Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.

Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.

Maaaam, waar zijn mijn korfbalsokken,” roept mijn dochter naar beneden. “Eh, weet ik veel. Liggen ze niet in de kast?,” zeg ik. “Nee, daar heb ik al gekeken,” zegt ze. “In de wasmand misschien?” “Neehee, daar liggen ze ook niet.” “Weet je vader dan niet waar ze zijn.” “Paaaapa, weet jij waar mijn korfbalsokken zijn?” Ik krijg een ingeving: “Volgens mij heb je ze vorige week toen we terugreden in de auto uitgetrokken. Zijn ze daar niet?” …… De sokken worden gevonden. Een uur later ga ik met onze zoon naar atletiek. “Mama, mijn schoenen zijn te klein“. “Had je dat niet eerder kunnen vertellen,” zeg ik. “Nu gaan we weg, want de wedstrijd begint zo.”

Sportouders

Met een dochter van elf die korfbalt en een zoon van negen die aan atletiek doet, zijn wij sportouders. Over sportouders wordt vaak in negatieve zin geschreven. Ze zijn lastig, luid, te fanatiek, pushen en hangen de trainer uit. Mijn beeld van de laatste tien jaar dat ik met sportouders werk en door mijn ervaringen met mijn eigen kinderen is genuanceerder. Ik wil je daarin graag meenemen.

Technische vaardigheden 

Rijden, betalen, wassen en wachten zijn de technische vaardigheden, die je als sportouders moet beheersen. Ouders met meerdere sportende kinderen hebben vaak een ijzersterke logistieke planning, om iedereen op tijd op de juiste plek te krijgen. Want kinderen trainen nooit tegelijk en altijd op onmogelijk tijden, zoals onder etenstijd en tijdens de spits. Dus wanneer ouders uit hun drukke werkdag komen, moeten ze direct door en aansluiten in de file of de fiets pakken richting sportveld. Vaak lukt het op tijd weer ophalen net niet, maar met wat geluk is de kantine open, zodat ze toch nog warm zitten. 

Ga zelf even sporten is mijn advies. Rondje hardlopen of wandelen kan overal en als er andere ouders aansluiten is het nog gezellig ook.  

School

Huiswerk is er ook nog. Dat start al vanaf groep zes met topo-toetsen, boekbesprekingen en werkstukken over de vakantie. De hoeveelheid huiswerk neemt op de middelbare school in veelvoud toe. Ik behoor tot de generatie ouders die het ‘Uiterste uit hun kroost wil halen’ onder het motto: ‘Hij/zij wil het zelf ook’. Goed presteren op school en in de sport vraagt planning en structuur en juist dat vinden veel kinderen lastig. Ouders ondersteunen daarbij waar ze kunnen, wat zeker niet altijd gewaardeerd wordt. Het is de ingewikkelde balans van ‘begeleiden en loslaten’. Waarbij je als ouders de kinderen fouten durft te laten maken, want als alles altijd voor je geregeld wordt leer je zelf niet erover na te denken. 

Wat doe jij als je kind zijn sportschoenen vergeet? 

Apps

Sportouders nemen deel aan meerdere groeps-apps van hun kinderen. Uit de stortregen van berichten moeten zij de info filteren die nuttig is, zoals bijvoorbeeld de trainingsplek en de vertrektijden. Zo’n app wordt vaak gevuld met persoonlijke informatie, bijvoorbeeld:  “Pieter heeft zijn enkel verzwikt. ” De andere ouders reageren dan: “Ah wat zielig,” “Beterschap Pieter,” “Zet hem op, Pieter.” Je moet ook wel reageren, anders lijkt het net of je niet meeleeft. Ook zijn er ouders die in de groepsapp foto’s van hun kinderen zetten, wanneer ze een individuele beker of medaille hebben gewonnen. De reacties zijn dan smiley’s of klappende handjes…….. 

Stel dat je kind alles heeft gegeven en hij wordt zevende. Stuur je die foto dan ook rond? Dat zou ik nou mooi vinden. 

Een voorbeeld uit eigen koker:

De Trainer in de app: “We verzamelen om 9:45.” Een moeder antwoord terug: “Op de site zie ik 10:20 staan.” Trainer: “Klopt, maar ik wil op tijd zijn voor een goede voorbereiding.” Weer andere moeder reageert: “Dus we verzamelen om 10:20?”

