GAS en REM bij Excelsior. Mentale voetbaltraining

GAS en REM bij Excelsior. Mentale voetbaltraining

GAS en REM <10 t/m <21

 

In de zomer hadden we een bijscholingsdag waar onder andere de GAS en REM leerlijn geïntroduceerd is bij de trainers van <10 t/m <21. Dit seizoen zijn we GAS en REM aan het toepassen op het veld. De middenbouw krijgt mentale training op het veld. De andere teams worden meegenomen in de theorie en kunnen zelf onderdelen gebruiken. Uiteraard bij ieder team passend bij de leeftijd van de spelers.

De inhoud richt zich op de coach en de spelers. Zij gaan hun eigen (prestatie)gedrag en dat van anderen beter begrijpen en daardoor effectiever reageren. Het gaat niet om het stickertje gasser of remmer, maar vooral om het herkennen van de acties die iemand doet tijdens trainingen en wedstrijden en het bijsturen. Hoe handelen spelers als ze onder druk staan? Blijft er dan balans tussen GAS en REM.

Mentale voetbaltraining

Verandering ontstaat pas, wanneer de spelers de kans krijgen de mentale vaardigheden te trainen op het veld. Daarom staat er iedere maand een ander thema centraal: GAS en REM, Doelen stellen, Optimale spanning, Focus, Vechtlust, Zelfvertrouwen, Cirkels van invloed, Gedachten sturen, Emotionele stabiliteit en Aandachtsstijlen. Zowel voor de individuele speler: Wat doe ik?  En het team: Hoe doen we het samen? 

Iedere maand staat een ander thema centraal, die verwerkt in de voetbaltraining. Door onder andere de vragen die de trainer stelt wordt een mentaal aspect aan de training toegevoegd, waarbij de trainer zich richt op de individuele speler of het team als geheel.

Vooraf: Wat is je/ons doel? Waar richt je jouw aandacht op? Waar kijk je naar? Hoe coach jij jezelf? Hoe coach je de ander? Wat doe je voor de wedstrijd om scherp te zijn? Wat is je/ons plan?
Achteraf: Is het gelukt? Hoe heb je/jullie het ervaren? Waar was je met jouw aandacht? Waar keek je naar? Wat zei je tegen jezelf/de ander? Ging je/jullie er beter door spelen? 

Voorbeeld doelen stellen 

Het mooie van jonge spelers is dat ze leven bij de dag. Vandaag heb ik het naar mijn zin of niet. Daarom moeten wij ook zorgen dat het vandaag leuk is. Wanneer kinderen bij een BVO voetballen wil je ze ook leren af en toe naar de langere termijn te kijken. De spelers zeggen eerlijk, dat nu er geen wedstrijden zijn het soms best lastig is hard te blijven trainen. 

Ik vroeg de spelers van <13: Wie wil er profspeler worden? Alle handen omhoog. Mooie buitenlandse clubs werden genoemd. Ik zei: “Wat gaan jullie vandaag doen om de kans te vergroten dat dit gebeurt?” Het team besloot te gaan trainen als een prof. We maakten een rondje wat ze dan gingen doen, om zich als een professional te tonen. “Ik ga geen geintjes meer maken,” zei een speler. “Ik ga honderd procent geven, dus ik ga voor alle ballen,” zei een ander, “Ik ga luisteren naar de instructie van de trainer.” 

“Ik ben benieuwd,” zei ik. De trainers kregen de opdracht te observeren.
Het grappige was, dat de hele warming up in bijna stilte werd gedaan, terwijl het normaal best een luidruchtig groepje is. Na de warming up bespraken we welke (prestatie)gedrag we gezien hadden. Gingen ze bijvoorbeeld door de rust die ze toonden beter presteren? 

“Ik kon mij beter concentreren zij een speler.” Een doel stellen helpt inderdaad je aandacht te richten. Daar hoeft het niet doodstil voor te zijn en af en toe een geintje maakt trainen leuker, maar als je met aandacht je bewegingen uitvoert, dan word je beter. We deden weer een rondje doelen stellen, waar ga jij je de rest van de training op richten? Aan het einde van de training vroegen we na of het gelukt was en wat dit met hun voetballen deed.

