Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Clubs willen ander gedrag van sportouders zien. Sportouders storen zich aan de club en de coaches. De kinderen lopen risico in hun plezierbeleving, door onvoldoende zelfvertrouwen en hoge verwachtingen van zichzelf en hun omgeving. Flow Mentale Training heeft hier een innovatieve oplossing voor bedacht.

De jury heeft de relevantie van uw subsidieaanvraag voor het programma en de subsidieoproep beoordeeld. Het topteam sport heeft dit oordeel overgenomen. Het eindoordeel over de relevantie van uw subsidieaanvraag luidt: zeer relevant. De jury heeft een eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag gegeven. Het eindoordeel over de kwaliteit van uw subsidieaanvraag luidt: goed.
Met het winnen van de Nationale Sportinnovator Prijs kunnen wij dit innovatie-idee ontwikkelen en uitvoeren bij S.B.V. Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy voor de ouders, trainers en kinderen (9-12 jaar) en testen voor verdere verspreiding bij clubs, bvo’s en talentencentra.

Sport in Perspectief

“Ouders moeten leren sportprestaties in perspectief te zien. Winnen of verliezen is bij jonge sporters echt onbelangrijk. Het gaat om ontwikkelen, stapjes zetten en leren. Deze leerlijn gaat niet in een rechte lijn, steeds leer je wat anders en word je sterker. Je kunt dit niet afmeten aan medaille,” aldus judoka Mark Huizinga.

In de praktijk blijkt het moeilijk om sport in perspectief te blijven zien want:

  • Sport draait om resultaat en levert status op. Er wordt gemeten wie de snelste is, de uitvoering het beste laat zien of het meeste scoort. Heb je een hoger prestatieniveau, kom je op het podium, krijg je een glimmende beker of medaille en wordt er hard voor je geklapt. Bij mindere resultaten krijg je een vaantje of helemaal niets;
  • Er wordt op dit moment stevig gediscussieerd over selectiesystemen, want selecteren op jonge leeftijd kan extra druk veroorzaken.
Ik ben van mening, dat het belangrijker is de kinderen en hun omgeving te leren omgaan met winst en verlies;
  • Elke club heeft zijn eigen beleid en nauwelijks budget een passende oplossing te bieden;
  • Relativeren op basis van de (neutrale) wedstrijdsituatie vinden ouders moeilijk. Veel van de
    problemen bij ouders ontstaan, wanneer zij van een oefensituatie (wat wedstrijden bij jonge kinderen nog zijn), een professionele prestatie maken. Dit gebrek aan kennis en inzicht kan zorgen voor frustratie over beslissingen van een coach of scheidsrechter. Atletiekmoeder die vrijwillig jureert: “Sommige ouders gaan een hele discussie aan over een centimetertje meer of minder bij verspringen.” ;
  • Een belangrijk kenmerk van sporters van de doelgroep 9-12 jaar is prestatiegerichtheid. De emoties die dit oproept bij de kinderen heeft zijn weerslag op de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ouders. Wat doe bijvoorbeeld je als je kind met haar racket gaat gooien of zichzelf uitscheldt op de tennisbaan?

Wanneer mijn zoon voor de zoveelste keer uit z’n pan gaat tijdens een potje tafeltennis, vraagt ons  buurmeisje: “Wat vind je belangrijker: Gezellig spelen of ongezellig winnen.” Mijn zoon van tien jaar zegt: “Ongezellig winnen natuurlijk.”

Gedragsverandering gaat pas plaatsvinden wanneer ouders, kinderen en de trainers zich aangesproken voelen en echt de noodzaak zien zelf te veranderen.

Sportouderadviezen werken onvoldoende in de praktijk

Ouders weten de tips echt wel als: ‘Plezier gaat voor presteren’, ‘Geen coaching’, ‘Moedig alle kinderen aan’, ‘Geef zelf het goede voorbeeld’. De praktijk’ blijkt moeilijker in regels te vatten, bijvoorbeeld:

