‘Sport in Perspectief’ zorgt voor gedragsverandering van sportouders.

‘Sport in Perspectief’ zorgt voor gedragsverandering van sportouders.

Flow Mentale Training zit in de race voor de Sportinnovatie Prijs 2019. Ons vernieuwende idee zorgt voor directe gedragsverandering bij sportouders. Zo blijven de kinderen met plezier sporten.

Hoe vergroten we het sportplezier van de jeugd tot en met twaalf jaar op hun sportvereniging? Dat is het thema van de subsidieoproep ‘Nationale Sportinnovator Prijs 2019 – Van prestatie naar plezier’.

Judoka Mark Huizinga: Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn is geen rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille.

Flow Mentale Training deed samen met de Erasmus Universiteit een kleinschalig onderzoek. Daaruit blijkt dat de wens om de nadruk te leggen op ‘ontwikkelen en plezier hebben’, makkelijker gezegd dan gedaan is. Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Ouders kunnen zich op hun beurt storen aan de club, coaches en gedrag van andere ouders. Zichtbaar werd dat de jonge sporters risico lopen in hun plezierbeleving door angst om te falen, onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen.

We hebben hier een oplossing voor bedacht, de pedagogische methodiek SPORT IN PERSPECTIEF. De methodiek richt zich op sportouders, maar ook op de trainer en de sporter. Zij worden zich bewust van hun eigen gedrag op en rond de sportplek. Ouders-sporter-coach gaan effectiever communiceren en elkaar versterken. Ouders leren op het veld, de baan of de mat waarom het zin heeft hun kind los te laten of bij te sturen. Zij zijn de veilige haven bij winst en verlies.

We willen dit doen bij: Stichting Betaald Voetbal Excelsior, Intime Tennis Academy en PAC Atletiek. Er wordt een onafhankelijk onderzoek gedaan, zodat er een advies komt voor verdere verspreiding bij andere verenigingen en talentencentra.
  • De club krijgt een doelgerichte trainingsmethodiek voor een veilige sportcultuur, waarbij de nadruk op plezier en ontwikkelen ligt;
  • Ouders leren met oordeelvrije blik te kijken naar sportprestaties;
  • Stress, frustratie en agressie op en rond het veld nemen af;
  • Er is minder uitval op latere leeftijd;
  • Meer kinderen willen sporten;
  • Ouders willen in de sport van hun kind investeren.

Ons team

Er staat een ijzersterk consortium klaar dit te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020), uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021) en te verspreiden. 1 t/m 5 is het team van Flow Mentale Training.

