Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Sportouders storen zich aan de club en de coaches. De kinderen lopen risico in hun plezierbeleving, door onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen van zichzelf en hun omgeving. Flow Mentale Training heeft hier een innovatieve oplossing voor bedacht.

De jury heeft de relevantie van uw subsidieaanvraag voor het programma en de subsidieoproep beoordeeld. Het topteam sport heeft dit oordeel overgenomen. Het eindoordeel over de relevantie van uw subsidieaanvraag luidt: zeer relevant. De jury heeft een eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag gegeven. Het eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag luidt: goed.
Met het winnen van de Nationale Sportinnovator Prijs kunnen wij dit innovatie-idee ontwikkelen en uitvoeren bij S.B.V. Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy voor de ouders, trainers en kinderen (9-12 jaar) en testen voor verdere verspreiding bij clubs, bvo’s en talentencentra.

Sport in Perspectief

“Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn gaat niet in een rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille,” aldus judoka Mark Huizinga.

In de praktijk blijkt het moeilijk om sport in perspectief te blijven zien want:

  • Sport draait om resultaat en levert status op. Er wordt gemeten wie de snelste is, de uitvoering het beste laat zien of het meeste scoort. Heb je een hoger prestatieniveau, kom je op het podium, krijg je een glimmende beker of medaille en wordt er hard voor je geklapt. Bij mindere resultaten krijg je een vaantje of helemaal niets;
  • Er wordt op dit moment stevig gediscussieerd over selectiesystemen, want selecteren op jonge leeftijd kan extra druk veroorzaken.
Ik ben van mening, dat het belangrijker is de kinderen en hun omgeving te leren omgaan met winst en verlies;
  • Elke club heeft zijn eigen beleid en nauwelijks budget een passende oplossing te bieden;
  • Relativeren op basis van de (neutrale) wedstrijdsituatie vinden ouders moeilijk. Veel van de
    problemen bij ouders ontstaan, wanneer zij van een oefensituatie (wat wedstrijden bij jonge kinderen nog zijn), een professionele prestatie maken. Dit gebrek aan kennis en inzicht kan zorgen voor frustratie over beslissingen van een coach of scheidsrechter. Atletiekmoeder die vrijwillig jureert: “Sommige ouders gaan een hele discussie aan over een centimetertje meer of minder bij verspringen.” ;
  • Een belangrijk kenmerk van sporters van de doelgroep 9-12 jaar is prestatiegerichtheid. De emoties die dit oproept bij de kinderen heeft zijn weerslag op de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ouders. Wat doe bijvoorbeeld je als je kind met haar racket gaat gooien of zichzelf uitscheldt op de tennisbaan?

Wanneer mijn zoon voor de zoveelste keer uit z’n pan gaat tijdens een potje tafeltennis, vraagt ons  buurmeisje: “Wat vind je belangrijker: Gezellig spelen of ongezellig winnen.” Mijn zoon van tien jaar zegt: “Ongezellig winnen natuurlijk.”

Gedragsverandering gaat pas plaatsvinden wanneer ouders, kinderen en de trainers zich aangesproken voelen en echt de noodzaak zien zelf te veranderen.

Sportouderadviezen werken onvoldoende in de praktijk

Ouders weten de tips echt wel als: ‘Plezier gaat voor presteren’, ‘Geen coaching’, ‘Moedig alle kinderen aan’, ‘Geef zelf het goede voorbeeld’. De praktijk’ blijkt moeilijker in regels te vatten, bijvoorbeeld:

