Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Sportouders storen zich aan de club en de coaches. De kinderen lopen risico in hun plezierbeleving, door onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen van zichzelf en hun omgeving. Flow Mentale Training heeft hier een innovatieve oplossing voor bedacht.

De jury heeft de relevantie van uw subsidieaanvraag voor het programma en de subsidieoproep beoordeeld. Het topteam sport heeft dit oordeel overgenomen. Het eindoordeel over de relevantie van uw subsidieaanvraag luidt: zeer relevant. De jury heeft een eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag gegeven. Het eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag luidt: goed.
Met het winnen van de Nationale Sportinnovator Prijs kunnen wij dit innovatie-idee ontwikkelen en uitvoeren bij S.B.V. Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy voor de ouders, trainers en kinderen (9-12 jaar) en testen voor verdere verspreiding bij clubs, bvo’s en talentencentra.

Sport in Perspectief

“Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn gaat niet in een rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille,” aldus judoka Mark Huizinga.

In de praktijk blijkt het moeilijk om sport in perspectief te blijven zien want:

  • Sport draait om resultaat en levert status op. Er wordt gemeten wie de snelste is, de uitvoering het beste laat zien of het meeste scoort. Heb je een hoger prestatieniveau, kom je op het podium, krijg je een glimmende beker of medaille en wordt er hard voor je geklapt. Bij mindere resultaten krijg je een vaantje of helemaal niets;
  • Er wordt op dit moment stevig gediscussieerd over selectiesystemen, want selecteren op jonge leeftijd kan extra druk veroorzaken.
Ik ben van mening, dat het belangrijker is de kinderen en hun omgeving te leren omgaan met winst en verlies;
  • Elke club heeft zijn eigen beleid en nauwelijks budget een passende oplossing te bieden;
  • Relativeren op basis van de (neutrale) wedstrijdsituatie vinden ouders moeilijk. Veel van de
    problemen bij ouders ontstaan, wanneer zij van een oefensituatie (wat wedstrijden bij jonge kinderen nog zijn), een professionele prestatie maken. Dit gebrek aan kennis en inzicht kan zorgen voor frustratie over beslissingen van een coach of scheidsrechter. Atletiekmoeder die vrijwillig jureert: “Sommige ouders gaan een hele discussie aan over een centimetertje meer of minder bij verspringen.” ;
  • Een belangrijk kenmerk van sporters van de doelgroep 9-12 jaar is prestatiegerichtheid. De emoties die dit oproept bij de kinderen heeft zijn weerslag op de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ouders. Wat doe bijvoorbeeld je als je kind met haar racket gaat gooien of zichzelf uitscheldt op de tennisbaan?

Wanneer mijn zoon voor de zoveelste keer uit z’n pan gaat tijdens een potje tafeltennis, vraagt ons  buurmeisje: “Wat vind je belangrijker: Gezellig spelen of ongezellig winnen.” Mijn zoon van tien jaar zegt: “Ongezellig winnen natuurlijk.”

Gedragsverandering gaat pas plaatsvinden wanneer ouders, kinderen en de trainers zich aangesproken voelen en echt de noodzaak zien zelf te veranderen.

Sportouderadviezen werken onvoldoende in de praktijk

Ouders weten de tips echt wel als: ‘Plezier gaat voor presteren’, ‘Geen coaching’, ‘Moedig alle kinderen aan’, ‘Geef zelf het goede voorbeeld’. De praktijk’ blijkt moeilijker in regels te vatten, bijvoorbeeld:

  • Ouders leggen (onbewuste) druk door hun aanwezigheid en/of kleine opmerkingen. Een jonge voetballer zegt: “Mijn vader legt enorme druk op mij.” Ik vroeg: “Wat doet hij dan?” “Mijn vader zegt altijd ‘Doe je best’ en als hij dat zegt dan weet ik dat ik het goed moet doen.”
  • Het geeft rolverwarring, wanneer alleen een ouder mee gaat naar de wedstrijd en geen trainer. Een tennisvader vraagt mij: “Wat mag ik dan wel zeggen?”
  • De leeftijdsgroep 9-12 jaar heeft vaak jonge trainers. Dit kan de balans verstoren. Atletiekvader: “Ik heb met mijn zoon de zevenpas geoefend voor balwerpen. Zijn trainster wil dat niet. Wat weet zo’n meisje van zestien daar nu van? Ze is nog zo jong, wat weet zij van al die onderdelen?”
  • Kinderen van deze leeftijd kunnen ouders verleiden tot het niet naleven van de regels, door voortdurend naar de kant te kijken of verstoord (prestatie)gedrag te laten zien (materiaal gooien, schelden, geen initiatief). Een tennismoeder: “Voor de wedstrijd adviseer ik mijn zoon rustig te blijven en te doen wat de trainer heeft gezegd. Hij weet ook als ik wegloop, dat het niet is omdat ik boos ben, al ben ik dat soms wel.”;
  • Alle ouders willen het beste voor hun eigen kind. Een voorbeeld uit eigen koker: Mijn dochter zat steeds de helft van de wedstrijd aan de kant met korfbal, wat ze onprettig vond. Een aantal teamgenoten speelden altijd de hele wedstrijd. “Dan hadden we net zo goed naar de camping kunnen gaan,” was mijn gedachte. “Het is de D1, denkt de trainer dat hij in de Champions League finale staat of zo…..,” was mijn ongenuanceerde commentaar.

Yvonne van Gennip (schaatsen): De druk kwam vooral bij mijzelf vandaan, omdat ik van mijzelf zoveel moest. Dat is een karaktereigenschap. Elke training was voor mij ook een wedstrijd, want het moest perfect.

Samen op het veld, de baan of de mat

‘Sport in Perspectief’ is een pedagogische methodiek die zorgt voor blijvende gedragsverandering, doordat ouders, sporter en de coach op het veld, de mat of de baan getraind worden tijdens de ‘normale’ fysieke training.

Ouders, sporters en de trainer krijgen de kans zich uit te spreken en worden gelijkwaardige partners.

Kijk en handel in perspectief
De ouders krijgen ‘kijk- of doe in perspectief opdrachten’. Bij een kijk-opdracht observeren de ouders de spelsituatie vanuit ‘inzet en spelbeleving’ en dat doen ze vlak in de buurt van hun kinderen. Bij een doe-opdracht komen ze in actie. Zo moeten ze bijvoorbeeld hun kinderen afleiden. Daarbij zal veel gelachen worden, maar het is ook confronterend. Het effect van aanwezigheid van ouders wordt zichtbaar. De jonge sporters ontdekken hoe vaak ze naar hun ouders aan de kant kijken en mogen aangeven wat helpt en stoort. De coach en de ouders kunnen vragen stellen en elkaar advies geven. Samen maken ze afspraken. 