  • Ouders leggen (onbewuste) druk door hun aanwezigheid en/of kleine opmerkingen. Een jonge voetballer zegt: “Mijn vader legt enorme druk op mij.” Ik vroeg: “Wat doet hij dan?” “Mijn vader zegt altijd ‘Doe je best’ en als hij dat zegt dan weet ik dat ik het goed moet doen.”
  • Het geeft rolverwarring, wanneer alleen een ouder mee gaat naar de wedstrijd en geen trainer. Een tennisvader vraagt mij: “Wat mag ik dan wel zeggen?”
  • De leeftijdsgroep 9-12 jaar heeft vaak jonge trainers. Dit kan de balans verstoren. Atletiekvader: “Ik heb met mijn zoon de zevenpas geoefend voor balwerpen. Zijn trainster wil dat niet. Wat weet zo’n meisje van zestien daar nu van? Ze is nog zo jong, wat weet zij van al die onderdelen?”
  • Kinderen van deze leeftijd kunnen ouders verleiden tot het niet naleven van de regels, door voortdurend naar de kant te kijken of verstoord (prestatie)gedrag te laten zien (materiaal gooien, schelden, geen initiatief). Een tennismoeder: “Voor de wedstrijd adviseer ik mijn zoon rustig te blijven en te doen wat de trainer heeft gezegd. Hij weet ook als ik wegloop, dat het niet is omdat ik boos ben, al ben ik dat soms wel.”;
  • Alle ouders willen het beste voor hun eigen kind. Een voorbeeld uit eigen koker: Mijn dochter zat steeds de helft van de wedstrijd aan de kant met korfbal, wat ze onprettig vond. Een aantal teamgenoten speelden altijd de hele wedstrijd. “Dan hadden we net zo goed naar de camping kunnen gaan,” was mijn gedachte. “Het is de D1, denkt de trainer dat hij in de Champions League finale staat of zo…..,” was mijn ongenuanceerde commentaar.

Yvonne van Gennip (schaatsen): De druk kwam vooral bij mijzelf vandaan, omdat ik van mijzelf zoveel moest. Dat is een karaktereigenschap. Elke training was voor mij ook een wedstrijd, want het moest perfect.

Samen op het veld, de baan of de mat

‘Sport in Perspectief’ is een pedagogische methodiek die zorgt voor blijvende gedragsverandering, doordat ouders, sporter en de coach op het veld, de mat of de baan getraind worden tijdens de ‘normale’ fysieke training.

Ouders, sporters en de trainer krijgen de kans zich uit te spreken en worden gelijkwaardige partners.

Kijk en handel in perspectief
De ouders krijgen ‘kijk- of doe in perspectief opdrachten’. Bij een kijk-opdracht observeren de ouders de spelsituatie vanuit ‘inzet en spelbeleving’ en dat doen ze vlak in de buurt van hun kinderen. Bij een doe-opdracht komen ze in actie. Zo moeten ze bijvoorbeeld hun kinderen afleiden. Daarbij zal veel gelachen worden, maar het is ook confronterend. Het effect van aanwezigheid van ouders wordt zichtbaar. De jonge sporters ontdekken hoe vaak ze naar hun ouders aan de kant kijken en mogen aangeven wat helpt en stoort. De coach en de ouders kunnen vragen stellen en elkaar advies geven. Samen maken ze afspraken. 

Klaar voor de start.

Er staat een ambitieus en professioneel team klaar Sport in Perspectief te ontwikkelen (januari t/m augustus 2020) en uit te voeren (september 2020 t/m juni 2021). We gaan dit doen bij SBV Excelsior, PAC Atletiek en Intime Tennis Academy. Er worden mentale trainingen gegeven. Er komt een online-trainingsprogramma met daarin didactische- en pedagogische vaardigheden voor de coach. Een toolkit voor de sportouders met digitale kaarten waarbij het leerdoel visueel wordt samengevat. En er komt een boek waarmee ouders leren oordeelvrij te ‘kijken’, ‘luisteren’, ‘vragen’ en‘handelen’. Met daarin een eerlijk verslag van topsporters, talenten, ouders en coaches.  Dit vernieuwde perspectief zorgt dat de focus meer op ontwikkelen en leren ligt, in plaats van resultaat. 

‘Sport in Perspectief’ draagt bij aan een veilig sportklimaat op de club, waarbij presteren en plezier samen gaan.

Marjan Olyslager (atletiek): “Mijn grootste tip aan sportouders is ‘Blijf in de buurt’. Meeste ouders hebben geen idee. Zij gaan ervan uit dat de trainer het weet. Zorg dat je als ouder genoeg op de hoogte bent en vragen kunt stellen. Wees kritisch: Als een trainer je aan de kant laat, is het geen ‘goede’ trainer. Zorg dat er ruimte is voor jou en maak dat ‘driehoekje’: ouders-sporter-trainer.”