  • Ouders leggen (onbewuste) druk door hun aanwezigheid en/of kleine opmerkingen. Een jonge voetballer zegt: “Mijn vader legt enorme druk op mij.” Ik vroeg: “Wat doet hij dan?” “Mijn vader zegt altijd ‘Doe je best’ en als hij dat zegt dan weet ik dat ik het goed moet doen.”
  • Het geeft rolverwarring, wanneer alleen een ouder mee gaat naar de wedstrijd en geen trainer. Een tennisvader vraagt mij: “Wat mag ik dan wel zeggen?”
  • De leeftijdsgroep 9-12 jaar heeft vaak jonge trainers. Dit kan de balans verstoren. Atletiekvader: “Ik heb met mijn zoon de zevenpas geoefend voor balwerpen. Zijn trainster wil dat niet. Wat weet zo’n meisje van zestien daar nu van? Ze is nog zo jong, wat weet zij van al die onderdelen?”
  • Kinderen van deze leeftijd kunnen ouders verleiden tot het niet naleven van de regels, door voortdurend naar de kant te kijken of verstoord (prestatie)gedrag te laten zien (materiaal gooien, schelden, geen initiatief). Een tennismoeder: “Voor de wedstrijd adviseer ik mijn zoon rustig te blijven en te doen wat de trainer heeft gezegd. Hij weet ook als ik wegloop, dat het niet is omdat ik boos ben, al ben ik dat soms wel.”;
  • Alle ouders willen het beste voor hun eigen kind. Een voorbeeld uit eigen koker: Mijn dochter zat steeds de helft van de wedstrijd aan de kant met korfbal, wat ze onprettig vond. Een aantal teamgenoten speelden altijd de hele wedstrijd. “Dan hadden we net zo goed naar de camping kunnen gaan,” was mijn gedachte. “Het is de D1, denkt de trainer dat hij in de Champions League finale staat of zo…..,” was mijn ongenuanceerde commentaar.

Yvonne van Gennip (schaatsen): De druk kwam vooral bij mijzelf vandaan, omdat ik van mijzelf zoveel moest. Dat is een karaktereigenschap. Elke training was voor mij ook een wedstrijd, want het moest perfect.

Samen op het veld, de baan of de mat

‘Sport in Perspectief’ is een pedagogische methodiek die zorgt voor blijvende gedragsverandering, doordat ouders, sporter en de coach op het veld, de mat of de baan getraind worden tijdens de ‘normale’ fysieke training.

Ouders, sporters en de trainer krijgen de kans zich uit te spreken en worden gelijkwaardige partners.

Kijk en handel in perspectief
De ouders krijgen ‘kijk- of doe in perspectief opdrachten’. Bij een kijk-opdracht observeren de ouders de spelsituatie vanuit ‘inzet en spelbeleving’ en dat doen ze vlak in de buurt van hun kinderen. Bij een doe-opdracht komen ze in actie. Zo moeten ze bijvoorbeeld hun kinderen afleiden. Daarbij zal veel gelachen worden, maar het is ook confronterend. Het effect van aanwezigheid van ouders wordt zichtbaar. De jonge sporters ontdekken hoe vaak ze naar hun ouders aan de kant kijken en mogen aangeven wat helpt en stoort. De coach en de ouders kunnen vragen stellen en elkaar advies geven. Samen maken ze afspraken. 

Klaar voor de start.

Er staat een ambitieus en professioneel team klaar Sport in Perspectief te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020) en uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021). We gaan dit doen bij SBV Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy. Er worden mentale trainingen gegeven. Er komt een online-trainingsprogramma met daarin didactische- en pedagogische vaardigheden voor de coach. Een toolkit voor de sportouders met digitale kaarten waarbij het leerdoel visueel wordt samengevat. En er komt een boek waarmee ouders leren oordeelvrij te ‘kijken’, ‘luisteren’, ‘vragen’ en‘handelen’. Met daarin een eerlijk verslag van topsporters, talenten, ouders en coaches.  Dit vernieuwde perspectief zorgt dat de focus meer op ontwikkelen en leren ligt, in plaats van resultaat. 

‘Sport in Perspectief’ draagt bij aan een veilig sportklimaat op de club, waarbij presteren en plezier samen gaan.

Marjan Olyslager (atletiek): “Mijn grootste tip aan sportouders is ‘Blijf in de buurt’. Meeste ouders hebben geen idee. Zij gaan ervan uit dat de trainer het weet. Zorg dat je als ouder genoeg op de hoogte bent en vragen kunt stellen. Wees kritisch: Als een trainer je aan de kant laat, is het geen ‘goede’ trainer. Zorg dat er ruimte is voor jou en maak dat ‘driehoekje’: ouders-sporter-trainer.”