Klaar voor de start.

Er staat een ambitieus en professioneel team klaar Sport in Perspectief te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020) en uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021). We gaan dit doen bij SBV Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy. Er worden mentale trainingen gegeven. Er komt een online-trainingsprogramma met daarin didactische- en pedagogische vaardigheden voor de coach. Een toolkit voor de sportouders met digitale kaarten waarbij het leerdoel visueel wordt samengevat. En er komt een boek waarmee ouders leren oordeelvrij te ‘kijken’, ‘luisteren’, ‘vragen’ en‘handelen’. Met daarin een eerlijk verslag van topsporters, talenten, ouders en coaches.  Dit vernieuwde perspectief zorgt dat de focus meer op ontwikkelen en leren ligt, in plaats van resultaat. 

‘Sport in Perspectief’ draagt bij aan een veilig sportklimaat op de club, waarbij presteren en plezier samen gaan.

Marjan Olyslager (atletiek): “Mijn grootste tip aan sportouders is ‘Blijf in de buurt’. Meeste ouders hebben geen idee. Zij gaan ervan uit dat de trainer het weet. Zorg dat je als ouder genoeg op de hoogte bent en vragen kunt stellen. Wees kritisch: Als een trainer je aan de kant laat, is het geen ‘goede’ trainer. Zorg dat er ruimte is voor jou en maak dat ‘driehoekje’: ouders-sporter-trainer.”

Dankjewel voor jullie trouw en steun: Ferry de Haan en Marco van Lochem (S.B.V. Excelsior), Martijn Belgraver en Madeleine MacDonald (Intime Tennis Academy) , Martin Blok en Paula Siersma (PAC Atletiek), Jan Tromp (Rotterdam Topsport), Angela Verkerk (Dordrecht Topsport), Marita Verkaik (Rotterdam Sportsupport), Brian Godor (Erasmus Universiteit ‘Pedagogische Wetenschappen’),Marcel van der Kuil (BBO), Bram Bakker (Uitgeverij Lucht), Yara Rietdijk (Flatland Visual Thinking), Hans van Nieuwpoort (VerdwaalNiet), Eveline Folkerts (gz- en sportpsycholoog), Hendrik Jan Hoogendoorn (Boer Hendrik), Egbert van den Bergh, Ewout van Kooten (Van Kooten administratie) en het Team van Flow Mentale Training: Lianne den Haan, Hillie Heinsbroek, Robert van Winden (Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten), Danny Otto en Tatyana Izelaar.

En mijn gezin: Michel, Juliëtte en Veron.

Sportplezier is ook houden van competitie.

Sportplezier is ook houden van competitie.

Vrijdag  kwamen alle trainers van Excelsior bij elkaar. We spraken over ‘voetbalplezier en het leveren van prestaties’. Na afloop van de training gingen we naar Excelsior-Almere. Excelsior won, dat vonden wij plezierig.

Plezier versus presteren 

Het geeft plezier te voetballen bij de jeugd van Excelsior. Dat is wat ik waarneem, wanneer ik aanwezig ben bij training en wedstrijden. De trainers zijn nauw betrokken bij de teams. Er is bereidheid te kijken naar de behoeftes van individuele spelers, wat helpt voor een positieve spelbeleving en het verbeteren van prestaties op teamniveau. Er wordt gelachen en hard gewerkt.

Bij mentale training wordt plezier gemaakt door spelelementen in de training te verwerken. De spelers oefenen hun mentale vaardigheden door te doen. Zodra er een ‘winstelement’ in komt, dan gaat de gedrevenheid omhoog. In dit filmpje zie je <15 afgelopen seizoen. Zij moesten kwartetten. Door te scoren konden zij materialen verzamelen. Met ‘vier compleet’ had je gewonnen. We hadden team Ramadan. Zij hadden niet gegeten, maar waren door hun doelgerichtheid en duidelijk afspraken zeer sterk. Er was een team die alleen maar bezig was de prestatie van de ander te verstoren. Hun eigen prestatie ging hierdoor ook naar beneden. Het team dat bezig was met zijn taak vanuit een korte teamafspraak ‘hier gaan we voor’ presteerde het beste.

 

 Sportplezier is ook houden van het competitie-element.

Onzekerheid

Voetbal is mooi en spannend, omdat je kunt winnen en verliezen. Daarmee kunnen dealen, hoort ook bij ‘sportplezier’. Bij een BVO komt er een individuele strijd bij:‘Ik wil mijn plek in het team behouden’. Ieder seizoen vallen er een aantal spelers af en komen er een paar nieuwe spelers bij. De spelers en hun ouders beseffen dat heel goed. Wanneer je iets heel graag wilt, ben je kwetsbaarder. Je wilt niet dat het mis gaat. Dit zorgt dat je harder je best gaat doen, wat het helpt je prestaties te verbeteren. Het kan ook zorgen voor twijfel, waarbij je je zorgen maakt:

  • Angst te falen: ‘Straks gaat het mis’;
  • Onzekerheid: ‘Ben ik wel goed genoeg?’ ‘Is de ander beter?’;
  • Perfectionisme: “Ik mag geen fouten maken’. ‘Het is nooit goed genoeg’. 

In prestatiegedrag zie je aarzeling van spelers terug bij: De duels (balverlies), verkeerde keuzes (positie en plaatsing bal) en tempo (vertraagd of chaos). De spelers merken dat hun spelniveau naar beneden gaat, wat voor extra vertwijfeling zorgt. Vaak krijgen ze dan commentaar van de trainer, andere spelers of ouders. Goed bedoeld advies (zeker wanneer de hele groep erbij is) kan hard binnenkomen, als bevestiging: ‘Zie je wel, ze vinden mij niet goed genoeg’. Sommige spelers gaan dan naar anderen wijzen, maar ‘hij deed……’ Hierdoor halen ze de lading van zichzelf af. 

Houden van strijd

Het is mooiste is, wanneer je spelers leert te gaan houden van de strijd en wennen aan het ongemakkelijke gevoel dat dit soms geeft. Zodat je spelers weten dat spanning erbij hoort. Dat de teleurstelling kan komen, dat je buiten het team valt, maar dat je evenveel waard bent.

