De Marathon van Rotterdam is afzien en genieten

De Marathon van Rotterdam is afzien en genieten

De marathon van Rotterdam. Hij mag weer. Uit de speakers klinkt Lee Towers You’ll never walk alone… vandaag met extra lading, want wat hebben we daar lang op gewacht.

Tweeënhalf jaar sinds de laatste Rotterdamse Marathon. Veel te lang hebben we alleen gelopen of met een klein groepje, angstvallig de aërosolen van hijgende loopmaatjes vermijdend. Des te knapper is de prestatie die alle lopers vandaag geleverd hebben. 42 kilometer en 195 meter. Net te ver voor een menselijk lichaam en daarom loop je dit niet zomaar. Ik neem je mee met de snelsten en de toppers.

Ik sta bij 35 kilometer. Dat is mentaal een mooi punt. Zeven kilometer is dan heeeel ver. Er is nog net niet de feeststemming, die er straks in Crooswijk wel is.

Het gevecht tussen de benen en het hoofd zie je hier voor je neus gebeuren. ‘Kap ermee’ zegt het brein of  ‘zo lang getraind’, ‘ik wil die tijd’. Kramp voelen de benen.., Het hoofd: ‘doorgaan’, als ik nu dit tempo houd dan, waar blijft de volgende drinkpost….’
Maar ook genieten, want in Rotterdam loop je van toejuiching naar toejuiching.

De snelste

Bashir Abdi (startnummer 3) liep vandaag in Rotterdam een Europees marathonrecord.

De toppers

PAC loper en AD verslaggever Pim Bijl wilde sneller dan 2.29.59. Dat is sowieso retehard, maar hij had zijn tijd meerde malen in de krant hardop uitgesproken. Psychologisch geeft dat druk: want het moest vandaag gebeuren. Pim loopt gefocused en doelgericht, zeer knap 2.28.11.
Achter hem komt Erben Wennemars. De schaatser zegt vooraf bij de NOS te genieten van het Rotterdamse spektakel, maar hij weet ook dat het zwaar gaat worden. Bij topsporters vind ik het altijd mooi om te zien: geef ze een sportief doel en ze staan gelijk weer op scherp. Je ziet het in zijn blik als hij langs loopt. Erben finished in een nette 2.47.49.
Lars gaat hazen en zegt vooraf: “Ik ga in april weer hardlopen”. Hij ziet er relaxed uit en loopt nu al hard 2.54.16. Anieke loopt een prachtige 3.46.43 en heeft ook nog energie voor een glimlach voor ons.

 

Door naar die finish! Ik krijg er ook zin in. April???

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is geen feessie! De beste hardlooptrainer (95) stopt ermee.

Het is geen feessie! De beste hardlooptrainer (95) stopt ermee.

“Spreek ik met Michel en Danielle? Ik wil zeggen dat ik een fantastische tijd met jullie gehad heb. Ik ben dankbaar. Het is mooi geweest.” Ik zeg: “Henk, jij bent zo belangrijk voor zoveel mensen als trainer en persoonlijk. Dankjewel Henk namens iedereen.”

Danielle

In 2003 ren ik rondjes op een lege atletiekbaan bij PAC. Ik heb een doel voor ogen, ik wil de marathon binnen de 3.30 uur lopen. Henk komt naar mij toe en adviseert mij bij zijn groep te komen trainen op de baan. Zo geschiedde. Ik ging meetrainen met zijn middenlange afstandgroep. Een groep met bijzondere humor en sterke hardlopers. Ik ontmoette mijn man Michel, waarvan Henk nog altijd vindt, dat hij de grondlegger van onze relatie is, evenals die van Francis en Marcel.
Henk was getuige bij ons huwelijk in 2012. Hij had geen paspoort of identiteitskaart, dus die moest hij nog snel laten maken. “Potverdorrie, dat is mooi dat ik hierbij mag zijn,” zei hij. 

Henk fietste met mij mee toen ik voor de marathon trainde. Bij dertig kilometer zei hij: “Ik ben de weg kwijt.” Hij vond dat zelf erg grappig….

De laatste keer dat ik met Henk trainde was een half jaar geleden. Henk scherp als altijd, gaf iedere loper een persoonlijk schema en een paar loopmaatjes.

In het ziekenhuis: “Jij snapt als trainer hoe je plezier en presteren koppelt.” Henk: “Maar dat heb ik wel gelezen hoor in je laatste boek.”

Een gouden groep

Bij PAC vonden wij uiteraard dat wij de meest bijzondere groep waren. Maar Henk had nog een trainingsgroep in Barendrecht. Een gouden groep noemde hij dat. En terecht. Zij zorgden dat Henk tot zijn 95e levensjaar twee per week op de trainingsplek stond.