Dankjewel voor jullie trouw en steun: Ferry de Haan en Marco van Lochem (S.B.V. Excelsior), Martijn Belgraver en Madeleine MacDonald (Intime Tennis Academy) , Martin Blok en Paula Siersma (PAC Atletiek), Jan Tromp (Rotterdam Topsport), Angela Verkerk (Dordrecht Topsport), Marita Verkaik (Rotterdam Sportsupport), Brian Godor (Erasmus Universiteit ‘Pedagogische Wetenschappen’),Marcel van der Kuil (BBO), Bram Bakker (Uitgeverij Lucht), Yara Rietdijk (Flatland Visual Thinking), Hans van Nieuwpoort (VerdwaalNiet), Eveline Folkerts (gz- en sportpsycholoog), Hendrik Jan Hoogendoorn (Boer Hendrik), Egbert van den Bergh, Ewout van Kooten (Van Kooten administratie) en het Team van Flow Mentale Training: Lianne den Haan, Hillie Heinsbroek, Robert van Winden (Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten), Danny Otto en Tatyana Izelaar.

En mijn gezin: Michel, Juliëtte en Veron.

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Flow Mentale Training doet mee voor de Nationale Sportinnovatieprijs 2018, die als thema heeft ‘Mind your fitness”. Het idee van de innovatie is ‘De Leerlijn Mentaal Topsport’.

Deze leerlijn voor talenten van 12 t/m 17 jaar is toegespitst op de mentale aspecten die een rol spelen bij presteren zoals:

  • Omgaan met stress en teleurstelling,
  • mentaal herstel en het behoud van zelfvertrouwen,
  • concentratie en optimale spanning.

Sportpsychologische theorie vanuit het boek GAS en REM in de sport. Mentaal Sterk Coachen, komt terug in fysieke trainingsvormen waarbij de talenten op hun eigen sportplek ervaren wat ‘presteren onder druk’ is. 

De Leerlijn Mentaal Topsport is een mentaal coaching programma voor sporters, dat net als bijvoorbeeld conditietraining een vast onderdeel van de trainingsopbouw is. De inhoud wordt aangepast aan de sport en ontwikkelingsniveau/leeftijd van de talenten.

Concreet betekent dit dat de sportpsycholoog naast de coach staat: op het veld, op de baan of langs het bad. Ze staan letterlijk naast elkaar en vermenigvuldigen zo hun kennis, zodat de talenten in hun eigen trainingstaal- en omgeving hun mentale weerbaarheid trainen. Wanneer ze achttien jaar zijn, is hun lichaam en geest klaar voor topsport op mondiaal niveau. 

Als jonge topsporter sta je onder druk

Stel je wilt profvoetballer worden of de nieuwe Daphne, Kiki, Ranomi, Sven of Epke en je komt in een RTC, BVO of selectieteam. Je gaat vaker trainen en wordt uitgenodigd voor trainingsstages, wedstrijden in het buitenland. Je ouders rijden je overal heen en investeren geld en tijd in je sport. Je gaat naar trainingen op Papendal en doet mee met de selectiedagen voor Jong Oranje. Er zijn ranking-systemen die bepalen of je in het team blijft of afvalt. De verwachtingen zijn vaak hoog. Je moet je diploma halen op school en daarvoor plannen en organiseren. Week in, week uit wordt het uiterste van je gevraagd. De coaches willen inzet zien en dat je ervoor gaat. Je ouders ook. Soms moet je afvallen, gespierder worden, meer bewegen, feller zijn, je vaker laten horen, samenwerken, verder springen. De lijst van eisen is eindeloos. Je moet plezier hebben en vooral je best doen. Sowieso heb jij al een grote drive vanuit jezelf. Van jongs af aan, wil je al winnen met alles en het liefst geen fouten maken. Je wilt je ouders en je coach niet teleurstellen en baalt er zelf ook van als het minder gaat. Falen of mogelijke missers blijven soms door je hoofd spoken.

In topsport verlies je vaker dan je wint, lees ik in een artikel van oud-topsporters Stefan Groothuis, Minke Booij, Peter Blangé en Esther Vergeer. Dat kan een deuk in je zelfvertrouwen geven………. 

Die deuken mogen wij als sportpsychologen repareren. Dat lukt gelukkig vaak. Soms moet ik doorverwijzen naar een collega sportpsycholoog met een klinische achtergrond, omdat de deuk al te diep is. Die deuken zijn in mijn optiek vaak te voorkomen. Wanneer sporters structureel leren hoe zij met ‘de prestatiedruk’ om moeten gaan en zowel de coach als ouders inzicht hebben, welke rol zij hierin spelen.