Benoem datgene waar zij zelf invloed op hebben: inzet, elkaar positief coachen, kijken wie vrijstaat. Vraag na afloop of het gelukt is: hard te werken, te coachen en juiste keuzes te maken. 

Spelers die een beetje onzeker zijn verbloemen dit soms door nonchalant of juist stoer gedrag. Wanneer je deze spelers in de groep aanspreekt op fouten is dat voor hen extra ongemakkelijk. Daar kun je rekening mee houden. Wanneer je deze spelers 1 op 1 aanspreekt is dat voor hen prettiger. Vraag ook eens hoe ze zich erbij voelen. Mijn ervaring is, dat spelers daar  eerlijk over zijn, wanneer ze veiligheid voelen. Veiligheid bied je door vertrouwelijk met informatie om te gaan. Benoem dat ‘onzekerheid’ en ‘het perfect willen doen’ juist zinvolle eigenschappen zijn, die je helpen de details van je spel te verbeteren. Je wilt het gewoon heel graag goed doen. Wanneer je die gedrevenheid zinvol inzet kan dat juist iets extra’s geven.

Leer je spelers dat het heel nuttig is fouten te maken. Het brengt je een stap verder naar verbetering.

  • Zenuwen: ‘Mooi mijn lichaam is zich gereed aan het maken strijd te gaan leveren’;
  • Onzekere gedachten: Zie het als een soort spam in je hoofd, waarbij je zelf kiest of je het bericht opent of niet. Wanneer de gedachte komt: ‘Ben ik wel goed genoeg’ hoef je verder niets met deze informatie te doen;
  • Gedachten kunnen ze sturen doordat je ze drie belangrijke richtpunten meegeeft voor de wedstrijd:
    Ik ga…..
  • Perfectionisme: Zeg tegen jezelf: “STOP”, wanneer je merkt dat je jezelf zit af te zeiken. Wanneer je jouw kritische slimme blik handig inzet, weet je meer dan je tegenstander.

Winnen helpt je team plezier te geven. Het is de kunst je team plezier te laten houden, wanneer het even minder gaat.

Toen ik op mijn fietsje terug huis wilde gaan, kwam ik om de hoek van het stadion tussen knokkende supporters. Ze schreeuwden, gooiden met dingen, één liep met een ijzer staaf rond te zwaaien….de politie hakte er met hun knuppels vol op los. Jammer zo’n einde van een plezierige avond.

 

 

Lees ook:

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Scherp tot het laatste fluitsignaal. Voetballers train je concentratie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Tottenham BreinHutspot

De Tottenham BreinHutspot

Vreemdgaan. In Rotterdam leven we mee met Ajax.“Dit zijn van die leuke normale jongens,” zegt mijn vader. “Vaak heeft Ajax kapsones, maar deze spelers niet.” 

Zo’n verlies voel je in al je sportvezels. Ajax speelde op het hoogste podium met een prachtige onbevangenheid en lef. Daar kun je alleen maar bewondering en verwondering voor hebben. Mentaal valt er wat over te zeggen. Ik weet ook, dat het makkelijk lullen van de zijlijn is. 

Spelen onder druk

Ajax heeft zich bijzonder sterk getoond, doordat het tegen de grootste ploegen prachtig en avontuurlijk voetbal liet zien. Spelen op het hoogste niveau zorgt voor druk, door hoge verwachtingen vanuit de omgeving, zoals: club, media, publiek, familie. Maar ook vanuit de spelers en de coach, omdat ze het ‘zo graag willen’.

Grote druk leidt vaak af, doordat je als speler je niet optimaal op je taak richt en hierdoor de prestatie verslechterd.

Juist voorgaande wedstrijden deden ze dit heel knap, door ploegen en spelers te passeren met de allerhoogste status. 

De Tottenham Hutspot

Maar dan ‘de Tottenham Hutspot’. De tweede helft is een doorgestampte mengelmoes van ‘goed spel van de tegenstander’, ‘beetje pech, beetje geluk’ en aanvoelen dat ‘het spel zich tegen je keert.’ In de rust liepen verslaggevers Wilfred Genee en van de Gijp nog net geen polonaise. Het kan niet anders, dat er ook al een beetje euforie ontstond in die kleedkamer. Uiteraard werd uitgesproken en gedaan: Jongens, kop erbij houden we zijn er nog niet. De spelers  en de coach beseften dat ook zeker. 

Alleen dat gevoel, waarin je toch je al een beetje in die finale waant. Het vertrouwen door de 0-1 zeg in Londen. Het al na vier minuten scoren, zorgt voor opluchting over de marge die je hebt. Met 2-0 de rust ingaan en weten dat je de gevaarlijkste ploeg was. Dit alles wordt keihard onderuit gehaald met twee tegendoelpunten. Het zorgt voor een beetje kortsluiting in je brein en vertwijfeling in gedachten: ‘Wat gebeurt hier?’

Het Algemeen Dagblad schrijft: Na rust sloop de paniek in de benen van zijn ploeg, zichtbaar wankelde Ajax, en steeds meer power pompte Spurs in de meeslepende wedstrijd.

Wanneer er een nieuwe situatie ontstaat na de rust, vraagt dan aanpassing van de ploeg. Dat lukt niet. Daarbij gingen ze van Euforiegevoel naar Onrust: ’Shit, straks geven we het handen’. Ze creëerden kansen, alleen de Champions League is wel de plek waar ze erin moeten, anders word je keihard afgestraft. Dan het tijdrekken… Ik zie het als afleiding, doordat je als speler bezig bent met de tijd en de score en niet meer met de bal en de spelers. 

Ajax we hadden het jullie gegund, ook in Rotterdam. Wees trots op mooi voetbal.

Lees ook:

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

AD Feyenoord blijf er in geloven

Radio Rijnmond. Hoe maken we het hoofd van Feyenoord leeg?

https://www.ad.nl/dossier-ajax-spurs/applaus-was-ook-voor-ten-hag-de-trainer-die-ajax-op-de-wereldkaart-zette~ae15bec6/

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Excelsior is dit seizoen gestart met een structureel mentaal trainingsprogramma: ‘De Leerlijn Mentaal Voetbal’ voor <13, <14 en <15.  Hoe gaat dat? Wat doet een sportpsycholoog en wat heb je eraan als speler, coach of voetbalouder? Een overzicht van de meerwaarde van mentale training op het veld, de belevenissen en de hobbels.