  1. Directeur/eigenaar Drs Daniëlle van der Klein-Driesen: 
    SPORTPSYCHOLOOG VSPN®|docent sportpsychologie VSPN|Orthopedagoog|Docent Basisonderwijs. Dagelijkse leiding; Eindverantwoordelijk. Schrijver van het werkboek, ontwikkelen/uitvoeren methodiek;
  2. Projectleider Lianne den Haan MSc:
    SPORTPSYCHOLOOG VSPN® (sept 2019)|Arbeid- Organisatiepsycholoog Improvemental Sportpsychologie. Behalen van projectdoelstellingen door het plannen en evalueren van activiteiten (actielijsten/probleemoplossing/ financiële planning), ontwikkelen/uitvoeren methodiek;
  3. Hillie Heinsbroek MSc: SPORTPSYCHOLOOG VSPN® in opleiding|Bewegingswetenschapper|Docent Lichamelijke Opvoeding.Ontwikkelen didactische werkvormen;
  4. Robert van Winden MSc: Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten |Bedrijfskundige |Adviseur Zorg en samenleving. Samenwerking stimuleren, interviews, adviseur, publiciteit;
  5. Danny Otto – Student Pedagogische Wetenschappen Erasmus Universiteit. Relevante wetenschappelijke literatuur vertalen naar de praktijk/ontwikkeling/interviews;
  6. Marcel van der Kuil MSc: CEO BBO Consulting Netherlands B.V. Bringing data to life. Adviseur Research & Datascience;
  7. Dr. Brian P. Godor. Erasmus Universiteit – Department of Psychology, Education and Childstudies. Assistant Professor, Feyenoord-Erasmus Project Leader, Honour’s Program Coordinator;
  8. Dr. Bram Bakker: Uitgeverij Lucht. Redigeren (Maarten Corbot) en uitgeven boek;
  9. Yara Rietdijk MSc. Flatland Visual Thinking|Sportpsycholoog. Visualisatie van het project;
  10. Drs. Hans van Nieuwpoort: Webdesigner – Verdwaalniet. Digitale strategie ontwerpen /bouwen /beheer /onderhoud;
  11. Jan Tromp. Rotterdam Topsport. Projectleider Topsport-verenigingen en Talentencentra CTO Metropool.Adviseur, ondersteuning, onder de aandacht brengen bij Regionale Talenten Centra CTO Metropool;
  12. Marita Verkaik. Rotterdam Sportsupport. Manager veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen. Verspreiding sportverenigingen Rotterdam via sociale media kanalen/nieuwsbrief;
  13. Angela Verkerk. Dordrecht Topsport/Dordt Sport. Sportstrateeg. Verspreiding sportverenigingen regio Dordrecht via sociale media kanalen/nieuwsbrief;
  14. Nick Veenbrink. NMC Bright. Volgen ontwikkeling en verspreiden bij Bonden/NOC*NSF na juni 2021;
  15. SBV Excelsior – Ferry de Haan, Directeur; Uitvoering Sport in Perspectief;
  16. PAC Atletiek – Martin Blok, Voorzitter. Uitvoering Sport in Perspectief;
  17. Intime Tennis Academy – Martijn Belgraver, Directeur. Uitvoering Sport in Perspectief.
De uitslag is begin oktober. Spannend! We houden je op de hoogte.

 

Jong geleerd….Triathlon voor kinderen van drie jaar..

Jong geleerd….Triathlon voor kinderen van drie jaar..

Hillie Heinsbroek is sportpsycholoog en woont in Canada. Zij deelt met ons haar sportieve belevenissen. Zo is zij vrijwilliger bij een triathlonwedstrijd voor kinderen vanaf drie jaar. Net als ik, vroeg zij zich af hoe zulke jonge kinderen in hemelsnaam een triathlon volbrengen……

Zelfvertrouwen opbouwen

Tri-Kids biedt niet-competitieve, aan zelfvertrouwen bouwende wedstrijden voor kinderen en jeugd van 3 tot 15 jaar. Deze promotekst (vertaald uit het engels) doet mijn sportdocenthart sneller kloppen, maar hoe kan dit?

In de categorie drie t/m vijf jaar wordt elk kind vergezeld door een volwassene. Meestal is dit de vader of moeder, maar ik heb ook een opa gesproken die drie kleinkinderen in drie verschillende leeftijdscategorieën had. De kleintjes zwemmen 20 meter, fietsen 500 meter en rennen 100 meter.

Mijn taak was in de wisselzone van het zwemmen naar het fietsen. Maar omdat er een volwassene bij de jongste deelnemertjes was, konden we hun wedstrijd nog even toekijken. En toekijken is toch echt fascinerend. De kinderen startten in waves, dus steeds zo’n acht tot tien kinderen tegelijk.

Ouders

De allereerste ouder kwam met haar kind in de armen aan gerend. Zou het kind niet kunnen rennen, of ging het gewoon niet snel genoeg?

De meeste ouders lieten hun kind overigens zelf richting de fiets komen. De ene ouder nam uitgebreid de tijd om zijn kind af te drogen en een shirtje aan te doen, de ander plantte de kleine triathleet op de driewieler in het zwemtenue. De ouders moesten vervolgens naast de fiets mee rennen.

Je hoeft je kind niet te duwen, als het goed is kan hij zelf fietsen. Toch?