Sportpsycholoog zichtbaar en benaderbaar
Het aanleren van mentale vaardigheden wordt al breed erkend. Echter de mogelijkheden om hiermee als sportpsycholoog aan de slag te gaan, beperkt zich meestal tot incidentele bezoeken. Met de sportinnovatieprijs hoop ik daar in heel Nederland verandering in te brengen. Wel vanuit de visie van Team NL: De coach staat centraal, want die zorgt voor de vertaalslag op de sportplek. Voor topsporters binnen een High Performance programma van een CTO, BVO of talentenacademie wordt het normaal dat er met regelmaat een sportpsycholoog in trainingskleding aanwezig is, die net als de conditietrainer een vast onderdeel van het begeleidingsteam is.

Het geeft en positief effect op de lange termijn voor de sporters, coaches en ouders. Frustratie en agressie vermindert, focus en vertrouwen groeit. Dit zie je terug in de medaillespiegel. 

De Leerlijn Mentaal Topsport

Iedere maand staat een ander mentaal thema centraal. De coaches en de ouders worden getraind, zodat zij leren hoe zij door hun pedagogisch handelen het prestatiegedrag van het talent positief beïnvloeden. De inhoud van het mentale trainingsprogramma sluit aan op de ontwikkelingsfases van de sporter:

  1.  12-13 jaar Vroege adolescentie (puberteit): Basis. Wie ben ik?
    Trainen omvang en belastbaarheid.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Overgang van basisonderwijs naar de middelbare school;
    – Start van een periode van lichamelijke en hormonale verandering.
    Ontwikkelen: Zelfinzicht.
  2. 14-15 jaar Midden adolescentie: Verdieping. Wat beslis ik?
    Trainen voor hoog niveau.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – (Dis)balans school, topsport, hobby’s, vriendschappen;
    – Lichamelijke en hormonale verandering;
    Ontwikkelen: Zelfdiscipline.
  3. 16-17 jaar Adolescentie (voor volwassenheid): Verrijking. Waar wil ik heen?
    Trainen om te presteren.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Schoolexamen;
    – Gedragsverandering c.q volwassen worden.
    Ontwikkelen: Zelfsturing.

Flow Mentale Training Danielle van der Klein-Driesen

Het is een plan dat wat betreft opzet en omvang nooit ingezet is. Wel heb ik zelf (een deel van) de inhoud uitgevoerd bij S.V.B. Excelsior, Intime Tennis Academy en de Karate Bond. Zij bieden de kans om de kwaliteit van de inhoud te verfijnen en te verbeteren. 

Inhoud:

Aan het begin van de maand wordt één keer de mentale training verwerkt in de fysieke training, waarbij de coach en de sportpsycholoog de training samen geven. De coach krijgt een samenvatting met: Het doel, de theorie, de didactische opbouw en oefenvormen. In een kort overleg wordt afgestemd wat de belangrijkste mentale punten zijn van de training en worden ideeën gedeeld om de mentale vaardigheden fysiek inzichtelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door: resultaatgerichte oefeningen, groepsdruk of samenwerkingsopdrachten. De rest van de maand houdt de coach het mentale thema als rode draad voor zijn eigen trainingen. De talenten krijgen zo de kans de mentale vaardigheden te oefenen en in te slijpen.

De op het eerste gezicht eenvoudige fysieke oefenvormen worden doelmatig ingezet voor het aanleren van mentale vaardigheden. Er is gedurende het seizoen een opbouw met: 

  1. Diagnostiek: Mentale screening;
  2. Interventie: Toepassing mentale vaardigheden;
  3. Evaluatie: Terugkoppeling en bijsturen.

De nationale Sportinnovator Prijs 2018: Mind your fitness

Er zijn negenendertig innovatieve ideeën ingediend. 4 december wordt de uitslag bekend gemaakt.

Het innovatie idee: De Leerlijn Mentaal Topsport word gesteund door:

  • Rotterdam Topsport
  • Dordrecht Topsport
  • Nederlandse Volleybal Bond
  • Regionaal Talenten Centrum Volleybal
  • Karate Bond
  • LOOT-school Thorbecke Voortgezet Onderwijs
  • Stichting Betaald Voetbal Excelsior
  • Intime Tennis Academy
  • Hockeyvereniging Leonidas
  • Geoffrey Berens Coaching

 

Nu de jury van de Nationale Sportinnovator Prijs 2018 nog…..