Het werkt bij ieder team anders

De trainers van Excelsior zijn leergierig en bereid te investeren in mentale training. De trainers komen zelf met prachtige werkvormen waarin we de mentale thema’s aan bod laten komen: 

  • Bewust: De trainer en ik leggen het mentale thema uit. Let op……….. 
  • Onbewust: We laten ze het mentale doel ervaren zonder dat ze dit in de gaten hebben.Bijvoorbeeld: 

We speelden een partijtje gassers tegen de remmers. Dat is lachen, want je hebt dan een team die voortdurend een hoop kabaal laat horen en een team waar er volledige stilte is (niemand die roept). Tussendoor hebben we de voor- en nadelen van veel roepen en rust besproken. De spelers kunnen van elkaar leren.
We draaiden de rollen. De gassers moesten in drie punten een plan bedenken en dat uitvoeren. Zij kwamen eerst met vijf verschillende plannen, waar ze 1 plan van moesten maken (wat gaan we doen?). De remmers moesten elkaar positief hardop coachen. We hoorden spelers die we anders nooit horen.

De spelers leren hiermee dat iedereen anders is. Dat dit ook goed is en juist een team sterk maakt. Wanneer je iets extra’s doet dan maakt dat je een completere speler. 

Op deze foto zie je dat de <14 voetballers moeten zorgen dat ze de bal van de hand van de ander tikken en moeten zorgen dat dit met hun eigen bal niet gebeurd. Je ziet dat direct wie voor veilig gaat (Rem) en vol in de aanval (Gas).

 

 

Wil je meer lezen bestel het boek GAS en REM in de sport. Mentaal Sterk Coachen:

Boek

 

Waardeer je sportouders

Waardeer je sportouders

We zoeken nog een coördinator voor het materiaalhok. Op het moment dat de vraag bij de atletiek gesteld wordt, weet ik dat ik vooral geen oogcontact moet maken. “Is dat niks voor jou,” stoot ik zachtjes mijn buurman aan. Hij kijkt wel op en sindsdien is hij opperhoofd materiaal, waarbij zijn eerste klus het materiaalhok uitmesten is.

Wekelijks staan er duizenden ouders voor de club klaar. Zij betalen, rijden, koken maaltijden, wassen clubtenues, draaien bardiensten, zijn teammanager, jurylid en ‘coördinator vanallesennogwat’. Toch worden sportouders vooral irritant gevonden. “Wat een rust,” zeggen we nu ouders de sportclub niet mogen betreden. “Kunnen we ze bij de trainingen weren,” was een vraag die een turnclub mij vlak voor de lockdown stelde. De oplossing van het sportouderprobleem voor deze turnclub is door Covid 19 in één keer opgelost. 

‘Deze trainers en kinderen missen ouders langs de lijn niet’, kopt de NOS na twee weken ouderloze training.

De afgelopen vijftien jaar heb ik gedrag van sportouders bij trainingen en wedstrijd zowel in de top-, als breedtesport geobserveerd. Sportouders mogen wat mij betreft meer gewaardeerd worden. Sportouders willen het heel graag goed doen voor hun kinderen. Zij wringen zich in alle bochten om te zorgen dat hun kinderen hun sport kunnen beoefenen. Doen ze het altijd goed, zeker niet. De intentie is goed, vanuit liefde voor hun kind. Dat is waar het om draait. Ze werken zich uit de naad, zodat hun kind een trainingsstage in het buitenland kan doen, kunnen heel beperkt op vakantie omdat hun kind in een talentencentrum traint, zitten na een drukke werkweek uren in de plastic kuipstoeltjes te wachten tot de wedstrijd begint. Dit is de generatie: als het erin zit, dan moet het eruit komen, daarom doen sportouders heel veel voor hun kinderen. 

Lekker bezig pedagoog

Sportouder ben je als je kinderen hebt die sporten. We zijn met velen dus. Er wordt van alles van sportouders verwacht, maar niemand die vertelt hoe we het moeten doen. Zo werd ik bij één van de eerste crossen die mijn zoontje liep uitgefoeterd door een meneer met een geel hesje, omdat ik op de verkeerde plek aanmoedigde. Terwijl ik al vijfendertig jaar in de atletiek rondloop. Bij korfbal stond ik als enige bij de wedstrijdplek, terwijl de rest van het team op de thuisbasis wachtte omdat ze altijd samen rijden. Doordat mijn man en ik best veel werken is ons leven gehaast. Hierdoor komen we vaak net op tijd bij trainingen en wedstrijden, waardoor er altijd wel iemand op z’n horloge wijst en de corrigerende vinger naar ons opsteekt. 