Het is boeiend om te zien wat het met het gedrag van ouders doet als het kind simpelweg weigert op de fiets te stappen. De ene ouder neemt het fietsje aan de hand en wandelt rustig mee met de kleuter. De andere ouder tilt zijn kind op de fiets onder het mom ‘niet zeiken’. Uiteindelijk zijn alle kids toch wel vertrokken, soms moesten ze gewoon even bij anderen kijken hoe die dat deden.

Het meest hilarisch zijn de situaties waarin de oudste kleuters zo hard wegfietsen dat de volwassene het niet kan bijhouden om er achter aan te rennen. In ieder geval is dit kind intrinsiek gemotiveerd. Maar wat ik bijna niet kan geloven zijn de ouders die hun kind aanmoedigen met teksten als “Kom op kind, we gaan die voor je inhalen, we gaan winnen.” Ehm, we hebben het hier over de categorie DRIE tot VIJF jaar in een niet-competitieve wedstrijd, toch?! 

Zelf doen

De rest van de dag verloopt vermakelijk. Kinderen in de oudere leeftijdscategorieën 6 t/m 15 jaar mogen geen hulp van ouders krijgen. Dus ik help ze hun fiets te vinden, hun helm goed vast te maken. Veiligheid voorop. Ik heb de meest aandoenlijke kinderpraatjes. “Mama heeft gezegd dat ik goed water moet drinken”. Deze moeder heeft begrepen dat die eindtijd niet boeit, goed voor jezelf zorgen met deze warmte wel. Ik krijg de vraag: “Moet ik mijn badmuts ophouden?” , “Ik had moeite met drijven daarom ben ik laat”Dat vind ik een mooie zelfreflectie van een acht-jarige.

Zij die willen winnen

En ja, er zijn ook echt bloed-fanatieke triathleetjes, die hebben geen tijd om te kletsen. Die springen direct op de fiets. Bij de finish krijgen ze allemaal een grote medaille. Deze positieve bekrachtiging is goed voor het zelfvertrouwen. Jammer dat ze ook een eindtijd krijgen. Want waar is die nou eigenlijk goed voor? Volgend jaar ben je sowieso gegroeid. Of het weer is anders. Of het parcours is verlegd. Hooguit ouders die kunnen zeggen: ‘Je bent een minuut sneller dan je broer toen die vier was’. En wat heb je daar dan aan? 

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

D

e Intime Tennis Academy is dit seizoen gestart met een structureel mentaal trainingsprogramma voor op de tennisbaan: De Leerlijn Mentaal Tennis voor jonge spelers. Hoe werkt dat? Wat doet een sportpsycholoog op de baan? Is dat wel nodig voor spelers van 12, 13 jaar?  Een blik in de keuken, de belevenissen en de hobbels.

De Leerlijn Mentaal Tennis

Tennis vraagt veel van de mentale beheersing van deze nog jonge spelers. De spelers moeten lang wachten voordat zij aan de beurt zijn. Een wedstrijd kan wel twee uur of langer duren, wat veel van hun concentratie vraagt. De spelers moeten zich bij iedere bal gereed maken en de vorige bal afsluiten. Dat is heel lastig, want deze slimme spelers weten precies of ze de bal goed gespeeld hebben of niet en ook hoe ze deze eigenlijk hadden moeten spelen. Er zitten veel rustmomenten in het spel, waarbij ze tijd hebben hierover na te denken en zich te frustreren. 

Bij de Leerlijn Mentaal Tennis leren de kinderen stap voor stap zichzelf kennen met al hun bijzonderheden op de baan.

Te veel GAS: Als je stampvoet na een fout , vloekt, je racket gooit of hard roept: Waarom?….. of juist te veel REM: volledig stilvalt…….Het is een teken dat je ‘graag wilt winnen’ en ‘fouten irritant’ vindt. Laten dat nu juist kenmerken zijn van goede sporters. 