Tennisouder, je zal het maar zijn

Tennisouder, je zal het maar zijn

Na de wedstrijd in de auto, zegt een jonge tennisster tegen haar moeder: “Als jij je hand door je haar doet, dan verlies ik altijd.”

Je noemt dit een externe attributie. De sporter legt de oorzaak buiten zichzelf en in dit geval is ‘heel veilig’ haar moeder de pineut. De functie hiervan is, dat dit prettiger is voor je eigen zelfbeeld. Het ligt het niet aan jou.

Het is een voorbeeld die ik kreeg van de mentale training voor ouders bij de Intime Tennis Academy. We bespraken: Waar loop je als tennisouders tegenaan? Wat kunnen de tennissers zelf leren? Wat doe je als ouders thuis en bij trainingen en wedstrijden?

KIJKEN NAAR JE KIND

Stel je voor. Je gaat morgen naar je werk en op drie meter afstand zit jouw vader of moeder naar je te kijken hoe je het doet. Ze zeggen niets, ze kijken alleen maar. In de auto terug geven ze nog een kleine aanwijzing….Had je niet…..

Bij tennis kun je van heel dichtbij uren naar de prestaties van je eigen kind kijken. Bij wedstrijden, maar ook met (privé)trainingen. Je wordt daardoor als ouder, een expert in het analyseren van het prestatiegedrag van je kind. Je ziet precies: ‘Hij let op, ze gaat lekker, ze zakt in, hij is gefrustreerd, onnodige fout of prachtige actie.’ Bij teamsporten zoals voetbal of hockey kijk je ook naar de prestaties van je kind, maar de lading wordt verdeelt met de andere spelers, wat echt anders is.

Juist als je er zo dicht op zit krijg je veel van de emoties van je kind mee. Daarom is het zinvol om soms wat afstand te nemen. Ga bijvoorbeeld zelf lekker hardlopen tijdens de trainingen of doe even de boodschappen en kijk alleen de laatste tien minuten, dan heb je toch de sfeer geproefd.

LOSKOMEN VAN JE OUDERS

“Dan trekt mijn vader zijn wenkbrauwen op,” vertelt een vijftienjarige tennisster.

Rond elf, twaalf jaar maken kinderen zich meer los van hun ouders. Er ontstaat meer zelfstandigheid. In topsport zie je dat dit proces anders kan verlopen, omdat kinderen soms meer tijd met met één of beide ouders doorbrengen, in de auto en bij toernooien. Anderen wonen een gedeelte van de week buitenshuis in een gastgezin, waardoor ze juist weer minder tijd met hun ouders doorbrengen.

Wanneer je je kind veel ziet is dat prachtig, maar moet je ook zorgen dat je je kind af en toe los laat. Als je kind meerdere dagen afwezig is, vraagt dat ook wat van je als opvoeder. Je geeft meer sturing op afstand. Blijf goed navragen hoe het gaat. Accepteer dat je af en toe de lading van de week over je heen krijgt. Dat is omdat je als ouders de meest veilige plek bent, waar ze echt zichzelf durven te zijn.

Eten en rust

Bij het ouder worden, zal je kind zich meer afzetten. Dat is heel gezond, maar ook ingewikkeld, bijvoorbeeld als het om voeding en rust gaat. Dus wanneer je als vader of moeder zegt: “Neem een banaan mee,” dan zegt hij: “Dat maak ik zelf wel uit.” Het gaat hierbij niet om die banaan, maar gewoon dat hij het anders wil, dan dat jij dat wil.

Leg daarom op een keer op een rustig moment (niet vlak voor vertrek) uit wat de voordelen zijn van goed eten en slapen en wat de invloed is op presteren. Ze mogen ook een keer op hun ‘bek’ gaan bij een wedstrijd en het verschil ervaren van te weinig eten of drinken. Dan maak je de tennisser zelf verantwoordelijk en haal je het bij jezelf weg.