DE LEERLIJN MENTAAL VOETBAL

“Daniëlle, je loopt in de weg.” In voetbal wordt er niet omheen gedraaid. Het is nieuw dit doelgerichte mentaal trainingsprogramma voor op het veld. Daardoor is het ook voor mij soms zoeken, hoe dit neer te zetten. Voorheen kregen de spelers in een zaaltje met een beamer mentale training. Een gesprek kwam als er al mentaal iets niet goed zat. We gaan nu preventief te werk en zijn gericht op de lange termijn, want deze spelers willen prof worden. De mentale training wordt in de ‘taal van de spelers’ gegeven op het voetbalveld. Het is onderdeel van de fysieke voetbal-werkvormen die normaal ook op het programma staan.

Het doel is ‘prestaties en welbevinden’ te verbeteren van spelers, coaches en ouders. Stress, frustratie en agressie op het veld te voorkomen. 

‘Beter spelen en minder gezeik’ dat wil elke club wel. De spelers moeten leren hoe zij ‘succesvol prestatiegedrag’ laten zien als team en als individu. Een voorbeeld hiervan is: ‘Ben je boos op de scheidsrechter en scheld je hardop of in jezelf… Of je waarneming over die scheids klopt of niet, HET LEIDT AF, dus je gaat er slechter van spelen. Dit is een boodschap die spelers van deze leeftijd wel willen aannemen. Dat met die regels…..dat zal allemaal wel….. maar ‘Ze willen winnen’ en het is aan ons inzichtelijk te maken, hoe ze de kans daarop zo groot mogelijk maken.

De coach

Het mooie van deze mentale training op het veld is dat de ‘kennis van de coach’ en die van ‘de sportpsycholoog’ bij elkaar opgeteld wordt. De coach kent zijn spelers het beste en ziet ze het meest. Hij heeft de mogelijkheid de geleerde mentale vaardigheden door te zetten in zijn eigen trainingen en bij wedstrijden. Ik lever de sportpsychologische theorie en geef een didactisch opzet met fysieke voetbal-werkvormen. De coach verwerkt dit in zijn voetbaltraining en geeft de training volgens eigen inzicht en passend in het bestaande programma. Mijn rol is de korte theoretische uitleg, observatie tijdens de oefeningen, soms een mentale oefening en de terugkoppeling op individueel en op teamniveau.

Werkgroep ‘Mentaal Sterk Voetballen’

Die inhoud ontwikkel ik samen met de teamleden van Flow Mentale Training, waarmee we de werkgroep ‘Mentaal Sterk Voetballen’ hebben opgezet. Dit is een denktank van sportpsychologen, waarmee we sportpsychologie visueel zo duidelijk en toepasbaar mogelijk willen maken. We verzinnen voetbalspelen, waarbij we met de opzet en inhoud de voetballers laten ervaren welk ‘mentaal thema’ er centraal staat.

Is dit ‘teamspirit’ dan krijgen de spelers bijvoorbeeld een opdracht op het veld, waarbij ze alleen met samenwerken kunnen scoren. Is het ‘emotie-beheersing’, dan maken we hen gek, door een ‘oneerlijke situatie’ te creëeren. Bij optimale spanning geven we de spelers inzicht wat er gebeurt met je spieren wanneer je als voetballer nerveus of gespannen bent en we leren de spelers  zich te herpakken bij ‘te veel’ spanning of frustratie.

De spelers

De fysieke trainingsvormen zijn dus al bekend voor de spelers. Alleen het doel achter de oefening en de vragen tussendoor en na afloop zijn nieuw. Vragen als: “Waar keek je naar, waar dacht je aan, waar lette je op, hoe voelde dat voor jou?” Het draait om ‘bewustwording bij de jonge spelers’. Dat zij zelf invloed hebben op wat er gebeurt op het veld. Zij kunnen er zelf voor kiezen harder te lopen, de bal op te eisen en om sneller te schakelen. Dit is inzet, maar ook waar de aandacht van de spelers op gericht is.  

Een voorbeeld: Het team moest uitwijken naar een zij-grasveld, omdat alle voetbalvelden door een toernooi bezet waren. Een hoop geklaag: ‘Hier kunnen we toch niet spelen’, ‘Wat een kutveld’… Je zag dat het spelniveau daalde (minder tempo, weinig energie). Totdat één van de spelers een briljante opmerking plaatste: “Jongens in Uganda is dit het beste veld dat er is.” Hierop kon ik aansluiten met de vraag: “Wat gebeurt er met jullie spel, op het moment dat je denkt: Dit wordt toch niets?” Hoe haal je voordeel uit de mindere omstandigheden? Wat kun je zelf doen.” Daarna speelde de mannen anders, doordat ze harder liepen en meer met de bal en spel bezig waren. 

Als je dit groter wilt trekken, is dit een eerste voorbereiding voor het aanpassen aan de situatie die ze als professionele spelers zullen moeten doen (en wat veel profspelers en ook hun trainers lastig vinden). Voorbeeld:

VI 12 nov 2018 Ronald Koeman: ‘Ajax gaat van spelen in de Champions League naar Woudestein op kunstgras met amper tegenstand. Dat is gewoon lastig voor een speler. Dan moet de motivatie echt helemaal uit jezelf komen.’

Het team en het individu

Ieder team is anders. Verschillende spelers met hun eigen persoonlijkheid, cognitief vermogen en achtergrond. De trainers van Excelsior gaan hier knap mee om, door korte instructie te geven en waar nodig te herhalen. Humor, een schouderklopje of ze soms juist met rust te laten werkt. Doordat ik als sportpsycholoog regelmatig aanwezig ben, krijg ik de kans om de spelers en de trainers beter te leren kennen. Dat helpt voor vertrouwen.

Het geeft mij de kans na te gaan, wat de prestaties van een team belemmerd. Bijvoorbeeld de onderlinge communicatie tussen spelers of een paar spelers die niet lekker in hun vel zitten. Het kan zijn dat ik de trainers een pedagogisch advies geef, soms gaan we met het hele team zitten, of met een paar spelers. In het begin vonden de spelers dat nog raar en werden daar een beetje lacherig van, nu vragen ze zelf om een gesprek. Vaak helpt het, als ik voor hen op een rijtje zet: hoe de situatie in elkaar steekt. Ik licht toe hoe het voor de ander is (de scheidsrechter, de coach, medespeler of tegenstander). Dit haalt bij de spelers de emotionele lading eraf, waardoor ze weer ruimte hebben, om te kijken wat ze zelf kunnen doen om ‘taakgericht’ te blijven spelen. 