Francis

Henk fietste met de marathontrainingen vaak mee. 25 kilometer duurtraining met mega lange tempo’s erin, vaak pyramides zoals 6-8-10-12-14-12-10-8-6 minuten versnellen. De voorste lopers liepen weer terug en zo kon iedereen meedoen. Het ging allemaal om tempo hardheid en ik ben die trainingen altijd blijven doen voor de marathon en zweer erbij.
Vanaf de geboorte van Bram was ook die welkom bij de training. Op de baan stond hij naast de tribune in de hardloopwagen en desgewenst liep Henk een beetje te schudden om hem in slaap te krijgen. Henk werd opa Henk voor onze.kinderen en hoe trots is hij dat Bram nu zo lekker loopt!
Henk was er altijd om je op de juiste manier te stimuleren of af te remmen. Het is altijd goed. Hij weet inmiddels alles van zwangerschappen en overgangskwaaltjes.
Masseren deed hij keihard. Tegen Marcel zei hij “Als je een meisje was deed ik het zacht”…

Joop

Gouwe gozer Joop. Staat altijd voor Henk klaar.

Niek

Zo’n 42 jaren geleden had ik, Niek Bravenboer, sportmasseur in opleiding, het voorrecht om te mogen stagelopen bij Henk, toen al een begrip in de regionale sportwereld.
Die avond was mijn vuurdoop. Het was erg warm daar, door het weer en door die altijd borrelende paraffinepan. Zwetend en toch wel gespannen wreef ik mijn gezicht droog. Vervolgens werd ik vuurrood omdat Henk voor de gelegenheid de olie had gemengd met Cramer-redhot! Henk lag hikkend van de lach over de tafel.

Henks 94e verjaardag in coronatijd

Uitspraken

Hardlopen is geen kunst, het is een gave. Michel en Francis hebben de gave.

Uit het boek 125 jaar PAC van Pim Bijl: ‘Het is geen feessie’, ‘Chanteleuren’, ‘Sudderen’, ‘Kijken wie de blankste billen heb’, ‘Jubo’, ‘Laat je vallen’, ‘Kijk nou uit, anders krijg je pijn in je poten’, ‘Ploeg van licht en donker’, ‘Voor een zoen doe ik het zachies’, ‘Het duurvermogen gaat vanzelf mee’.

Michel

“Henk was altijd kort en krachtig: ‘Goed gedaan’, ‘Luister maar naar mij, dan komt het goed’, ‘Ik wist dat je het kon, ik zag het al in de trainingen’. Het was bemoedigend en gaf rust. Behoorde je tot het vrouwelijk geslacht dan werd overal “wijffie” achter geplakt. Maar hij kon dat zeggen.”

Michel traint al vanaf zijn zeventiende bij Henk. Met Henk liep hij 9:20 op de 3000 m steeple en werd vijfde van Nederland.

De liefde voor lopen wordt doorgegeven.

 

 

 

 

 

De trainingsinstructies vooraf waren luid en duidelijk. Nieuwelingen die de gecodeerde trainingstaal niet begrepen kregen te horen achter wie ze aan moesten lopen. Als je in je jeugdige enthousiasme trainingsideeën opperde die niet helemaal strookten met ‘de wetten van gezond verstand en een uitgebalanceerd schema’, dan was het antwoord: “Ja doe maar,” gevolgd door de opmerking: “Als je tenminste pijn in je poten wilt krijgen.”  De uitkomst laat zich raden. “Niet te gek hard,” kreeg je dan te horen. Wij zeiden dan tegen elkaar: “Niet te hard, gek”.

Schema’s kreeg ik nooit van Henk. Als ik voor mezelf wilde trainen dan vroeg ik gewoon wat ik zo ongeveer moest doen. Hij had wel een boekje bij zich waar hij schema’s had opgesteld en tijden noteerde. Zo kon hij de trainingen met elkaar vergelijken en je vorm in de gaten houden. Door lang bij hem te trainen had je wel een idee wat het aan afstanden en herhalingen ging worden. Dinsdag wat langer dan donderdag, in de winter wat langer en met kortere pauzes dan in de zomer. Binnen die algemene kaders was er, rekening houdend met weer- en baancondities, wel de nodige flexibiliteit qua invulling. Bij warm weer bijvoorbeeld weg van die hete baan en het bos in. Heuvel op, heuvel af. Heuvel af moest je je dan vooral laten vallen. Gelukkig namen we niet alles letterlijk.

Soms kregen we als traktatie, na de training onaangekondigd een “toetje”. Een extra afstandje dus. En die moest maximaal. “Laat maar eens zien wat je waard bent, het is geen feessie”, riep hij dan.