Bij mij ontstaat dan kortsluiting. Echter niets doen en afwachten blijkt altijd de beste remedie. Uiteindelijk komt het altijd weer goed en staan we allemaal keurig op tijd met onze kinderen klaar om ze naar de wedstrijd te brengen.

Typologie ouders

Sportouders zijn getraind in wachten. Tijdens trainingen en wedstrijden, uren brengen ze door in de plastic kuipstoeltjes of hangend langs de kant. Hoe ouders de wachttijd indelen geeft mooi hun persoonlijkheid weer. Ik heb er een (niet wetenschappelijke) indeling van gemaakt vanuit observaties, terwijl ik zelf stond te wachten bij een atletiekwedstrijd:  

  1. De Überouders: Dit zijn van die ouders, waarbij je jezelf afvraagt: “Hoe doen ze het?” Ze zijn teammanager of scheidsrechter. Bij PAC Atletiek is een moeder, die heeft voordat ze bij de wedstrijd om half 11 verschijnt, al om 8:15 het hek open gedaan van de baan voor de trainers. Als er wat geregeld moet worden competitie, kamp, bardienst, zij staat staat klaar, maakt indelingen en stuurt aan. Ze heeft connecties met Sinterklaas en zorgt dat hij ieder jaar op spectaculaire wijze verschijnt. Überouders bieden dus meer, dan zorg voor hun eigen kind alleen. Ze zijn goud waard voor de club en dus voor alle kinderen. 
  1. De campingouders: Dit zijn de ouders die al vroeg hun kampement opbouwen langs het wedstrijdterrein. Ze hebben koelboxen bij zich en campingstoelen. Het is altijd handig om ze te vriend te houden, want als het regent dan toveren zij uit hun bagage een grote paraplu of tarp die ze nog snel opzetten. Deze ouders zijn berekend op lang wachten. Ze hebben broodjes, salades, voldoende drinken en zonnebrand bij zich. 
  1. Chaotische ouders: Mijn inschatting is dat ik zelf tot deze groep behoor. Net als de andere ouders hebben ze alles voor hun kind over. Echter sport eist structuur en regelmaat en daar zijn ze niet zo sterk in. Ze zijn te herkennen aan: het (‘bijna’) te laat zijn, het missen van groepsafspraken vanuit de app of het vergeten in te schrijven van hun kind voor kamp. De chaotische ouders knallen snel vanuit hun werk door, waardoor ze vaak haast hebben. Soms nemen ze hun laptop mee en gaan ze in de kantine door met werken, want eigenlijk komen ze door hun eigen drukke schema en die van hun kinderen in tijdgebrek. 
  1. Resultaatgerichte ouders: Deze sportouders gaan voor winst. Ze zeggen dat nooit hardop, maar in hun blik en houding zie je het fanatisme. Het zijn soms ouders die zelf op hoog niveau gesport hebben of trainer zijn. Tussen de onderdelen zijn ze rustig, maar vlak voor de start verstarren ze. Ze gaan na of hun kind wel gereed is en het liefst willen ze hun kind aanwijzingen geven, ook al weten ze dat ze het beter kunnen laten. Ze doen relaxed, maar zijn dat niet en hun kinderen voelen dat haarscherp aan. Resultaatouders weten precies de tijd, de score en als het een PR is en benoemen dit altijd hardop naar hun kind. 

Aangeboren + aangeleerd = Een spelletje ‘Mens Erger Je Niet’ gaat om leven of dood. 

  1. Er zijn ook ouders die een combinatie zijn van meerdere categorieën.

(Top)sportouders

Wanneer je kind talent heeft komen er extra trainingsuren bij. Privé, bij een Regionaal Talentencentrum of Betaald Voetbal Organisatie. Ouders wiens kinderen in een nationaal team trainen, moeten vaak naar de andere kant van het land, zoals bijvoorbeeld Papendal, Kooten, Haarlem of Zeist. Pa en ma moeten goede afspraken maken, wie brengt en wie haalt. Het eten wordt in etappes gegeten en in plastic tupperware bakjes klaargezet om op te warmen. Ouders hebben veel over voor hun kroost. Ik heb zwemouders gezien, die om half zes in de ochtend op de houten bankjes langs het zwembad nog even verder sliepen. Vakantiegeld dat opgaat voor de trainingsstage in Portugal of het WK in Japan. Met het hele gezin verhuizen naar Rotterdam, zodat zoonlief bij Feyenoord kan voetballen. 