Frustratie

Alleen te veel frustratie werkt vaak averechts op het spel. Het leidt af van de taak (ballen binnen de lijnen slaan) en met veel drama laat je tegenstander direct in je kaarten kijken. Het stilvallen, daar heeft de speler vooral zelf last van, maar het stoort ook ouders of de trainer die helemaal naar de wedstrijd zijn gereden.

Waar is de vechtlust gebleven, zie je ze denken? Die kinderen vechten wel, maar dan heel hard in hun hoofd. Er komt een extra tegenstander bij en dat zijn zij zelf tegen hun eigen gedachten: Stom, dom, onnodig…. Jonge tennissers kunnen heel hard zijn voor zichzelf.

Ik vroeg één van de trainers, wat dacht jij dan vroeger als je meerdere ‘onnodige’ fouten maakte. “Steek jezelf in de fik,” zegt hij. In het dagelijks leven zouden dit soort gedachten je een enkeltje psychiater bezorgen, maar in de sport gebeurt dit met regelmaat. Ik vind het mooi als een sporter zo bloedgraag wil winnen. Als de speler zijn felheid zinvol inzet, dan heeft de tegenstander een probleem.

Mentale Training op de baan

Het prettige van deze leerlijn is, dat ik als sportpsycholoog de kans krijg de kinderen te leren kennen doordat ik één keer maand in de ‘gewone’ tennistraining op de baan sta. Ik start iedere training door uit te leggen welke mentale vaardigheid we gaan doen en waarom het belangrijk is om deze vaardigheid te trainen. Bijvoorbeeld motivatie, zelfvertrouwen, concentratie en aandacht, optimale spanning, visualiseren, mentaal plan. 

We doen een korte actieve werkvorm die ik zelf verzonnen heb als warming up of die van de trainer komt. Het doel is warm worden fysiek, maar ook mentaal de hersens laten kraken. 

 Een speler vraagt bij een klap-spring-zwaai spel: “Waarom doen we dit? Dat doe je toch ook niet bij een wedstrijd? “Dat is een goede vraag,” zegt de trainer. “Maar toen het net niet lukte stopte je. Gebeurt je dat ook wel eens bij een wedstrijd? Wat zou je kunnen doen om het wel te laten lukken.”

We hebben veel lol met de uitvoering van de training. We zetten van alles in gang om de spelers de frustreren, af te leiden. Zodra je een wedstrijdelement toevoegt en het resultaat belangrijk laat zijn, dan gaan de spelers er vol voor. Ze willen scoren en winnen. Ze krijgen tennisvormen die voor hen bekend zijn, maar richten zich op de mentale aspecten van tennis.

De tennissers leren: Rust te pakken tussen de punten door de ademen. Taakgerichtheid door kort (max drie woorden) te benoemen wat het plan is. Schakelen tussen de bal: in spelen, spreiden, hard slaan, snel nemen en hoe maak je de keuze.

Soms werkt een oefening die we verzonnen hebben heel goed en soms voor geen meter. Het mooie is, als de spelers het saai vinden, zie je gelijk wie doorzet en wie er dan met hun pet naar gooien. Er zit geen goed of fout aan. Sommige kinderen staan altijd strak om te presteren, het moet perfect. Die wil je juist leren, het soms ook een beetje los te laten. Dat helpt bij de plezierbeleving, maar ook voor een betere uitvoering. Anderen mogen kleine oefeningen wel wat serieuzer nemen. Ze spreken uit ik wil toptennisser worden. Zij krijgen de vraag: ’Wat zouden Federer of Kiki doen bij deze oefening?

Gaan deze tennissers alle wedstrijden winnen. Zeker niet. Ook zullen zij af en toe zichzelf nog tegenkomen. De spelers hebben een eerste stap gemaakt hier oplossingen voor te zoeken. Ze hebben geleerd dat zij de moeite waard zijn hoe ze ook in elkaar steken. Zodat ze met vertrouwen de baan op mogen stappen.

