13 oktober 2025 | Mentale training
Wat vier jaar sporten en studeren in Amerika mij leerde over mentale kracht.
Ik heb de afgelopen vier jaar in Amerika gesport en psychologie gestudeerd en dit waren de mooiste jaren van mijn leven. Natuurlijk waren er genoeg cultuurschokken — van de uiteten-cultuur tot de prijs van een tros bananen—, maar wat mij vooral bijgebleven én geïnspireerd heeft is de manier waarop er met sportpsychologische begeleiding wordt omgegaan.
Sport en studie
Waar in Nederland sport en school vaak los van elkaar staan, is Amerika uniek in de combinatie van alles onder één dak.
“Toen ik ontdekte dat het mogelijk was om in Amerika te studeren én te sporten, wist ik: dit wil ik. Ik ga er alles aan doen om mijn droom waar te maken.”
Ik ging extra trainen op de hockey en ik begon met looptechniek trainingen bij SPC Rijnmond, allemaal om mijn kansen op recruitment te vergroten. De extra inspanning werkte. Al snel werd ik benaderd door een aantal Amerikaanse coaches.
MOETEN presteren

Mijn ambities waren zeer hoog. Ik was negentien jaar. Ik wilde altijd goed presteren, sterker nog ik wilde de beste zijn. Ik wilde laten zien, dat ik niet voor niets helemaal naar de andere kant van de wereld was gegaan om te hockeyen.
“Ik kreeg angst om te falen en voelde de drang om mezelf steeds te willen bewijzen.”
Ik had maar vijf jaar in Nederland gehockeyd, wat relatief kort is. Dat versterkte mijn onzekerheid. Om dit gat dicht te lopen ging ik overmatig trainen, waardoor ik blessures kreeg. Zonder dat ik het doorhad, had dat onzekere gevoel invloed op alles wat ik deed. Ik raakte steeds meer gefrustreerd en verloor mijn plezier in de sport die ik zo graag deed.
Aandacht voor mentaal vanuit professionaliteit

In Amerika werd ik keihard met mijzelf geconfronteerd en werd ik mijn eigen tegenstander. Tegelijkertijd merkte ik dat er een cultuur was waar het normaal was om aandacht mentaal welzijn te besteden. Niet omdat iemand zei dat er iets mis met mij was, maar juist omdat mentale begeleiding daar zó normaal was. Coaches, teamgenoten en begeleiders praatten open over dingen waar ik in Nederland eigenlijk nooit woorden aan had gegeven. Het was geen teken van zwakte om ergens mee te zitten, maar eerder een teken van professionaliteit — een manier om beter te worden, mentaal én fysiek.
Mentale begeleiding
Bij ons op school werd het mentale even serieus genomen als het fysieke. Mentale training hoorde net zo bij het proces als krachttraining of techniektraining. Elke week was er een groepsmoment voor sportpsychologische begeleiding. Tijdens deze sessies werden vaak tools en handvatten besproken waar iedereen individueel ook mee aan de slag kon. Soms waren dat één-op-één-gesprekken met de sportpsycholoog, maar vaak gewoon open gesprekken in het team of met de coaches. Zoals onze coach het vaak zei:
“If your head isn’t right, your body won’t follow.”
Er werd niet pas gepraat als iemand vastliep of slecht presteerde. We hadden gesprekken over kleine frustraties, twijfels of spanningen, simpelweg om te voorkomen dat ze groter werden. Ik leerde wat liever voor mijzelf zijn. Tijdens de individuele gesprekken met de sportpsycholoog (zie de foto hieronder) lag de nadruk vooral op het behouden van focus in het hier en nu. Ik dacht vaak te ver vooruit, zeker als ik een slechte bal had gespeeld. Mijn hoofd schoot dan meteen naar de einduitslag, terwijl we pas in minuut tien zaten.
De sportpsycholoog gaf mij simpele maar effectieve tools om mijn gedachten terug te halen. Eén daarvan was het benoemen van vijf dingen die ik op dat moment kon voelen: mijn stick in mijn handen, mijn scheenbeschermers tegen mijn benen, de wind op mijn gezicht. Het leek zo eenvoudig, en misschien werkte het juist daarom zo goed.
“De kleine mentale oefeningen maakten het allemaal minder groot en gaven me het gevoel dat ik weer grip had.”
De mens achter de atleet
Ik heb ervaren hoe belangrijk het is wanneer aandacht voor mentaal welzijn een onderdeel is van de (top)sportcultuur. Dat je laagdrempelig steun kan zoeken, waardoor mentale belemmeringen, onderpresteren en plezierverlies voorkomen kan worden. Door het versterken van mentale vaardigheden, zoals: zelfvertrouwen opbouwen, weerbaarheid vergroten, focus behouden en omgaan met spanning en tegenslag.