Pim

Pim Bijl hardloper, verslaggever AD Sport, staat naast het ziekenhuisbed waar Henk ligt te slapen. Henk doet zijn ogen open en zegt: “Pim, vuile kolere aap!”

Henk en ik bleven elkaar regelmatig bellen, de voorbije jaren. Heerlijke gesprekken met een unieke man, ondanks de bijna zeventig jaar aan leeftijdsverschil tussen ons twee. Complicerende factor was dat zijn gehoor achteruitging. Zijn humor niet. Toen ik voor mijn werk in Amerika was en hij mij door het tijdsverschil middenin de nacht wakker belde, nam ik versuft de telefoon op:
,,Henk, leuk dat u belt maar ik ben in Amerika.”
,,Pim!”
,,Henk…”
,,Wat?”
,,Ik sliep nog, het is hier nacht.”
,,Hè?”
,,Henk, leuk dat u belt, maar u moet weten dat…”
,,Mot je is luisteren, als je nog één keer U zegt, sla ik je dood.”
In Salt Lake City werden die nacht de buren wakker door mijn harde lach.
Pim gaat dit jaar voor een marathon onder de 2:30 en wordt door Michel Butter en Guido Hartensveld begeleid, maar rode draad zullen de tips van Henk zijn.

Anieke

Ik heb denk ik een jaar of 15 bij Henk getraind- altijd informeel, maar we trainden hard en hadden een hele gezellige en snelle groep. We trainden bij PAC maar de relatie was altijd een beetje vaag. De meeste andere trainers wilden niet veel met Henk te maken hebben, maar lieten ons ook gewoon onze eigen gang gaan. Ze waren maaar al te blij met de inbreng van onze groep in alle competitie ploegen.

Toen Henk aan had gegeven te willen stoppen, hij was toen 90 jaar, was het echter heel duidelijk: Henk verdiende een onderscheiding. Het PAC bestuur ondersteunde de aanvraag en het Atletiekunie bestuur besloot unaniem dat Henk een erespeld van de Bond verdiende. Maar helaas we hebben hem nooit kunnen uitreiken. Henk bleek helemaal geen lid, niet van PAC en niet van de Atletiekunie…nooit geweest ook!!!

Mieke

Wat hij altijd zegt als hij mij ziet: ‘Ik zie je nog komen. En dat je zegt: ik geloof dat ik bij deze groep hoor.”
Heel fijn dat Henk op onze bruiloft kwam en naar de trainingsweekenden. Soms zette we Henk in het  zonnetje met taart na de training, daar genoot hij ook heel erg van. Dan zei hij: ‘Nee, ik moet niet te veel snoepen, dat kan ik niet hebben.” Lilian en ik zijn nog samen met Henk kleding wezen shoppen, als cadeautje voor zijn verjaardag bij de C&A. Dat was erg gezellig. Hij ging met een tas kleding de winkel uit. Henk heeft voor ons de koelkast in zijn auto vervoerd, toen we in ons appartement kwamen wonen. Henk is altijd behulpzaam. Henk nam ook altijd zijn hele moestuin oogst mee naar de training. Kregen we appels, courgettes.

Lars

Henk tegen Lars in het ziekenhuis:
”Je hebt een geweldige vrouw.”
Lars: “Ik heb geluk.”
Henk: “Geluk is met de domme.”

Bruiloft JD en Laura

 Henk was er altijd bij belangrijke momenten

Wouter

Wouter beschrijft zijn valpartij bij de Pelikaan. Nu was ik (Danielle) daar toevallig bij. Het leek op een massa valpartij die je alleen in wielrennen ziet. Onze groep was ondanks de gezelligheid nogal resultaatgericht. Zodra er een startsein werd gegeven verdween het licht uit de ogen van zeker de mannelijke lopers.

Michel zei zacht in het oor van JD: “Pak ze..” JD knalde naar voren, nam in zijn snelheid Wouter en Pieter Jan mee, waarna je de lichaamsdelen over het asfalt hoorde schraapen. PJ was in shock zat verdwaast op de grond. Wouter dacht dat hij zijn enkel had gebroken en zijn pols deed ook een beetje pijn. Verder lopers met schaafwonden en bloed.

Wouter: “Henk gaf een klap op mijn pols en constateerde dat deze niet was gebroken.
…..In het ziekenhuis bleek de pols toch gebroken.

Ron

Bij de trainingen werd er niet gelanterfantert. Treintje 800, koppeltrainingen, pyramidelopen, sudderen tussen de afstand. ‘Laat je vallen van de heuvel’. Ieder jaar deden we Henks Kerstcross. Ik ging dan om 7 uur ‘s ochtends met Henk het parcours in het Kralingse Bos uitzetten. De laatste jaren deed ik dat, maar stond Henk wel bij de start en finish.