Dankjewel voor jullie trouw en steun: Ferry de Haan en Marco van Lochem (S.B.V. Excelsior), Martijn Belgraver en Madeleine MacDonald (Intime Tennis Academy) , Martin Blok en Paula Siersma (PAC Atletiek), Jan Tromp (Rotterdam Topsport), Angela Verkerk (Dordrecht Topsport), Marita Verkaik (Rotterdam Sportsupport), Brian Godor (Erasmus Universiteit ‘Pedagogische Wetenschappen’),Marcel van der Kuil (BBO), Bram Bakker (Uitgeverij Lucht), Yara Rietdijk (Flatland Visual Thinking), Hans van Nieuwpoort (VerdwaalNiet), Eveline Folkerts (gz- en sportpsycholoog), Hendrik Jan Hoogendoorn (Boer Hendrik), Egbert van den Bergh, Ewout van Kooten (Van Kooten administratie) en het Team van Flow Mentale Training: Lianne den Haan, Hillie Heinsbroek, Robert van Winden (Stichting WIN-WIN en Netwerk Ouders van Sporttalenten), Danny Otto en Tatyana Izelaar.

En mijn gezin: Michel, Juliëtte en Veron.

Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate.

Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate.

Hier het eerst blog van karateka Tatyana Izelaar. Zij beschrijft hoe haar passie voor karate is ontstaan en welke rol haar ouders hierin gespeeld hebben.

Ik ben een topsporter en beoefen al tien jaar karate. Karate is een vechtsport en vooral gericht op zelfverdediging. Het bestaat uit drie disciplines kata, kumite en khion. Khion is het uitvoeren van basistechnieken waardoor je de basis beter leert beheersen. Kata is een reeks verschillende technieken waarmee de karateka een gevecht uitbeeldt tegen denkbeeldige tegenstanders en de technieken krachtig, explosief en met uitstraling uitvoerd. Kumite is het uitvoeren van technieken zoals trappen, stoten en vegen tegen een andere tegenstander in de vorm van een spargevecht. Dit is de discipline waar ik in gespecialiseerd ben. 

Passie voor karate

De reden waarom ik karate ben gaan beoefenen heeft voornamelijk te maken met de wil van mijn ouders om mezelf te leren verdedigen. Op de basisschool werd ik erg gepest en heb ik veel vervelende situaties meegemaakt. Mijn ouders stelden voor dat ik op een vechtsport ging en dus kozen we samen voor karate. Ik vond het leuk nieuwe technieken te leren en voelde mij comfortabel in de groep. Doordat de tijd op de basisschool voor mij vaak erg onprettig was, was ik onwijs enthousiast om twee keer in de week naar de training te gaan. Ik was vooral leergierig en nieuwsgierig. De plezier die ik  had in sport zorgde dat ik de verschillende kata’s en technieken waaronder voornamelijk de trappen snel beheerste. Mijn trainer Patrick van Daalen (op de foto samen met Virgil Fisser) was onder de indruk en zei dat ik talent had. Hij vroeg vervolgens of ik karate wilde voortzetten bij zijn sportclub Unity99 in Zevenkamp. Op deze manier is mijn liefde en passie voor karate ontstaan en ben ik onwijs gegroeid door de jaren heen.

Na drie jaar basiskarate te hebben beoefend zette ik voort als wedstrijdkarateka en won mijn eerste Nederlandse titel. Ik werd Nederlands Kampioen met een achterwaartse draaitrap die voor mij nog altijd kippenvel oproept. 

Ik was nooit heel gemotiveerd voor school en ik denk dat karate voor mij altijd een ontsnappingsplek was van alles wat voor mij onprettig was. Ik merkte dat ik me al snel ontwikkelde en op internationale toernooien ook prijzen begon te winnen. Vanaf 2014 trainde ik mee met de Nederlandse Selectie en in 2015 vocht ik mijn eerste WK. Mijn ouders merkte dat ik hier veel plezier uit haalde en steunden mij om voort te zetten. 

Mijn ouders

Mijn ouders spelen een grote rol in mijn karatecarrière. Zij maken het beoefenen van karate op hoog niveau mogelijk voor mij. Zonder de steun van mijn ouders had ik nooit zoveel landen bezocht en mijn ervaringen daar opgedaan. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader samen met mij bijna elke avond trainde. Hij hielp mij met lenigheidsoefeningen, liet mij mijn trappen en stoten op hem oefenen, bestelde dvd’s met allemaal verschillende kata’s en keek hoe ik deze dagelijks uitvoerde en perfectioniseerde. Op jongere leeftijd gingen beiden ouders altijd mee naar mijn wedstrijden en moedigde mij aan. Wanneer ik won waren ze onwijs blij voor me en wanneer ik verloor waren ze er voor me en gaven aan dat het oké was om te verliezen omdat ik hierdoor zou groeien. Ook waren er momenten wanneer ik het niet eens was met hun feedback of opmerking en hier fel op kon reageren.