Sportopvoeden is geen gemakkelijke taak. Je kinderen belanden in de puberteit en gaan steeds meer in de weerstand. Jij probeert alle ballen van school, sport en werk omhoog te houden. 

Voetbalmoeder: “We hebben als ouders nooit rust. Alle trainingen bijwonen en altijd vroeg eten is pittig, want we hebben meerdere kinderen en ons werk. Er is met Pasen en met Pinksteren een toernooi. Als gezin kunnen we in de zomer maar één week op vakantie, want ik heb in de bouwvak vrij en in augustus starten de trainingen weer.” 

Geef een reële boodschap aan ouders

Hoewel er prachtige initiatieven zijn voor sportouders en sportplezier werken ze onvoldoende. Dat komt omdat we ons allemaal niet aangesproken voelen. 

  • Zo is ‘wees altijd positief’ een irreële vraag, die mij als moeder regelmatig een schuldgevoel geeft. Soms ben je gewoon chagrijnig, ben je druk of zijn je puberende kinderen strontvervelend;
  • ‘Verboden te schreeuwen’ is een boodschap die ouders nu wel weten. Bovendien schreeuwen de meeste ouders niet. Daardoor voelen ouders zich niet aangesproken om hun supportersgedrag te veranderen. Terwijl we misschien wel onbewust druk zetten met kleine opmerkingen, gesprekjes of een blik. 

Als sportouders weten we allemaal iemand aan te wijzen ‘die echt heel erg is’. Zo lang we zo negatief over sportouders blijven praten voelt niemand zich persoonlijk aangesproken. Terwijl het wel over ons allemaal gaat. Ik vroeg mijn kind hoe ik het deed bij wedstrijden: “Ik vind jullie bloedirritant,” zei mijn zoon. Lekker dan, hoezo? “Je filmt en daardoor raak ik afgeleid.” Oké dat is duidelijke informatie voor gedragsverandering. “Wat vind je dan wel fijn,” vroeg ik. “Als je bij de finish staat,” zei hij. 

Hockeyvader: ”Toen ik mijn dochter ging aanmelden bij de plaatselijke hockeyclub, werd mij verteld dat ik als ouder vrijwilligerswerk moest gaan doen. Dit vrijwilligerswerk bestond uit het team coachen en wedstrijden fluiten. Ik heb zelf altijd gevoetbald, dus ik heb totaal geen verstand van hockey. Wel heb ik een tegelzettersbedrijf. Ik stelde voor om in plaats van het team te coachen wat algemeen klein onderhoud te doen op het complex. Maar dat mocht niet.”

Wanneer we jeugdsport positiever willen krijgen, dan moeten we zorgen dat ouders zich aangesproken voelen. Waardeer je sportouders, spreek ze op niveau aan, investeer in verbinding en laat die pedagogische corrigerende vinger weg.

In het nieuwe sportseizoen komt het boek: ‘Als je maar wint’. Sportouders in Perspectief uit. Hierin krijg je een mooie inkijk in het leven van een sportouder. Het boek staat vol verhalen van sporters, topsporters, ouders en coaches. Je gaat je achter je oren krabbelen: ‘goh, hoe doe ik dat eigenlijk?’ Als we langs de lijn gedrag willen veranderen moeten we dat met z’n allen doen.

Plezier en presteren gaan hand in hand

Plezier en presteren gaan hand in hand

Robert van Winden is voorzitter van Stichting WIN-WIN. Deze stichting heeft als doel het stimuleren van samenwerking in de (top)sport, met name op het gebied van talentontwikkeling. Daarbij concentreert zij zich vooral op de thema’s ‘mentale begeleiding’ en ‘sportouders’. Stichting WIN-WIN is initiatiefnemer van het ‘Netwerk Ouders Sporttalenten’. Robert maakt deel uit van ‘Team Flow’ en levert hiermee een bijdrage aan het project ‘Sport in Perspectief’.   

Door: Robert van Winden

Sport in Perspectief

De belangrijkste reden om als Stichting WIN-WIN deel te nemen aan het project ‘Sport in Perspectief’ is om ervoor te zorgen dat kinderen in de leeftijdscategorie 9–16 jaar behouden blijven voor de sport. Dit betekent ook dat talentvolle kinderen doorgaan met sporten, wat bijdraagt aan de doelstelling van de stichting: talenten de kans geven zich optimaal te ontwikkelen.