Henk

In het ziekenhuis oogt zijn lijf kwetsbaar, zijn ogen fel, zijn uitspraken als vanouds: “Wat ben ik blij, dat ik jullie nog zie.”

“Ik heb een fantastisch leven gehad. Ik ben bevoorrecht dat ik met jullie mocht werken.”

We nemen binnenkort afscheid van een prachtige hardlooptrainer. Henk met jou trainen was een feessie.
Waardeer je sportouders

Waardeer je sportouders

We zoeken nog een coördinator voor het materiaalhok. Op het moment dat de vraag bij de atletiek gesteld wordt, weet ik dat ik vooral geen oogcontact moet maken. “Is dat niks voor jou,” stoot ik zachtjes mijn buurman aan. Hij kijkt wel op en sindsdien is hij opperhoofd materiaal, waarbij zijn eerste klus het materiaalhok uitmesten is.

Wekelijks staan er duizenden ouders voor de club klaar. Zij betalen, rijden, koken maaltijden, wassen clubtenues, draaien bardiensten, zijn teammanager, jurylid en ‘coördinator vanallesennogwat’. Toch worden sportouders vooral irritant gevonden. “Wat een rust,” zeggen we nu ouders de sportclub niet mogen betreden. “Kunnen we ze bij de trainingen weren,” was een vraag die een turnclub mij vlak voor de lockdown stelde. De oplossing van het sportouderprobleem voor deze turnclub is door Covid 19 in één keer opgelost. 

‘Deze trainers en kinderen missen ouders langs de lijn niet’, kopt de NOS na twee weken ouderloze training.

De afgelopen vijftien jaar heb ik gedrag van sportouders bij trainingen en wedstrijd zowel in de top-, als breedtesport geobserveerd. Sportouders mogen wat mij betreft meer gewaardeerd worden. Sportouders willen het heel graag goed doen voor hun kinderen. Zij wringen zich in alle bochten om te zorgen dat hun kinderen hun sport kunnen beoefenen. Doen ze het altijd goed, zeker niet. De intentie is goed, vanuit liefde voor hun kind. Dat is waar het om draait. Ze werken zich uit de naad, zodat hun kind een trainingsstage in het buitenland kan doen, kunnen heel beperkt op vakantie omdat hun kind in een talentencentrum traint, zitten na een drukke werkweek uren in de plastic kuipstoeltjes te wachten tot de wedstrijd begint. Dit is de generatie: als het erin zit, dan moet het eruit komen, daarom doen sportouders heel veel voor hun kinderen. 

Lekker bezig pedagoog

Sportouder ben je als je kinderen hebt die sporten. We zijn met velen dus. Er wordt van alles van sportouders verwacht, maar niemand die vertelt hoe we het moeten doen. Zo werd ik bij één van de eerste crossen die mijn zoontje liep uitgefoeterd door een meneer met een geel hesje, omdat ik op de verkeerde plek aanmoedigde. Terwijl ik al vijfendertig jaar in de atletiek rondloop. Bij korfbal stond ik als enige bij de wedstrijdplek, terwijl de rest van het team op de thuisbasis wachtte omdat ze altijd samen rijden. Doordat mijn man en ik best veel werken is ons leven gehaast. Hierdoor komen we vaak net op tijd bij trainingen en wedstrijden, waardoor er altijd wel iemand op z’n horloge wijst en de corrigerende vinger naar ons opsteekt. 

Sportopvoeden is geen gemakkelijke taak. Je kinderen belanden in de puberteit en gaan steeds meer in de weerstand. Jij probeert alle ballen van school, sport en werk omhoog te houden. 

Voetbalmoeder: “We hebben als ouders nooit rust. Alle trainingen bijwonen en altijd vroeg eten is pittig, want we hebben meerdere kinderen en ons werk. Er is met Pasen en met Pinksteren een toernooi. Als gezin kunnen we in de zomer maar één week op vakantie, want ik heb in de bouwvak vrij en in augustus starten de trainingen weer.” 

Geef een reële boodschap aan ouders

Hoewel er prachtige initiatieven zijn voor sportouders en sportplezier werken ze onvoldoende. Dat komt omdat we ons allemaal niet aangesproken voelen. 

  • Zo is ‘wees altijd positief’ een irreële vraag, die mij als moeder regelmatig een schuldgevoel geeft. Soms ben je gewoon chagrijnig, ben je druk of zijn je puberende kinderen strontvervelend;
  • ‘Verboden te schreeuwen’ is een boodschap die ouders nu wel weten. Bovendien schreeuwen de meeste ouders niet. Daardoor voelen ouders zich niet aangesproken om hun supportersgedrag te veranderen. Terwijl we misschien wel onbewust druk zetten met kleine opmerkingen, gesprekjes of een blik. 

