Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate

Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate

Ik ben een topsporter en beoefen al tien jaar karate. Karate is een vechtsport en vooral gericht op zelfverdediging. Het bestaat uit drie disciplines kata, kumite en khion.

Khion is het uitvoeren van basistechnieken waardoor je de basis beter leert beheersen.

Kata is een reeks verschillende technieken waarmee de karateka een gevecht uitbeeldt tegen denkbeeldige tegenstanders en de technieken krachtig, explosief en met uitstraling uitvoerd.

Kumite is het uitvoeren van technieken zoals trappen, stoten en vegen tegen een andere tegenstander in de vorm van een spargevecht. Dit is de discipline waar ik in gespecialiseerd ben. 

Passie voor karate

De reden waarom ik karate ben gaan beoefenen heeft voornamelijk te maken met de wil van mijn ouders om mezelf te leren verdedigen. Op de basisschool werd ik erg gepest en heb ik veel vervelende situaties meegemaakt. Mijn ouders stelden voor dat ik op een vechtsport ging en dus kozen we samen voor karate.

Ik vond het leuk nieuwe technieken te leren en voelde mij comfortabel in de groep. Doordat de tijd op de basisschool voor mij vaak erg onprettig was, was ik onwijs enthousiast om twee keer in de week naar de training te gaan. Ik was vooral leergierig en nieuwsgierig. De plezier die ik  had in sport zorgde dat ik de verschillende kata’s en technieken waaronder voornamelijk de trappen snel beheerste.

Mijn trainer Patrick van Daalen (op de foto samen met Virgil Fisser) was onder de indruk en zei dat ik talent had. Hij vroeg vervolgens of ik karate wilde voortzetten bij zijn sportclub Unity99 in Zevenkamp. Op deze manier is mijn liefde en passie voor karate ontstaan en ben ik onwijs gegroeid door de jaren heen.

“Na drie jaar basiskarate te hebben beoefend zette ik voort als wedstrijdkarateka en won mijn eerste Nederlandse titel. Ik werd Nederlands Kampioen met een achterwaartse draaitrap die voor mij nog altijd kippenvel oproept.” 

Ik was nooit heel gemotiveerd voor school en ik denk dat karate voor mij altijd een ontsnappingsplek was van alles wat voor mij onprettig was. Ik merkte dat ik me al snel ontwikkelde en op internationale toernooien ook prijzen begon te winnen. Vanaf 2014 trainde ik mee met de Nederlandse Selectie en in 2015 vocht ik mijn eerste WK. Mijn ouders merkte dat ik hier veel plezier uit haalde en steunden mij om voort te zetten. 

Mijn ouders

Mijn ouders spelen een grote rol in mijn karatecarrière. Zij maken het beoefenen van karate op hoog niveau mogelijk voor mij. Zonder de steun van mijn ouders had ik nooit zoveel landen bezocht en mijn ervaringen daar opgedaan. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader samen met mij bijna elke avond trainde. Hij hielp mij met lenigheidsoefeningen, liet mij mijn trappen en stoten op hem oefenen, bestelde dvd’s met allemaal verschillende kata’s en keek hoe ik deze dagelijks uitvoerde en perfectioniseerde.

Op jongere leeftijd gingen beiden ouders altijd mee naar mijn wedstrijden en moedigde mij aan. Wanneer ik won waren ze onwijs blij voor me en wanneer ik verloor waren ze er voor me en gaven aan dat het oké was om te verliezen omdat ik hierdoor zou groeien. Ook waren er momenten wanneer ik het niet eens was met hun feedback of opmerking en hier fel op kon reageren.

Toch hebben mijn ouders hebben mij altijd geleerd om bescheiden te blijven en open met verlies om te gaan. Tot op de dag van vandaag vind ik deze twee eigenschappen erg belangrijk. 

Later kregen we thuis meer huisdieren erbij waardoor mijn moeder minder vaak mee kon naar wedstrijden en voornamelijk mijn vader meeging. Tenzij ik naar mijn Franse club Sarcelles ging en daar bij een teamgenoot verbleef of met het Nederlands team naar een kwalificatietoernooi of een EK/WK heen reisde.