Toch hebben mijn ouders hebben mij altijd geleerd om bescheiden te blijven en open met verlies om te gaan. Tot op de dag van vandaag vind ik deze twee eigenschappen onwijs belangrijk. 

Later kregen we thuis meer huisdieren erbij waardoor mijn moeder minder vaak mee kon naar wedstrijden en voornamelijk mijn vader meeging. Tenzij ik naar mijn Franse club Sarcelles ging en daar bij een teamgenoot verbleef of met het Nederlands team naar een kwalificatietoernooi of een EK/WK heen reisde.

Senior

Sinds 2018 draai ik mee met de senioren waardoor ik veel meer buitenlandse toernooien in mijn agenda heb staan. Zelf train en studeer ik full-time, waardoor ik geen tijd heb om ernaast nog te werken. Mijn uitrusting wordt gesponsord door Nihonsport en ik krijg maandelijks een bedrag binnen van mijn studiefinanciering en Rotterdam topsport waardoor ik een aantal kosten zelf kan betalen.

Verder werken mijn ouders heel hard om al mijn trainingen, kampen, buitelandse toernooien en de daarbij behorende reiskosten te betalen. We hebben het een aantal keer moeilijk gehad waardoor ik mij vaak schuldig voelde tegenover mijn ouders. Ze hebben het altijd mogelijk gemaakt voor mij om aan de belangrijkste toernooien deel te nemen. Toen we voor het eerst met moeilijkheden te maken kregen presteerde ik minder goed door de druk die ik voelde. Ik was bang om te verliezen of fouten te maken omdat mijn ouders zoveel geld hebben betaald voor de reis en deelname.

Ze hebben toen aangegeven dat ik die gedachte moest vergeten omdat ze daadwerkelijk in me geloven en mij graag willen laten meedraaien op het hoogste niveau. Ze gaven aan dat zolang het allemaal mogelijk is ze er graag hard voor werken en wanneer ik een mooie prestatie lever ze alleen maar trots zijn. 

Onbewust veranderde deze situatie de betrokkenheid van mijn ouders. Doordat zij het erg druk hadden werd ik veel meer losgelaten waardoor ik zelfstandiger moest geworden. Ik ging vaker alleen of met teamgenoten naar trainen en wedstrijden.

 

Wedstrijdbeleving

Wat betreft mijn wedstrijdbeleving geeft het mij een vertrouwd gevoel wanneer ik weet dat mijn ouders erbij zijn. Door hun voel ik me sterker en zelfverzekerder. Toch heb ik ook met irritaties te maken, meer bij mijn vader dan mijn moeder. Ik denk dat dit komt doordat mijn vader op een andere, directere manier betrokken is dan mijn moeder. 

Momenten van irritaties ontstaan wanneer ik met hem aan het trainen ben en hij of de strikingpets niet goed vasthoudt of mij een oefening laat doen waar ik me niet comfortabel bij voel. Maar ook bij wedstrijden, en vooral na de wedstrijd indien ik minder goed presteerde of verloor zei mijn vader dit gelijk of was hij juist stil en zei helemaal niks waardoor ik begreep dat hij niet blij was met mijn prestatie. De reden dat ik geïrriteerd raakte kwam dan doordat mijn ouders  gelijk hun mening gaven in plaats van eerst aan mij te vragen hoe ik me voelde en waardoor het kwam dat ik minder goed presteerde. 

Ik vind de rol die mijn ouders in mijn sportcarrière spelen erg belangrijk. Ondanks dat ik steeds ouder, zelfstandiger en dus meer losgelaten wordt heb ik nog altijd behoefte aan hun vertrouwen en support. Tijdens de warming-up denk ik aan ze. Op dat moment denk ik waarvoor ik het doe, hoe hard ik ervoor heb getraind en dat mijn ouders achter mij staan en in mij geloven. Automatisch voel ik me sterker.

Wanneer mijn ouders mee gaan kijk ik voor de wedstrijd nog naar boven, de tribune in. Dan kijk ik mama aan die op dat moment haar ogen serieus en fel laat stralen, haar vuist laat zien en in het Russisch zegt: “Davai! Silno i Bistro! – Kom op! Hard en snel!” Dan knik ik en maak ik me klaar voor mijn partij.

