Topsporters zijn geen medaillesmachines

Topsporters zijn geen medaillesmachines

(Top)sporters staan regelmatig onder flinke druk en gaan van wedstrijd naar wedstrijd. Het is daarom belangrijk om structureel aandacht te besteden aan hun mentale welzijn. Daarom vertelt Sportpsycholoog Daniëlle van der Klein-Driesen van Flow Mentale Training hoe sporters het best mentaal begeleid kunnen worden.

Mentaal welzijn

“Voor mij is het heel logisch dat mentaal trainen een vast ritueel is in een trainingsprogramma. Want niet alleen fysiek, maar ook mentaal moet je je lichaam leren kennen”, legt de sportpsycholoog uit. “Vaak wordt er pas aan de bel getrokken als er mentaal gezien iets misgaat. Dan moeten we er als sportpsycholoog even naar kijken en door. Een sterke service leren bij tennis kost jaren training. Maar mentaal is dat precies hetzelfde.”

“Tijdens een tenniswedstrijd wordt er mentaal veel van een speler gevraagd, zoals zelfvertrouwen, maar ook concentratie en doelgerichtheid. Een toptennisser heeft veel ruimte om na te denken, tijdens én na de wedstrijd. En daarmee dus ook veel tijd om met zichzelf in de knoop te zitten. Het helpt als een tennisser leert om met frustratie, twijfel en angsten te dealen, want die komen af en toe ongevraagd mee de baan op.”

Geen machines

“Het is een voorwaarde om jezelf te leren kennen, want bij wedstrijden moet je het helemaal alleen doen. Preventief mentaal trainen op de baan en kijken hoe je het beste te werk kunt gaan. Vooraf oplossingen zoeken voor mogelijke belemmeringen. Dat levert veel op. We moeten gewoon structureel in gesprek gaan met topsporters over hun mentale welzijn.”

Van sporters kunnen we nog wel eens verwachten dat het een soort machines zijn. Dat ze altijd maar kunnen presteren (en het liefste ook nog winnen). “Maar we moeten onthouden dat zij ook gewoon mensen zijn. Zij hebben ook mindere periodes. Met sommigen van hen gaat het ook niet altijd goed”, legt Van der Klein – Driesen uit.

Naomi Osaka

Tennisser Naomi Osaka is een voorbeeld daarvan, en zij spreekt zich daar als een van de weinige sporters nu over uit. “We weten niet wat er speelt bij Osaka, maar het is wel heel goed dat zij zich erover uitspreekt. We zeggen allemaal dat we het belangrijk vinden, maar daar moeten we ook naar handelen”, vertelt de sportpsycholoog.

De druk is ontzettend hoog bij een speler zoals Osaka, en moeten praten met pers – want ook haar prijzengeld en contracten hangen hiermee samen – maakt dat niet makkelijker. “Zij geeft aan dat het haar niet lukt. Dat is wel een heel duidelijk signaal. Dat is geen onwil, dat is onvermogen. Geef haar de tijd voor herstel. Ik ben benieuwd wat zij kan laten zien wanneer het beter met haar gaat.”

Lees hier het artikel op Linda.nl. Naar het artikel.

 

De balans tussen een pedagogisch- en topsportklimaat lijkt bij turnen ver te zoeken, maar is niet onvindbaar

De balans tussen een pedagogisch- en topsportklimaat lijkt bij turnen ver te zoeken, maar is niet onvindbaar

Liefde voor turnen

Gemeenschappelijk delen de (oud)turners de liefde voor hun sport. Zij hebben ervaring met turnen op het allerhoogste niveau: Oranje, Olympische Spelen, tot de selectie behoren of er net buiten vallen. Ze delen tevens de onrust die ze voelen als het over hun sport gaat. Een aantal oudturners heeft heftige dingen meegemaakt en ervaart daar nog steeds de gevolgen van. De vraag die leeft is: “Waarom deden we dat eigenlijk zo?” Als topturner in een systeem waarin ook zij klaargestoomd werden/worden om tot de allerbesten te behoren. Dit gaat over ‘vroeger’, maar ook over ‘nu’ omdat ze bijvoorbeeld nog topturner zijn, turnmoeder, kinderarts of trainster.