Als sportouders weten we allemaal iemand aan te wijzen ‘die echt heel erg is’. Zo lang we zo negatief over sportouders blijven praten voelt niemand zich persoonlijk aangesproken. Terwijl het wel over ons allemaal gaat. Ik vroeg mijn kind hoe ik het deed bij wedstrijden: “Ik vind jullie bloedirritant,” zei mijn zoon. Lekker dan, hoezo? “Je filmt en daardoor raak ik afgeleid.” Oké dat is duidelijke informatie voor gedragsverandering. “Wat vind je dan wel fijn,” vroeg ik. “Als je bij de finish staat,” zei hij. 

Hockeyvader: ”Toen ik mijn dochter ging aanmelden bij de plaatselijke hockeyclub, werd mij verteld dat ik als ouder vrijwilligerswerk moest gaan doen. Dit vrijwilligerswerk bestond uit het team coachen en wedstrijden fluiten. Ik heb zelf altijd gevoetbald, dus ik heb totaal geen verstand van hockey. Wel heb ik een tegelzettersbedrijf. Ik stelde voor om in plaats van het team te coachen wat algemeen klein onderhoud te doen op het complex. Maar dat mocht niet.”

Wanneer we jeugdsport positiever willen krijgen, dan moeten we zorgen dat ouders zich aangesproken voelen. Waardeer je sportouders, spreek ze op niveau aan, investeer in verbinding en laat die pedagogische corrigerende vinger weg.

In het nieuwe sportseizoen komt het boek: ‘Als je maar wint’. Sportouders in Perspectief uit. Hierin krijg je een mooie inkijk in het leven van een sportouder. Het boek staat vol verhalen van sporters, topsporters, ouders en coaches. Je gaat je achter je oren krabbelen: ‘goh, hoe doe ik dat eigenlijk?’ Als we langs de lijn gedrag willen veranderen moeten we dat met z’n allen doen.

Plezier en presteren gaan hand in hand

Plezier en presteren gaan hand in hand

Robert van Winden is voorzitter van Stichting WIN-WIN. Deze stichting heeft als doel het stimuleren van samenwerking in de (top)sport, met name op het gebied van talentontwikkeling. Daarbij concentreert zij zich vooral op de thema’s ‘mentale begeleiding’ en ‘sportouders’. Stichting WIN-WIN is initiatiefnemer van het ‘Netwerk Ouders Sporttalenten’. Robert maakt deel uit van ‘Team Flow’ en levert hiermee een bijdrage aan het project ‘Sport in Perspectief’.   

Door: Robert van Winden

Sport in Perspectief

De belangrijkste reden om als Stichting WIN-WIN deel te nemen aan het project ‘Sport in Perspectief’ is om ervoor te zorgen dat kinderen in de leeftijdscategorie 9–16 jaar behouden blijven voor de sport. Dit betekent ook dat talentvolle kinderen doorgaan met sporten, wat bijdraagt aan de doelstelling van de stichting: talenten de kans geven zich optimaal te ontwikkelen.

Door Sport in Perspectief ontwikkelen kinderen van jongs af aan mentale vaardigheden waar ze de rest van hun (top)sportcarrière van kunnen profiteren. Stichting WIN-WIN gelooft heilig in de meerwaarde van het aanleren van mentale vaardigheden in de topsport. Het helpt kinderen weerbaar te zijn, waardoor ze makkelijker om kunnen gaan met de druk die topsport ook geeft.

Daarnaast ondersteunt Sport in Perspectief (top)sportouders bij de begeleiding van hun kinderen. Voor Stichting WIN-WIN is de doelgroep ouders een hele belangrijke doelgroep vanuit het motto: “Zonder topsportouders geen topsport in Nederland”.  

En verder is Sport in Perspectief een mooi voorbeeld als het gaat om samenwerking in de sport. Niet alleen worden pedagogische en psychologische kennis gecombineerd ten behoeve van de sport, het team dat het project uitvoert bestaat uit veel experts vanuit allerlei verschillende vakgebieden.

Mijn belangrijkste bijdrage is het doen van interviews met topsporters, ouders en talenten uit het het netwerk van Stichting WIN-WIN.