Foto links: Onze coach (met het gele shirt) supporte ons zowel als atleet en als student.
Foto rechts; De athletic director/sportpsycholoog die zowel de school snapte en kwam kijken naar mijn training.
Hoe doet Flow Mentale Training dit?
Wat ik zie is diezelfde brede, mensgerichte aanpak als in Amerika, met focus op de duale carrière: school en topsport. De methode Sport in Perspectief® behandelt heel praktisch verschillende mentale bouwstenen, die behulpzaam zijn voor sporters van jong tot volwassenheid. Pas als de mens achter de sporter goed in zijn of haar vel zit, kan de prestatie echt tot bloei komen. Of zoals mijn coach zei:
“You can’t build strong results on shaky minds.”
Note: Novy studeerde Magna Cum Laude af aan Bryn Mawr College – Bachelor of Arts in Psychology
16 september 2025 | Sport in Perspectief®
De methode Sport in Perspectief®
Met Sport in Perspectief® gaan we voor een gezond mentaal (top)hockeyklimaat, waarin er structureel en bewust aandacht is voor de pedagogische en mentale aspecten van hockey voor het bestuur, de coaches, de spelers en de ouders. Zodat iedereen de kans krijgt zich optimaal te ontwikkelen en plezier en presteren in balans blijft.
De ouders
Gisteravond was de aftrap met meer dan honderd topjeugdouders. Zij maakten kennis met Sport in Perspectief®. We deden een focus-oefening met alle ouders tegelijk, waaruit bleek dat focussen voor sommigen moeilijk is en dat de afleiding altijd op de loer ligt, zoals: gedachten, geluiden, foutje maken, andere ouders.
Eén moeder vertelde dat ze afgeleid werd door de gedachte: “Wat goed dat HC Rotterdam mentaal gaat trainen en werken met een sportpsycholoog.” Dat vond ik dan wel weer een hele mooie afleidende gedachte.
We zijn gestart met de eerste jeugdteams om zo stap voor stap de methodiek uit rollen en te integreren in reeds bestaande leerlijnen, kennis en werkwijze. Hieronder worden de ervaringen met de bouwstenen GAS en REM en Focus toegelicht.
GAS en REM bij MO16-1
Graag willen winnen en fel zijn is zinvol, maar als individu en als team moet je ook strategisch slim zijn. De meiden gingen aan de slag met GAS (actie) en REM (ratio). De spelers deelden wat ze denken en voelen bij wedstrijden en gingen actief op het veld aan de slag met gas geven (actie en emoties) en remmen (denken, controleren) en wat er gebeurt als je uit de bocht vliegt door:
- Te veel GAS: overgevoelig, luid, te veel spanning.
- Te veel REM: overanalyseren, veilig, vertraagd tempo.
maar vooral wat je eraan kunt doen als team en als individu om te:
- Remmen: Rust pakken (ademhalen), plan, taakgerichte zelfspraak- en coaching.
- Gassen: Felle warming up, muziek, bewegen, kijken.
Met balans tussen je GAS en REM, handel je snel en slim. Je opwinden over bijvoorbeeld een scheidsrechter duurt kort en is in proportie, want je bent bezig met goed hockeyen.

Zowel ik als MB1 hebben kennis gemaakt met mentale training, met als thema GAS en REM. Een eerste stap richting mentaal sterker worden en met meer focus, rust en vertrouwen op het veld. De reacties waren enthousiast en het thema was zinvol. Spelers herkenden vooral momenten waarop ze in de GAS-fase zaten. De spelers leerden hoe ze dat kunnen gebruiken en dat remmen soms ook nodig is. Leuk om te zien hoe open het team hierin stond. Ik kijk uit naar het vervolg en om samen te bouwen aan mentaal weerbare en scherp spelende hockeyers!
– Lauren Latumahin, trainer MO16-1
Focus bij JO14-1
Focus (aandacht op dat wat ertoe doet) is best moeilijk zagen we al bij de ouders. Hockeyers wisselen tussen ‘aan’-staan tijdens het spel en ‘uit’-staan tijdens momenten aan de kant. Daarom is het zinvol om focus te trainen:
‘Hoe ga je scherp het veld op?’ Hoe versterk je elkaar?’ ‘Hoe herpak je als het minder gaat?’ ‘Waar kijk je naar?’