Naast de vele irritaties die vooral komen door miscommunicatie of emoties en vaak niet zo bedoelt worden, zoals gezegd, ervaar ik veel meer gelukkige gevoelens dan ongelukkige. Ik denk dat ouders altijd het beste voor hun kind willen en daar kunnen ze soms fouten in maken. Voor mij is het van belang dat er duidelijk met het kind gecommuniceerd wordt en begrip wordt getoond.

Ik heb vaak meegemaakt dat een teamgenoot geen plezier meer ervaart in de sport en vervolgens stopt omdat de druk of verwachtingen te hoog liggen die vanuit de ouders komen. Ik denk het pushen van je kind voor een daling en verslechtering van zijn/haar prestatie kan zorgen. Zolang het kind plezier heeft in de sport en een positieve support en betrokkenheid van zijn/haar ouders ervaart dat diegene zich beter doet ontwikkelen en betere prestaties zal leveren. 

 

Lees ook:

Karateka start stage bij Flow Mentale Training

 

Karateka start stage bij Flow Mentale Training

Karateka start stage bij Flow Mentale Training

Karateka Tatyana Izelaar gaat als stagiair Toegepaste Psychologie het team van Flow Mentale Training versterken. Net als voor haar sport is Tatyana zeer gemotiveerd veel te leren en het beste te leveren. Tatyana wil haar kennis en ervaring over topsport en psychologie delen via ons blog en bij mentale trainingen. Tatyana gaat voor een Olympisch ticket, waar in 2020 karate voor het eerst op het programma staat.

Mijn naam is Tatyana Izelaar (19).  Ik ben studente Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Leiden en Topsporter Karate. In 2017 ben ik in de top 5 van de wereld geeïndigt op het WK in Tenerife. Dit jaar heb ik de Zilveren plak op de World Cup in Umag gewonnen waardoor ik mij gekwalificeerd heb voor het WK 2019 in Santiago, Chili. Ik ben erg geïnteresseerd in Sportpsychologie en mentale training. Ik vind persoonlijke ontwikkeling belangrijk. Begin September zal ik starten als stagaire bij Daniëlle waar ik veel ervaring en kennis hoop op te doen, en dus erg naar uitkijk.

Tatyana’s kwaliteiten zijn: Punctueel, gedisciplineerd, gedreven, leergierig, flexibel en sociaal.

 

 

Zie het hele team van Flow Mentale Training

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Flow Mentale Training doet mee voor de Nationale Sportinnovatieprijs 2018, die als thema heeft ‘Mind your fitness”. Het idee van de innovatie is ‘De Leerlijn Mentaal Topsport’.

Deze leerlijn voor talenten van 12 t/m 17 jaar is toegespitst op de mentale aspecten die een rol spelen bij presteren zoals:

  • Omgaan met stress en teleurstelling,
  • mentaal herstel en het behoud van zelfvertrouwen,
  • concentratie en optimale spanning.

Sportpsychologische theorie vanuit het boek GAS en REM in de sport. Mentaal Sterk Coachen, komt terug in fysieke trainingsvormen waarbij de talenten op hun eigen sportplek ervaren wat ‘presteren onder druk’ is. 

De Leerlijn Mentaal Topsport is een mentaal coaching programma voor sporters, dat net als bijvoorbeeld conditietraining een vast onderdeel van de trainingsopbouw is. De inhoud wordt aangepast aan de sport en ontwikkelingsniveau/leeftijd van de talenten.

Concreet betekent dit dat de sportpsycholoog naast de coach staat: op het veld, op de baan of langs het bad. Ze staan letterlijk naast elkaar en vermenigvuldigen zo hun kennis, zodat de talenten in hun eigen trainingstaal- en omgeving hun mentale weerbaarheid trainen. Wanneer ze achttien jaar zijn, is hun lichaam en geest klaar voor topsport op mondiaal niveau. 