GAS en REM

In de puberteit gebeurt er van alles in het brein, waarbij emoties en onzekerheden soms de boventoon voeren. Bij belangrijke toernooien worden mentale belemmeringen zichtbaar. “WAAROM BEN IK GEBOREN,” riep een jonge speler tijdens het NJK. “NEEEE”, “SLECHT” het zijn zomaar wat kreten. Ik vroeg een trainer wat hij tegen zichzelf zei, als het niet liep: “STEEK JEZELF IN DE FIK,” zei hij. Tennis heeft een hoog drama-gehalte. Je ziet het GAS en de REM terug:

De gassers: roepen harde kreten, slaan meerdere ballen achter elkaar achter de achterlijn, tikken met hun racket, weten niet meer wat te doen (strategieloos).

 


De remmers knokken ‘onzichtbaar’ vooral in hun hoofd. Je ziet dit doordat hun spel lijkt stil te vallen, alsof iemand de batterijen eruit haalt. Dit kan ook ineens in de laatste set zijn. Ze denken te veel na. Doordat de energie vooral naar de hersenen gaat, is er minder over voor het lijf. Het tempo is eruit.

Voor ouders soms onbegrijpelijk om naar te kijken. Je kunt wel wat doen:

Bij de gassers:

  • Blijf zelf rustig, door: Op tijd te vertrekken, je eigen zenuwen onder controle te houden. Na de wedstrijd even te wachten, zodat je kind zijn eigen emoties kan verwerken.;
  • Blijf neutraal, bijvoorbeeld over de tegenstander. Dus je moet tegen…. ,zonder dat je daarbij aangeeft ‘Het wordt een makkie, ‘Dat is die met die rare vader’, of ‘Zij speelt altijd vals’;
  • Bespreek op een rustig moment welk (prestatie)gedrag je verwacht. Een racket op de grond rammen lucht heel kort op, maar kost geld en je gaat er op de lange termijn slechter van spelen.

Bij de remmers:

  • Geef zeker vooraf zo min mogelijk aanwijzingen en tips, want daarvan schieten ze in de ‘denkstand’;
  • Achteraf vinden de meeste remmers het wel fijn om over de wedstrijd te praten. Probeer de focus te krijgen naar de goede momenten en wat hij toen deed;
  • Een beetje humor helpt om uit de analysestand te komen en te relativeren.

De kracht van gassers is dat ze doorknokken. Power en pit is nodig voor optimaal presteren. De kracht van de remmer is juist het analytisch vermogen en planmatig kunnen denken. Ik heb gemerkt dat ze vaak ook goed kunnen visualiseren. Dus het ‘gewenste’ plaatje voor zich zien en dat daarna uitvoeren.

VERWACHTING VAN PA OF MA

“Zij hoeft niet te winnen, zolang ze maar haar best maar doet.” De focus van winst wordt dan verlegd naar inzet. Of naar gedrag “Als hij maar rustig blijft.” Die inzet en dat rustig blijven, wordt dan zo’n ding die steeds meer aandacht krijgt. Terwijl je wilt meer focus op het ‘genieten van de strijd’.

Vader en moeder verschillen ook wel. Vaak zie ik, dat één van de twee ‘heel fanatiek en winst gericht’ is en de ander wat meer met ‘de voeten op de grond, het moet wel leuk blijven’. Dat zorgt voor evenwicht, maar het is maar net wie er mee is, welke boodschap je kind meekrijgt.

Effect van het roepen
Ga er maar vanuit dat alles wat je roept effect heeft. Dus bij 4-3 “Come on” roepen kan stimuleren, maar ook afleiden, omdat je kind vaak zelf weet welke punten belangrijk zijn. Wanneer jij ‘gewoon kijkt,’ zal je kind minder naar de kant kijken voor bevestiging (want dat leidt af). Als ik ouders spreek weten ze vaak heel de wedstrijd uit hun hoofd. Al die informatie mag je voor jezelf houden. Benoem waar het goed ging, want dat gedrag wil je vaker zien.

Blijf positief en neutraal:

  • Stel open vragen: “En……” “Wat vond je zelf?”;
  • Houd je eigen emotie in, bijvoorbeeld of de bal in of uit is;
  • Liever ook niet hardop met andere ouders het niveau van de wedstrijdleiding bespreken (“Die gast kan er niets van.”) Je wilt dat je kind doorgaat, moet je het zelf ook doen.
  • Bespreek op een rustige middag met je kind zijn of haar ervaringen. Wat gaat goed, wat vind hij nog lastig, wat voelt hij daarbij? Vraag na hoe je daarin kan steunen. Benoem ook wat jezelf verwacht, wat betreft het uiten van emotie. Wat is je grens?
  • Bij jongere spelers kun je samen ademhaling oefenen. Helpt voor jezelf om rustig te blijven en je kind ook.
  • Stimuleer zelfstandigheid, laat ze zelf hun tas inpakken en als het mogelijk is zelf naar de tennisbaan fietsen;
  • Dikke duim bij winst en verlies.