Door Sport in Perspectief ontwikkelen kinderen van jongs af aan mentale vaardigheden waar ze de rest van hun (top)sportcarrière van kunnen profiteren. Stichting WIN-WIN gelooft heilig in de meerwaarde van het aanleren van mentale vaardigheden in de topsport. Het helpt kinderen weerbaar te zijn, waardoor ze makkelijker om kunnen gaan met de druk die topsport ook geeft.

Daarnaast ondersteunt Sport in Perspectief (top)sportouders bij de begeleiding van hun kinderen. Voor Stichting WIN-WIN is de doelgroep ouders een hele belangrijke doelgroep vanuit het motto: “Zonder topsportouders geen topsport in Nederland”.  

En verder is Sport in Perspectief een mooi voorbeeld als het gaat om samenwerking in de sport. Niet alleen worden pedagogische en psychologische kennis gecombineerd ten behoeve van de sport, het team dat het project uitvoert bestaat uit veel experts vanuit allerlei verschillende vakgebieden.

Mijn belangrijkste bijdrage is het doen van interviews met topsporters, ouders en talenten uit het het netwerk van Stichting WIN-WIN.

Interviews

Wat mij vooral opviel bij het afnemen van de interviews was dat plezier en presteren dichter bij elkaar liggen dan de opdracht vanuit de ‘Nationale Sportinnovatorprijs’ doet vermoeden. In deze opdracht staat letterlijk dat het project moet bijdragen aan ‘de overgang van een prestatiecultuur, waar de nadruk ligt op winnen en resultaat, naar een positieve sportcultuur waar de nadruk ligt op plezier‘. In de gesprekken met de topsporters, ouders en talenten kwam ik erachter dat de relatie tussen plezier en presteren toch iets genuanceerder ligt. Ik zal  hieronder verder toelichten aan de hand van een drietal thema’s: succesbeleving, persoonlijke ontwikkeling en prestatiemaatschappij.

1. Succesbeleving

Er zijn kinderen waarbij het plezier in sporten juist sterk samenhangt met presteren. Het halen van een resultaat wordt gezien als een vorm van beloning.

Adonis Kemp (voormalig honkbalinternational en topsportouder): “Beloning is belangrijk op jonge leeftijd en draagt 100% bij aan plezier. Dat ze met het Nederlands team naar buitenlandse toernooien gaan en mooie Oranje pakken mogen dragen. Dan zie je de kinderen lachen, want ze zijn trots dat ze geselecteerd zijn.”  

Daarnaast zie je kinderen die goed presteren onder druk. Zo zijn er kinderen die bij internationale wedstrijden beter presteren dan bij nationale wedstrijden. Of kinderen die graag tegen een sterkere tegenstander spelen en er dan juist nog een schepje bovenop gooien. Een turn-moeder gaf dat heel mooi aan:

“Mijn zoon draait het beste onder druk: dat vindt hij fantastisch. In trainingen lukken bepaalde oefeningen niet, maar in een wedstrijd juist wel. Hij heeft plezier als hij presteert: als een trainer een doel stelt voor een oefening die gehaald moet worden, dan vindt hij dat geweldig”.

Er zijn kinderen die vanuit zichzelf heel gedreven zijn en graag willen winnen. Kinderen die vanuit zichzelf een doel hebben gesteld en dat perse willen bereiken. En die plezier hebben in trainen vanuit een innerlijke drive. Zo vertelt Yvonne van Gennip (ex-schaatster):

“Elke training was voor mij ook een wedstrijd, want het moest perfect. En als een training niet lekker ging, ging ik net zolang door tot het wel lekker ging. Dat had ik als kind al, ook toen ik ging turnen. Bij mij moesten ze vooral afremmen.”

Bij Sport in Perspectief leren deze talentvolle sporters hoe zij hun gedrevenheid zinvol inzetten, want altijd winnen en nooit fouten maken is onmogelijk. Je wilt dat kinderen die drive voor sport blijven houden.

2. Persoonlijke ontwikkeling

Prestaties en resultaten kunnen ook bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Zo leren ze bijvoorbeeld om te gaan met tegenslagen en door te zetten. Al moet je daarbij natuurlijk ook weer de grens goed bewaken.