Zie de leeuwinnen

Leeuwenjacht: De mannetjes jagen vaak mee, maar in de praktijk vangen de vrouwtjes eerder een prooi. Elk vrouwtje kiest een andere prooi uit tijdens de jacht.

Het is niet zo dat ze samen een groep dieren opdrijven. Pas in de laatste fase van de jacht, als het prooidier los is van de groep, kan het voorkomen dat twee leeuwinnen samen op één prooi jagen (dier- en natuurinfonu).

Zie die leeuwinnen….. We zien ze. Als poppetjes bij de Blokker en stickers voor het plakboek en vanavond in een stadion met 60.000 man (en vrouw).

Leeuwinnen die geschiedenis kunnen schrijven wanneer ze meer doelpunten maken dan de Verenigde Staten. Dat is uiteindelijk het enige dat telt. Dit team heeft een enorme vechtlust dit te bereiken.

Is het technisch het mooiste voetbal? In de media hoor je de verslaggevers pruttelen, er kan veel beter……. Maar als je meer scoort, dan win je en daar zijn de oranje dames goed in. En als je in de finale staat, dan hoor je daar thuis.

De leeuwinnen mogen met vertrouwen het veld op stappen. Zij hebben fysiek en mentaal getraind en dat vinden ze niet meer dan logisch.

Oranje heeft:

  • Een wondercoach Sarina Wiegman die zowel analytisch- als invoelend vermogen bezit. Zij straalt rust en vertrouwen uit en laat zich niet gek maken in het hele circus. Deze bondscoach zoekt steeds naar oplossingen en blijft taakgericht;
  • Keeper Sari van Veenendaal, die tot de laatste seconde gefocust blijft en zonder twijfel over iedereen heen vliegt om de bal te grijpen;
  • Het belangrijkste kenmerk voor ‘optimaal team-presteren’: De leeuwinnen vormen één team. Geen plek voor ego’s, elke speler is even belangrijk. Deze dames strijden samen en daardoor kunnen ze meer en zijn ze in staat van iedere tegenstander, dus ook de VS te winnen. 

Zie die leeuwinnen, ze grijpen de Amerikaanse spelers….Ik schiet er nu al vol van, maar dat zal wel zo’n vrouwending zijn…..

 

Marathon lopen. Zo versla je de man met de hamer. Interview AD.

Marathon lopen. Zo versla je de man met de hamer. Interview AD.

MARATHON-SPECIAL. Waarom doen we dat ook alweer, een marathon lopen? Sportpsycholoog en marathonloper Daniëlle van der Klein-Driesen over motivatie, het omarmen van pijn en de tafel van zes.

 

Wie komend weekend onderweg is op de NN Marathon Rotterdam heeft grote kans hem tegen te komen: de Man met de Hamer. Hij is berucht, sowieso onaardig en bijna altijd genadeloos. Bij de ene hardloper (m/v) meldt hij zich al na een kilometer of 27, bij een ander na 35 kilometer. Tenminste, als hij komt. Alles doet zeer, je hebt honger en dorst. Stoppen, dat is wat je lijf eigenlijk wil bij de confrontatie met de Man met de Hamer. Was getekend: Daniëlle van der Klein-Driesen, sportpsycholoog te Rotterdam, schrijver van het boek Gas en Rem in de sport én ervaringsdeskundige.

Pijn

Als de pijn er niet zou zijn, is een marathon toch niet meer speciaal?

Van der Klein-Driesen liep elf marathons, waarvan drie keer in haar eigen stad. De sportpsycholoog – lid van Loopgroep 010 Oost – heeft een praktijk in Rotterdam Prinsenland en begeleidt topsporters, talenten, coaches en sportouders. Atleten, maar bijvoorbeeld ook tennissers en voetballers.
Haar stelling: op de marathon is pijn vaak onvermijdelijk. Het is de kunst om op een goede manier met de pijn om te gaan. ,,Wees eerlijk: als die pijn er niet zou zijn, is een marathon toch helemaal niet speciaal om te lopen? Accepteer die pijn, schrik er niet van, probeer je gedachten te verleggen, knok en ga door. Je kunt op je techniek letten of je ritme. Hierdoor ga je als vanzelf beter lopen.’’