Op teamniveau worden ‘waarden’ nagegaan. Waar staat het team voor, maar ook hoe ziet dat er uit in ‘prestatiegedrag’ op het veld (wat doe je als speler en als team?). De spelers leren elkaar aanspreken als ze zich niet aan de afspraken houden. Bijvoorbeeld ‘elkaar positief coachen’. Dat wil niet zeggen, dat er nooit meer een vloek over het veld mag gaan. Maar als je wat roept, dan wil je dat de ander en jijzelf er beter van wordt.

De ouders

Aan het begin en in het midden van het seizoen krijgen ook de ouders mentale training. De ouders krijgen een terugkoppeling over de Leerlijn Mentaal Voetbal, zodat weten waar hun kinderen ze mee bezig zijn. We spreken over  de mentale belemmeringen die de ouders zelf zien bij hun kinderen. Wat vinden de jonge spelers lastig, wat vinden zij als ouders moeilijk. Zijn hier tips voor?

Ouders kennen hun eigen kind als de beste. Ze zien het, als het minder gaat en weten vaak ook hoe ‘Hij het had kunnen doen….’ De ouders staan voor het dilemma zeggen we er wel of niet wat van. Echter ook als ze niets zeggen, weten die kinderen al lang wat hun ouders denken. De basisboodschap is dan ook: Je legt als ouders altijd druk op (dat doe ik ook). Door de liefde, tijd, energie en geld die je erin steekt + het feit dat kinderen loyaal zijn aan hun ouders willen jonge spelers het gewoon heel graag goed doen.

Ouders zijn blij als hun kinderen blij zijn en die kinderen proberen daar weer krampachtig hun best voor te doen. Het goed willen doen (ook voor de trainer en het team), kan zorgen voor twijfel en juist het tempo eruit halen. Dan lijkt het net of de speler te weinig inzet toont, wat voor ouders weer vervelend is om naar te kijken. Juist omdat de ouders weten: ‘Hij kan beter dan dit.’

De ouders leren ‘oordeelvrij kijken’ en pas over de wedstrijd praten als de lading eraf is (dus niet gelijk na de wedstrijd). Ook kwam aan bod wanneer je wel of niet naar de coach gaat. De trainer is geen ‘helderziende’, dus als er wat is dan is het het best wanneer de speler dit komt melden. Niet alle spelers durven dat, dus als het nodig is kun je als ouders hierin helpen. Met de trainers konden we kijken hoe we de drempel lager maken, voor meer openheid. Meld het als er wat is, is hun boodschap.

De eerste stap is gemaakt. We gaan kijken hoe we de Leerlijn Mentaal Voetbal verder kunnen ontwikkelen en verbeteren. Excelsior is een fijne club met spelers, trainers en ouders die open staan te leren en het beste eruit te halen.

 De spelers gaven het bijna uit handen. De trainer draaide zich om en vloekte. Hij draaide zich weer naar de spelers en riep iets taakgerichts. Dat is passie, maar ook bewust zijn van je trainersrol.

Lees ook:

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Voetbalouder, je zal het maar zijn

 

Scherp tot het laatste fluitsignaal. Voetballers train je concentratie.

Scherp tot het laatste fluitsignaal. Voetballers train je concentratie.

Wanneer Usain Bold of Daphne Schippers de sprint gaan doen of Epke Zonderland zijn rekstok-oefening,is het logisch, dat zij zich vooraf gereed maken voor de optimale staat van paraatheid.

Waarneming, timing, ritme alles moet kloppen en dat vraagt het uiterste van hun concentratie. Daarom zullen zij behalve fysiek, ook mentaal hun brein in gereedheid brengen. Klaar om te presteren!!! 

Ik vraag mij af welke profvoetballer/ploeg als Usain, Daphne of Epke de wedstrijd ingaat? Een voetbalwedstrijd duurt veel langer. We gaan gewoon het veld op. 

Wat doet het met het prestatieniveau van je team als jullie direct scherp zijn vanaf de eerste seconde? Wat doet dat met je tegenstander? Of juist in de laatste paar minuten waarbij soms onnodige tegendoelpunten vallen. Kans is groot dat je verdediging dan met hun hoofd ergens anders is. Uiteraard een hele wedstrijd geconcentreerd spelen valt niet mee. Er liggen veel afleidingen op de loer. Daarom is het zinvol als je weet waar je als als voetballer je aandacht op moet vestigen voor en tijdens de wedstrijd?

Kunnen jullie je wapenen tegen concentratieverstoringen en scherp zijn tot het fluitsignaal? 

CONCENTRATIE

“Concentreer je”, wordt vaak geroepen. Als ik doorvraag bij de spelers wat zij dan precies moeten doen blijft het antwoord vaag. “Focussen,” zeggen ze dan. “Maar wat is focussen,” vraag ik dan. “Nou dat je je concentreert..…”

Het draait erom waarop jouw spelers hun aandacht richten op informatie die ertoe doet. Voor optimale concentratie zijn de spelers alleen gericht op datgene waar zij zelf controle over hebben. De spelers zijn wel of niet geconcentreerd. Iets er tussenin bestaat niet. Je aandacht erbij houden gaat niet vanzelf. Aandacht heeft veel te maken met de verwerking van de informatie die je tot je krijgt en hoe complex de informatie is. Hoe meer informatie, des te lastiger is dit om het te verwerken. 

Een voetballer moet meerdere informatiestromen tegelijk verwerken, wanneer hij bijvoorbeeld de bal onder controle houdt en tegelijk kijkt waar zijn medespeler staat. Veel acties gaan als vanzelf. Wanneer je een speler ernaar zou vragen, zegt hij: “Ik deed het gewoon.” Het is de automatische aandacht bij de grote verscheidenheid van taken die voetbal van je vraagt. Dit gaat over motorische taken, rennen, bal aannemen en passen, maar ook over cognitieve taken zoals: keuzes maken, tactiek, spelpatronen navolgen. 

Voetbal draait om handelingssnelheid. Hoe sneller een speler kan handelen en de ballen kan verwerken, hoe hoger de balcirculatie, des te hoger het niveau. Bij onzekerheid en twijfel bijvoorbeeld wanneer er vroeg in de wedstrijd een doelpunt door de tegenpartij gemaakt wordt, wordt soms ineens nagedacht over handelingen die normaal als vanzelf gaan. Dat extra denkmoment zorgt voor vertraging in handelingssnelheid.