Karatevader: “Mijn zoon had voor de zomer zijn duim geblesseerd. Hij moest toen in het gips. Hij wilde in die periode met alle geweld wel naar de training van Jong Oranje. Toen heeft hij met één hand getraind. Hij kreeg alleen maar trappen op zijn gezicht. Hij moest veel huilen, maar is niet gestopt.” 

En er zijn kinderen die veel zelfvertrouwen halen uit het feit dat ze op een hoog niveau aan sport doen. Het feit dat ze iets goed kunnen geeft hen een bepaalde vorm van zekerheid.

Judomoeder: “Sport heeft mijn zoon door de puberteit heen getrokken. Daar kon hij z’n ei kwijt: die mat was een soort van zijn thuis en bood hem veiligheid”.

Wanneer je verliest, heb je concrete punten om over na te denken en aan te werken. Wat je moet doen om je doelen wel te bereiken. Een andere judo moeder zei hierover:

“Je leert letterlijk door vallen en opstaan. Dat maakt je een sterker persoon. Als je verliest heb je een leermoment: een directe aanleiding om dingen te veranderen.”

3. Prestatiemaatschappij

We leven in een prestatiemaatschappij en sport maakt daar onderdeel van uit. Bij sport wordt gemeten en scores geteld.

Skimoeder: “Het is belangrijk dat kinderen leren dat plezier hebben meer is dan alleen lol hebben met vriendjes. Dat ze ook plezier kunnen hebben in het zichzelf ontwikkelen. Daar hoort het stellen van doelen bij. Presteren zit diep geworteld in de maatschappij, in het onderwijssysteem en in het bedrijfsleven”.

Over de selectieprocedures is nu veel discussie. Maar ook als er geen selectie is, dan blijft er altijd een kind die de beste is en een kind die minder goed is. Ouders, kinderen en trainers weten pecies wie dat zijn.

Karatevader: “Om een talentstatus te hebben, moet er wel gepresteerd worden. We leven allemaal in een prestatiemaatschappij. Waarom zou je daar pas mee beginnen op je 22ste? Dan ga je de arbeidsmarkt op en heb je ineens te maken met regels. Het moeten presteren geeft wel druk. Maar dat is logisch en leer maar met die druk omgaan. Ik vind dat niet zo heel erg.”

Mijn conclusie

Plezier staat bovenaan als het gaat om een gezonde sportbeleving bij kinderen. Dat zeggen ook alle geïnterviewde topsporters, ouders en talenten in koor.

Maar ieder kind is anders. Het gaat om het bewaken van de balans tussen presteren en plezier en dat vraagt om maatwerk. Sport in Perspectief richt zich erop ouders, coaches en de kinderen te leren hoe ze deze balans tussen presteren en plezier kunnen behouden. 

Uit de gehouden interviews blijkt dat er wel degelijk kinderen zijn die plezier beleven aan presteren in de sport. Een nuance zou hier dus wel op z’n plaats zijn.

De vraag is niet hoe we de nadruk kunnen verleggen van resultaat naar plezier, maar hoe we plezier en resultaat meer hand in hand kunnen laten gaan.  

 

Wil je meer lezen?

Hoe leuk is het om sportouder te zijn? Sport in Perspectief van start.

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Tien sportpsychologen en KNVB maken mentale training voor alle voetballers van NL

Tien sportpsychologen en KNVB maken mentale training voor alle voetballers van NL

Alles is in heel korte tijd anders. Daar moeten we mee zien te dealen. Dat is niet gemakkelijk. Daarom hebben tien sportpsychologen een mentale trainingsprogramma gemaakt voor jonge voetballers. Ik wil alle voetbaltrainers en ouders vragen dit aan hen te geven. Het is mooi vermaak en een aanvulling voor het fysieke schema. Je geeft spelers de kans hun voetbalbrein te blijven trainen. 

Op verjaardagen wordt er altijd over jouw voetbaltalent gesproken. Jij bent die jongen of meisje die speelt bij een BVO (Betaald Voetbal Organisatie). Je vader en moeder grijnzen trots: “Van ons hoeft hij het niet hoor, hij wil het zelf zo graag.” Nu zit je thuis en maak je hun af en toe gek met jouw activiteiten: “Pas op met die bal voor de glazen tafel, ga anders maar naar het park,” hoor ik je moeder zeggen. Je zusje scheldt, omdat ze op het toilet zonder wc-papier zit, want jij probeert de pleerol-challenge hooghouden te verbeteren. Je school vindt dat jij je om half negen digitaal moet melden, terwijl jij denkt: ‘Ik kan toch uitslapen………..’

Inkoppen: De Online Voetbal Brein Training

De situatie is een ‘drieletterwoord die met een k’ begint. Daar kunnen wij als sportpsychologen weinig aan veranderen. We kunnen je wel helpen de tijd thuis voor je sport zo zinvol en aangenaam mogelijk te maken. Ik heb een rondje NL gemaakt van Excelsior naar ADO Den Haag, SC Heerenveen via FC Twente naar VVV Venlo. We hebben uiteindelijk met tien sportpsychologen tien mentale trainingen gemaakt die we je nu als digitale trainingsmap gratis aan willen bieden. Van jou vragen we je belevingen met ons te delen.

Je kunt iedere week een nieuw trainingsonderdeel van ‘Inkoppen’ doen. Het mooiste is als je elke dag een kwartier mentaal traint.

Waarom?

Alleen maar thuis zitten zijn sporters niet gewend. De druk in het gezin gaat omhoog, doordat iedereen de hele dag op elkaars lip zit. Dat geeft unieke mooie momenten in de dingen die je samen doet. Zo zit je ineens met z’n allen te ‘Mens erger je nieten’ en laat je samen de hond uit. Het geeft ook stress doordat er nog steeds van alles moet vanuit werk, school en sport en je elkaar ook in de weg gaat zitten. De online training ‘Inkoppen’ is dus ook niet bedoeld als extra belasting wat er bovenop moet. Het doel is dat de spelers mentale vaardigheden leren, die hen helpen om te gaan met situaties die niet leuk zijn.

Actie

‘Je bent meer dan alleen een voetballer’. Het is een zin die ik vaak uitspreek naar spelers op het veld. Als je alleen voetballer bent, wat blijft er nu dan thuis van je over? Misschien zit je te kijken op sociale media naar alle prachtige filmpjes van anderen en wat doe jij…….?

Alle voetbalclubs proberen hun spelers op hun eigen manier te activeren. Alleen voert ‘eigen verantwoording’ en ‘relatie met ouders’ nu de boventoon. Er zijn spelers die altijd zelfstandig hard werken en nu ook wel manieren vinden dat te doen. Een grotere groep moet meer achter hun gat aangezeten worden, alleen dat werkt bij mentale training eerder averechts. Pak daarom een relaxed moment wanneer je het introduceert. Laat de speler zelf een oefening uitzoeken om te starten. Hieronder lees je hoe.

Tips voor trainers

  • Je kunt ‘Inkoppen’ in z’n geheel aanbieden aan de spelers, maar geef ze er deelstappen bij: Week 1 doe GAS en REM;
  • Vraag hun beleving na, bijvoorbeeld ‘Wie is er een Gasser of Remmer’ / ‘Hoe is de verdeling in ons team?’ en ‘Hoe zie je dat terug op het veld?’ of ‘Heb je een doel voor deze week?’ en (aan einde van de week) hielp dat? Heb je de visualisatie-oefening gedaan? Hoe vond je dat dit ging (cijfer 0-10)?
  • Accepteer dat niet iedereen flitsende filmpjes zal sturen, maar moedig ze wel aan belevingen met elkaar te delen, zodat ze elkaar stimuleren.

Tips voor de ouders

  • Geef de kinderen ruimte zich te vervelen en boos te zijn of somber te voelen, wat dat is logisch gezien de situatie;
  • Maak afspraken die passen bij je kind over leren, gamen, trainen;
  • Benoem de vergelijking met sport. Wanneer is sport bijvoorbeeld echt niet leuk: ‘Als je uit de selectie geknikkerd wordt’, ’12-0 verliezen bij Ajax’, ‘5 min speeltijd krijgen…’ –> De sterkste sporters zetten door en steken energie in dat wat zij zelf in de hand hebben bijvoorbeeld: ‘hard werken’, ‘techniek verbeteren’. Vraag je kind: ‘Wat kan jij nu doen als sterke sporter. Waar steek jij je energie in?’
De online training geeft voetballers de mogelijkheid uit te zoeken wie ze zijn en leert ze een aantal vaardigheden daar het beste uit te halen.

Wil jij de gratis Online Voetbal Brein Training hebben, klik dan hier