Daniëlle van der Klein.

Daniëlle van der Klein. © privé-foto

 

High fives

En in de categorie ‘denk jezelf sterk’: wilskracht kun je uit de gekste dingen halen. ,,Even met iets anders in je hoofd bezig zijn, zoals de tafel van zes opzeggen of een liedje neuriën werkt ook. Iedereen heeft zijn of haar manier. Anderen zoeken juist interactie met publiek, en willen zoveel mogelijk high fives. Omdat jij met die pijn kunt omgaan, haal jij juist die finish en krijg je een dikke medaille om je nek. En je buurman niet, om maar iemand te noemen.’’
Het lopen van een marathon – inclusief de voorbereiding – is voor velen een stressvolle exercitie. Gedoe ook, vooraf al, ook qua logistiek. Maar de echte marathonstress begint in het startvak. Kijk maar eens goed om je heen: overal strakke koppies, mannen en vrouwen die nerveus heen en weer bewegen en springen of ineens veel te snel gaan praten. Een goede manier om zelf rustig te worden? Doe ademhalingsoefeningen, zegt Van der Klein-Driesen. ,,Ademhalingsoefeningen zijn altijd en voor iedereen zinvol. Door rustig te ademen neem je meer zuurstof op. Je zet de rem als het ware even aan, het zorgt voor rust in het lichaam, je bent even in het hier en nu. Daarna neem je nog even in korte stappen je plan door: zo ga jij het doen.’’

Waan je een toploper en ga rechtop lopen: denk dat al die mensen speciaal voor jou zijn gekomen

 

Kippenvel

Wie opziet tegen de spanning, doet er volgens de sportpsycholoog goed aan om zich hier thuis op voor te bereiden. Inleven dus. ,,Op YouTube zijn genoeg filmpjes te vinden van het drukke startvak op de Coolsingel of voor de Erasmusbrug. Handig voor mensen die voor het eerst een marathon gaan lopen. Bekijk zo’n filmpje en probeer je in te leven, schat in wat het met je doet wanneer jíj daar staat. Check van tevoren waar je je trainingsjasje kunt ophangen en waar de toiletten zijn. In Rotterdam zijn voldoende toiletten.’’
Als Lee Towers You’ll never walk alone inzet, geeft dat energie, kippenvel. Probeer ervan te genieten, adviseert Van der Klein-Driesen. Die eerste 10, 15 kilometer zijn dan ook meestal voorbij voordat je het weet. Grootste gevaar is dat je je gek laat maken omdat het zo lekker gaat. Niet doen dus, blijf bij je plan.

 

Wandelen is killing

De marathon begint natuurlijk pas echt wanneer je ongeveer op de helft bent, dus na een kilometer of 21. Van der Klein-Driesen: ,,Drink op tijd, eet op tijd. Ook dat is een kwestie van voorbereiding hè? Bedenk van tevoren wanneer je een gelletje neemt, maar ook hoe je een bekertje pakt en hoe je drinkt. Ga je stoppen of blijf je lopen? Ik adviseer iedereen te blijven lopen. De verleiding te gaan wandelen is groot als je moe bent. Blijf hardlopen, kies desnoods voor dribbelen. Wandelen is killing voor je eindtijd, weet ik uit ervaring.’’

Wel adviseert de sportpsycholoog om een plan B te hebben. Wat als het harder waait dan voorspeld? Wat als het kouder – of juist warmer – is dan vooraf gedacht? Wat als je simpelweg geen goede dag hebt, qua vorm? Je einddoel bijstellen, raadt Van der Klein-Driesen aan. ,,Ik snap het heus als je niet wilt bijstellen. Zelf had ik eens keihard getraind om binnen de 3.30 uur te finishen, het werd 3.31. Ik baalde. Maar als ik eerlijk ben, is 3.31 toch ook een prachtige tijd?’

