Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

D

e Intime Tennis Academy is dit seizoen gestart met een structureel mentaal trainingsprogramma voor op de tennisbaan: De Leerlijn Mentaal Tennis voor jonge spelers. Hoe werkt dat? Wat doet een sportpsycholoog op de baan? Is dat wel nodig voor spelers van 12, 13 jaar?  Een blik in de keuken, de belevenissen en de hobbels.

De Leerlijn Mentaal Tennis

Tennis vraagt veel van de mentale beheersing van deze nog jonge spelers. De spelers moeten lang wachten voordat zij aan de beurt zijn. Een wedstrijd kan wel twee uur of langer duren, wat veel van hun concentratie vraagt. De spelers moeten zich bij iedere bal gereed maken en de vorige bal afsluiten. Dat is heel lastig, want deze slimme spelers weten precies of ze de bal goed gespeeld hebben of niet en ook hoe ze deze eigenlijk hadden moeten spelen. Er zitten veel rustmomenten in het spel, waarbij ze tijd hebben hierover na te denken en zich te frustreren. 

Bij de Leerlijn Mentaal Tennis leren de kinderen stap voor stap zichzelf kennen met al hun bijzonderheden op de baan.

Te veel GAS: Als je stampvoet na een fout , vloekt, je racket gooit of hard roept: Waarom?….. of juist te veel REM: volledig stilvalt…….Het is een teken dat je ‘graag wilt winnen’ en ‘fouten irritant’ vindt. Laten dat nu juist kenmerken zijn van goede sporters. 

Frustratie

Alleen te veel frustratie werkt vaak averechts op het spel. Het leidt af van de taak (ballen binnen de lijnen slaan) en met veel drama laat je tegenstander direct in je kaarten kijken. Het stilvallen, daar heeft de speler vooral zelf last van, maar het stoort ook ouders of de trainer die helemaal naar de wedstrijd zijn gereden.

Waar is de vechtlust gebleven, zie je ze denken? Die kinderen vechten wel, maar dan heel hard in hun hoofd. Er komt een extra tegenstander bij en dat zijn zij zelf tegen hun eigen gedachten: Stom, dom, onnodig…. Jonge tennissers kunnen heel hard zijn voor zichzelf.

Ik vroeg één van de trainers, wat dacht jij dan vroeger als je meerdere ‘onnodige’ fouten maakte. “Steek jezelf in de fik,” zegt hij. In het dagelijks leven zouden dit soort gedachten je een enkeltje psychiater bezorgen, maar in de sport gebeurt dit met regelmaat. Ik vind het mooi als een sporter zo bloedgraag wil winnen. Als de speler zijn felheid zinvol inzet, dan heeft de tegenstander een probleem.

Mentale Training op de baan

Het prettige van deze leerlijn is, dat ik als sportpsycholoog de kans krijg de kinderen te leren kennen doordat ik één keer maand in de ‘gewone’ tennistraining op de baan sta. Ik start iedere training door uit te leggen welke mentale vaardigheid we gaan doen en waarom het belangrijk is om deze vaardigheid te trainen. Bijvoorbeeld motivatie, zelfvertrouwen, concentratie en aandacht, optimale spanning, visualiseren, mentaal plan. 

We doen een korte actieve werkvorm die ik zelf verzonnen heb als warming up of die van de trainer komt. Het doel is warm worden fysiek, maar ook mentaal de hersens laten kraken. 

 Een speler vraagt bij een klap-spring-zwaai spel: “Waarom doen we dit? Dat doe je toch ook niet bij een wedstrijd? “Dat is een goede vraag,” zegt de trainer. “Maar toen het net niet lukte stopte je. Gebeurt je dat ook wel eens bij een wedstrijd? Wat zou je kunnen doen om het wel te laten lukken.”

We hebben veel lol met de uitvoering van de training. We zetten van alles in gang om de spelers de frustreren, af te leiden. Zodra je een wedstrijdelement toevoegt en het resultaat belangrijk laat zijn, dan gaan de spelers er vol voor. Ze willen scoren en winnen. Ze krijgen tennisvormen die voor hen bekend zijn, maar richten zich op de mentale aspecten van tennis.

De tennissers leren: Rust te pakken tussen de punten door de ademen. Taakgerichtheid door kort (max drie woorden) te benoemen wat het plan is. Schakelen tussen de bal: in spelen, spreiden, hard slaan, snel nemen en hoe maak je de keuze.

Soms werkt een oefening die we verzonnen hebben heel goed en soms voor geen meter. Het mooie is, als de spelers het saai vinden, zie je gelijk wie doorzet en wie er dan met hun pet naar gooien. Er zit geen goed of fout aan. Sommige kinderen staan altijd strak om te presteren, het moet perfect. Die wil je juist leren, het soms ook een beetje los te laten. Dat helpt bij de plezierbeleving, maar ook voor een betere uitvoering. Anderen mogen kleine oefeningen wel wat serieuzer nemen. Ze spreken uit ik wil toptennisser worden. Zij krijgen de vraag: ’Wat zouden Federer of Kiki doen bij deze oefening?