PERFECTE PLAATJE

Moet het allemaal perfect als ouders? Gelukkig niet. Het is trial en error. En als je meerdere kinderen hebt weet je al, wat bij de één werkt, is voor de ander totaal anders.

Dat je er bent voor je kind is het allerbelangrijkste. Ze waarderen je, al zullen ze dat zeker niet altijd laten merken. Zo ben je samen een sterk team!

Boek GAS en REM

In het boek GAS en REM in de sport. Mentaal sterk coachen, lees je ervaringen en tips van topsporters, talenten, coaches, scheidsrechters en ouders. Met vanuit de tennis onder ander Raemon Sluiter.

 

De mentale wipwap van tennis

De mentale wipwap van tennis

Afgelopen weekend was ik bij het JRT in Spijkenisse. Het Jeugd Ranglijst Toernooi, waarbij de naam van het toernooi het belang van ‘resultaat moeten leveren’ goed weergeeft.

Jonge tennissers voelen de druk van het puntensysteem. Het zorgt ervoor dat er op alle banen strijd geleverd wordt. Soms in stilte, hier en daar met wat gekreun en met mooie kreten als

“Wat doe ik hier?”, “Waarom nu?”, “Waarom ik?”, “Neeeeeee.”

Toeschouwer aan de kant

Ik zat samen met trainers en ouders te vernikkelen aan de kant, want het was koud en regenachtig. Toch had ik een prachtige dag, omdat het spannende partijen waren.

Tennis werkt als een wipwap. Waarbij eerst speler A de meeste punten maakt en er lekker ingaat. Dan drinken de spelers wat tijdens de wissel en ineens kan alles anders zijn. Speler B scoort de punten en speler A frustreert zich, want hij was zo goed begonnen. Dan denkt speler A: “Het zal mij toch niet gebeuren” en hij knokt zich weer terug. Wanneer spelers even sterk zijn zou je verwachten dat de wipwap in evenwicht blijft, doordat beide spelers punten maken. Vaak zorgt ‘het mentale aspect’ voor het plotsklaps omslaan in wie de sterkste is.

Evaluatie na iedere slag

Tennis geeft tijdens de wedstrijd veel ruimte tot nadenken. Ter vergelijking als zwemster Ranomi Kromowidjojo het water in duikt voor een vijftig meter vrije slag, dan dan heeft zij bij het aantikken van de overkant 1 moment waarbij zij voor zichzelf nagaat: “Dit was goed of dit was minder.” Tennissers doen deze evaluatie continu. Zeker als het minder gaat, zijn zij zich na elke bal bewust van het niveau van de slag. Hierdoor ligt paniek of frustratie op de loer.

Zo hoorde ik een speler die z’n trainer vroeg: “Wat moet ik doen?” Waarop het logische antwoord van zijn trainer was: “Door het midden.”

Emotionele brein (GAS) en rationele brein (REM)

Het rationele brein waarbij je planmatig handelt lijkt bij deze speler even uitgeschakeld. Dit is het brein waarbij je logisch redeneert als: “Zijn backhand is zwak, dus ik sla vaker op zijn backhand.” Doordat het emotionele brein overheerst zie je dat er minder beheersing is in de slagen. De bal ’gewoon’ binnen de lijnen slaan wordt dan heel moeilijk.

Andersom zag ik ook. Een rationeel brein op volle toeren, waarbij een speler zoveel nadacht, dat dit alle energie uit haar lijf trok en zij stil leek te vallen. Waarbij zij in de eerste set er vol voor leek te gaan en in de tweede set het volledig uit handen gaf.

Mentale tip:

Wanneer je merkt dat paniek of frustratie toeslaat is er in principe weinig aan de hand. Immers met tennis is de wedstrijd pas klaar na de allerlaatste bal.