Taakgericht

Een goed ontwikkelde speler kan constant juiste afwegingen maken hoe hij de bal aanneemt en gaat spelen. Een mooi voorbeeld is het filmpje van Ronaldo – shooting in the dark (https://www.youtube.com/watch?v=xS6bcgv5mVg). Hierbij zie je dat Ronaldo de bal ziet, maar ook op basis van het beweeggedrag van de ander snel de juiste keuzes maakt. 


Een voetballer moet zich richten op informatie die ertoe doet, vanuit zijn specifieke taak in het veld. Voor een keeper, is dit wat anders dan een middenvelder of spits. 

Dat lijkt logisch, maar leer jij je spelers hoe zij vanuit hun functie in het team hun aandacht richten?  

Bijvoorbeeld: 

  • De keeper: Zodra de bal over de middenlijn komt vraagt dit alertheid. De keeper moet zo vroeg mogelijk de bal onderscheppen. Wanneer hij alert reageert, kan hij met zijn positiespel en opstelling doelpunten voorkomen. Echter de keeper moet ook de verdediging coachen en organiseren. Die dubbele taak is ingewikkeld en kan afleidend werken, want ook de verdediging maakt fouten of doet soms wat anders dan de coaching vraagt. Ook als er weinig spannends gebeurt kan het voor de keeper lastig zijn alert te blijven. 
  • De middenvelder: Eist ballen op en wil duels winnen. De aanname moet kloppen, maar hij moet ook al weten waar de bal naar toe moet. Dit lukt het beste wanneer de middenvelder taakgericht handelt en dus alleen bezig is met ‘de bal en het spel’.
    Bij de jonge spelers zie ik dat spelers afgeleid kunnen worden door ‘ruw’ spel van de tegenstander (irritatie, angst), wat het opeisen van de bal beïnvloedt. Ook kan het zijn, dat zijn aandacht naar een verkeerde beslissing van de scheidsrechter gaat of naar een eigen gemaakte fout. Deze informatie komt dan extra bij de toch al complexe taak (balaanname en passen). 
Wanneer je de spelers leert alleen met hun taak bezig te zijn, dan zal dit de uitvoering ten goede komen.

Zet je zelf AAN door:

  1. Besluit dat jij je gaat concentreren (dat gaat niet vanzelf);
  2. Focus je op 1 gedachte tegelijk vanuit je taak (benoem dat als coach);
  3. Je bent geconcentreerd, als je precies doet, wat je denkt (hier en nu);
  4. Je aandacht is op factoren die jezelf kan beïnvloeden.

Aandachtsstijlen van Nideffer:

Je aandacht kan naar binnen (intern) en naar buiten (extern) gericht zijn, groot (brede aandacht) en klein (details). Door je instructie die je geeft vanuit kijken, voelen of denken kun je ze deze stijlen laten ervaren.

  • Extern: Spelers richten snel hun aandacht naar buiten, waneer het om de bewegingsuitvoering gaat. Ze zijn dan bijvoorbeeld bezig met het gevolg van hun actie (resultaat lukt het). Om je heen kijken is voor een voetballer zinvol, want daardoor zie je waar de ruimtes zijn en waar je medespelers staan. Het kan ook afleidend werken, wanneer je zelf een fout maakt of ziet dat een teamgenoot of de scheidsrechter een misser maakt.
  • Intern: Het gaat hierbij om: gedachten en gevoelens. Wanneer je spelers bezig zijn met de spelstrategie of het gevoel van de beweging. Ook dit kan afleiden, wanneer je spelers blijven hangen in gemaakte fout(en), twijfelen (ben ik wel goed genoeg), angst (straks gaat het weer mis) of bezig zijn met dat het normaal beter gaat.
  • Groot: De voetballer overziet hierbij het totaalplaatje en richt zich op het groter geheel.
  • Klein:De voetballer richt zijn aandacht op details.

De combinatie geeft vier aandachtstijlen, die ik je met voorbeelden wil laten zien: 

  • Groot buiten: het gehele voetbalveld overzien;
  • Klein buiten: kijken naar je tegenstander;
  • Groot binnen: plan maken (speelstrategie);
  • Klein binnen: je let op positie van je voet.  

Als het goed is gebruikt de speler de aandachtstijl die past bij de spelsituatie van dat moment. Dus soms is het zinvol meerdere spelers in de gaten te houden (groot buiten), terwijl op een ander moment zijn focus alleen op de rechterbovenhoek van het doel moet zijn, bijvoorbeeld bij een penalty (klein buiten). In de rust overdenkt de speler bijvoorbeeld zijn doelen en plan (groot binnen) of herstelt hij door ademhaling (klein binnen).

Als de speler het goed doet, schakelt hij passend bij de spelsituatie vanzelf naar de meest geschikte aandachtsstijl. 

Tegenovergestelde stijl
Iedereen heeft zijn eigen voorkeursstijl. Die van mij is Groot Buiten. Ik zie en hoor dus veel. Met voetbal is dat handig, want ik heb ogen in mijn rug. Ik kan echter ook afgeleid worden, bijvoorbeeld door wat het publiek aan de kant roept. Als ik mij wil concentreren, moet ik voor de wedstrijd kort en bewust de tegenovergestelde stijl inzetten. Oftewel Klein Binnen, waarbij ik kort stap voor stap in gedachten de wedstrijdstrategie doorneem (hoe ga ik het doen).

Met je spelers kun je dit mooi oefenen. Laat de drukkere spelers (je weet zelf wie dat zijn, want die maken het meest lawaai en reageren direct op wat je zegt) met een naar Buiten gerichte stijl even naar Binnen keren door ze  te laten denken of te voelen. 

  • Kort de taak die ze willen gaan uitvoeren te benoemen;
  • Letten op het gevoel van de balaanname. 
  • Paar keer diep in en ademen.

De rustige spelers die meer naar Binnen gekeerd zijn, geef je een Buiten opdracht waarbij ze zich moeten kijken. Bijvoorbeeld naar spelers, de bal, de ruimtes. Je kunt hierbij ook actieve opdrachten doen waarbij je gekleurde pionnetjes de lucht insteekt en zij de bal aan moeten nemen, doorkaatsen en de kleur benoemen. 