Gaan deze tennissers alle wedstrijden winnen. Zeker niet. Ook zullen zij af en toe zichzelf nog tegenkomen. De spelers hebben een eerste stap gemaakt hier oplossingen voor te zoeken. Ze hebben geleerd dat zij de moeite waard zijn hoe ze ook in elkaar steken. Zodat ze met vertrouwen de baan op mogen stappen.

Zie de leeuwinnen

Leeuwenjacht: De mannetjes jagen vaak mee, maar in de praktijk vangen de vrouwtjes eerder een prooi. Elk vrouwtje kiest een andere prooi uit tijdens de jacht. Het is niet zo dat ze samen een groep dieren opdrijven. Pas in de laatste fase van de jacht, als het prooidier los is van de groep, kan het voorkomen dat twee leeuwinnen samen op één prooi jagen (dier- en natuurinfonu).

Zie die leeuwinnen….. We zien ze. Als poppetjes bij de Blokker en stickers voor het plakboek en vanavond in een stadion met 60.000 man (en vrouw). Leeuwinnen die geschiedenis kunnen schrijven wanneer ze meer doelpunten maken, dan de Verenigde Staten. Dat is uiteindelijk het enige dat telt. Dit team heeft een enorme vechtlust dit te bereiken. Is het technisch het mooiste voetbal? In de media hoor je de verslaggevers pruttelen, er kan veel beter……. Maar als je meer scoort, dan win je en daar zijn de oranje dames goed in. En als je in de finale staat, dan hoor je daar thuis.

De leeuwinnen mogen met vertrouwen het veld op stappen. Zij hebben fysiek en mentaal getraind en dat vinden ze niet meer dan logisch.

Oranje heeft:

  • Een wondercoach Sarina Wiegman die zowel analytisch- als invoelend vermogen bezit. Zij straalt rust en vertrouwen uit en laat zich niet gek maken in het hele circus. Deze bondscoach zoekt steeds naar oplossingen en blijft taakgericht;
  • Keeper Sari van Veenendaal, die tot de laatste seconde gefocust blijft en zonder twijfel over iedereen heen vliegt om de bal te grijpen;
  • Het belangrijkste kenmerk voor ‘optimaal team-presteren’: De leeuwinnen vormen één team. Geen plek voor ego’s, elke speler is even belangrijk. Deze dames strijden samen en daardoor kunnen ze meer en zijn ze in staat van iedere tegenstander, dus ook de VS te winnen. 

Zie die leeuwinnen, ze grijpen de Amerikaanse spelers….Ik schiet er nu al vol van, maar dat zal wel zo’n vrouwending zijn…..

Marathon lopen. Zo versla je de man met de hamer. Interview AD.

Marathon lopen. Zo versla je de man met de hamer. Interview AD.

MARATHON-SPECIAL. Waarom doen we dat ook alweer, een marathon lopen? Sportpsycholoog en marathonloper Daniëlle van der Klein-Driesen over motivatie, het omarmen van pijn en de tafel van zes.

 

Wie komend weekend onderweg is op de NN Marathon Rotterdam heeft grote kans hem tegen te komen: de Man met de Hamer. Hij is berucht, sowieso onaardig en bijna altijd genadeloos. Bij de ene hardloper (m/v) meldt hij zich al na een kilometer of 27, bij een ander na 35 kilometer. Tenminste, als hij komt. Alles doet zeer, je hebt honger en dorst. Stoppen, dat is wat je lijf eigenlijk wil bij de confrontatie met de Man met de Hamer. Was getekend: Daniëlle van der Klein-Driesen, sportpsycholoog te Rotterdam, schrijver van het boek Gas en Rem in de sport én ervaringsdeskundige.

Pijn

Als de pijn er niet zou zijn, is een marathon toch niet meer speciaal?

Van der Klein-Driesen liep elf marathons, waarvan drie keer in haar eigen stad. De sportpsycholoog – lid van Loopgroep 010 Oost – heeft een praktijk in Rotterdam Prinsenland en begeleidt topsporters, talenten, coaches en sportouders. Atleten, maar bijvoorbeeld ook tennissers en voetballers.
Haar stelling: op de marathon is pijn vaak onvermijdelijk. Het is de kunst om op een goede manier met de pijn om te gaan. ,,Wees eerlijk: als die pijn er niet zou zijn, is een marathon toch helemaal niet speciaal om te lopen? Accepteer die pijn, schrik er niet van, probeer je gedachten te verleggen, knok en ga door. Je kunt op je techniek letten of je ritme. Hierdoor ga je als vanzelf beter lopen.’’

Daniëlle van der Klein.