Als jonge topsporter sta je onder druk

Stel je wilt profvoetballer worden of de nieuwe Daphne, Kiki, Ranomi, Sven of Epke en je komt in een RTC, BVO of selectieteam. Je gaat vaker trainen en wordt uitgenodigd voor trainingsstages, wedstrijden in het buitenland. Je ouders rijden je overal heen en investeren geld en tijd in je sport. Je gaat naar trainingen op Papendal en doet mee met de selectiedagen voor Jong Oranje. Er zijn ranking-systemen die bepalen of je in het team blijft of afvalt. De verwachtingen zijn vaak hoog. Je moet je diploma halen op school en daarvoor plannen en organiseren. Week in, week uit wordt het uiterste van je gevraagd. De coaches willen inzet zien en dat je ervoor gaat. Je ouders ook. Soms moet je afvallen, gespierder worden, meer bewegen, feller zijn, je vaker laten horen, samenwerken, verder springen. De lijst van eisen is eindeloos. Je moet plezier hebben en vooral je best doen. Sowieso heb jij al een grote drive vanuit jezelf. Van jongs af aan, wil je al winnen met alles en het liefst geen fouten maken. Je wilt je ouders en je coach niet teleurstellen en baalt er zelf ook van als het minder gaat. Falen of mogelijke missers blijven soms door je hoofd spoken.

In topsport verlies je vaker dan je wint, lees ik in een artikel van oud-topsporters Stefan Groothuis, Minke Booij, Peter Blangé en Esther Vergeer. Dat kan een deuk in je zelfvertrouwen geven………. 

Die deuken mogen wij als sportpsychologen repareren. Dat lukt gelukkig vaak. Soms moet ik doorverwijzen naar een collega sportpsycholoog met een klinische achtergrond, omdat de deuk al te diep is. Die deuken zijn in mijn optiek vaak te voorkomen. Wanneer sporters structureel leren hoe zij met ‘de prestatiedruk’ om moeten gaan en zowel de coach als ouders inzicht hebben, welke rol zij hierin spelen.

Sportpsycholoog zichtbaar en benaderbaar
Het aanleren van mentale vaardigheden wordt al breed erkend. Echter de mogelijkheden om hiermee als sportpsycholoog aan de slag te gaan, beperkt zich meestal tot incidentele bezoeken. Met de sportinnovatieprijs hoop ik daar in heel Nederland verandering in te brengen. Wel vanuit de visie van Team NL: De coach staat centraal, want die zorgt voor de vertaalslag op de sportplek. Voor topsporters binnen een High Performance programma van een CTO, BVO of talentenacademie wordt het normaal dat er met regelmaat een sportpsycholoog in trainingskleding aanwezig is, die net als de conditietrainer een vast onderdeel van het begeleidingsteam is.

Het geeft en positief effect op de lange termijn voor de sporters, coaches en ouders. Frustratie en agressie vermindert, focus en vertrouwen groeit. Dit zie je terug in de medaillespiegel. 

De Leerlijn Mentaal Topsport

Iedere maand staat een ander mentaal thema centraal. De coaches en de ouders worden getraind, zodat zij leren hoe zij door hun pedagogisch handelen het prestatiegedrag van het talent positief beïnvloeden. De inhoud van het mentale trainingsprogramma sluit aan op de ontwikkelingsfases van de sporter:

  1.  12-13 jaar Vroege adolescentie (puberteit): Basis. Wie ben ik?
    Trainen omvang en belastbaarheid.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Overgang van basisonderwijs naar de middelbare school;
    – Start van een periode van lichamelijke en hormonale verandering.
    Ontwikkelen: Zelfinzicht.
  2. 14-15 jaar Midden adolescentie: Verdieping. Wat beslis ik?
    Trainen voor hoog niveau.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – (Dis)balans school, topsport, hobby’s, vriendschappen;
    – Lichamelijke en hormonale verandering;
    Ontwikkelen: Zelfdiscipline.
  3. 16-17 jaar Adolescentie (voor volwassenheid): Verrijking. Waar wil ik heen?
    Trainen om te presteren.
    Factoren die van invloed kunnen zijn:
    – Schoolexamen;
    – Gedragsverandering c.q volwassen worden.
    Ontwikkelen: Zelfsturing.

Flow Mentale Training Danielle van der Klein-Driesen

Het is een plan dat wat betreft opzet en omvang nooit ingezet is. Wel heb ik zelf (een deel van) de inhoud uitgevoerd bij S.V.B. Excelsior, Intime Tennis Academy en de Karate Bond. Zij bieden de kans om de kwaliteit van de inhoud te verfijnen en te verbeteren. 

Inhoud:

Aan het begin van de maand wordt één keer de mentale training verwerkt in de fysieke training, waarbij de coach en de sportpsycholoog de training samen geven. De coach krijgt een samenvatting met: Het doel, de theorie, de didactische opbouw en oefenvormen. In een kort overleg wordt afgestemd wat de belangrijkste mentale punten zijn van de training en worden ideeën gedeeld om de mentale vaardigheden fysiek inzichtelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door: resultaatgerichte oefeningen, groepsdruk of samenwerkingsopdrachten. De rest van de maand houdt de coach het mentale thema als rode draad voor zijn eigen trainingen. De talenten krijgen zo de kans de mentale vaardigheden te oefenen en in te slijpen.