Senior

Sinds 2018 draai ik mee met de senioren waardoor ik veel meer buitenlandse toernooien in mijn agenda heb staan. Zelf train en studeer ik full-time, waardoor ik geen tijd heb om ernaast nog te werken. Mijn uitrusting wordt gesponsord door Nihonsport en ik krijg maandelijks een bedrag binnen van mijn studiefinanciering en Rotterdam topsport waardoor ik een aantal kosten zelf kan betalen.

Verder werken mijn ouders heel hard om al mijn trainingen, kampen, buitelandse toernooien en de daarbij behorende reiskosten te betalen. We hebben het een aantal keer moeilijk gehad waardoor ik mij vaak schuldig voelde tegenover mijn ouders. Ze hebben het altijd mogelijk gemaakt voor mij om aan de belangrijkste toernooien deel te nemen.

Toen we voor het eerst met moeilijkheden te maken kregen presteerde ik minder goed door de druk die ik voelde. Ik was bang om te verliezen of fouten te maken omdat mijn ouders zoveel geld hebben betaald voor de reis en deelname.

Ze hebben toen aangegeven dat ik die gedachte moest vergeten omdat ze daadwerkelijk in me geloven en mij graag willen laten meedraaien op het hoogste niveau. Ze gaven aan dat zolang het allemaal mogelijk is ze er graag hard voor werken en wanneer ik een mooie prestatie lever ze alleen maar trots zijn. 

Onbewust veranderde deze situatie de betrokkenheid van mijn ouders. Doordat zij het erg druk hadden werd ik veel meer losgelaten waardoor ik zelfstandiger moest geworden. Ik ging vaker alleen of met teamgenoten naar trainen en wedstrijden.

 

Wedstrijdbeleving

“Wat betreft mijn wedstrijdbeleving geeft het mij een vertrouwd gevoel wanneer ik weet dat mijn ouders erbij zijn. Door hun voel ik me sterker en zelfverzekerder. Toch heb ik ook met irritaties te maken, meer bij mijn vader dan mijn moeder. Ik denk dat dit komt doordat mijn vader op een andere, directere manier betrokken is dan mijn moeder.

Momenten van irritaties ontstaan wanneer ik met hem aan het trainen ben en hij of de strikingpets niet goed vasthoudt of mij een oefening laat doen waar ik me niet comfortabel bij voel. Maar ook bij wedstrijden, en vooral na de wedstrijd indien ik minder goed presteerde of verloor zei mijn vader dit direct of was hij juist stil en zei helemaal niks waardoor ik begreep dat hij niet blij was met mijn prestatie.

De reden dat ik geïrriteerd raakte kwam dan doordat mijn ouders direct hun mening gaven in plaats van eerst aan mij te vragen hoe ik me voelde en waardoor het kwam dat ik minder goed presteerde. 

Ik vind de rol die mijn ouders in mijn sportcarrière spelen erg belangrijk. Ondanks dat ik steeds ouder, zelfstandiger en dus meer losgelaten wordt, heb ik nog altijd behoefte aan hun vertrouwen en support. Tijdens de warming-up denk ik aan ze. Op dat moment denk ik waarvoor ik het doe, hoe hard ik ervoor heb getraind en dat mijn ouders achter mij staan en in mij geloven. Automatisch voel ik me sterker.

“Wanneer mijn ouders mee gaan, kijk ik voor de wedstrijd nog naar boven, de tribune in. Dan kijk ik mama aan die op dat moment haar ogen serieus en fel laat stralen, haar vuist laat zien en in het Russisch zegt: “Davai! Silno i Bistro! – Kom op! Hard en snel!” Dan knik ik en maak ik me klaar voor mijn partij.”

Naast de vele irritaties die vooral komen door miscommunicatie of emoties en vaak niet zo bedoeld worden, zoals gezegd, ervaar ik veel meer gelukkige gevoelens dan ongelukkige.

Ik denk dat ouders altijd het beste voor hun kind willen en daar kunnen ze soms fouten in maken. Voor mij is het van belang dat er duidelijk met het kind gecommuniceerd wordt en begrip wordt getoond.