De tegenovergestelde stijl kost meer moeite en vraagt daardoor concentratie. Je leert de spelers een vaardigheid die ze van nature nog niet zo snel toepassen, maar die ze wel wat extra oplevert. 

pastedGraphic.png

Werkgeheugen

Het werkgeheugen is tijdelijke opslag en verwerking van informatie die nodig is voor de uitvoering van complexe taken. Het werkgeheugen is belangrijk bij taken die concentratie vereist als er ingewikkelde of meerdere taken tegelijk op het veld uitgevoerd moeten worden. Het helpt je bij plannen van acties en het nemen van beslissingen. 

Concentratieproblemen
Spelers met ADHD/ADD of kenmerken ervan hebben vaak een minder goed functionerend werkgeheugen. Dit kan ze belemmeren op school met bijvoorbeeld aandacht houden, plannen en organiseren. Op het voetbalveld zie je vaak dat het beter gaat. De spelers doen dan iets waarin zij een hoge interesse hebben en zij mogen erbij bewegen. Dit helpt aandacht te richten, waarbij het soms lijkt of de problematiek alleen op school speelt. Toch kunnen spelers ook hier het lastig vinden de taken precies uit te voeren die de coaches van hen vragen. Zij krijgen op hun kop, doordat ze wat anders doen of niet opletten.

Verschil in concentratie en het drukke en soms onbesuisde gedrag kan ontstaan door:

  • Leeftijd. Bij jongere spelers zie je dat zij een minder lange concentratieboog hebben;
  • Persoonlijkheid. De verdeling ‘gassers en remmers’ in een team;
  • Cognitieve vermogens. In de teams zitten spelers van praktijkonderwijs tot en met gymnasium;
  • Kenmerken van ADHD of ADD. Deze spelers ervaren problemen met filteren of verwerken van de informatie. 
Als coach hebben jullie een complexe taak, wanneer je de aandacht van je hele groep wilt.  Je moet dan eigenlijk met alle bovenstaande factoren rekening houden:
  • Geef korte en taakgerichte instructie, met visueel voorbeeld. Je ziet dat spelers die het lastig vinden de instructie direct te vertalen naar handelen, kijken naar teamgenoten en zo toch weten wat ze moeten doen;
  • Veel spelers kunnen maximaal één instructie tegelijk aan. Wanneer je merkt dat ze onrustig worden en moeite hebben met luisteren, dan kan je er vanuit gaan dat je instructie te lang, te saai of te ingewikkeld was;
  • Houd zelf energie en rust in je verhaal. Je eigen persoonlijkheid (gasser of remmer, ben je druk of juist rustig) zie je terug in je communicatie en acties richting de spelers. Houd daar rekening mee.

Oefen aandacht richten in je training.

Voor een hoge handelingssnelheid moeten je spelers behalve techniek en coördinatie, dus ‘aandacht’ hebben. De intentie (doelen, bedoeling) van de voetballers waarmee zij de wedstrijd ingaan bepalen in belangrijke mate waar hun aandacht naar uitgaat:

1. Leer daarom je spelers hoe zij vanaf de eerste minuut zichzelf AAN zetten, door vooraf:

  • Felle sprint te doen, of een paar sprongetjes;
  • Aandachtszin/woord vanuit de intentie (Ik ga de bal opeisen, bewegen, acties maken);
  • Ademhaling, paar keer diep in en rustig uitademen zorgt voor ontspanning waardoor het makkelijker is om je aandacht te richten.

2. Oefen met het sturen van aandacht. Leg uit wat afleiding met het prestatieniveau doet. Vertel wanneer ze zich kwaad maken over de scheidsrechter, dat ze slechter gaan spelen, omdat dit afleid van de informatie die er toe doet om goed spel te leveren. Wanneer je ze taakgerichte opdrachten meegeeft trainen ze dit ongemerkt.

3. Verwerk in je training oefeningen waarbij je de aandachtsstijlen laat ervaren. Bijvoorbeeld: geef ze een simpele pass- en trapoefening en dwing de spelers steeds bij het trappen een andere aandachtsstijl te gebruiken met kijk, voel, denk-opdrachten.

4. Bespreek en pas toe met je team:

  • Vijf minuten voor de wedstrijd mentaal gereed maken om scherp de wedstrijd in te gaan, door: Sprintjes (lijf klaar), ademhaling (optimale spanning), taakdoel (focus);
  • Herkennen van afleiden en terugschakelen naar AAN door Taakgerichte instructie. Je kunt hiervoor per linie een speler instellen die een taakgerichte kreet (verzonnen door het team) roept;
  • Aandacht sturen vanuit je rol in het team.

Jullie staan 1-0 achter. Louis van Gaal, Ronald Koeman en je moeder in haar bikini  staan langs de kant te kijken. Voor jouw spelers draait het alleen om ‘de bal en het spel’!

Literatuur: Bakker, F.C. & Oudejans, R.D. . (2012). Sportpsychologie. 223-263.
Murphy, S.M. (2012.) Oxford Handbook of Sport and Performance Psychology.117-131.

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Flow Mentale Training doet mee voor de Nationale Sportinnovatieprijs 2018, die als thema heeft ‘Mind your fitness”. Het idee van de innovatie is ‘De Leerlijn Mentaal Topsport’.

Deze leerlijn voor talenten van 12 t/m 17 jaar is toegespitst op de mentale aspecten die een rol spelen bij presteren zoals:

  • Omgaan met stress en teleurstelling,
  • mentaal herstel en het behoud van zelfvertrouwen,
  • concentratie en optimale spanning.

Sportpsychologische theorie vanuit het boek GAS en REM in de sport. Mentaal Sterk Coachen, komt terug in fysieke trainingsvormen waarbij de talenten op hun eigen sportplek ervaren wat ‘presteren onder druk’ is. 

De Leerlijn Mentaal Topsport is een mentaal coaching programma voor sporters, dat net als bijvoorbeeld conditietraining een vast onderdeel van de trainingsopbouw is. De inhoud wordt aangepast aan de sport en ontwikkelingsniveau/leeftijd van de talenten.

Concreet betekent dit dat de sportpsycholoog naast de coach staat: op het veld, op de baan of langs het bad. Ze staan letterlijk naast elkaar en vermenigvuldigen zo hun kennis, zodat de talenten in hun eigen trainingstaal- en omgeving hun mentale weerbaarheid trainen. Wanneer ze achttien jaar zijn, is hun lichaam en geest klaar voor topsport op mondiaal niveau. 