De op het eerste gezicht eenvoudige fysieke oefenvormen worden doelmatig ingezet voor het aanleren van mentale vaardigheden. Er is gedurende het seizoen een opbouw met: 

  1. Diagnostiek: Mentale screening;
  2. Interventie: Toepassing mentale vaardigheden;
  3. Evaluatie: Terugkoppeling en bijsturen.

De nationale Sportinnovator Prijs 2018: Mind your fitness

Er zijn negenendertig innovatieve ideeën ingediend. 4 december wordt de uitslag bekend gemaakt.

Het innovatie idee: De Leerlijn Mentaal Topsport word gesteund door:

  • Rotterdam Topsport
  • Dordrecht Topsport
  • Nederlandse Volleybal Bond
  • Regionaal Talenten Centrum Volleybal
  • Karate Bond
  • LOOT-school Thorbecke Voortgezet Onderwijs
  • Stichting Betaald Voetbal Excelsior
  • Intime Tennis Academy
  • Hockeyvereniging Leonidas
  • Geoffrey Berens Coaching

 

Nu de jury van de Nationale Sportinnovator Prijs 2018 nog…..

Mentale training voor de EK ploeg karate

Mentale training voor de EK ploeg karate

Samen met bondscoaches Geoffrey Berens en Stuart Kemp heb ik een mentale training ontwikkeld waarbij sportpsychologische theorie is verwerkt in de fysieke karatetraining op de mat.

Vanuit de uitvoering in hun eigen sport gaan we na hoe de karateka’s presteren onder druk.

Wie wil het het liefst?

De Bondscoach karate Stuart Kemp zet met deze vraag zijn karateka’s op scherp. Ze moeten ter afsluiting van een fysiek circuit ‘planken’.

Het is een mooie vraag. Is de motivatie bij de karateka’s die dit het langste volhouden hoger? Ik vraag mij het af.

GAS- en REM methode in periodiseringsplan van de Karatebond.

Geoffrey Berens heeft een periodiseringsplan gemaakt, waarin hij het technisch en tactisch handelen van de karateka beschreven heeft. Ik heb het mentale gedeelte voor mijn rekening genomen vanuit de GAS- en REM methode.

Hieronder lees je een deel van de theorie

Technisch: GAS REM
Inzet Explosief Voortbeweging, afstand
Impact/eindpunt Snel reageren Controle
Afronding Dynamiek Souplesse
Uitstraling/overtuiging Agressie, venijn Beheersing
Kracht en snelheid Actie Balans
Tactisch: GAS REM
Timing Impuls Bewust
Afstand Kansen creëren Strategie
Schakelen Snelle keuze techniek Tegenstander lezen
Initiatief Zelf bepalen wat er gebeurd Juiste keuze
Kansen creeren Doorgaan Gaten zien
Actie/rust Actie Rust

 

GAS en REM in de karate

Afhankelijk van je tegenstander en je wedstrijdverloop zet je jouw GAS en REM in. Je doet veel op instinct waarbij je snel reageert en keuzes maakt op impuls. Soms als een tactiek niet werkt is het zinvol om terug te schakelen en heel kort je strategie aan te passen. Zo toon je scherpte en slimheid.

Te veel GAS
Belemmeringen zie je ontstaan door ‘te veel GAS’, waarbij je als karateka zo graag wilt en daardoor als een ‘kip zonder kop’ te keer gaat. Wanneer dit mislukt ontstaat frustratie en daardoor nog meer onbesuisde acties. Zonde, want wanneer je ‘felheid’ zinvol inzet kun je sneller, dan een ander explosief reageren en je agressie en venijn gebruiken voor kracht en snelheid.

Te veel REM
‘Te veel REM’, dus te veel nadenken is dodelijk voor karateka’s, omdat dit het reactievermogen verstoord. Het lukt je dan onvoldoende keuzes te maken. Een berisping voor passiviteit van de scheidsrechter ligt op de loer, wat je nog meer stof tot nadenken geeft. Je kracht rust en souplesse en je tegenstander lezen komt er dan niet meer uit.

Wat doe je dan?
Ga na of je eerder en wanneer je in te veel gas of te veel rem schiet. Wanneer je dit herkent kun je afremmen of juist gas geven.