Interviews

Wat mij vooral opviel bij het afnemen van de interviews was dat plezier en presteren dichter bij elkaar liggen dan de opdracht vanuit de ‘Nationale Sportinnovatorprijs’ doet vermoeden. In deze opdracht staat letterlijk dat het project moet bijdragen aan ‘de overgang van een prestatiecultuur, waar de nadruk ligt op winnen en resultaat, naar een positieve sportcultuur waar de nadruk ligt op plezier‘. In de gesprekken met de topsporters, ouders en talenten kwam ik erachter dat de relatie tussen plezier en presteren toch iets genuanceerder ligt. Ik zal  hieronder verder toelichten aan de hand van een drietal thema’s: succesbeleving, persoonlijke ontwikkeling en prestatiemaatschappij.

1. Succesbeleving

Er zijn kinderen waarbij het plezier in sporten juist sterk samenhangt met presteren. Het halen van een resultaat wordt gezien als een vorm van beloning.

Adonis Kemp (voormalig honkbalinternational en topsportouder): “Beloning is belangrijk op jonge leeftijd en draagt 100% bij aan plezier. Dat ze met het Nederlands team naar buitenlandse toernooien gaan en mooie Oranje pakken mogen dragen. Dan zie je de kinderen lachen, want ze zijn trots dat ze geselecteerd zijn.”  

Daarnaast zie je kinderen die goed presteren onder druk. Zo zijn er kinderen die bij internationale wedstrijden beter presteren dan bij nationale wedstrijden. Of kinderen die graag tegen een sterkere tegenstander spelen en er dan juist nog een schepje bovenop gooien. Een turn-moeder gaf dat heel mooi aan:

“Mijn zoon draait het beste onder druk: dat vindt hij fantastisch. In trainingen lukken bepaalde oefeningen niet, maar in een wedstrijd juist wel. Hij heeft plezier als hij presteert: als een trainer een doel stelt voor een oefening die gehaald moet worden, dan vindt hij dat geweldig”.

Er zijn kinderen die vanuit zichzelf heel gedreven zijn en graag willen winnen. Kinderen die vanuit zichzelf een doel hebben gesteld en dat perse willen bereiken. En die plezier hebben in trainen vanuit een innerlijke drive. Zo vertelt Yvonne van Gennip (ex-schaatster):

“Elke training was voor mij ook een wedstrijd, want het moest perfect. En als een training niet lekker ging, ging ik net zolang door tot het wel lekker ging. Dat had ik als kind al, ook toen ik ging turnen. Bij mij moesten ze vooral afremmen.”

Bij Sport in Perspectief leren deze talentvolle sporters hoe zij hun gedrevenheid zinvol inzetten, want altijd winnen en nooit fouten maken is onmogelijk. Je wilt dat kinderen die drive voor sport blijven houden.

2. Persoonlijke ontwikkeling

Prestaties en resultaten kunnen ook bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Zo leren ze bijvoorbeeld om te gaan met tegenslagen en door te zetten. Al moet je daarbij natuurlijk ook weer de grens goed bewaken.

Karatevader: “Mijn zoon had voor de zomer zijn duim geblesseerd. Hij moest toen in het gips. Hij wilde in die periode met alle geweld wel naar de training van Jong Oranje. Toen heeft hij met één hand getraind. Hij kreeg alleen maar trappen op zijn gezicht. Hij moest veel huilen, maar is niet gestopt.” 

En er zijn kinderen die veel zelfvertrouwen halen uit het feit dat ze op een hoog niveau aan sport doen. Het feit dat ze iets goed kunnen geeft hen een bepaalde vorm van zekerheid.

Judomoeder: “Sport heeft mijn zoon door de puberteit heen getrokken. Daar kon hij z’n ei kwijt: die mat was een soort van zijn thuis en bood hem veiligheid”.

Wanneer je verliest, heb je concrete punten om over na te denken en aan te werken. Wat je moet doen om je doelen wel te bereiken. Een andere judo moeder zei hierover:

“Je leert letterlijk door vallen en opstaan. Dat maakt je een sterker persoon. Als je verliest heb je een leermoment: een directe aanleiding om dingen te veranderen.”

3. Prestatiemaatschappij

We leven in een prestatiemaatschappij en sport maakt daar onderdeel van uit. Bij sport wordt gemeten en scores geteld.

Skimoeder: “Het is belangrijk dat kinderen leren dat plezier hebben meer is dan alleen lol hebben met vriendjes. Dat ze ook plezier kunnen hebben in het zichzelf ontwikkelen. Daar hoort het stellen van doelen bij. Presteren zit diep geworteld in de maatschappij, in het onderwijssysteem en in het bedrijfsleven”.

Over de selectieprocedures is nu veel discussie. Maar ook als er geen selectie is, dan blijft er altijd een kind die de beste is en een kind die minder goed is. Ouders, kinderen en trainers weten pecies wie dat zijn.