De wetenschap naar het veld
We lachen veel, maar er zit een serieus doel achter. Waarbij Flow de sportpsychologische wetenschap naar het veld wil brengen samen met de trainers. Sommige spelers moeten daar aan wennen en daar krijgen ze nu ook de kans voor. Dit wordt makkelijker doordat de trainers zelf regelmatig mentaal gaan trainen, want de trainers spreken de taal van de hockeyers en kennen hun team het beste.
“Ik ben persoonlijk altijd fan van nieuwe prikkels, naast alleen de fysieke en technische inhoud hockey. Ik vind dat aan het mentale aspect nog te weinig aandacht wordt besteed in de jeugd. Tegenwoordig hebben veel Hoofdklasse teams deze ondersteuning wel, maar de jeugd niet. Ik denk dat het goed is om hier dus vroeg mee te beginnen en gedurende het seizoen meer sessies te organiseren. Flow heeft daar een mooie leerlijn voor om dit gedurende het seizoen te ondersteunen. Het onderwerp ‘GAS en REM’ sloot ook perfect aan. Het was leuk om te zien hoe dit vertaald werd op de training en de bewustwording bij de spelers. Het is zelfs goed blijven hangen bij de spelers want het wordt nu nog steeds vaak aangehaald.”
– Niels Waaijer, trainer MO16-1
Wat een mooie club met fijne slimme mensen! Gaaf dat we met Team Flow hier onderdeel vanuit mogen maken!
25 maart 2025 | Sport in Perspectief
Onder leiding van Marc en Daniëlle afgelopen vrijdag – lentezonnetje erbij – was de eerste opleidingsdag een feit. Flow heeft hoge verwachtingen van de nieuwe Flow trainers in opleiding:
Julia is kinderpsycholoog en basketbalde op het allerhoogste niveau.
Pim behaalde zijn Master in talentontwikkeling & creativiteit en hij is sport- en prestatiepsycholoog i.o. Daarnaast doorliep hij de jeugdopleiding van PEC Zwolle en voetbalt hij nu bij V.V. Hercules.
Willemijn is toegepast psycholoog, hockeytrainer en buurtsportcoach & ambassadeur van de Europese Sportweek.

Flow’s aanpak is van de theorie én de praktijk. Dus na de nodige theorie begint het echte werk op het veld. Als je mentale training goed wil kunnen overbrengen moet je het ook in de praktijk ervaren hebben.
“Fijn om te ervaren hoe Flow de psychologie van welzijn en presteren op zo’n praktisch toepasbare manier aanbiedt.”
– Pim

Van de klas naar het gras

De kracht van Flow is dat het wetenschappelijke sportpsychologische en pedagogische theorieën praktisch toepasbaar maakt voor diverse doelgroepen. Hierdoor kunnen coaches, sporters en ouders de theorie direct toepassen bij trainingen en wedstrijden.
Met begrippen als GAS en REM, focus en zelfvertrouwen komt de soms ingewikkelde stof die mentale training nu eenmaal met zich meebrengt, meer tot leven. Dus veel concrete oefeningen, spelsituaties en ook veel lol. Dan leer je het beste!

“Een geslaagde eerste opleidingsdag van Flow; waar theorie en praktijk hand in hand gaan. En waar humor de sfeer luchtig houdt en persoonlijke verhalen de stof tot leven brengen.”
– Julia

