eerste stap gemaakt hier oplossingen voor te zoeken. Ze hebben geleerd dat zij de moeite waard zijn hoe ze ook in elkaar steken. Zodat ze met vertrouwen de baan op mogen stappen.

Zie de leeuwinnen

Leeuwenjacht: De mannetjes jagen vaak mee, maar in de praktijk vangen de vrouwtjes eerder een prooi. Elk vrouwtje kiest een andere prooi uit tijdens de jacht.

Het is niet zo dat ze samen een groep dieren opdrijven. Pas in de laatste fase van de jacht, als het prooidier los is van de groep, kan het voorkomen dat twee leeuwinnen samen op één prooi jagen (dier- en natuurinfonu).

Zie die leeuwinnen….. We zien ze. Als poppetjes bij de Blokker en stickers voor het plakboek en vanavond in een stadion met 60.000 man (en vrouw).

Leeuwinnen die geschiedenis kunnen schrijven wanneer ze meer doelpunten maken dan de Verenigde Staten. Dat is uiteindelijk het enige dat telt. Dit team heeft een enorme vechtlust dit te bereiken.

Is het technisch het mooiste voetbal? In de media hoor je de verslaggevers pruttelen, er kan veel beter……. Maar als je meer scoort, dan win je en daar zijn de oranje dames goed in. En als je in de finale staat, dan hoor je daar thuis.

De leeuwinnen mogen met vertrouwen het veld op stappen. Zij hebben fysiek en mentaal getraind en dat vinden ze niet meer dan logisch.

Oranje heeft:

  • Een wondercoach Sarina Wiegman die zowel analytisch- als invoelend vermogen bezit. Zij straalt rust en vertrouwen uit en laat zich niet gek maken in het hele circus. Deze bondscoach zoekt steeds naar oplossingen en blijft taakgericht;
  • Keeper Sari van Veenendaal, die tot de laatste seconde gefocust blijft en zonder twijfel over iedereen heen vliegt om de bal te grijpen;
  • Het belangrijkste kenmerk voor ‘optimaal team-presteren’: De leeuwinnen vormen één team. Geen plek voor ego’s, elke speler is even belangrijk. Deze dames strijden samen en daardoor kunnen ze meer en zijn ze in staat van iedere tegenstander, dus ook de VS te winnen. 

Zie die leeuwinnen, ze grijpen de Amerikaanse spelers….Ik schiet er nu al vol van, maar dat zal wel zo’n vrouwending zijn…..