Karatevader: “Om een talentstatus te hebben, moet er wel gepresteerd worden. We leven allemaal in een prestatiemaatschappij. Waarom zou je daar pas mee beginnen op je 22ste? Dan ga je de arbeidsmarkt op en heb je ineens te maken met regels. Het moeten presteren geeft wel druk. Maar dat is logisch en leer maar met die druk omgaan. Ik vind dat niet zo heel erg.”

Mijn conclusie

Plezier staat bovenaan als het gaat om een gezonde sportbeleving bij kinderen. Dat zeggen ook alle geïnterviewde topsporters, ouders en talenten in koor.

Maar ieder kind is anders. Het gaat om het bewaken van de balans tussen presteren en plezier en dat vraagt om maatwerk. Sport in Perspectief richt zich erop ouders, coaches en de kinderen te leren hoe ze deze balans tussen presteren en plezier kunnen behouden. 

Uit de gehouden interviews blijkt dat er wel degelijk kinderen zijn die plezier beleven aan presteren in de sport. Een nuance zou hier dus wel op z’n plaats zijn.

De vraag is niet hoe we de nadruk kunnen verleggen van resultaat naar plezier, maar hoe we plezier en resultaat meer hand in hand kunnen laten gaan.  

 

Wil je meer lezen?

Hoe leuk is het om sportouder te zijn? Sport in Perspectief van start.

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Hoe leuk is het om sportouder te zijn? Sport in Perspectief van start.

Hoe leuk is het om sportouder te zijn? Sport in Perspectief van start.

Sport in Perspectief, het Sport Innovatieproject van 2020 is gestart. Vanuit de klei van het sportveld wordt deze pedagogische methodiek gemaakt. Sportouders staan centraal. Zij zijn de belangrijkste personen in het leven van hun sportende kinderen. Het is onze taak naar ouders te luisteren en hun adviezen te gebruiken, want wie kent hun kind het beste? Wanneer je ouders bij de training van de kinderen betrekt, ontstaat er verbinding en dat geeft mooie verrassingen op het veld, de mat of de baan. Met de marathon als metafoor, wil ik je laten zien hoe we dit gaan doen.

42 kilometer en 195 meter

‘Een fijn pleuris end’, noemen we in Rotterdam de marathon. Een innovatieproject is net een marathon. Je weet niet wat er allemaal op je pad komt en of je de man met de hamer ontmoet. Maar Sport in Perspectief is goed voorbereid, heeft deskundige begeleiding en heel veel doorzettingsvermogen.

  • START januari 2020: We gaan na, waar ouders, sporters en trainers blij van worden en wat hen stoort;
  • 10 KM maart 2020: Bij ‘Flatland Visual Thinking’ komen we definitief van idee naar concept: De Veldtrainingen, Online Trainers Training, Toolkit en Boek voor sportouders worden één geheel en één taal. De nulmeting wordt gedaan bij Excelsior, Intime Tennis Academy en PAC Atletiek;
  • Halve Marathon september 2020: Lancering Sport in Perspectief in het Excelsior Stadion;
  • 22 – 38 KM Oktober 2020 t/m Februari 2021: Sport in Perspectief in uitvoering bij Excelsior, Intime Tennis Academy en PAC Atletiek;
  • 39 KM – Finish maart t/m juni 2021: Eindmeting en publicaties;
  • Finishvak: Sport in Perspectief is klaar om verspreid te worden.
De inzet van sportouders is groot. Elke zaterdag rijden duizenden ouders op hun vrije dag, soms al om half acht, met hun kinderen naar een wedstrijd of training. Deze groep is absoluut bereid het beste te doen voor hun kinderen. Dit is de doelgroep waar wij ons op richten.

Er zijn al veel zinvolle projecten van start gegaan voor sportplezier. De praktijk blijkt moeilijk in regels en adviezen te vatten. Ouders voelen zich onvoldoende aangesproken. Ze weten allang dat ze positief moeten zijn en dat schreeuwen ongewenst is. Sportplezier komt niet alleen vanuit de ouders. Ook trainers hebben pedagogische en didactische handvatten nodig. En voor kinderen is het handig als ze leren met winst en verlies om te gaan en met de ‘oneerlijkheid’ die sport soms geeft.

Sport in Perspectief draait om de relatie tussen ouders-sporters-trainers, wat betreft: rol, verwachting, communicatie, blik/handelen en het effect dat dit heeft op hun plezierbeleving. Dat is niet nieuw. De manier waarop we dat gaan doen wel. Het wordt verwerkt als onderdeel van het regulier trainingsprogramma en getraind en geoefend op het veld, de mat of de baan. Door activiteiten passend in de sport, wordt er veel gelachen, maar is er ook ruimte voor adviezen en vragen.