Daniëlle van der Klein. © privé-foto

 

High fives

En in de categorie ‘denk jezelf sterk’: wilskracht kun je uit de gekste dingen halen. ,,Even met iets anders in je hoofd bezig zijn, zoals de tafel van zes opzeggen of een liedje neuriën werkt ook. Iedereen heeft zijn of haar manier. Anderen zoeken juist interactie met publiek, en willen zoveel mogelijk high fives. Omdat jij met die pijn kunt omgaan, haal jij juist die finish en krijg je een dikke medaille om je nek. En je buurman niet, om maar iemand te noemen.’’
Het lopen van een marathon – inclusief de voorbereiding – is voor velen een stressvolle exercitie. Gedoe ook, vooraf al, ook qua logistiek. Maar de echte marathonstress begint in het startvak. Kijk maar eens goed om je heen: overal strakke koppies, mannen en vrouwen die nerveus heen en weer bewegen en springen of ineens veel te snel gaan praten. Een goede manier om zelf rustig te worden? Doe ademhalingsoefeningen, zegt Van der Klein-Driesen. ,,Ademhalingsoefeningen zijn altijd en voor iedereen zinvol. Door rustig te ademen neem je meer zuurstof op. Je zet de rem als het ware even aan, het zorgt voor rust in het lichaam, je bent even in het hier en nu. Daarna neem je nog even in korte stappen je plan door: zo ga jij het doen.’’

Waan je een toploper en ga rechtop lopen: denk dat al die mensen speciaal voor jou zijn gekomen

 

Kippenvel

Wie opziet tegen de spanning, doet er volgens de sportpsycholoog goed aan om zich hier thuis op voor te bereiden. Inleven dus. ,,Op YouTube zijn genoeg filmpjes te vinden van het drukke startvak op de Coolsingel of voor de Erasmusbrug. Handig voor mensen die voor het eerst een marathon gaan lopen. Bekijk zo’n filmpje en probeer je in te leven, schat in wat het met je doet wanneer jíj daar staat. Check van tevoren waar je je trainingsjasje kunt ophangen en waar de toiletten zijn. In Rotterdam zijn voldoende toiletten.’’
Als Lee Towers You’ll never walk alone inzet, geeft dat energie, kippenvel. Probeer ervan te genieten, adviseert Van der Klein-Driesen. Die eerste 10, 15 kilometer zijn dan ook meestal voorbij voordat je het weet. Grootste gevaar is dat je je gek laat maken omdat het zo lekker gaat. Niet doen dus, blijf bij je plan.

 

Wandelen is killing

De marathon begint natuurlijk pas echt wanneer je ongeveer op de helft bent, dus na een kilometer of 21. Van der Klein-Driesen: ,,Drink op tijd, eet op tijd. Ook dat is een kwestie van voorbereiding hè? Bedenk van tevoren wanneer je een gelletje neemt, maar ook hoe je een bekertje pakt en hoe je drinkt. Ga je stoppen of blijf je lopen? Ik adviseer iedereen te blijven lopen. De verleiding te gaan wandelen is groot als je moe bent. Blijf hardlopen, kies desnoods voor dribbelen. Wandelen is killing voor je eindtijd, weet ik uit ervaring.’’

Wel adviseert de sportpsycholoog om een plan B te hebben. Wat als het harder waait dan voorspeld? Wat als het kouder – of juist warmer – is dan vooraf gedacht? Wat als je simpelweg geen goede dag hebt, qua vorm? Je einddoel bijstellen, raadt Van der Klein-Driesen aan. ,,Ik snap het heus als je niet wilt bijstellen. Zelf had ik eens keihard getraind om binnen de 3.30 uur te finishen, het werd 3.31. Ik baalde. Maar als ik eerlijk ben, is 3.31 toch ook een prachtige tijd?’

 

© ANP

 

Feest

Terug naar de Man met de Hamer. Stel, je zit er na 35 kilometer finaal doorheen. Wat dan? Visualiseer, probeer je een volle Coolsingel voor de geest te halen. ,,En weet dat je bij 35 kilometer bijna in Crooswijk bent, waar het altijd één groot feest is. Heb je het echt moeilijk, waan je dan een toploper. Ga rechtop lopen en denk dat al die mensen speciaal voor jou gekomen zijn. Echt, het helpt, dat weet ik uit eigen ervaring.’’

Nog een tip voor wie na 37 kilometer niet meer kan: haal kracht uit eenvoudige sommen. Bedenk dat je nog maar 5 kilometer hoeft te rennen. Maar 5 kilometer! ,,Dat is een rondje om de Kralingse Plas, niet meer. Peanuts dus, in verhouding met al die kilometers die je al gemaakt hebt’’, lacht Van der Klein-Driesen. Natuurlijk zijn er mensen die zeggen: oké, ik stap uit. Volgend jaar is er weer een marathon. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. De sportpsycholoog denkt daar zelf anders over: de pijn die je voelt op de marathon is tijdelijk, de pijn van uitstappen duurt veel langer. ,,Ik pas liever mijn tempo aan dan dat ik uitstap.’’

De laatste 2 kilometer gaan als vanzelf. Je wordt hoe dan ook gedragen door het publiek, weet de Rotterdamse sportpsycholoog. En de Man met de Hamer is op dat moment ongetwijfeld een andere loper aan het lastigvallen…

© Giphy

Lees ook: 

Versterking voor TEAM Flow Mentale Training

Versterking voor TEAM Flow Mentale Training

Alleen ga je sneller, samen kom je verder! Het is fijn samen te sparren, ideeën te verzinnen en kennis en ervaring te delen of simpelweg met elkaar te lachen. We willen sportpsychologie toegankelijk en toepasbaar maken op het sportveld, de baan, de mat of in het water. Ons doel om de structurele mentale methode ‘DE MENTALE VELDTRAINING’ voor talentvolle sporters in te zetten bij talentencentra en BVO komt steeds dichterbij.