  • Zorg dat je weet hoe jij je rust weer terug krijgt. Dit kan door ademhaling, maar ook door als een schaker kort na te gaan, HOE je het volgend punt wil maken;
  • Als je in te veel in de ‘denk-modus’ zit, kun jij jezelf weer aanzetten door: op je benen te slaan, te bewegen en activerende zelfspraak, zoals: “Beweeg, actie, knallen.”
Misschien wordt het voor ons als toeschouwer, dan wel heel saai om tennis te kijken, maar voor jezelf een stuk relaxter.

Het Boek GAS en REM in de sport

In het boek GAS en REM in de sport. Mentaal sterk coachen lees je ervaringen en tips van topsporters, talenten, coaches, scheidsrechters en ouders.

 

Concentratie tennis met filmopnames

Concentratie tennis met filmopnames

Voor de tweede keer opnames van de mentale training bij Intime Tennis Academy voor de documentaire ‘De Maakbare Mens’ van Menna Laura Meijer.

Op de baan zijn mooie trainingen waarbij de Roche Silvius (inspanningsfysioloog) en ik (sportpsycholoog) fysiek en mentaal koppelen. Deze keer ging over aandacht richten en afleidingen negeren.

Je concentratie is nooit weg, maar kan wel op het verkeerde target gericht zijn.

Intern: Wat je denkt en tegen jezelf zegt (het gaat voor geen meter, wat een
domme fout, deze punt moet ik halen) en wat je hierbij voelt (onzeker,
gefrustreerd);

Extern: Wat je hoort en ziet om je heen (tegenstander, publiek, scorebord)

Richt jouw aandacht

De spelers oefenden met aandacht richten:

  • Spiegelen waarbij de tennissers keken naar beweeggedrag van de ander;
  • We maakten ze gek met resultaatgerichte opdrachten;
  • We maakten gebruik van een beetje groepsdruk.

Dat is vaak lachen, maar het gaat wel ergens om.

Richt je op informatie die ertoe doet

1. Besluit dat jij je gaat concentreren;
2. Focus op 1 aandachtspunt;
3. Je bent geconcentreerd als je precies doet wat je denkt;
4. Je bent afgeleid als je bezig bent, met dat wat buiten jou controle ligt;
5. Als je nerveus wordt richt jouw aandacht dan extern (kijk naar beweeggedrag of de balbaan).

Met cameraploeg ‘gewoon je ding doen’, dat is sowieso al trainen in concentratie.
Jij hebt de leiding op de baan

Jij hebt de leiding op de baan

Sport is veel meer dan alleen je actie goed uitvoeren. Voor aanvang bij het binnenlopen van de zaal of het veld worden de eerste punten gescoord. Wees hier bewust van.

Zo ging ik een paar jaar terug, kijken naar verspringen bij het WK Atletiek. De atleten liepen keurig achter elkaar in een rijtje naar binnen. Op één atleet na. De latere wereldkampioen liep ongeveer tien meter achter de rest en gebaarde het publiek voor hem te applaudisseren.

Nog voor de wedstrijd liet hij zien ‘Hier ben ik’.

Mijn dag, ik bepaal wat er gebeurt!

Bij jonge sporters geldt eveneens ‘de wet van de sterkste’. Wie laat er zien dat hij of zij beter is, dan de ander. Wie houdt zijn hoofd recht bij fouten en toont power in zijn uitstraling.

Bij voetbal train ik soms jongens die haast ‘sorry’ zeggen, wanneer ze de bal opeisen. Terwijl het toch echt helpt, wanneer je in je houding en acties laat zien, dat het vanzelfsprekend is, dat jij er met die bal vandoor gaat.

Je tegenstander mentaal dwarszitten
Bij tennis vind ik dat spel helemaal mooi. Wie bepaalt, gaat wat geniepiger. Spelers die heel langzaam hun tas uitpakken, terwijl de ander al klaar staat. Hard ‘uit’ roepen, terwijl de bal toch echt ‘in’ was. De bal heel hard naar de tegenstander rammen, wanneer deze ballen nodig heeft om te serveren.

Afgelopen vrijdag heb ik tennissers getraind op ‘onverstoorbaarheid en power’.  Wat laat je zien wanneer je zelf de controle hebt? Je kunt jezelf sterk tonen, zelfs al voel je dat misschien niet altijd.

Jouw dag, jouw partij, jij bepaalt wat er gebeurt.