Ik heb vaak meegemaakt dat een teamgenoot geen plezier meer ervaart in de sport en vervolgens stopt omdat de druk of verwachtingen te hoog liggen die vanuit de ouders komen.

Ik denk het pushen van je kind voor een daling en verslechtering van zijn/haar prestatie kan zorgen. Zolang het kind plezier heeft in de sport en een positieve support en betrokkenheid van zijn/haar ouders ervaart dat diegene zich beter doet ontwikkelen en betere prestaties zal leveren.

 

Sportplezier is ook houden van competitie

Sportplezier is ook houden van competitie

Plezier versus presteren

Het geeft plezier te voetballen bij de jeugd van Excelsior. Dat is wat ik waarneem, wanneer ik aanwezig ben bij training en wedstrijden. De trainers zijn nauw betrokken bij de teams. Er is bereidheid te kijken naar de behoeftes van individuele spelers, wat helpt voor een positieve spelbeleving en het verbeteren van prestaties op teamniveau. Er wordt gelachen en hard gewerkt.

Bij mentale training wordt plezier gemaakt door spelelementen in de training te verwerken. De spelers oefenen hun mentale vaardigheden door te doen. Zodra er een ‘winstelement’ in komt, dan gaat de gedrevenheid omhoog.

In onderstaand  filmpje zie je <15 afgelopen seizoen. Zij moesten kwartetten. Door te scoren konden zij materialen verzamelen. Met ‘vier compleet’ had je gewonnen. We hadden team Ramadan. Zij hadden niet gegeten, maar waren door hun doelgerichtheid en duidelijk afspraken zeer sterk.

Er was een team dat alleen maar bezig was de prestatie van de ander te verstoren. Hun eigen prestatie ging hierdoor ook naar beneden.

Het team dat bezig was met zijn taak vanuit een korte teamafspraak ‘hier gaan we voor’ presteerde het beste.

 

 “Sportplezier is ook houden van het competitie-element.”

Onzekerheid

Voetbal is mooi en spannend, omdat je kunt winnen en verliezen. Daarmee kunnen dealen, hoort ook bij ‘sportplezier’. Bij een BVO komt er een individuele strijd bij:‘Ik wil mijn plek in het team behouden’. Ieder seizoen vallen er een aantal spelers af en komen er een paar nieuwe spelers bij. De spelers en hun ouders beseffen dat heel goed.

Wanneer je iets heel graag wilt, ben je kwetsbaarder. Je wilt niet dat het mis gaat. Dit zorgt dat je harder je best gaat doen, wat het helpt je prestaties te verbeteren. Het kan ook zorgen voor twijfel, waarbij je je zorgen maakt.

  • Angst te falen: ‘Straks gaat het mis’;
  • Onzekerheid: ‘Ben ik wel goed genoeg?’ ‘Is de ander beter?’;
  • Perfectionisme: “Ik mag geen fouten maken’. ‘Het is nooit goed genoeg’. 

In prestatiegedrag zie je aarzeling van spelers terug bij: De duels (balverlies), verkeerde keuzes (positie en plaatsing bal) en tempo (vertraagd of chaos). De spelers merken dat hun spelniveau naar beneden gaat, wat voor extra vertwijfeling zorgt. Vaak krijgen ze dan commentaar van de trainer, andere spelers of ouders. Goed bedoeld advies (zeker wanneer de hele groep erbij is) kan hard binnenkomen, als bevestiging: ‘Zie je wel, ze vinden mij niet goed genoeg’. Sommige spelers gaan dan naar anderen wijzen, maar ‘hij deed……’ Hierdoor halen ze de lading van zichzelf af. 

Houden van strijd

Het mooiste is, wanneer je spelers leert te gaan houden van de strijd en wennen aan het ongemakkelijke gevoel dat dit soms geeft. Zodat je spelers weten dat spanning erbij hoort. Dat de teleurstelling kan komen, dat je buiten het team valt, maar dat je evenveel waard bent.

Benoem datgene waar zij zelf invloed op hebben: inzet, elkaar positief coachen, kijken wie vrijstaat. Vraag na afloop of het gelukt is: hard te werken, te coachen en juiste keuzes te maken.

Spelers die een beetje onzeker zijn verbloemen dit soms door nonchalant of juist stoer gedrag. Wanneer je deze spelers in de groep aanspreekt op fouten is dat voor hen extra ongemakkelijk. Daar kun je rekening mee houden. Wanneer je deze spelers 1 op 1 aanspreekt is dat voor hen prettiger. Vraag ook eens hoe ze zich erbij voelen.

Mijn ervaring is, dat spelers daar eerlijk over zijn, wanneer ze veiligheid voelen. Veiligheid bied je door vertrouwelijk met informatie om te gaan. Benoem dat ‘onzekerheid’ en ‘het perfect willen doen’ juist zinvolle eigenschappen zijn, die je helpen de details van je spel te verbeteren. Je wilt het gewoon heel graag goed doen. Wanneer je die gedrevenheid zinvol inzet kan dat juist iets extra’s geven.

Leer je spelers dat het heel nuttig is fouten te maken. Het brengt je een stap verder naar verbetering.

  • Zenuwen: ‘Mooi mijn lichaam is zich gereed aan het maken strijd te gaan leveren’;
  • Onzekere gedachten: Zie het als een soort spam in je hoofd, waarbij je zelf kiest of je het bericht opent of niet. Wanneer de gedachte komt: ‘Ben ik wel goed genoeg’ hoef je verder niets met deze informatie te doen;
  • Gedachten kunnen ze sturen doordat je ze drie belangrijke richtpunten meegeeft voor de wedstrijd:
    Ik ga…..
  • Perfectionisme: Zeg tegen jezelf: “STOP”, wanneer je merkt dat je jezelf zit af te zeiken. Wanneer je jouw kritische slimme blik handig inzet, weet je meer dan je tegenstander.

“Winnen helpt je team plezier te geven. Het is de kunst je team plezier te laten houden, wanneer het even minder gaat.”

Toen ik op mijn fietsje terug huis wilde gaan, kwam ik om de hoek van het stadion tussen knokkende supporters. Ze schreeuwden, gooiden met dingen, één liep met een ijzer staaf rond te zwaaien….de politie hakte er met hun knuppels vol op los. Jammer zo’n einde van een plezierige avond.

 

 

Lees ook:

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Scherp tot het laatste fluitsignaal. Voetballers train je concentratie.

 

 

‘Sport in Perspectief’ zorgt voor gedragsverandering van sportouders

‘Sport in Perspectief’ zorgt voor gedragsverandering van sportouders

Hoe vergroten we het sportplezier van de jeugd tot en met twaalf jaar op hun sportvereniging? Dat is het thema van de subsidieoproep ‘Nationale Sportinnovator Prijs 2019 – Van prestatie naar plezier’.

“Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn is geen rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille.”
– judoka Mark Huizinga

Flow Mentale Training deed samen met de Erasmus Universiteit een kleinschalig onderzoek. Daaruit blijkt dat de wens om de nadruk te leggen op ‘ontwikkelen en plezier hebben’, makkelijker gezegd dan gedaan is.

Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Ouders kunnen zich op hun beurt storen aan de club, coaches en gedrag van andere ouders. Zichtbaar werd dat de jonge sporters risico lopen in hun plezierbeleving door angst om te falen, onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen.

Sport in perspectief

We hebben hier een oplossing voor bedacht, de pedagogische methodiek Sport in Perspectief. De methodiek richt zich op sportouders, maar ook op de trainer en de sporter. Zij worden zich bewust van hun eigen gedrag op en rond de sportplek.

Ouders-sporter-coach gaan effectiever communiceren en elkaar versterken. Ouders leren op het veld, de baan of de mat waarom het zin heeft hun kind los te laten of bij te sturen. Zij zijn de veilige haven bij winst en verlies.

We willen dit doen bij:

  • Stichting Betaald Voetbal Excelsior
  • Intime Tennis Academy
  • PAC Atletiek.

Er wordt een onafhankelijk onderzoek gedaan, zodat er een advies komt voor verdere verspreiding bij andere verenigingen en talentencentra.

  • De club krijgt een doelgerichte trainingsmethodiek voor een veilige sportcultuur, waarbij de nadruk op plezier en ontwikkelen ligt;
  • Ouders leren met oordeelvrije blik te kijken naar sportprestaties;
  • Stress, frustratie en agressie op en rond het veld nemen af;
  • Er is minder uitval op latere leeftijd;
  • Meer kinderen willen sporten;
  • Ouders willen in de sport van hun kind investeren.

Team Flow & partners

Er staat een ijzersterk consortium klaar dit te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020), uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021) en te verspreiden. 1 t/m 5 is het team van Flow Mentale Training.

  • Directeur/eigenaar Drs Daniëlle van der Klein-Driesen: 
    SPORTPSYCHOLOOG VSPN®|docent sportpsychologie VSPN|Orthopedagoog|Docent Basisonderwijs. Dagelijkse leiding; Eindverantwoordelijk. Schrijver van het werkboek, ontwikkelen/uitvoeren methodiek;
  • Projectleider Lianne den Haan MSc:
    SPORTPSYCHOLOOG VSPN® (sept 2019)|Arbeid- Organisatiepsycholoog Improvemental Sportpsychologie. Behalen van projectdoelstellingen door het plannen en evalueren van activiteiten (actielijsten/probleemoplossing/ financiële planning), ontwikkelen/uitvoeren methodiek;
  • Hillie Heinsbroek MSc: SPORTPSYCHOLOOG VSPN® in opleiding|Bewegingswetenschapper|Docent Lichamelijke Opvoeding.Ontwikkelen didactische werkvormen;
  • Robert van Winden MSc: Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten |Bedrijfskundige |Adviseur Zorg en samenleving. Samenwerking stimuleren, interviews, adviseur, publiciteit;
  • Danny Otto – Student Pedagogische Wetenschappen Erasmus Universiteit. Relevante wetenschappelijke literatuur vertalen naar de praktijk/ontwikkeling/interviews;
  • Marcel van der Kuil MSc: CEO BBO Consulting Netherlands B.V. Bringing data to life. Adviseur Research & Datascience;
  • Dr. Brian P. Godor. Erasmus Universiteit – Department of Psychology, Education and Childstudies. Assistant Professor, Feyenoord-Erasmus Project Leader, Honour’s Program Coordinator;
  • Dr. Bram Bakker: Uitgeverij Lucht. Redigeren (Maarten Corbot) en uitgeven boek;
  • Yara Rietdijk MSc. Flatland Visual Thinking|Sportpsycholoog. Visualisatie van het project;
  • Drs. Hans van Nieuwpoort: Webdesigner – Verdwaalniet. Digitale strategie ontwerpen /bouwen /beheer /onderhoud;
  • Jan Tromp. Rotterdam Topsport. Projectleider Topsport-verenigingen en Talentencentra CTO Metropool.Adviseur, ondersteuning, onder de aandacht brengen bij Regionale Talenten Centra CTO Metropool;
  • Marita Verkaik. Rotterdam Sportsupport. Manager veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen. Verspreiding sportverenigingen Rotterdam via sociale media kanalen/nieuwsbrief;
  • Angela Verkerk. Dordrecht Topsport/Dordt Sport. Sportstrateeg. Verspreiding sportverenigingen regio Dordrecht via sociale media kanalen/nieuwsbrief;
  • Nick Veenbrink. NMC Bright. Volgen ontwikkeling en verspreiden bij Bonden/NOC*NSF na juni 2021;
  • SBV Excelsior – Ferry de Haan, Directeur; Uitvoering Sport in Perspectief;
  • PAC Atletiek – Martin Blok, Voorzitter. Uitvoering Sport in Perspectief;
  • Intime Tennis Academy – Martijn Belgraver, Directeur. Uitvoering Sport in Perspectief.
De uitslag is begin oktober. Spannend! We houden je op de hoogte.

 

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning

De Leerlijn Mentaal Tennis Tennis vraagt veel van de mentale beheersing van deze nog jonge spelers. De spelers moeten lang wachten voordat zij aan de beurt zijn. Een wedstrijd kan wel twee uur of langer duren, wat veel van hun concentratie vraagt. De spelers moeten zich bij iedere bal gereed maken en de vorige bal afsluiten.

Dat is heel lastig, want deze slimme spelers weten precies of ze de bal goed gespeeld hebben of niet en ook hoe ze deze eigenlijk hadden moeten spelen. Er zitten veel rustmomenten in het spel, waarbij ze tijd hebben hierover na te denken en zich te frustreren.

Bij de Leerlijn Mentaal Tennis leren de kinderen stap voor stap zichzelf kennen met al hun bijzonderheden op de baan.

Te veel GAS: Als je stampvoet na een fout , vloekt, je racket gooit of hard roept: Waarom? …

Of juist te veel REM: als je volledig stilvalt …

Het is een teken dat je ‘graag wilt winnen’ en ‘fouten irritant’ vindt. Laten dat nu juist kenmerken zijn van goede sporters.

Rijp voor de psychiater?

Teveel frustratie werkt vaak averechts op het spel. Het leidt af van de taak (ballen binnen de lijnen slaan) en met veel drama laat je tegenstander direct in je kaarten kijken. Het stilvallen, daar heeft de speler vooral zelf last van, maar het stoort ook ouders of de trainer die helemaal naar de wedstrijd zijn gereden. Waar is de vechtlust gebleven, zie je ze denken?

Die kinderen vechten wel, maar dan heel hard in hun hoofd. Er komt een extra tegenstander bij en dat zijn zij zelf tegen hun eigen gedachten: Stom, dom, onnodig…. Jonge tennissers kunnen heel hard zijn voor zichzelf

“Ik vroeg één van de trainers, wat dacht jij dan vroeger als je meerdere ‘onnodige’ fouten maakte? ‘Steek jezelf in de fik,’ antwoordt hij.”

In het dagelijks leven zouden dit soort gedachten je een enkeltje psychiater bezorgen, maar in de sport gebeurt dit met regelmaat. Ik vind het mooi als een sporter zo bloedgraag wil winnen. Als de speler zijn felheid zinvol inzet, dan heeft de tegenstander een probleem.

Mentale Training op de baan

Het prettige van deze leerlijn is, dat ik als sportpsycholoog de kans krijg de kinderen te leren kennen doordat ik één keer maand in de ‘gewone’ tennistraining op de baan sta. Ik start iedere training door uit te leggen welke mentale vaardigheid we gaan doen en waarom het belangrijk is om deze vaardigheid te trainen.

Bijvoorbeeld motivatie, zelfvertrouwen, concentratie en aandacht, of optimale spanning. We doen een korte actieve werkvorm die ik zelf verzonnen heb als warming up of die van de trainer komt. Het doel is warm worden fysiek, maar ook mentaal de hersens laten kraken.

Een speler vraagt bij een klap-spring-zwaai spel:
Waarom doen we dit? Dat doe je toch ook niet bij een wedstrijd?
Dat is een goede vraag zegt de trainer.
Maar toen het net niet lukte stopte je. Gebeurt je dat ook wel eens bij een wedstrijd?
Wat zou je kunnen doen om het wel te laten lukken.

 

Plezier

We hebben veel lol met de uitvoering van de training. We zetten van alles in gang om de spelers de frustreren, af te leiden. Zodra je een wedstrijdelement toevoegt en het resultaat belangrijk laat zijn, dan gaan de spelers er vol voor. Ze willen scoren en winnen. Ze krijgen tennisvormen die voor hen bekend zijn, maar richten zich op de mentale aspecten van tennis.

De tennissers leren hun rust te pakken en tussen de punten door de ademen. Ze leren taakgerichtheid door kort (maximaal drie woorden) te benoemen wat het plan is.

Ze leren schakelen tussen de bal: inspelen, spreiden, hard slaan, snel nemen en hoe maak je de keuze?

Soms werkt een oefening die we verzonnen hebben heel goed en soms voor geen meter. Het mooie is, als de spelers het saai vinden, zie je gelijk wie doorzet en wie er dan met hun pet naar gooien. Er zit geen goed of fout aan.

Sommige kinderen staan altijd strak om te presteren, het moet perfect. Die wil je juist leren, het soms ook een beetje los te laten. Dat helpt bij de plezierbeleving, maar ook voor een betere uitvoering.

Anderen mogen kleine oefeningen wel wat serieuzer nemen. Ze spreken uit: Ik wil toptennisser worden. Zij krijgen de vraag: Wat zouden Federer of Kiki doen bij deze oefening?

Gaan deze tennissers alle wedstrijden winnen? Zeker niet. Ook zullen zij af en toe zichzelf nog tegenkomen. De spelers hebben een eerste stap gemaakt oplossingen te zoeken. Ze hebben geleerd dat zij de moeite waard zijn, hoe ze ook in elkaar steken. Zodat ze met vertrouwen de baan opstappen.

 

De Tottenham Breinhutspot

De Tottenham Breinhutspot

Vreemdgaan. In Rotterdam leven we mee met Ajax.

Dit zijn van die leuke normale jongens, zegt mijn vader. Vaak heeft Ajax kapsones, maar deze spelers niet.

Zo’n verlies voel je in al je sportvezels. Ajax speelde op het hoogste podium met een prachtige onbevangenheid en lef. Daar kun je alleen maar bewondering en verwondering voor hebben. Mentaal valt er veel over te zeggen. Ik weet ook dat het makkelijk praten is vanaf de zijlijn. 

Spelen onder druk

Ajax heeft zich bijzonder sterk getoond, doordat het tegen de grootste ploegen prachtig en avontuurlijk voetbal liet zien. Spelen op het hoogste niveau zorgt voor druk, door hoge verwachtingen vanuit de omgeving, zoals: club, media, publiek, familie. Maar ook vanuit de spelers en de coach, omdat ze het ‘zo graag willen’.

“Grote druk leidt vaak af, doordat je als speler je niet optimaal op je taak richt en hierdoor de prestatie verslechtert.”

Juist voorgaande wedstrijden deden ze dit heel knap, door ploegen en spelers te passeren met de allerhoogste status.

De Tottenham Hutspot

Maar dan ‘de Tottenham Hutspot’. De tweede helft is een doorgestampte mengelmoes van ‘goed spel van de tegenstander’, ‘beetje pech, beetje geluk’ en aanvoelen dat ‘het spel zich tegen je keert.’ In de rust liepen verslaggevers Wilfred Genee en van de Gijp nog net geen polonaise. Het kan niet anders, dat er ook al een beetje euforie ontstond in die kleedkamer. Uiteraard werd uitgesproken en gedaan: Jongens, kop erbij houden we zijn er nog niet. De spelers  en de coach beseften dat ook zeker. 

Alleen dat gevoel, waarin je toch je al een beetje in die finale waant. Het vertrouwen door de 0-1 zeg in Londen. Het al na vier minuten scoren, zorgt voor opluchting over de marge die je hebt. Met 2-0 de rust ingaan en weten dat je de gevaarlijkste ploeg was. Dit alles wordt keihard onderuit gehaald met twee tegendoelpunten. Het zorgt voor een beetje kortsluiting in je brein en vertwijfeling in gedachten: ‘Wat gebeurt hier?’

Het Algemeen Dagblad schrijft:

“Na rust sloop de paniek in de benen van zijn ploeg, zichtbaar wankelde Ajax, en steeds meer power pompte Spurs in de meeslepende wedstrijd.”

Wanneer er een nieuwe situatie ontstaat na de rust, vraagt dat aanpassing van de ploeg. Dat lukt niet. Daarbij gingen ze van een euforiegevoel naar onrust: ’Shit, straks geven we het handen’.

Ze creëerden kansen, alleen de Champions League is wel de plek waar ze erin moeten, anders word je keihard afgestraft. Dan het tijdrekken…

Ik zie het als afleiding, doordat je als speler bezig bent met de tijd en de score en niet meer met de bal en de spelers.

Ajax we hadden het jullie gegund, ook in Rotterdam. Wees trots op mooi voetbal!

Meer over voetbal

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

AD Feyenoord blijf er in geloven

Radio Rijnmond. Hoe maken we het hoofd van Feyenoord leeg?