Ons team wordt versterkt door:

Hillie Heinsbroek

 Ik ben Hillie (1984). In 2007 heb ik de Fontys Sporthogeschool afgerond. Sindsdien ben ik tien jaar werkzaam geweest als docent Lichamelijke Opvoeding op een VMBO school. Ondertussen heb ik mijn master Bewegingswetenschappen gehaald. Ik ben in 2017 begonnen met de Postacademische Opleiding tot Praktijk Sportpsycholoog. Na het behalen van al mijn vakken ben ik net begonnen met het begeleiden van sporters. Mijn eigen achtergrond ligt in de roeisport, waar ik als stuurvrouw (en later als coach) vele landelijke wedstrijden heb mogen sturen (en coachen). Momenteel doe ik op recreatief niveau aan triathlon.

Ik houd van werken met groepen en werken met jeugd. En het is voorrecht te morgen werken met individuele sporters die gemotiveerd zijn om zichzelf op mentaal vlak te ontwikkelen.

Mijn waarden zijn persoonlijk, verbinding en verantwoordelijk. Vanuit deze waarden en met mijn achtergrond als sportdocent hoop ik dan ook een aanvulling te kunnen zijn op Team Flow Mentale Training.

Hillie zal met haar didactische en sportpsychologische kennis vanuit Canada ons team helpen met de ontwikkeling van ‘De Mentale Veldtraining’.

Robert van Winden (Stichting WIN-WIN)

“Stichting WIN-WIN heeft als doel het stimuleren van (verdere) samenwerking in de topsport, zowel tussen partijen binnen de sportsector als tussen de sportsector en andere sectoren. Daarbij concentreert WIN-WIN zich met name op het onderdeel ‘talentontwikkeling’.  

Als onafhankelijke (vrijwilligers)organisatie, zonder specifieke eigen belangen, kan Stichting WIN-WIN zich vrij bewegen (‘tussen de linies spelen’) binnen zowel de sportsector als andere sectoren. Daarnaast kan zij als relatieve ‘buitenstaander’ met een frisse blik naar de sportsector kijken en buiten de bestaande kaders denken én handelen. Bovendien kan Stichting WIN-WIN al haar tijd en energie richten op één specifiek doel: Het stimuleren van meer samenwerking in de topsport, zonder daarbij afgeleid te worden door de ‘waan van de dag’.

Stichting WIN-WIN wil haar doel bereiken door het ontplooien van samenwerkingsinitiatieven én door partijen bij elkaar te brengen. Dit doet zij door combinaties tot stand te brengen, door bruggen te bouwen en door partijen met elkaar te verbinden. Daarbij draait het vooral om het nemen van initiatief, het pakken van kansen en het opstarten van kleinschalige projecten met als doel een ‘olievlekwerking’ te bewerkstelligen.

Stichting WIN-WIN richt zich bij haar werkzaamheden op een aantal thema’s. Eén daarvan is de ‘doelgroep topsportouders’ vanwege hun cruciale rol binnen de Nederlandse topsport, wat o.a. heeft geleid tot het oprichten van het ‘Netwerk Ouders sporttalenten’. Een ander thema betreft het meer toegankelijk maken van ‘mentale coaching’ voor (talentvolle) topsporters vanwege de vele kansen die er nog liggen op dit gebied.”

Flow Mentale Training en WIN-WIN gaan samen voor 1 + 1 = 3 voor talenten, coaches en sportouders.
Op de planning van 2019 staat:
–  Bijscholing(en) voor topsportouders vanuit Netwerk Ouders Sporttalenten en Rotterdam Topsport;
–  Dag van de Sportpsychologie organiseren over de praktische toepassing van sportpsychologie;
–  Een boek voor sportouders.

Danny Otto

Mijn naam is Danny Otto (23). Ik ben geboren in Delft.Ik studeer Pedagogische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (Bachelor 3). Ik ben zeer geïnteresseerd in opvoeding en psychologie in de voetbalwereld.

Daarnaast ben ik actief als groundhopper om in het binnen- en buitenland de voetbalcultuur te proeven. Deze ervaringen gebruik ik om inspiratie op te doen voor mijn eigen handelen en visie in de toekomstige beroepspraktijk.

Vanaf maart ga ik stage lopen bij Flow Mentale Training.

 

Danny gaat onderzoek doen gericht op ‘optimaal mentaal coachen’ voor sportouders. Hij helpt mee in de ontwikkeling van pedagogische vaardigheden voor op het voetbalveld in de werkgroep: ‘Mentaal Sterk Voetballen.’