 

© ANP

 

Feest

Terug naar de Man met de Hamer. Stel, je zit er na 35 kilometer finaal doorheen. Wat dan? Visualiseer, probeer je een volle Coolsingel voor de geest te halen. ,,En weet dat je bij 35 kilometer bijna in Crooswijk bent, waar het altijd één groot feest is. Heb je het echt moeilijk, waan je dan een toploper. Ga rechtop lopen en denk dat al die mensen speciaal voor jou gekomen zijn. Echt, het helpt, dat weet ik uit eigen ervaring.’’

Nog een tip voor wie na 37 kilometer niet meer kan: haal kracht uit eenvoudige sommen. Bedenk dat je nog maar 5 kilometer hoeft te rennen. Maar 5 kilometer! ,,Dat is een rondje om de Kralingse Plas, niet meer. Peanuts dus, in verhouding met al die kilometers die je al gemaakt hebt’’, lacht Van der Klein-Driesen. Natuurlijk zijn er mensen die zeggen: oké, ik stap uit. Volgend jaar is er weer een marathon. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. De sportpsycholoog denkt daar zelf anders over: de pijn die je voelt op de marathon is tijdelijk, de pijn van uitstappen duurt veel langer. ,,Ik pas liever mijn tempo aan dan dat ik uitstap.’’

De laatste 2 kilometer gaan als vanzelf. Je wordt hoe dan ook gedragen door het publiek, weet de Rotterdamse sportpsycholoog. En de Man met de Hamer is op dat moment ongetwijfeld een andere loper aan het lastigvallen…

© Giphy

Lees ook: 

Versterking voor TEAM Flow Mentale Training

Versterking voor TEAM Flow Mentale Training

Alleen ga je sneller, samen kom je verder! Het is fijn samen te sparren, ideeën te verzinnen en kennis en ervaring te delen of simpelweg met elkaar te lachen. We willen sportpsychologie toegankelijk en toepasbaar maken op het sportveld, de baan, de mat of in het water. Ons doel om de structurele mentale methode ‘DE MENTALE VELDTRAINING’ voor talentvolle sporters in te zetten bij talentencentra en BVO komt steeds dichterbij.

Ons team wordt versterkt door:

Hillie Heinsbroek

 Ik ben Hillie (1984). In 2007 heb ik de Fontys Sporthogeschool afgerond. Sindsdien ben ik tien jaar werkzaam geweest als docent Lichamelijke Opvoeding op een VMBO school. Ondertussen heb ik mijn master Bewegingswetenschappen gehaald. Ik ben in 2017 begonnen met de Postacademische Opleiding tot Praktijk Sportpsycholoog. Na het behalen van al mijn vakken ben ik net begonnen met het begeleiden van sporters. Mijn eigen achtergrond ligt in de roeisport, waar ik als stuurvrouw (en later als coach) vele landelijke wedstrijden heb mogen sturen (en coachen). Momenteel doe ik op recreatief niveau aan triathlon.

Ik houd van werken met groepen en werken met jeugd. En het is voorrecht te morgen werken met individuele sporters die gemotiveerd zijn om zichzelf op mentaal vlak te ontwikkelen.

Mijn waarden zijn persoonlijk, verbinding en verantwoordelijk. Vanuit deze waarden en met mijn achtergrond als sportdocent hoop ik dan ook een aanvulling te kunnen zijn op Team Flow Mentale Training.

Hillie zal met haar didactische en sportpsychologische kennis vanuit Canada ons team helpen met de ontwikkeling van ‘De Mentale Veldtraining’.

Robert van Winden (Stichting WIN-WIN)

“Stichting WIN-WIN heeft als doel het stimuleren van (verdere) samenwerking in de topsport, zowel tussen partijen binnen de sportsector als tussen de sportsector en andere sectoren. Daarbij concentreert WIN-WIN zich met name op het onderdeel ‘talentontwikkeling’.  