Remmen

  • Ademhaling;
  • Drie belangrijkste punten nemen waar je op let in de wedstrijd;
  • What if?
  • Oplossingen zoeken voor problemen vooraf; Tegenstander-analyse (oordeelvrij, als een schaker), als hij dit doet, dan doe ik…;
  • Kijken.

Gassen

  • Powervolle zelfspraak;
  • Jezelf in het gezicht slaan/sprongetjes maken;
  • Visualiseren (beste wedstrijd, goede acties);
  • Muziek;
  • Wat jou oppept.

Op de mat met de EK ploeg

Het klinkt allemaal zo simpel ‘Beetje ademhalen en wat positiefs zeggen’, maar wat heb ik eraan op de mat?

Samen met  Geoffrey Berens en Stuart Kemp ga ik tijdens de fysieke training na of de karateka’s eerder in te veel GAS schieten of juist in te veel REM. We trainen de balans tussen GAS en REM. Dan zijn ze tactisch en technisch op hun sterkst.

De mentale oefeningen op de mat

Al bij het eerste tikspel met opdrukken, zie je welke karateka’s direct vol in de aanval gaan en wie er kiezen voor veiligheid. De aanvallers moeten zich vaker voor straf opdrukken, maar schakelen meer tegenstanders uit. Zij die kiezen voor veiligheid staan meer stil en letten meer op de acties van anderen. Hierdoor hoeven zij zich minder vaak op te drukken. Na elke oefening wordt kort de koppeling naar de wedstrijdsituatie gemaakt. Hoe werkt dit voor jou en hoe zie je dit terug op de mat?;

Het volgende is sprintjes trekken. Hierbij moeten ze precies op het juiste moment reageren. Ook hier zie je ‘te veel gretigheid’ en ‘aarzeling’ terug. ‘Bam’ precies op het juiste in actie komen vraagt focus. Dit lukt alleen als jij jezelf volledig richt op die signalen die ertoe doen (startsignaal, daarna het eindpunt);

Winnaarsgedrag. Nog voor aanvang van de partij geef jij je visitekaartje af. Blijf jezelf, maar door je manier van lopen en kijken laat jij zien dat je er klaar voor bent. Hoe dit eruit ziet verschilt per karateka, dat konden we goed zien bij het oefenen. Wees voorbereid op het gedrag van je tegenstander. Zo vertelt Geoffrey Berens dat hij bij een wedstrijd tien minuten moest wachten voordat hij de mat op mocht. Zijn tegenstander bleef hem de volledige tien minuten recht in zijn ogen kijken. Hij heeft toen een punt net achter zijn tegenstander gepakt en daar zijn blik op gericht. Het gaat erom dat jij weet wat jij doet, als het jouw overkomt;

Sparren met een taak. De karateka’s krijgen verschillende opdrachten gericht op techniek/tactiek of ‘de ander irriteren’. Vooral die laatste is heel grappig om te zien. Wanneer de karateka aan iets anders denkt, dan zijn taak moet hij kort zijn hand opsteken en weer verder gaan. Nummer drie telt hoe vaak. Ga na afloop na of het lukte om te focussen op de taak of werd de aandacht op randzaken gericht. Je zag dat vooral de meer ervaren karateka’s vaker hun hand opstaken. Waarschijnlijk omdat zij zich meer bewust zijn van afleiding;

Wedstrijdjes met scheidsrechter en zuivere tijd. Doel is winnen. De groep is stil en maakt vooraf een keuze wie zij denken dat er gaat winnen en gaan aan de kant van deze karateka staan. Tijdens de partij kunnen de toeschouwers nog wisselen van kant. Dit onderdeel liet alles van de mentale training zien. Vol aanvallen, slimme keuzes maken, maar ook stil vallen en niet meer weten hoe het op te lossen. Advies voor de karateka’s die stilvallen is te oefenen met een signaal dat ze weer in beweging zet, bijvoorbeeld: ‘bewegen, afstand, aanvallen’.

Mentale training is hard trainen.

Van de karateka’s en hun coaches wordt verwacht dat ze de geleerde vaardigheden de komende weken oefenen. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de fysieke training. Je kunt dit verweven in de stof.

Bijvoorbeeld: Een minuut ademhalen voordat ze de partij ingaan of als je een taakgerichte opdracht geeft na afloop te vragen: “Lukte het jou om je op je taak te richten”, “hoe zou je dit in de wedstrijd oplossen”, “hoe pak jij de regie?”

Zo gaan de karateka’s mentaal voorbereid naar het Europees Kampioenschap.