Natnael Meij

Hoi,Ik ben Natnael Meij.
Ik ben 16 jaar en woon in Schoonhoven. Ik zit op het Thorbecke Voortgezet Onderwijs VMBO voor Sport en Dans  in Rotterdam. Atletiek is mijn passie! Mijn favoriete afstanden zijn de 400 meter en de 800 meter. Ik train 7 keer per week en train bij Avantri en in Rotterdam bij ATR ( Atletiek Trainingscentrum Rotterdam).Dat is een regionaal trainingscentrum voor jonge talenten die later door willen groeien naar de top. In Mei mag ik stage lopen bij Danielle. Erg leuk! Ik heb er veel zin in.

Natnael gaat talentvolle atleten en hun coaches interviewen, waarbij hij nagaat waar ‘atleten’ mentaal tegenaan lopen:
– Hoe bereiden atleten zich mentaal voor?
– Welke mentale belemmeringen ervaren zij?
– Wat doen ze eraan en wat hebben ze nodig?
Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Flow Mentale Training doet mee voor de Nationale Sportinnovatieprijs 2018, die als thema heeft ‘Mind your fitness”. Het idee van de innovatie is ‘De Leerlijn Mentaal Topsport’.

Deze leerlijn voor talenten van 12 t/m 17 jaar is toegespitst op de mentale aspecten die een rol spelen bij presteren zoals:

  • Omgaan met stress en teleurstelling,
  • mentaal herstel en het behoud van zelfvertrouwen,
  • concentratie en optimale spanning.

Sportpsychologische theorie vanuit het boek GAS en REM in de sport. Mentaal Sterk Coachen, komt terug in fysieke trainingsvormen waarbij de talenten op hun eigen sportplek ervaren wat ‘presteren onder druk’ is. 

De Leerlijn Mentaal Topsport is een mentaal coaching programma voor sporters, dat net als bijvoorbeeld conditietraining een vast onderdeel van de trainingsopbouw is. De inhoud wordt aangepast aan de sport en ontwikkelingsniveau/leeftijd van de talenten.

Concreet betekent dit dat de sportpsycholoog naast de coach staat: op het veld, op de baan of langs het bad. Ze staan letterlijk naast elkaar en vermenigvuldigen zo hun kennis, zodat de talenten in hun eigen trainingstaal- en omgeving hun mentale weerbaarheid trainen. Wanneer ze achttien jaar zijn, is hun lichaam en geest klaar voor topsport op mondiaal niveau. 

Als jonge topsporter sta je onder druk

Stel je wilt profvoetballer worden of de nieuwe Daphne, Kiki, Ranomi, Sven of Epke en je komt in een RTC, BVO of selectieteam. Je gaat vaker trainen en wordt uitgenodigd voor trainingsstages, wedstrijden in het buitenland. Je ouders rijden je overal heen en investeren geld en tijd in je sport. Je gaat naar trainingen op Papendal en doet mee met de selectiedagen voor Jong Oranje. Er zijn ranking-systemen die bepalen of je in het team blijft of afvalt. De verwachtingen zijn vaak hoog. Je moet je diploma halen op school en daarvoor plannen en organiseren. Week in, week uit wordt het uiterste van je gevraagd. De coaches willen inzet zien en dat je ervoor gaat. Je ouders ook. Soms moet je afvallen, gespierder worden, meer bewegen, feller zijn, je vaker laten horen, samenwerken, verder springen. De lijst van eisen is eindeloos. Je moet plezier hebben en vooral je best doen. Sowieso heb jij al een grote drive vanuit jezelf. Van jongs af aan, wil je al winnen met alles en het liefst geen fouten maken. Je wilt je ouders en je coach niet teleurstellen en baalt er zelf ook van als het minder gaat. Falen of mogelijke missers blijven soms door je hoofd spoken.

In topsport verlies je vaker dan je wint, lees ik in een artikel van oud-topsporters Stefan Groothuis, Minke Booij, Peter Blangé en Esther Vergeer. Dat kan een deuk in je zelfvertrouwen geven………. 

Die deuken mogen wij als sportpsychologen repareren. Dat lukt gelukkig vaak. Soms moet ik doorverwijzen naar een collega sportpsycholoog met een klinische achtergrond, omdat de deuk al te diep is. Die deuken zijn in mijn optiek vaak te voorkomen. Wanneer sporters structureel leren hoe zij met ‘de prestatiedruk’ om moeten gaan en zowel de coach als ouders inzicht hebben, welke rol zij hierin spelen.

Sportpsycholoog zichtbaar en benaderbaar
Het aanleren van mentale vaardigheden wordt al breed erkend. Echter de mogelijkheden om hiermee als sportpsycholoog aan de slag te gaan, beperkt zich meestal tot incidentele bezoeken. Met de sportinnovatieprijs hoop ik daar in heel Nederland verandering in te brengen. Wel vanuit de visie van Team NL: De coach staat centraal, want die zorgt voor de vertaalslag op de sportplek. Voor topsporters binnen een High Performance programma van een CTO, BVO of talentenacademie wordt het normaal dat er met regelmaat een sportpsycholoog in trainingskleding aanwezig is, die net als de conditietrainer een vast onderdeel van het begeleidingsteam is.

Het geeft en positief effect op de lange termijn voor de sporters, coaches en ouders. Frustratie en agressie vermindert, focus en vertrouwen groeit. Dit zie je terug in de medaillespiegel. 