Als onafhankelijke (vrijwilligers)organisatie, zonder specifieke eigen belangen, kan Stichting WIN-WIN zich vrij bewegen (‘tussen de linies spelen’) binnen zowel de sportsector als andere sectoren. Daarnaast kan zij als relatieve ‘buitenstaander’ met een frisse blik naar de sportsector kijken en buiten de bestaande kaders denken én handelen. Bovendien kan Stichting WIN-WIN al haar tijd en energie richten op één specifiek doel: Het stimuleren van meer samenwerking in de topsport, zonder daarbij afgeleid te worden door de ‘waan van de dag’.

Stichting WIN-WIN wil haar doel bereiken door het ontplooien van samenwerkingsinitiatieven én door partijen bij elkaar te brengen. Dit doet zij door combinaties tot stand te brengen, door bruggen te bouwen en door partijen met elkaar te verbinden. Daarbij draait het vooral om het nemen van initiatief, het pakken van kansen en het opstarten van kleinschalige projecten met als doel een ‘olievlekwerking’ te bewerkstelligen.

Stichting WIN-WIN richt zich bij haar werkzaamheden op een aantal thema’s. Eén daarvan is de ‘doelgroep topsportouders’ vanwege hun cruciale rol binnen de Nederlandse topsport, wat o.a. heeft geleid tot het oprichten van het ‘Netwerk Ouders sporttalenten’. Een ander thema betreft het meer toegankelijk maken van ‘mentale coaching’ voor (talentvolle) topsporters vanwege de vele kansen die er nog liggen op dit gebied.”

Flow Mentale Training en WIN-WIN gaan samen voor 1 + 1 = 3 voor talenten, coaches en sportouders.
Op de planning van 2019 staat:
–  Bijscholing(en) voor topsportouders vanuit Netwerk Ouders Sporttalenten en Rotterdam Topsport;
–  Dag van de Sportpsychologie organiseren over de praktische toepassing van sportpsychologie;
–  Een boek voor sportouders.

Danny Otto

Mijn naam is Danny Otto (23). Ik ben geboren in Delft.Ik studeer Pedagogische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (Bachelor 3). Ik ben zeer geïnteresseerd in opvoeding en psychologie in de voetbalwereld.

Daarnaast ben ik actief als groundhopper om in het binnen- en buitenland de voetbalcultuur te proeven. Deze ervaringen gebruik ik om inspiratie op te doen voor mijn eigen handelen en visie in de toekomstige beroepspraktijk.

Vanaf maart ga ik stage lopen bij Flow Mentale Training.

 

Danny gaat onderzoek doen gericht op ‘optimaal mentaal coachen’ voor sportouders. Hij helpt mee in de ontwikkeling van pedagogische vaardigheden voor op het voetbalveld in de werkgroep: ‘Mentaal Sterk Voetballen.’

Natnael Meij

Hoi,Ik ben Natnael Meij.
Ik ben 16 jaar en woon in Schoonhoven. Ik zit op het Thorbecke Voortgezet Onderwijs VMBO voor Sport en Dans  in Rotterdam. Atletiek is mijn passie! Mijn favoriete afstanden zijn de 400 meter en de 800 meter. Ik train 7 keer per week en train bij Avantri en in Rotterdam bij ATR ( Atletiek Trainingscentrum Rotterdam).Dat is een regionaal trainingscentrum voor jonge talenten die later door willen groeien naar de top. In Mei mag ik stage lopen bij Danielle. Erg leuk! Ik heb er veel zin in.

Natnael gaat talentvolle atleten en hun coaches interviewen, waarbij hij nagaat waar ‘atleten’ mentaal tegenaan lopen:
– Hoe bereiden atleten zich mentaal voor?
– Welke mentale belemmeringen ervaren zij?
– Wat doen ze eraan en wat hebben ze nodig?