Beetje gek

Gekkenwerk natuurlijk als je het zo leest. Volgens mij moet je als topsportouders ook een beetje bijzonder zijn. Topsport bepaalt je gezinsleven voor vele jaren, waarbij er geen enkele garantie is voor succes. Hoe het gezin belast wordt verschilt per sport, maar topsport geeft richting aan alle dagelijkse activiteiten. Schaatst je kind bij Jong Oranje, dan gaat ook met vakantie in Spanje de wielrenfiets mee en wordt ook daar de dag afgestemd op het trainingsschema. Dat betekent dus vroeg eruit om voordat het warm wordt nog even tachtig kilometer te fietsen. Is je zoon judoka en moet hij nog wat afvallen, dan eet je met het hele gezin vetloze kip om hem te helpen. Een hockeymoeder vertelt me dat zij 13.000 kilometer per jaar met haar dochter rijdt naar trainingen en wedstrijden. Ze zegt ook: “Het is quality time. We hebben tijd voor elkaar. We luisteren naar de muziekkeuze van mijn dochter. Nu doen we het nog samen, straks rijdt ze zelf.”

Nicolien Sauerbreij

Een prachtig voorbeeld van bijzondere ouders zijn die van Nicolien Sauerbreij. In Nederland zijn geen bergen, dus als je kind skiet of snowboard op hoog niveau, dan vraagt dat aanpassing in je gezin. Dat kan zijn dat je al heel jong je kind een aantal weken niet ziet, omdat hij in Oostenrijk aan het trainen is of dat je zelf je werk aanpast en meegaat, wat de ouders van Nicolien deden. Bij haar is het een succesverhaal geworden met als hoogtepunt goud bij de Olympische Spelen in 2010. Reken maar dat het voor de familie Sauerbreij heel pittig was, om zo’n ander pad te bewandelen dan alle andere gezinnen om je heen. 

Op haar veertiende zat Nicolien in een jeugd-skiteam. Ze wilde meer zelf trainen. Haar vader nam onbetaald verlof op om met haar naar de sneeuw te gaan. Toen ze op haar achttiende, besloot van snowboarden haar beroep te maken, verruilden haar ouders hun huis in De Hoef voor een kleiner huis, kochten een camper om goedkoper met hun dochter mee te kunnen reizen. Haar vader stopte met zijn baan als technicus bij een tandheelkundig instituut en werd fulltime haar coach en trainer.

Bron NRC 14 december 2013 (R. Koelewijn)

Het is de kunst om er als ouders ook een succesverhaal van te maken, als er geen geslaagde topsportcarrière uit volgt. Dat je met je gezin in de sport een mooie tijd hebt gehad. 

Achter het doel van de keeper staat een dame met gelakte blauwe lieslaarzen en minuscuul rokje. De ouders van de thuisvoetbalclub beklagen zich bij de jeugdcoördinator. Deze dame leidt de keeper af!!!! Sportouders ze zijn kritisch en soms afleidend. Alles met liefde en toewijding, want voor hun kinderen hebben ze alles voor over…………..

Lees ook:

 

Beetje Flow op het Sportfilmfestival in Milaan

Beetje Flow op het Sportfilmfestival in Milaan

Talenten Trainings Center Zuid Holland

De film gaat over de 14-jarige Tiffany is als eerste van haar manege geselecteerd voor het Talent Training Center Zuid Holland, waar jonge talentvolle springruiters worden klaargestoomd voor de topsport. Het is een film die ontroerd en Rotterdamse humor heeft.

De film laat zien hoe belangrijk het systeem is, waarin je opgroeit en de steun die je krijgt vanuit je omgeving.

“Je leert als sportpsycholoog, coach of begeleider in de sport, dat je altijd moeite moet doen om ‘de persoon achter de prestaties’ te leren kennen.”

Tiffany woont bij haar opa. De film begint lekker Rotterdams waarbij Tiffany opa uitkaffert voor mongool, omdat hij haar rust verstoort. Een prachtig plaatje van opa die vol liefde voor zijn kleindochter zorgt, maar niet altijd aan de topsport-voorwaarden voldoet.

Mentale Training

Tiffany belandt bij het Talenten Training Centrum in een voor haar totaal nieuwe omgeving. Ik ben sportpsycholoog bij het TTC. In de film geef ik Tiffany en haar teamgenoten mentale training, wat voor haar nieuw is.