De Leerlijn Mentaal Topsport

Iedere maand staat een ander mentaal thema centraal. De coaches en de ouders worden getraind, zodat zij leren hoe zij door hun pedagogisch handelen het prestatiegedrag van het talent positief beïnvloeden. De inhoud van het mentale trainingsprogramma sluit aan op de ontwikkelingsfases van de sporter:

  1.  12-13 jaar Vroege adolescentie (puberteit): Basis. Wie ben ik?
    Trainen omvang en belastbaarheid.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Overgang van basisonderwijs naar de middelbare school;
    – Start van een periode van lichamelijke en hormonale verandering.
    Ontwikkelen: Zelfinzicht.
  2. 14-15 jaar Midden adolescentie: Verdieping. Wat beslis ik?
    Trainen voor hoog niveau.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – (Dis)balans school, topsport, hobby’s, vriendschappen;
    – Lichamelijke en hormonale verandering;
    Ontwikkelen: Zelfdiscipline.
  3. 16-17 jaar Adolescentie (voor volwassenheid): Verrijking. Waar wil ik heen?
    Trainen om te presteren.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Schoolexamen;
    – Gedragsverandering c.q volwassen worden.
    Ontwikkelen: Zelfsturing.

Flow Mentale Training Danielle van der Klein-Driesen

Het is een plan dat wat betreft opzet en omvang nooit ingezet is. Wel heb ik zelf (een deel van) de inhoud uitgevoerd bij S.V.B. Excelsior, Intime Tennis Academy en de Karate Bond. Zij bieden de kans om de kwaliteit van de inhoud te verfijnen en te verbeteren. 

Inhoud:

Aan het begin van de maand wordt één keer de mentale training verwerkt in de fysieke training, waarbij de coach en de sportpsycholoog de training samen geven. De coach krijgt een samenvatting met: Het doel, de theorie, de didactische opbouw en oefenvormen. In een kort overleg wordt afgestemd wat de belangrijkste mentale punten zijn van de training en worden ideeën gedeeld om de mentale vaardigheden fysiek inzichtelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door: resultaatgerichte oefeningen, groepsdruk of samenwerkingsopdrachten. De rest van de maand houdt de coach het mentale thema als rode draad voor zijn eigen trainingen. De talenten krijgen zo de kans de mentale vaardigheden te oefenen en in te slijpen.

De op het eerste gezicht eenvoudige fysieke oefenvormen worden doelmatig ingezet voor het aanleren van mentale vaardigheden. Er is gedurende het seizoen een opbouw met: 

  1. Diagnostiek: Mentale screening;
  2. Interventie: Toepassing mentale vaardigheden;
  3. Evaluatie: Terugkoppeling en bijsturen.

De nationale Sportinnovator Prijs 2018: Mind your fitness

Er zijn negenendertig innovatieve ideeën ingediend. 4 december wordt de uitslag bekend gemaakt.

Het innovatie idee: De Leerlijn Mentaal Topsport word gesteund door:

  • Rotterdam Topsport
  • Dordrecht Topsport
  • Nederlandse Volleybal Bond
  • Regionaal Talenten Centrum Volleybal
  • Karate Bond
  • LOOT-school Thorbecke Voortgezet Onderwijs
  • Stichting Betaald Voetbal Excelsior
  • Intime Tennis Academy
  • Hockeyvereniging Leonidas
  • Geoffrey Berens Coaching

 

Nu de jury van de Nationale Sportinnovator Prijs 2018 nog…..

Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.

Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.

Maaaam, waar zijn mijn korfbalsokken,” roept mijn dochter naar beneden. “Eh, weet ik veel. Liggen ze niet in de kast?,” zeg ik. “Nee, daar heb ik al gekeken,” zegt ze. “In de wasmand misschien?” “Neehee, daar liggen ze ook niet.” “Weet je vader dan niet waar ze zijn.” “Paaaapa, weet jij waar mijn korfbalsokken zijn?” Ik krijg een ingeving: “Volgens mij heb je ze vorige week toen we terugreden in de auto uitgetrokken. Zijn ze daar niet?” …… De sokken worden gevonden. Een uur later ga ik met onze zoon naar atletiek. “Mama, mijn schoenen zijn te klein“. “Had je dat niet eerder kunnen vertellen,” zeg ik. “Nu gaan we weg, want de wedstrijd begint zo.”

Sportouders

Met een dochter van elf die korfbalt en een zoon van negen die aan atletiek doet, zijn wij sportouders. Over sportouders wordt vaak in negatieve zin geschreven. Ze zijn lastig, luid, te fanatiek, pushen en hangen de trainer uit. Mijn beeld van de laatste tien jaar dat ik met sportouders werk en door mijn ervaringen met mijn eigen kinderen is genuanceerder. Ik wil je daarin graag meenemen.