Als jonge topsporter sta je onder druk

Stel je wilt profvoetballer worden of de nieuwe Daphne, Kiki, Ranomi, Sven of Epke en je komt in een RTC, BVO of selectieteam. Je gaat vaker trainen en wordt uitgenodigd voor trainingsstages, wedstrijden in het buitenland. Je ouders rijden je overal heen en investeren geld en tijd in je sport. Je gaat naar trainingen op Papendal en doet mee met de selectiedagen voor Jong Oranje. Er zijn ranking-systemen die bepalen of je in het team blijft of afvalt. De verwachtingen zijn vaak hoog. Je moet je diploma halen op school en daarvoor plannen en organiseren. Week in, week uit wordt het uiterste van je gevraagd. De coaches willen inzet zien en dat je ervoor gaat. Je ouders ook. Soms moet je afvallen, gespierder worden, meer bewegen, feller zijn, je vaker laten horen, samenwerken, verder springen. De lijst van eisen is eindeloos. Je moet plezier hebben en vooral je best doen. Sowieso heb jij al een grote drive vanuit jezelf. Van jongs af aan, wil je al winnen met alles en het liefst geen fouten maken. Je wilt je ouders en je coach niet teleurstellen en baalt er zelf ook van als het minder gaat. Falen of mogelijke missers blijven soms door je hoofd spoken.

In topsport verlies je vaker dan je wint, lees ik in een artikel van oud-topsporters Stefan Groothuis, Minke Booij, Peter Blangé en Esther Vergeer. Dat kan een deuk in je zelfvertrouwen geven………. 

Die deuken mogen wij als sportpsychologen repareren. Dat lukt gelukkig vaak. Soms moet ik doorverwijzen naar een collega sportpsycholoog met een klinische achtergrond, omdat de deuk al te diep is. Die deuken zijn in mijn optiek vaak te voorkomen. Wanneer sporters structureel leren hoe zij met ‘de prestatiedruk’ om moeten gaan en zowel de coach als ouders inzicht hebben, welke rol zij hierin spelen.

Sportpsycholoog zichtbaar en benaderbaar
Het aanleren van mentale vaardigheden wordt al breed erkend. Echter de mogelijkheden om hiermee als sportpsycholoog aan de slag te gaan, beperkt zich meestal tot incidentele bezoeken. Met de sportinnovatieprijs hoop ik daar in heel Nederland verandering in te brengen. Wel vanuit de visie van Team NL: De coach staat centraal, want die zorgt voor de vertaalslag op de sportplek. Voor topsporters binnen een High Performance programma van een CTO, BVO of talentenacademie wordt het normaal dat er met regelmaat een sportpsycholoog in trainingskleding aanwezig is, die net als de conditietrainer een vast onderdeel van het begeleidingsteam is.

Het geeft en positief effect op de lange termijn voor de sporters, coaches en ouders. Frustratie en agressie vermindert, focus en vertrouwen groeit. Dit zie je terug in de medaillespiegel. 

De Leerlijn Mentaal Topsport

Iedere maand staat een ander mentaal thema centraal. De coaches en de ouders worden getraind, zodat zij leren hoe zij door hun pedagogisch handelen het prestatiegedrag van het talent positief beïnvloeden. De inhoud van het mentale trainingsprogramma sluit aan op de ontwikkelingsfases van de sporter:

  1.  12-13 jaar Vroege adolescentie (puberteit): Basis. Wie ben ik?
    Trainen omvang en belastbaarheid.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Overgang van basisonderwijs naar de middelbare school;
    – Start van een periode van lichamelijke en hormonale verandering.
    Ontwikkelen: Zelfinzicht.
  2. 14-15 jaar Midden adolescentie: Verdieping. Wat beslis ik?
    Trainen voor hoog niveau.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – (Dis)balans school, topsport, hobby’s, vriendschappen;
    – Lichamelijke en hormonale verandering;
    Ontwikkelen: Zelfdiscipline.
  3. 16-17 jaar Adolescentie (voor volwassenheid): Verrijking. Waar wil ik heen?
    Trainen om te presteren.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Schoolexamen;
    – Gedragsverandering c.q volwassen worden.
    Ontwikkelen: Zelfsturing.

Flow Mentale Training Danielle van der Klein-Driesen

Het is een plan dat wat betreft opzet en omvang nooit ingezet is. Wel heb ik zelf (een deel van) de inhoud uitgevoerd bij S.V.B. Excelsior, Intime Tennis Academy en de Karate Bond. Zij bieden de kans om de kwaliteit van de inhoud te verfijnen en te verbeteren. 

Inhoud:

Aan het begin van de maand wordt één keer de mentale training verwerkt in de fysieke training, waarbij de coach en de sportpsycholoog de training samen geven. De coach krijgt een samenvatting met: Het doel, de theorie, de didactische opbouw en oefenvormen. In een kort overleg wordt afgestemd wat de belangrijkste mentale punten zijn van de training en worden ideeën gedeeld om de mentale vaardigheden fysiek inzichtelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door: resultaatgerichte oefeningen, groepsdruk of samenwerkingsopdrachten. De rest van de maand houdt de coach het mentale thema als rode draad voor zijn eigen trainingen. De talenten krijgen zo de kans de mentale vaardigheden te oefenen en in te slijpen.

De op het eerste gezicht eenvoudige fysieke oefenvormen worden doelmatig ingezet voor het aanleren van mentale vaardigheden. Er is gedurende het seizoen een opbouw met: 

  1. Diagnostiek: Mentale screening;
  2. Interventie: Toepassing mentale vaardigheden;
  3. Evaluatie: Terugkoppeling en bijsturen.

De nationale Sportinnovator Prijs 2018: Mind your fitness

Er zijn negenendertig innovatieve ideeën ingediend. 4 december wordt de uitslag bekend gemaakt.

Het innovatie idee: De Leerlijn Mentaal Topsport word gesteund door:

  • Rotterdam Topsport
  • Dordrecht Topsport
  • Nederlandse Volleybal Bond
  • Regionaal Talenten Centrum Volleybal
  • Karate Bond
  • LOOT-school Thorbecke Voortgezet Onderwijs
  • Stichting Betaald Voetbal Excelsior
  • Intime Tennis Academy
  • Hockeyvereniging Leonidas
  • Geoffrey Berens Coaching

 

Nu de jury van de Nationale Sportinnovator Prijs 2018 nog…..