“Mijn vader herinnerde zich een gek “copingsliedje” wat hij in de auto zong als ik naar de wekelijkse landelijke selectie training ging. Om mij daarvoor op te laden en geestelijk te wapenen, maakten mijn vader en ik de trainer belachelijk. Dat had ik nodig om turnen vol te houden.”
– Oudturner

Met de klankbordgroep richten wij ons op het nu. Wij vragen ons af:

Hoe stel je het kind centraal binnen een (top)turnomgeving? Door kennis en ervaring te delen, willen we concrete betekenis geven aan een positief turnklimaat bij Turnz.

Turnz

De turnvereniging is onderdeel van een breder systeem: De KNGU en NOC*NSF. Zij zijn op dit moment hard bezig met de ‘search for change’ of te wel de cultuurverandering in de gymsport. Met onze klankbordgroep starten we klein. Van binnenuit, oftewel bij de club. Turnz heeft aangegeven een voorbeeldrol te willen nemen.

Door open te zijn wat er ‘anders kan’ op clubniveau en vooral vast leggen ‘wat werkt dan wel?’

Wat is de norm?

Als het over turnen gaat ,ontstaat er eerlijk gezegd in mijn pedagogisch en sportpsychologisch brein kortsluiting. Ik hoor mijn dilemma’s terug in deze klankbordgroep:

  • Dertig uur per week trainen, twintig uur naar school, 15 uur reistijd en tien uur huiswerk.
  • Als twaalfjarige elke dag in een Tupperware bakje je opgewarmde eten opeten onderweg naar de training.
  • Kinderen op jonge leeftijd in een gastgezin.
  • Stilstaan op een rijtje.
  • Blessures niet vertellen aan de trainer.
  • Onmogelijke eisen aan een (puber)lichaam.
  • Ouders die het laten gebeuren, maar op de tribune er wel over klagen.
  • Machtposities van trainers die bepalen wie wel en wie niet.
  • De hoge prijs fysiek en mentaal voor medailles.
  • De veel grotere groep die nooit medailles haalt.
  • Het gevoel van falen bij vroegtijdig met de sport stoppen.
  • Het teleurstellen van je trainers en ouders als je minder presteert of stopt.

Wie ben je nog als je geen turner bent?

“Een weegschaal is een rotding. Het trekt nog steeds mijn aandacht.”
– Oud-turner

Voor alle sporten geldt, wanneer de balans verdwijnt (zeker gedurende langere tijd) dan loopt een kind risico op psychische en fysieke schade.

De (oud) turners vinden nodig voor een positief sportklimaat:

  • Trainen in een groep.
  • Meerdere trainers, zodat ze elkaar kunnen versterken en bij kunnen sturen.
  • Gelijkwaardigheid: geen klein kind tegenover de grote mens.
  • Plezier voorop.
  • De turner de kans geven zich als mens te ontwikkelen.
  • Structurele aandacht op bestuurlijk niveau aan het pedagogisch opleiden van trainers.
  • Intervisie waarbij trainers zichzelf onder de loep nemen.
  • Zelfreinigend vermogen van clubs en bonden.
  • Meer mogelijkheden voor kinderen om te turnen op andere manieren, bijvoorbeeld circusschool of trampolinedemonstratie.

Waar moeten we dan aankloppen? Bij de bond, de besturen, de clubs, de trainers, de ouders, de turners? Ook deze klankbordgroep heeft geen toverstafje. Toch kun je stap voor stap ervoor gaan, van klein naar steeds groter. Er gebeurt ook heel veel goeds in turnland. Dat moeten we zichtbaar maken.

Verandering ontstaat als je ermee begint

Bij Turnz het startschot

Opdracht voor Turnz deze maand. Verwerk in iedere training die je geeft minimaal één spelelement (ook voor de zestienjarigen). Oftewel laat ze rennen, vangen, rollen, kruipen, opdrukken, tikken met een resultaat of aandachtselement. Deze oefening mag best afwijken van hoe je jouw training normaal geeft, maar je kunt het ook verwerken in bijvoorbeeld jouw warming up, tussendoor of als afsluiting.

Ze trainen hiermee fysiek, maar ook mentaal: aandacht richten, communiceren, keuzes maken en oplossingen zoeken.

Samen lachen, daar krijg je positieve energie van, waardoor je graag gaat turnen!