Technische vaardigheden 

Rijden, betalen, wassen en wachten zijn de technische vaardigheden, die je als sportouders moet beheersen. Ouders met meerdere sportende kinderen hebben vaak een ijzersterke logistieke planning, om iedereen op tijd op de juiste plek te krijgen. Want kinderen trainen nooit tegelijk en altijd op onmogelijk tijden, zoals onder etenstijd en tijdens de spits. Dus wanneer ouders uit hun drukke werkdag komen, moeten ze direct door en aansluiten in de file of de fiets pakken richting sportveld. Vaak lukt het op tijd weer ophalen net niet, maar met wat geluk is de kantine open, zodat ze toch nog warm zitten. 

Ga zelf even sporten is mijn advies. Rondje hardlopen of wandelen kan overal en als er andere ouders aansluiten is het nog gezellig ook.  

School

Huiswerk is er ook nog. Dat start al vanaf groep zes met topo-toetsen, boekbesprekingen en werkstukken over de vakantie. De hoeveelheid huiswerk neemt op de middelbare school in veelvoud toe. Ik behoor tot de generatie ouders die het ‘Uiterste uit hun kroost wil halen’ onder het motto: ‘Hij/zij wil het zelf ook’. Goed presteren op school en in de sport vraagt planning en structuur en juist dat vinden veel kinderen lastig. Ouders ondersteunen daarbij waar ze kunnen, wat zeker niet altijd gewaardeerd wordt. Het is de ingewikkelde balans van ‘begeleiden en loslaten’. Waarbij je als ouders de kinderen fouten durft te laten maken, want als alles altijd voor je geregeld wordt leer je zelf niet erover na te denken. 

Wat doe jij als je kind zijn sportschoenen vergeet? 

Apps

Sportouders nemen deel aan meerdere groeps-apps van hun kinderen. Uit de stortregen van berichten moeten zij de info filteren die nuttig is, zoals bijvoorbeeld de trainingsplek en de vertrektijden. Zo’n app wordt vaak gevuld met persoonlijke informatie, bijvoorbeeld:  “Pieter heeft zijn enkel verzwikt. ” De andere ouders reageren dan: “Ah wat zielig,” “Beterschap Pieter,” “Zet hem op, Pieter.” Je moet ook wel reageren, anders lijkt het net of je niet meeleeft. Ook zijn er ouders die in de groepsapp foto’s van hun kinderen zetten, wanneer ze een individuele beker of medaille hebben gewonnen. De reacties zijn dan smiley’s of klappende handjes…….. 

Stel dat je kind alles heeft gegeven en hij wordt zevende. Stuur je die foto dan ook rond? Dat zou ik nou mooi vinden. 

Een voorbeeld uit eigen koker:

De Trainer in de app: “We verzamelen om 9:45.” Een moeder antwoord terug: “Op de site zie ik 10:20 staan.” Trainer: “Klopt, maar ik wil op tijd zijn voor een goede voorbereiding.” Weer andere moeder reageert: “Dus we verzamelen om 10:20?”

Bij mij ontstaat dan kortsluiting. Echter niets doen en afwachten blijkt altijd de beste remedie. Uiteindelijk komt het altijd weer goed en staan we allemaal keurig op tijd met onze kinderen klaar om ze naar de wedstrijd te brengen.

Typologie ouders

Sportouders zijn getraind in wachten. Tijdens trainingen en wedstrijden, uren brengen ze door in de plastic kuipstoeltjes of hangend langs de kant. Hoe ouders de wachttijd indelen geeft mooi hun persoonlijkheid weer. Ik heb er een (niet wetenschappelijke) indeling van gemaakt vanuit observaties, terwijl ik zelf stond te wachten bij een atletiekwedstrijd:  

  1. De Überouders: Dit zijn van die ouders, waarbij je jezelf afvraagt: “Hoe doen ze het?” Ze zijn teammanager of scheidsrechter. Bij PAC Atletiek is een moeder, die heeft voordat ze bij de wedstrijd om half 11 verschijnt, al om 8:15 het hek open gedaan van de baan voor de trainers. Als er wat geregeld moet worden competitie, kamp, bardienst, zij staat staat klaar, maakt indelingen en stuurt aan. Ze heeft connecties met Sinterklaas en zorgt dat hij ieder jaar op spectaculaire wijze verschijnt. Überouders bieden dus meer, dan zorg voor hun eigen kind alleen. Ze zijn goud waard voor de club en dus voor alle kinderen. 
  1. De campingouders: Dit zijn de ouders die al vroeg hun kampement opbouwen langs het wedstrijdterrein. Ze hebben koelboxen bij zich en campingstoelen. Het is altijd handig om ze te vriend te houden, want als het regent dan toveren zij uit hun bagage een grote paraplu of tarp die ze nog snel opzetten. Deze ouders zijn berekend op lang wachten. Ze hebben broodjes, salades, voldoende drinken en zonnebrand bij zich. 
  1. Chaotische ouders: Mijn inschatting is dat ik zelf tot deze groep behoor. Net als de andere ouders hebben ze alles voor hun kind over. Echter sport eist structuur en regelmaat en daar zijn ze niet zo sterk in. Ze zijn te herkennen aan: het (‘bijna’) te laat zijn, het missen van groepsafspraken vanuit de app of het vergeten in te schrijven van hun kind voor kamp. De chaotische ouders knallen snel vanuit hun werk door, waardoor ze vaak haast hebben. Soms nemen ze hun laptop mee en gaan ze in de kantine door met werken, want eigenlijk komen ze door hun eigen drukke schema en die van hun kinderen in tijdgebrek. 
  1. Resultaatgerichte ouders: Deze sportouders gaan voor winst. Ze zeggen dat nooit hardop, maar in hun blik en houding zie je het fanatisme. Het zijn soms ouders die zelf op hoog niveau gesport hebben of trainer zijn. Tussen de onderdelen zijn ze rustig, maar vlak voor de start verstarren ze. Ze gaan na of hun kind wel gereed is en het liefst willen ze hun kind aanwijzingen geven, ook al weten ze dat ze het beter kunnen laten. Ze doen relaxed, maar zijn dat niet en hun kinderen voelen dat haarscherp aan. Resultaatouders weten precies de tijd, de score en als het een PR is en benoemen dit altijd hardop naar hun kind. 