“Een leuke eerste opleidingsdag gehad voor Sport in Perspectief-trainer! In een klein groepje de stof theoretisch en praktisch behandeld met veel ruimte voor interactie en feedback.”
– Willemijn
Binnenkort volgt een tweede opleidingsmiddag. Wordt dus vervolgd!
4 juli 2020 | sportpsychologie
Iedere sportouders herkent dit vast:
“We zoeken nog een coördinator voor het materiaalhok.” Op het moment dat de vraag bij de atletiekvereniging gesteld wordt, weet ik dat ik vooral geen oogcontact moet maken. “Is dat niks voor jou,” stoot ik zachtjes mijn buurman aan. Hij kijkt wel op en sindsdien is hij opperhoofd materiaal. Zijn eerste klus: het materiaalhok uitmesten.
“Wat een rust,” zeggen we nu de ouders vanwege corona de sportclub niet mogen betreden. “Kunnen we ze bij de trainingen weren,” was een vraag die een turnclub mij vlak voor de lockdown stelde. De oplossing van het sportouderprobleem voor deze turnclub is door Covid 19 in één keer opgelost.
“Deze trainers en kinderen missen ouders langs de lijn niet” kopt de NOS na twee weken ouderloze training.
De afgelopen vijftien jaar heb ik gedrag van sportouders bij trainingen en wedstrijd zowel in de top-, als breedtesport geobserveerd. Sportouders mogen wat mij betreft meer gewaardeerd worden. Sportouders willen het heel graag goed doen voor hun kinderen. Zij wringen zich in alle bochten om te zorgen dat hun kinderen hun sport kunnen beoefenen. Doen ze het altijd goed, zeker niet. De intentie is goed, vanuit liefde voor hun kind. Dat is waar het om draait.
Ze werken zich uit de naad, zodat hun kind een trainingsstage in het buitenland kan doen, kunnen heel beperkt op vakantie omdat hun kind in een talentencentrum traint, zitten na een drukke werkweek uren in de plastic kuipstoeltjes te wachten tot de wedstrijd begint. Dit is de generatie: als het erin zit, dan moet het eruit komen, daarom doen sportouders heel veel voor hun kinderen.
Lekker bezig pedagoog
Sportouder ben je als je kinderen hebt die sporten. We zijn met velen dus. Er wordt van alles van sportouders verwacht, maar niemand die vertelt hoe we het moeten doen. Zo werd ik bij één van de eerste crossen die mijn zoontje liep uitgefoeterd door een meneer met een geel hesje, omdat ik op de verkeerde plek aanmoedigde. Terwijl ik al vijfendertig jaar in de atletiek rondloop.
Bij korfbal stond ik als enige bij de wedstrijdplek, terwijl de rest van het team op de thuisbasis wachtte omdat ze altijd samen rijden. Doordat mijn man en ik best veel werken is ons leven gehaast. Hierdoor komen we vaak net op tijd bij trainingen en wedstrijden, waardoor er altijd wel iemand op z’n horloge wijst en de corrigerende vinger naar ons opsteekt.
Sportopvoeden is geen gemakkelijke taak. Je kinderen belanden in de puberteit en gaan steeds meer in de weerstand. Jij probeert alle ballen van school, sport en werk omhoog te houden.
“We hebben als ouders nooit rust. Alle trainingen bijwonen en altijd vroeg eten is pittig, want we hebben meerdere kinderen en ons werk. Er is met Pasen en met Pinksteren een toernooi. Als gezin kunnen we in de zomer maar één week op vakantie, want ik heb in de bouwvak vrij en in augustus starten de trainingen weer.”
– voetbalmoeder
Geef een reële boodschap aan ouders
Hoewel er prachtige initiatieven zijn voor sportouders en sportplezier, werken ze onvoldoende. Dat komt omdat we ons allemaal niet aangesproken voelen.
- Zo is ‘wees altijd positief’ een irreële vraag, die mij als moeder regelmatig een schuldgevoel geeft. Soms ben je gewoon chagrijnig, ben je druk of zijn je puberende kinderen strontvervelend;
- ‘’Verboden te schreeuwen’ is een boodschap die ouders nu wel weten. Bovendien schreeuwen de meeste ouders niet. Daardoor voelen ouders zich niet aangesproken om hun supportersgedrag te veranderen. Terwijl we misschien wel onbewust druk zetten met kleine opmerkingen, gesprekjes of een blik.
Als sportouders weten we allemaal iemand aan te wijzen ‘die echt heel erg is’. Zo lang we zo negatief over sportouders blijven praten voelt niemand zich persoonlijk aangesproken. Terwijl het wel over ons allemaal gaat.
Ik vroeg mijn kind hoe ik het deed bij wedstrijden: “Ik vind jullie bloedirritant,” zei mijn zoon. Lekker dan, hoezo? “Je filmt en daardoor raak ik afgeleid.” Oké dat is duidelijke informatie voor gedragsverandering. “Wat vind je dan wel fijn,” vroeg ik. “Als je bij de finish staat,” zei hij.
”Toen ik mijn dochter ging aanmelden bij de plaatselijke hockeyclub, werd mij verteld dat ik als ouder vrijwilligerswerk moest gaan doen. Dit vrijwilligerswerk bestond uit het team coachen en wedstrijden fluiten. Ik heb zelf altijd gevoetbald, dus ik heb totaal geen verstand van hockey. Wel heb ik een tegelzettersbedrijf. Ik stelde voor om in plaats van het team te coachen wat algemeen klein onderhoud te doen op het complex. Maar dat mocht niet.”
– hockeyvader
Wanneer we jeugdsport positiever willen krijgen, dan moeten we zorgen dat ouders zich aangesproken voelen. Waardeer je sportouders, spreek ze op niveau aan, investeer in verbinding en laat die pedagogische corrigerende vinger weg.
In het nieuwe sportseizoen komt het boek: ‘Als je maar wint’. Sportouders in Perspectief uit. Hierin krijg je een mooie inkijk in het leven van een sportouder. Het boek staat vol verhalen van sporters, topsporters, ouders en coaches. Je gaat je achter je oren krabbelen: ‘goh, hoe doe ik dat eigenlijk?’
Als we langs de lijn gedrag willen veranderen moeten we dat met z’n allen doen.
Lees hier het boek ‘Als je maar wint’