 “Als moeder moet ik leren te genieten van mijn kind als ik bij een wedstrijd zit. Waarom moet ik zenuwachtig zijn? Maar ik heb ook die gedrevenheid om te presteren. Hij wil zo graag dat het lukt en ik gun het hem zo.”
– Turnmoeder in Als je maar wint

 

Meer over mentale training

Tennis is net schaken. Sport in Perspectief bij Intime Tennis Academy

Mentale training op de atletiekbaan net zo normaal als loopscholing

 

Gas en Rem bij Excelsior: mentale voetbaltraining

Gas en Rem bij Excelsior: mentale voetbaltraining

De inhoud richt zich op de coach en de spelers. Zij gaan hun eigen (prestatie)gedrag en dat van anderen beter begrijpen en daardoor effectiever reageren. Het gaat niet om het stickertje gasser of remmer, maar vooral om het herkennen van de acties die iemand doet tijdens trainingen en wedstrijden en het bijsturen. Hoe handelen spelers als ze onder druk staan? Blijft er dan balans tussen GAS en REM.

Mentale voetbaltraining

Verandering ontstaat pas, wanneer de spelers de kans krijgen de mentale vaardigheden te trainen op het veld. Daarom staat er iedere maand een ander thema centraal: GAS en REM, Doelen stellen, Optimale spanning, Focus, Vechtlust, Zelfvertrouwen, Cirkels van invloed, Gedachten sturen, Emotionele stabiliteit en Aandachtsstijlen. Zowel voor de individuele speler: Wat doe ik?  En het team: Hoe doen we het samen? 

Iedere maand staat een ander thema centraal, die verwerkt in de voetbaltraining. Door onder andere de vragen die de trainer stelt wordt een mentaal aspect aan de training toegevoegd, waarbij de trainer zich richt op de individuele speler of het team als geheel.

Vooraf: Wat is je/ons doel? Waar richt je jouw aandacht op? Waar kijk je naar? Hoe coach jij jezelf? Hoe coach je de ander? Wat doe je voor de wedstrijd om scherp te zijn? Wat is je/ons plan?

Achteraf: Is het gelukt? Hoe heb je/jullie het ervaren? Waar was je met jouw aandacht? Waar keek je naar? Wat zei je tegen jezelf/de ander? Ging je/jullie er beter door spelen? 

Voorbeeld doelen stellen 

Het mooie van jonge spelers is dat ze leven bij de dag. Vandaag heb ik het naar mijn zin of niet. Daarom moeten wij ook zorgen dat het vandaag leuk is. Wanneer kinderen bij een BVO voetballen wil je ze ook leren af en toe naar de langere termijn te kijken. De spelers zeggen eerlijk, dat nu er geen wedstrijden zijn het soms best lastig is hard te blijven trainen. 

Ik vroeg de spelers van <13: Wie wil er profspeler worden? Alle handen omhoog. Mooie buitenlandse clubs werden genoemd. Ik zei: “Wat gaan jullie vandaag doen om de kans te vergroten dat dit gebeurt?” Het team besloot te gaan trainen als een prof. We maakten een rondje wat ze dan gingen doen, om zich als een professional te tonen. “Ik ga geen geintjes meer maken,” zei een speler. “Ik ga honderd procent geven, dus ik ga voor alle ballen,” zei een ander, “Ik ga luisteren naar de instructie van de trainer.” 

“Ik ben benieuwd,” zei ik. De trainers kregen de opdracht te observeren.
Het grappige was, dat de hele warming up in bijna stilte werd gedaan, terwijl het normaal best een luidruchtig groepje is. Na de warming up bespraken we welke (prestatie)gedrag we gezien hadden. Gingen ze bijvoorbeeld door de rust die ze toonden beter presteren? 

“Ik kon mij beter concentreren zij een speler.” Een doel stellen helpt inderdaad je aandacht te richten. Daar hoeft het niet doodstil voor te zijn en af en toe een geintje maakt trainen leuker, maar als je met aandacht je bewegingen uitvoert, dan word je beter. We deden weer een rondje doelen stellen, waar ga jij je de rest van de training op richten? Aan het einde van de training vroegen we na of het gelukt was en wat dit met hun voetballen deed.

Het werkt bij ieder team anders

“De trainers van Excelsior zijn leergierig en bereid te investeren in mentale training.”

De trainers komen zelf met prachtige werkvormen waarin we de mentale thema’s aan bod laten komen

  • Bewust: De trainer en ik leggen het mentale thema uit. Let op …
  • Onbewust: We laten ze het mentale doel ervaren zonder dat ze dit in de gaten hebben.

Voorbeeld:
We speelden een partijtje gassers tegen de remmers. Dat is lachen, want je hebt dan een team die voortdurend een hoop kabaal laat horen en een team waar er volledige stilte is (niemand die roept). Tussendoor hebben we de voor- en nadelen van veel roepen en rust besproken. De spelers kunnen van elkaar leren.

We draaiden de rollen. De gassers moesten in drie punten een plan bedenken en dat uitvoeren. Zij kwamen eerst met vijf verschillende plannen, waar ze 1 plan van moesten maken (wat gaan we doen?). De remmers moesten elkaar positief hardop coachen. We hoorden spelers die we anders nooit horen.

De spelers leren hiermee dat iedereen anders is. Dat dit ook goed is en juist een team sterk maakt. Wanneer je iets extra’s doet dan maakt dat je een completere speler. 

Op deze foto zie je dat de <14 voetballers moeten zorgen dat ze de bal van de hand van de ander tikken en moeten zorgen dat dit met hun eigen bal niet gebeurt. Je ziet dat direct wie voor veilig gaat (Rem) en vol in de aanval (Gas).

Waardeer sportouders!

Waardeer sportouders!

Iedere sportouders herkent dit vast:

“We zoeken nog een coördinator voor het materiaalhok.” Op het moment dat de vraag bij de atletiekvereniging gesteld wordt, weet ik dat ik vooral geen oogcontact moet maken. “Is dat niks voor jou,” stoot ik zachtjes mijn buurman aan. Hij kijkt wel op en sindsdien is hij opperhoofd materiaal. Zijn eerste klus: het materiaalhok uitmesten.

“Wat een rust,” zeggen we nu de ouders vanwege corona de sportclub niet mogen betreden. “Kunnen we ze bij de trainingen weren,” was een vraag die een turnclub mij vlak voor de lockdown stelde. De oplossing van het sportouderprobleem voor deze turnclub is door Covid 19 in één keer opgelost. 

“Deze trainers en kinderen missen ouders langs de lijn niet” kopt de NOS na twee weken ouderloze training.

De afgelopen vijftien jaar heb ik gedrag van sportouders bij trainingen en wedstrijd zowel in de top-, als breedtesport geobserveerd. Sportouders mogen wat mij betreft meer gewaardeerd worden. Sportouders willen het heel graag goed doen voor hun kinderen. Zij wringen zich in alle bochten om te zorgen dat hun kinderen hun sport kunnen beoefenen. Doen ze het altijd goed, zeker niet. De intentie is goed, vanuit liefde voor hun kind. Dat is waar het om draait.

Ze werken zich uit de naad, zodat hun kind een trainingsstage in het buitenland kan doen, kunnen heel beperkt op vakantie omdat hun kind in een talentencentrum traint, zitten na een drukke werkweek uren in de plastic kuipstoeltjes te wachten tot de wedstrijd begint. Dit is de generatie: als het erin zit, dan moet het eruit komen, daarom doen sportouders heel veel voor hun kinderen. 

Lekker bezig pedagoog

Sportouder ben je als je kinderen hebt die sporten. We zijn met velen dus. Er wordt van alles van sportouders verwacht, maar niemand die vertelt hoe we het moeten doen. Zo werd ik bij één van de eerste crossen die mijn zoontje liep uitgefoeterd door een meneer met een geel hesje, omdat ik op de verkeerde plek aanmoedigde. Terwijl ik al vijfendertig jaar in de atletiek rondloop.

Bij korfbal stond ik als enige bij de wedstrijdplek, terwijl de rest van het team op de thuisbasis wachtte omdat ze altijd samen rijden. Doordat mijn man en ik best veel werken is ons leven gehaast. Hierdoor komen we vaak net op tijd bij trainingen en wedstrijden, waardoor er altijd wel iemand op z’n horloge wijst en de corrigerende vinger naar ons opsteekt.

Sportopvoeden is geen gemakkelijke taak. Je kinderen belanden in de puberteit en gaan steeds meer in de weerstand. Jij probeert alle ballen van school, sport en werk omhoog te houden.

“We hebben als ouders nooit rust. Alle trainingen bijwonen en altijd vroeg eten is pittig, want we hebben meerdere kinderen en ons werk. Er is met Pasen en met Pinksteren een toernooi. Als gezin kunnen we in de zomer maar één week op vakantie, want ik heb in de bouwvak vrij en in augustus starten de trainingen weer.”
– voetbalmoeder

Geef een reële boodschap aan ouders

Hoewel er prachtige initiatieven zijn voor sportouders en sportplezier, werken ze onvoldoende. Dat komt omdat we ons allemaal niet aangesproken voelen. 

  • Zo is ‘wees altijd positief’ een irreële vraag, die mij als moeder regelmatig een schuldgevoel geeft. Soms ben je gewoon chagrijnig, ben je druk of zijn je puberende kinderen strontvervelend;
  • ‘’Verboden te schreeuwen’ is een boodschap die ouders nu wel weten. Bovendien schreeuwen de meeste ouders niet. Daardoor voelen ouders zich niet aangesproken om hun supportersgedrag te veranderen. Terwijl we misschien wel onbewust druk zetten met kleine opmerkingen, gesprekjes of een blik. 

Als sportouders weten we allemaal iemand aan te wijzen ‘die echt heel erg is’. Zo lang we zo negatief over sportouders blijven praten voelt niemand zich persoonlijk aangesproken. Terwijl het wel over ons allemaal gaat.

Ik vroeg mijn kind hoe ik het deed bij wedstrijden: “Ik vind jullie bloedirritant,” zei mijn zoon. Lekker dan, hoezo? “Je filmt en daardoor raak ik afgeleid.” Oké dat is duidelijke informatie voor gedragsverandering. “Wat vind je dan wel fijn,” vroeg ik. “Als je bij de finish staat,” zei hij. 

”Toen ik mijn dochter ging aanmelden bij de plaatselijke hockeyclub, werd mij verteld dat ik als ouder vrijwilligerswerk moest gaan doen. Dit vrijwilligerswerk bestond uit het team coachen en wedstrijden fluiten. Ik heb zelf altijd gevoetbald, dus ik heb totaal geen verstand van hockey. Wel heb ik een tegelzettersbedrijf. Ik stelde voor om in plaats van het team te coachen wat algemeen klein onderhoud te doen op het complex. Maar dat mocht niet.”
– hockeyvader

Wanneer we jeugdsport positiever willen krijgen, dan moeten we zorgen dat ouders zich aangesproken voelen. Waardeer je sportouders, spreek ze op niveau aan, investeer in verbinding en laat die pedagogische corrigerende vinger weg.

In het nieuwe sportseizoen komt het boek: ‘Als je maar wint’. Sportouders in Perspectief uit. Hierin krijg je een mooie inkijk in het leven van een sportouder. Het boek staat vol verhalen van sporters, topsporters, ouders en coaches. Je gaat je achter je oren krabbelen: ‘goh, hoe doe ik dat eigenlijk?’

Als we langs de lijn gedrag willen veranderen moeten we dat met z’n allen doen.

Lees hier het boek ‘Als je maar wint’

 

Thuistips voor voetbalouders

Thuistips voor voetbalouders

Bemoei je er niet mee, je doet het helemaal verkeerd zijn teksten van mijn dochter.

Ik weet het allang zegt mijn zoon.

De staartdelingen, zoals wij ze deden bestaan niet meer. Ons thuis is veranderd in kantoortuin, school en fitnessruimte, maar dan allemaal door elkaar. Mijn man staat zijn studenten les te geven, terwijl ik met een zeiler Skype en mijn dochter Engels krijgt. Er is een computer te weinig, maar onze zoon weet de oplossing, want hij kan Fortnighten op zijn Nintendo …

Hoe is dat als je voetbalouder bent?

Een voetballer in huis

Voetballers die thuiszitten en niets meer in teamverband kunnen doen. ‘Daar word je wel een beetje gek van’, is een veel gehoorde kreet. Clubs zijn nu afhankelijk van het zelfsturend vermogen van de spelers en het bijsturen van jullie als ouders. Hierbij ga je de verschillen zien wie die verantwoordelijkheid aan kan en wie niet. Dan gaat het over discipline wat betreft het fysieke/mentale trainingsprogramma, voeding en rust.

“Wat wel grappig is, dat het nu niets uitmaakt of je Ronaldo, Messi of Piet Voetbal bent. Je zit allemaal thuis en moet individueel trainen.”

De voetballer

Wanneer je op hoog niveau speelt, dan is jouw hele leven, jaar in jaar uit afgestemd op voetbal. Je traint altijd in teamverband. Door het verplicht thuis te zitten vallen er een hoop dingen weg:

  • De competitie ligt stil, je kunt voetbalpassie niet meer uitvoeren;
  • Er zijn geen trainingen en wedstrijden meer;
  • Je mist het contact met teamgenoten;
  • De doelgerichte, gestructureerde en actieve leefstijl is verdwenen;
  • Je zit ineens in je huis met je gezin, die allemaal hun aandacht vragen;
  • Mentale kick van de strijd met anderen is weg;
  • Je identiteit als voetballer loopt gevaar: wie ben je nog meer behalve voetballer?

Ouder(s)

Maar als ook voetbalouders komt er een hoop op je af. Ergens is het wel fijn even rust te hebben en je niet te hoeven haasten richting de training. Tegelijkertijd vraag jij je ’s avonds af waarom je zo moe bent. Het voortdurend switchen van aandacht tussen: werk, kinderen, partner, zorgen over geld of de toekomst, berichten op tv en sociale media kosten jouw brein enorm veel energie. Je moet voortdurend schakelen.

Bijvoorbeeld: Je voert een gesprek voor je werk. Ondertussen loopt de computer vast van je zoon en hij roept jou, wat zorgt voor een verstoring van je aandacht. Jij moet die weer opnieuw richten, tot de volgende verstoring zich aandient.

De omstandigheden waarin je nu met je gezin zit verschilt. Prins Ronaldo zit in een kast van een huis, waarbij alle trainingsmogelijkheden kunnen worden ingevlogen en hij genoeg ruimte heeft de rust voor zichzelf te pakken. Ook hij gaat er achter komen, dat hij net als iedereen ‘mens’ is. Wij moeten het allemaal met minder doen en sommigen met heel veel minder.

We steken allemaal anders in elkaar. Daarom als je tips wilt toepassen is stap 1: Ga na wat voor jouw kind en jullie gezin werkt.

Wat doet jouw kind?

Spelers verschillen onderling, dat zie je ook op het veld. Er zijn voetballers die altijd hard werken en nu zelf op zoek gaan naar trainingsmogelijkheden op straat of thuis. Zij pakken hun rust, wat hun lijf  goed doet en zoeken nieuwe manieren van actie. Spelers die minder sterk in hun vel zitten en waarbij hun structuur wegvalt, kunnen doorslaan in twijfel: ‘Ben ik wel goed genoeg?’, ‘Kom ik op mijn oude niveau?’, ‘Op sociale media zie ik andere spelers allemaal fantastische dingen doen’.

“Laat je niks wijs maken, door al die mooie hooghoud-filmpjes op sociale media en kijk er minder vaak naar. Hoe spelers zich ‘echt voelen’ zie je niet.”

Doordat het onduidelijk is hoe lang de voetbalstop duurt, vallen gerichte doelen weg. Spelers hebben ruimte voor langer in hun bed, meer eten, gamen (bevrediging op de korte termijn). Als ouders is het soms ook lastig hierin bij te sturen.

Een grote groep spelers moet achter hun gat aangezeten worden, terwijl ze het ook bloed-irritant vinden, wanneer hun ouders dat doen. Het is een zoektocht naar begeleiden en loslaten.

Begeleiden en loslaten

Juist in deze tijd hebben de voetballers jullie heel hard nodig. Je moet je eigen rol hierin helder houden. Je blijft ‘vader of moeder’, je bent geen leerkracht of trainer. Dat betekent dat je belangrijk bent voor het vertrouwen en liefde die je jouw kind geeft. Dit doe je door: Er te zijn, je kind ruimte te bieden zijn eigen weg te zoeken en te prijzen als dat lukt. Het is een tijd waarin je ook dingen samen kan doen, als: tafeltennissen, kaarten, jeu de boules, mens erger je niet, rennen, hooghouden.

Je kind ervaart dat hij meer is dan alleen een voetballer, wat heel belangrijk is voor zijn verdere ontwikkeling in sport, school en werk.

Als ouders help je met structuur en stuur je bij als dat nodig is. Voor het ene gezin zal dat betekenen dat er duidelijke schema’s op de koelkast hangen, met de geplande activiteiten van die dag. Eerlijk gezegd heb ik daar weinig mee, maar als het voor jou wel werkt zeker doen. Je kunt ook structuur geven door jouw voorspelbaarheid van handelen:

  • Doordeweeks zelf op tijd op te staan en met elkaar ontbijten, waardoor je kinderen het verschil ervaren tussen maandag t/m vrijdag en het weekend;
  • Vraag na: Wat ga je allemaal doen vandaag? / Wat moet je voor school doen? / Wat staat er voor sport op het programma? / Kan ik je ergens mee helpen?
  • Leg uit dat als er geen leraar is, jij toch dagelijks even moet weten wat er gedaan is. Wanneer je af en toe een koppie thee brengt zie je ook wat er gebeurt;
  • Tijdsduur gamen/sociale media. Ik heb mijn kinderen uitgelegd wat het met je brein doet als je ’s avonds van die schietspellen gaat doen en een maximaal tijd met games. Onze kinderen maken er zeker gebruik van, als wij werken. Ze gaan eigenlijk steeds over die tijd heen heen. Maar ik kan ze door deze afspraak wel aanspreken en ze makkelijker laten stoppen: “Houd je zelf de tijd in de gaten” of “Stoppen nu”;
  • Tijd en plek voor jezelf opeisen. Dit is misschien wel de grootste challenge. Als jij twee uur gericht kunt werken, zul jij je verbazen hoeveel je kunt doen;
  • Zonder de problematiek op de schouders van je kind te dumpen, kan je best uitleggen wat ’thuiszitten’ met jou doet. Zodat je kind ook hoort hoe hij met jou rekening kan houden.

“Geen schuldgevoel als het effe minder loopt. Kijk wat je in de nieuwe dag hierop kan aanpassen.”

Topsport

Als voetballer is het een leerzame periode. Dat is iets wat je met je kind kan bespreken. Stel je bent een succesvolle profvoetballer en je scheurt je kruisband…..Ook dan zit je een paar maanden thuis. Die spelers die hier goed mee omgaan, vergroten de kans weer terug te keren op het oude niveau. Dat zijn de echte topsporters.

Nu zitten we allemaal thuis. Vraag je kind:

  • ‘Hoe ga jij het verschil maken, met al die jongens die ook zo graag profvoetballer willen worden’. Wat kan je nu thuis doen? Hoe ga je zorgen dat jij je hieraan houdt?
  • Wat kan je straks op het veld doen?

Stimuleer je kind mee te doen met de opdrachten die ze krijgen van de trainers. Buiten de inhoud, zorgt dit er ook voor dat je kind verbinding houdt met het team, waardoor het straks veel makkelijker is terug te keren.
Het opnemen van bijvoorbeeld een filmpje, kan voor sommige heel a-relaxed zijn. Leg je kind uit dat het geen meting is tussen spelers, het hoeft geen hoogstandje te zijn, laat gewoon zien wat je doet. Het draait om verbinding, dat je samen met je team bezig bent.

Inkoppen

Als je kind het leuk vindt mentaal te blijven trainen kan dat met: Inkoppen: Online Brein Training.

Pak af en toe een oefening. Best lachen als je het samen doet. Leg de verantwoordelijkheid bij je kind (hij moet het toch zelf doen). Leg het verschil uit van nu een paar maanden weinig doen of paar maanden actief bezig zijn.

Zoek een voetballer op die hij goed vindt. Hoe pakt deze voetballer het nu aan?

De lichamen van die jongens kunnen heel veel en hun brein kan zich aanpassen. Dus als zij fysiek en mentaal door blijven trainen, dan kan deze nieuwe trainingsimpuls ook gunstig uitwerken.

Meer over mentaal trainen

 

Hoe leuk is het om sportouder te zijn? Sport in Perspectief van start

Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.