Aangeboren + aangeleerd = Een spelletje ‘Mens Erger Je Niet’ gaat om leven of dood. 

  1. Er zijn ook ouders die een combinatie zijn van meerdere categorieën.

(Top)sportouders

Wanneer je kind talent heeft komen er extra trainingsuren bij. Privé, bij een Regionaal Talentencentrum of Betaald Voetbal Organisatie. Ouders wiens kinderen in een nationaal team trainen, moeten vaak naar de andere kant van het land, zoals bijvoorbeeld Papendal, Kooten, Haarlem of Zeist. Pa en ma moeten goede afspraken maken, wie brengt en wie haalt. Het eten wordt in etappes gegeten en in plastic tupperware bakjes klaargezet om op te warmen. Ouders hebben veel over voor hun kroost. Ik heb zwemouders gezien, die om half zes in de ochtend op de houten bankjes langs het zwembad nog even verder sliepen. Vakantiegeld dat opgaat voor de trainingsstage in Portugal of het WK in Japan. Met het hele gezin verhuizen naar Rotterdam, zodat zoonlief bij Feyenoord kan voetballen. 

Beetje gek

Gekkenwerk natuurlijk als je het zo leest. Volgens mij moet je als topsportouders ook een beetje bijzonder zijn. Topsport bepaalt je gezinsleven voor vele jaren, waarbij er geen enkele garantie is voor succes. Hoe het gezin belast wordt verschilt per sport, maar topsport geeft richting aan alle dagelijkse activiteiten. Schaatst je kind bij Jong Oranje, dan gaat ook met vakantie in Spanje de wielrenfiets mee en wordt ook daar de dag afgestemd op het trainingsschema. Dat betekent dus vroeg eruit om voordat het warm wordt nog even tachtig kilometer te fietsen. Is je zoon judoka en moet hij nog wat afvallen, dan eet je met het hele gezin vetloze kip om hem te helpen. Een hockeymoeder vertelt me dat zij 13.000 kilometer per jaar met haar dochter rijdt naar trainingen en wedstrijden. Ze zegt ook: “Het is quality time. We hebben tijd voor elkaar. We luisteren naar de muziekkeuze van mijn dochter. Nu doen we het nog samen, straks rijdt ze zelf.”

Nicolien Sauerbreij

Een prachtig voorbeeld van bijzondere ouders zijn die van Nicolien Sauerbreij. In Nederland zijn geen bergen, dus als je kind skiet of snowboard op hoog niveau, dan vraagt dat aanpassing in je gezin. Dat kan zijn dat je al heel jong je kind een aantal weken niet ziet, omdat hij in Oostenrijk aan het trainen is of dat je zelf je werk aanpast en meegaat, wat de ouders van Nicolien deden. Bij haar is het een succesverhaal geworden met als hoogtepunt goud bij de Olympische Spelen in 2010. Reken maar dat het voor de familie Sauerbreij heel pittig was, om zo’n ander pad te bewandelen dan alle andere gezinnen om je heen. 

Op haar veertiende zat Nicolien in een jeugd-skiteam. Ze wilde meer zelf trainen. Haar vader nam onbetaald verlof op om met haar naar de sneeuw te gaan. Toen ze op haar achttiende, besloot van snowboarden haar beroep te maken, verruilden haar ouders hun huis in De Hoef voor een kleiner huis, kochten een camper om goedkoper met hun dochter mee te kunnen reizen. Haar vader stopte met zijn baan als technicus bij een tandheelkundig instituut en werd fulltime haar coach en trainer.

Bron NRC 14 december 2013 (R. Koelewijn)

Het is de kunst om er als ouders ook een succesverhaal van te maken, als er geen geslaagde topsportcarrière uit volgt. Dat je met je gezin in de sport een mooie tijd hebt gehad. 

Achter het doel van de keeper staat een dame met gelakte blauwe lieslaarzen en minuscuul rokje. De ouders van de thuisvoetbalclub beklagen zich bij de jeugdcoördinator. Deze dame leidt de keeper af!!!! Sportouders ze zijn kritisch en soms afleidend. Alles met liefde en toewijding, want voor hun kinderen hebben ze alles voor over…………..

Lees ook: