12 juni 2026 | Mentale training
Mentale gesprekken gaan makkelijker tijdens een wandeling, dat merkte ik al 26 jaar geleden, toen ik als orthopedagoog in de kinder- en jeugdpsychiatrie werkte. Zelfs midden in de drukte van Rotterdam bracht de buitenlucht vaak direct meer rust. Was een kind heel boos, agressief of verdrietig, dan zei ik: “Kom, we gaan even buiten lopen met mijn hond Myli.”
Buiten ontstonden mooie inzichten en oplossingen.
Samen wandelen zorgde ervoor dat spanning en frustratie afnamen. Onderweg kwam er ruimte voor het echte verhaal en kon een kind vertellen wat er was gebeurd en waarom de emoties zo hoog waren opgelopen. Ik kon luisteren, maar ook meedenken en praktische adviezen geven over hoe het (anders) aan te pakken.
Die ervaring nam ik mee naar de tennisbaan en het voetbalveld, waar spelers ook uit hun dak kunnen gaan na een fout van zichzelf of de scheidsrechter. Ik leer ze daarmee te stoppen, wat direct terug te zien is in plezier en resultaat.
Certificaat Buitenpsychologie
Vorige week ik de opleiding tot Buitenpsycholoog afgerond. Een bijscholing met GZ-psychologen/orthopedagogen die werken vooral werken in de GGZ en niet met topsporters. Toch gaf het mij nieuwe perspectieven, wat betreft het begeleiden van mensen die vastlopen door (faal)angst, frustratie, piekeren, perfectionisme of innerlijke onrust.
Klachten die niet alleen voorkomen in de spreekkamer, maar ook in een high-performance omgeving, waar bij (belangrijke) wedstrijden de druk toeneemt en de verwachtingen vaak torenhoog zijn.
Juist daar kan mentale weerbaarheid het verschil maken tussen vastlopen en optimaal presteren.

Waarom bewegen?
Beweging helpt om het brein gezond en vitaal te houden. Het stimuleert de neuroplasticiteit, oftewel het vermogen van het brein om nieuwe verbindingen aan te leggen en zich aan te passen in nieuwe situaties. Bewegen zorgt voor lichaamsbewustzijn, energie en plezier.
Topsporters houden van bewegen en zijn gewend te leren door ‘te doen’.
Het ervaringsgerichte leren zorgt dat de mentale vaardigheden zoals: doelen stellen, zelfvertrouwen, focus, optimale spanning beter beklijven en de veerkracht versterkt.
Individuele mentale training
In een 1-op-1-training geeft buiten trainen de mogelijkheid om alle zintuigen in te zetten. Dat verhoogde bewustzijn helpt de sporter op te merken wat er gebeurt in zijn lichaam en hoofd en hoe dat gaat als er gepresteerd moet worden. Ademhaling en lichaamsgerichte oefeningen kunnen actief ingezet worden als routine om in de ‘optimale prestatietoestand’ te geraken.
De natuur is in het ‘hier en nu’.
GAS en REM
“Gewoon lopen” zorgt dat de hartslag omlaaggaat en stresshormonen dalen, terwijl de creativiteit omhooggaat. Of om vanuit Flow-taal te spreken, er komt balans tussen GAS (scherpte) en REM (ratio). Dat gassen (versnellen) en remmen (vertragen) is heel goed te leren in de natuur. Bijvoorbeeld het bewustzijn dat kleine stappen kunnen zorgen voor grote verandering. Dit leert de resultaatgerichte sporter geduld te hebben en te blijven geloven in zichzelf.
Uit mijn boek; GAS en REM in de Sport. Mentaal Sterk Coachen.
De veldtraining
Buiten traint Flow al vele jaren, maar we blijven nieuwsgierig naar steeds weer nieuwe kennis en inzichten.

27 april 2019 | sportpsychologie
De leerlijn mentaal voetbal
“Daniëlle, je loopt in de weg.”
In voetbal wordt er niet omheen gedraaid. Het is nieuw dit doelgerichte mentaal trainingsprogramma voor op het veld. Daardoor is het ook voor mij soms zoeken, hoe dit neer te zetten. Voorheen kregen de spelers in een zaaltje met een beamer mentale training. Een gesprek kwam als er al mentaal iets niet goed zat.
We gaan nu preventief te werk en zijn gericht op de lange termijn, want deze spelers willen prof worden. De mentale training wordt in de ‘taal van de spelers’ gegeven op het voetbalveld. Het is onderdeel van de fysieke voetbal-werkvormen die normaal ook op het programma staan.
“Het doel is prestaties en welbevinden te verbeteren van spelers, coaches en ouders. Stress, frustratie en agressie op het veld zien te voorkomen.”
‘Beter spelen en minder gezeik’ dat wil elke club wel. De spelers moeten leren hoe zij ‘succesvol prestatiegedrag’ laten zien als team en als individu. Een voorbeeld hiervan is: ‘Ben je boos op de scheidsrechter en scheld je hardop of in jezelf… Of je waarneming over die scheids klopt of niet, HET LEIDT AF, dus je gaat er slechter van spelen. Dit is een boodschap die spelers van deze leeftijd wel willen aannemen. Dat met die regels…..dat zal allemaal wel….. maar ‘Ze willen winnen’ en het is aan ons inzichtelijk te maken, hoe ze de kans daarop zo groot mogelijk maken.
De coach
Het mooie van deze mentale training op het veld is dat de ‘kennis van de coach’ en die van ‘de sportpsycholoog’ bij elkaar opgeteld wordt. De coach kent zijn spelers het beste en ziet ze het meest. Hij heeft de mogelijkheid de geleerde mentale vaardigheden door te zetten in zijn eigen trainingen en bij wedstrijden.
Ik lever de sportpsychologische theorie en geef een didactisch opzet met fysieke voetbal-werkvormen. De coach verwerkt dit in zijn voetbaltraining en geeft de training volgens eigen inzicht en passend in het bestaande programma. Mijn rol is de korte theoretische uitleg, observatie tijdens de oefeningen, soms een mentale oefening en de terugkoppeling op individueel en op teamniveau.
Werkgroep ‘Mentaal Sterk Voetballen’
Die inhoud ontwikkel ik samen met de teamleden van Flow Mentale Training, waarmee we de werkgroep ‘Mentaal Sterk Voetballen’ hebben opgezet. Dit is een denktank van sportpsychologen, waarmee we sportpsychologie visueel zo duidelijk en toepasbaar mogelijk willen maken. We verzinnen voetbalspelen, waarbij we met de opzet en inhoud de voetballers laten ervaren welk ‘mentaal thema’ er centraal staat.
- Is het mentale thema teamspirit dan krijgen de spelers bijvoorbeeld een opdracht op het veld, waarbij ze alleen met samenwerken kunnen scoren.
- Is het thema emotie beheersing, dan maken we hen gek, door een ‘oneerlijke situatie’ te creëeren.
- Bij optimale spanning geven we de spelers inzicht wat er gebeurt met je spieren wanneer je als voetballer nerveus of gespannen bent en we leren de spelers zich te herpakken bij ’te veel’ spanning of frustratie.

De spelers
De fysieke trainingsvormen zijn dus al bekend voor de spelers. Alleen het doel achter de oefening en de vragen tussendoor en na afloop zijn nieuw. Vragen als: “Waar keek je naar, waar dacht je aan, waar lette je op, hoe voelde dat voor jou?” Het draait om ‘bewustwording bij de jonge spelers’. Dat zij zelf invloed hebben op wat er gebeurt op het veld. Zij kunnen er zelf voor kiezen harder te lopen, de bal op te eisen en om sneller te schakelen. Dit is inzet, maar ook waar de aandacht van de spelers op gericht is.
Een voorbeeld.
Het team moest uitwijken naar een zij-grasveld, omdat alle voetbalvelden door een toernooi bezet waren. Een hoop geklaag: ‘Hier kunnen we toch niet spelen’, ‘Wat een kutveld’… Je zag dat het spelniveau daalde (minder tempo, weinig energie). Totdat één van de spelers een briljante opmerking plaatste: “Jongens in Uganda is dit het beste veld dat er is.” Hierop kon ik aansluiten met de vraag: “Wat gebeurt er met jullie spel, op het moment dat je denkt: Dit wordt toch niets?” Hoe haal je voordeel uit de mindere omstandigheden? Wat kun je zelf doen.” Daarna speelde de mannen anders, doordat ze harder liepen en meer met de bal en spel bezig waren.
Als je dit groter wilt trekken, is dit een eerste voorbereiding voor het aanpassen aan de situatie die ze als professionele spelers zullen moeten doen (en wat veel profspelers en ook hun trainers lastig vinden).
Ik lees in VI (Voetbal International) van 12 november 2018 het volgende:
“Ajax gaat van spelen in de Champions League naar Woudestein op kunstgras met amper tegenstand. Dat is gewoon lastig voor een speler. Dan moet de motivatie echt helemaal uit jezelf komen.”
– Ronald Koeman
Het team en het individu
Ieder team is anders. Verschillende spelers met hun eigen persoonlijkheid, cognitief vermogen en achtergrond. De trainers van Excelsior gaan hier knap mee om, door korte instructie te geven en waar nodig te herhalen. Humor, een schouderklopje of ze soms juist met rust te laten werkt. Doordat ik als sportpsycholoog regelmatig aanwezig ben, krijg ik de kans om de spelers en de trainers beter te leren kennen. Dat helpt voor vertrouwen.
Het geeft mij de kans na te gaan, wat de prestaties van een team belemmerd. Bijvoorbeeld de onderlinge communicatie tussen spelers of een paar spelers die niet lekker in hun vel zitten. Het kan zijn dat ik de trainers een pedagogisch advies geef, soms gaan we met het hele team zitten, of met een paar spelers. In het begin vonden de spelers dat nog raar en werden daar een beetje lacherig van, nu vragen ze zelf om een gesprek. Vaak helpt het, als ik voor hen op een rijtje zet: hoe de situatie in elkaar steekt. Ik licht toe hoe het voor de ander is (de scheidsrechter, de coach, medespeler of tegenstander). Dit haalt bij de spelers de emotionele lading eraf, waardoor ze weer ruimte hebben, om te kijken wat ze zelf kunnen doen om ’taakgericht’ te blijven spelen.
Op teamniveau worden ‘waarden’ nagegaan. Waar staat het team voor, maar ook hoe ziet dat er uit in ‘prestatiegedrag’ op het veld (wat doe je als speler en als team?). De spelers leren elkaar aanspreken als ze zich niet aan de afspraken houden. Bijvoorbeeld ‘elkaar positief coachen’. Dat wil niet zeggen, dat er nooit meer een vloek over het veld mag gaan. Maar als je wat roept, dan wil je dat de ander en jijzelf er beter van wordt.
De ouders
Aan het begin en in het midden van het seizoen krijgen ook de ouders mentale training. De ouders krijgen een terugkoppeling over de Leerlijn Mentaal Voetbal, zodat weten waar hun kinderen ze mee bezig zijn. We spreken over de mentale belemmeringen die de ouders zelf zien bij hun kinderen. Wat vinden de jonge spelers lastig, wat vinden zij als ouders moeilijk. Zijn hier tips voor?
Ouders kennen hun eigen kind als de beste. Ze zien het, als het minder gaat en weten vaak ook hoe ‘Hij het had kunnen doen….’ De ouders staan voor het dilemma zeggen we er wel of niet wat van. Echter ook als ze niets zeggen, weten die kinderen al lang wat hun ouders denken. De basisboodschap is dan ook: Je legt als ouders altijd druk op (dat doe ik ook). Door de liefde, tijd, energie en geld die je erin steekt + het feit dat kinderen loyaal zijn aan hun ouders willen jonge spelers het gewoon heel graag goed doen.
Ouders zijn blij als hun kinderen blij zijn en die kinderen proberen daar weer krampachtig hun best voor te doen. Het goed willen doen (ook voor de trainer en het team), kan zorgen voor twijfel en juist het tempo eruit halen. Dan lijkt het net of de speler te weinig inzet toont, wat voor ouders weer vervelend is om naar te kijken. Juist omdat de ouders weten: ‘Hij kan beter dan dit.’
De ouders leren oordeelvrij te kijken en pas over de wedstrijd praten als de lading eraf is (dus niet kort na de wedstrijd). Ook kwam aan bod wanneer je wel of niet naar de coach gaat. De trainer is geen ‘helderziende’, dus als er wat is dan is het het best wanneer de speler dit komt melden. Niet alle spelers durven dat, dus als het nodig is kun je als ouders hierin helpen. Met de trainers konden we kijken hoe we de drempel lager maken, voor meer openheid. Meld het als er wat is, is hun boodschap.
-
-
Wat gebeurt er als je ouders tegen elkaar laat spelen?
-
-
Workshop voor ouders
-
-
Ouders die topmaaltijden koken voor de spelers
De eerste stap is gemaakt. We gaan kijken hoe we de Leerlijn Mentaal Voetbal verder kunnen ontwikkelen en verbeteren. Excelsior is een fijne club met spelers, trainers en ouders die open staan te leren en het beste eruit te halen.
De spelers gaven het bijna uit handen. De trainer draaide zich om en vloekte. Hij draaide zich weer naar de spelers en riep iets taakgerichts. Dat is passie, maar ook bewust zijn van je trainersrol.
Meer over mentale training
Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.
Voetbalouder, je zal het maar zijn