“Ook ik had mijn oordeel toen ik Tiffany voor het eerst zag. Ik dacht: Wat zit ze er passief bij, heeft ze wel in huis wat een topsporter nodig heeft?’

Tiffany moet eigenlijk meer knokken dan alle anderen. In het systeem van resultaat en verwachting die deelname aan zo’n talententeam vereisen. Dat is meer dan foutloos springen alleen.

Juist de randvoorwaarden: op tijd komen, aan afspraken houden, gezond eten, materialen in orde, daar staat Tiffany, nog voordat ze gaat rijden, al met 1-0 achter.

 

Club als veilige haven

Stap voor stap zie je Tiffany vooruit gaat. Aan tegenslag gewend, toont ze zich weerbaar en gaat ze door. Waarbij ze altijd terug kan vallen in de veilige haven van haar clubtrainer. Van de clubtrainer leren we, hoe belangrijk het is om de taal van je sporter te spreken, zodat je elkaar begrijpt.

Daar wordt zij beter van.

Film

Tiffany draait op Cinekid, hét festival voor jeugd- en kinderfilms!

Op 21 oktober wordt de 15-minuten versie vertoond in een programma van KRO-NCRV’s Zapp Echt Gebeurd. De vertoning op Cinekid is op zondag 21 oktober in de Westergasfabriek, Amsterdam. En dus op 15 november in Milaan.

Wij wensen Wendelien en Tiffany veel succes.

Run Bike Run. Knip je haar en niet je nagels

Run Bike Run. Knip je haar en niet je nagels

Snelle wissel

Sinds de norm in Nederland dertig graden is, hebben we het vandaag koud en we worden nat. Ik moet als eerste drie rondjes.  “Jullie benne bijna,” hoor ik steeds weer vanaf de kant. Bornenaren spreken niet altijd de waarheid kom ik achter, want ik moet nog een heel eind. Vriendelijk klinkt het wel. Dan kom ik bij het wisselvak. Dat vergt een tactiek op zich. Ik steek mijn voet door het hek en JD haalt snel mijn enkelband eraf en duikt op zijn racefiets.

In het wisselvak staan we met z’n allen schouder aan schouder. De regen maakt dat nog closer, omdat we ook allemaal droog willen staan. We hebben wel lol, want als je meerdere mannen dicht bij elkaar zet, dan krijg je ‘bijzondere humor’. Ik wacht op JD.

Laat je vallen

Als hij eraan komt, doen we weer de enkelbandtruc en ga ik weer rennen. Het gaat lekker. Met nog een paar kilometer te gaan word ik ingehaald door een dame met heel groot ‘mental coach’ op haar rug. Het moet niet gekker worden. Ik heb ‘laat je vallen’ op mijn rug, want dat zegt onze trainer Henk altijd. Het betekent ‘doorbeuken’, dus dat doe ik dan maar. Alleen vrouwen met stekeltjeshaar zijn altijd te snel, is mijn conclusie.

Bij de finish, zie ik de anderen. Het was mooi. Michel niet helemaal tevreden. Hij heeft kostbare seconden verloren, doordat hij zijn nagels voor de bruiloft had geknipt. Daardoor kreeg hij het enkelbandje van Laura niet los.

“Mijn advies als je een Run Bike Run gaat doen. Laat je nagels lang en je haren kort.”

 

‘Feyenoord zou structureel moeten trainen op mentale aspect’

‘Feyenoord zou structureel moeten trainen op mentale aspect’

“Je ziet bijvoorbeeld tegen De Graafschap dat ze denken: dat is een ploeg waar we wel van kunnen winnen”, zegt Van der Klein op Radio Rijnmond.

“Het lukte niet en dan zie je al snel de frustratie ontstaan. Ze krijgen een aantal mooie kansen en als ze die erin schieten dan verloopt zo’n wedstrijd heel anders. Dan wordt de mindset van een team ook heel anders.”

Meer mentale training

“Je ziet nu te veel gas, je ziet te veel frustratie ontstaan. Dan zie je dat je rationele brein niet meer werkt. Dat je eigenlijk puur op emotie reageert”, analyseert Van der Klein. “Je brein heeft normaal een plan, maar als je puur op emotie reageert, ben je alleen bezig met afleiding. Dat kan de scheidsrechter zijn of andere frustraties, en dan krijg je fout op fout.”

Volgens Van der Klein kan een ploeg dit tegen gaan door te trainen. “Ze zouden daar wekelijks of misschien wel dagelijks op moeten trainen. In het voetbal wordt de sportpsychologie wel erkend, maar structureel erop trainen, dat doet geen enkele ploeg. Dat je elke training op het veld iets verwerkt waarin je leert je aandacht te richten, leert samenwerken, wat je roept naar elkaar als het goed gaat en hoe je je herpakt. Ze weten per linie nu niet hoe ze zich kunnen resetten op zo’n moment.”

Psycholoog op de bank

“Op hoog niveau heeft iedereen de juiste broodjes gegeten en goed getraind, maar op het mentale stuk trainen ze anders. Wat je nooit ziet is een sportpsycholoog op het veld, ook niet bij het Nederlands Elftal. Terwijl die eigenlijk naast de fysiotherapeut zou moeten zitten. Die kijkt dan op een andere manier naar voetbal.”

Klik hier om het radiofragment terug te luisteren.

Danielle bij Radio Rijnmond

Wakker@rijnmond met Reint Jan Potze

 

Ruiter en paard in de optimale spanning

Ruiter en paard in de optimale spanning

Rust

“Een ‘heet’ paard (dit is een paardenterm. Ik noem het te veel GAS) kan voor onrust zorgen. Zet daar een felle ruiter op en je hebt gegarandeerd vuurwerk.

Rust wordt snel vertaald naar ‘uitrusten’ zoals je dit in het dagelijks leven doet. Dat is zeker niet de rust die ik bedoel. Rust daarmee bedoel ik: Je houdt controle over je eigen spanningsniveau. Wanneer je rijdt is jouw hartslag, spierspanning en ademhaling en die van je paard op het ideale niveau. 

Als je paard schrikt door een paraplu, een geluid, een rond vliegend zakje of door hoe jij doet als ruiter, dan gaat de hartslag, spierspanning en ademhaling van je paard omhoog. Jij merkt dit en bij jou gebeurt hetzelfde.

CHIO 2018

Optimale spanning

Zorg dat je paard went aan spannende situaties. Je kunt van alles verzinnen. Laat iemand ineens iemand langs lopen. Zwaai met een paraplu. Jij houdt je rust en laat zien, dat je alle vertrouwen in hebt dat het goed gaat. Dit doe je door:

  • Rustig te blijven te ademen en zacht te spreken;
  • Oefen met rustig doorademen terwijl je rijdt.

Bij een wedstrijd kom je in de optimale spanning door:

  • Doe een ademhalingsoefening voor je proef;
  • Nog 1 keer een diepere ademhaling net voor aanvang.

Concentratie

Voor zowel de spring- als de dressuurruiters is het van belang, dat je als ruiter AAN staat op het moment dat je begint. Jouw aandacht is dan volledig gericht op datgene wat je wilt gaan doen (jouw TAAK). Ga voor jezelf na waar je blik dan op gericht is en wat is de laatste instructie die je jouwzelf en je paard geeft.

Wanneer je let op direct in het juiste ritme starten, dan helpt dit jouw dit gedurende je hele proef. Je kunt ook de lijn nagaan die je wilt rijden.

Afleidingen liggen op de loer:

  • Van buitenaf: lawaai, mensen die langs de kant staan, ouders, andere goede ruiters, een “belangrijke” coach;
  • Van binnenuit: gedachten en gevoelens “Als het maar goed gaat, het moet foutloos.”
Zodra je merkt dat je afgeleid wordt, schakel je weer terug naar je taak.

Gedachten

Veel talentvolle ruiters leggen de lat heel hoog. Ze willen geen fouten maken. Het ‘perfect’ willen doen helpt je, want daardoor verbeter je details. Het verstoord je plezier in rijden, wanneer je nooit tevreden bent met het resultaat.

“Je kunt leren jouw gedachten te sturen.”

Wat je denkt dat gaat vanzelf, maar je kunt wel de richting bepalen. Kies voordat je gaat rijden een positieve en taakgerichte gedachte. Dit helpt om de verfijnde instructie richting je paard je eigen te maken. Je kunt dit oefenen tijdens je training.

  • Om in een rechte lijn rechtdoor te rijden, kijk je naar 1 punt waar je naar toe rijdt;
  • Voel bewust hoe je zit op je paard; let op de bewegingen van je beenspieren.
Zo zorg je voor een optimale samenwerking tussen jouw en je paard.

Meer blogs

De kunst van het wachten. Horses Magazine

De kunst van het wachten