In dit filmpje wil ik je laten een voorbeeld laten zien hoe dit kan (klik aan):

filmpje sport in perspectief

 De Toplopers: 

Dit is het team van Flow Mentale Training die het gaat doen: 

De Pacers:

Daarnaast zijn er professionals vanuit topsport, onderwijs en bedrijfsleven die gaan ons hazen, zodat we kwaliteit kunnen leveren en Sport in Perspectief na juni 2021 verspreid kan worden richting clubs, RTC’s, CTO’s, BVO’s, Bonden en NOC*NSF.

De Busisnessrun

Team Flow heeft al veel voorwerk verricht. Zo hebben we topsporters, talenten en hun ouders gevraagd naar ervaringen wat betreft ‘sportplezier en presteren’. Die combinatie blijkt lastig.

Yvonne van Gennip: “Ik moest alles altijd perfect doen, daarom voelde ik altijd prestatiedruk. Die druk kwam vooral vanuit mijzelf, doordat ik vond dat ik altijd het uiterste moest leveren. Dat is een karaktereigenschap. Er waren geen gradaties in mijn denken. Het was top of flop. Mijn ouders moesten vooral afremmen en de druk van de ketel halen. Ik heb wel een fase gehad waarin ik mij afvraag, waarom mijn ouders mij niet wat meer hebben afgeremd in mijn perfectionisme. Het heeft mij ver gebracht, maar psychisch wel veel gekost.”

Zij willen dat sport in perspectief gezien gaat worden

De Sportouders

Ik heb verzameld waar de sportouders zelf tegenaan lopen. Van hun twijfels, irritaties en zorgen van sportouders heb ik een muurtje gebouwd. Het had ook een muur kunnen zijn.

Tennismoeder: “Ik vind die andere tennisouders stom en daar zit ik dan de hele dag mee. De kans dat mijn kind de loterij wint, is groter dan dat hij toptennisser wordt, maar ik wil zijn droom niet verpesten.”

We zijn gestart

Doen en ervaren

Door ‘te doen’ zorgen we voor verbinding. Effectief en positief met elkaar communiceren gaat makkelijker. Door zelf ‘te ervaren’ leren ouders, trainers en sporters vanuit oordeel-vrij perspectief te kijken en te handelen, waardoor presteren en plezier samen gaan.

 

Wil je meer weten, lees ook:

Sportouders samen met hun kind en de trainer op het veld

Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.

Hoe mijn ouders mij steunen in mijn passie voor karate.

 

Flow zoekt stagiairs voor Sport in Perspectief

Flow zoekt stagiairs voor Sport in Perspectief

Flow Mentale Training heeft een nieuwe pedagogische methodiek bedacht die zorgt voor verbinding tussen ouders, sporters en coaches genaamd: Sport in Perspectief. Ouders en coaches trainen hierbij pedagogische vaardigheden op de sportplek, wat moet gaan zorgen voor blijvende gedragsverandering langs de lijn, in de auto en thuis. Het is de bedoeling dat zij effectiever met elkaar gaan communiceren, waardoor de jonge sporters meer vertrouwen krijgen en plezier houden in hun sport.

Vacature onderzoeksopdracht

Flow Mentale Training B.V. Rotterdam – Pedagogische Wetenschappen/Sportpsychologie

Sport in Perspectief wordt ontwikkeld week 1 t/m week 35 in 2020. Het wordt uitgevoerd vanaf week 36 in 2020 t/m week 26 in 2021 bij de S.B.V. Excelsior, Intime Tennis Academy en PAC Atletiek voor de sporters in de leeftijd 9 t/m 12 jaar, hun ouders en trainers. Het effect van de methodiek moet getest worden, zodat er een advies gegeven kan worden voor verdere verspreiding naar sportclubs, talentencentra en BVO’s.  

Flow Mentale Training zoekt twee stagiairs (bij voorkeur Bachelor/Master Pedagogische Wetenschappen) die de validatie willen doen van dit project door middel van kwalitatief onderzoek (enquetes en interviews). Eén stagiair die de nulmeting doet en wil meewerken aan de ontwikkeling van Sport in Perspectief, periode voor week 35 2020. Eén stagiair die de eindmeting doet en meewerkt in de ontwikkeling, periode na week 35 2020. Dit validatie onderzoek zal gebeuren in samenwerking met BBO Consulting (Utrecht).

Bij deze stages zal je stage lopen bij Flow Mentale Training in Rotterdam, maar in overleg ook op de de sportlocaties van S.B.V. Excelsior (Rotterdam), Intime Tennis Academy (Zoetermeer) en PAC Atletiek (Rotterdam). Dit houdt in dat je een flexibele werkplek hebt. Ook is het mogelijk dat je buiten kantooruren in de avond of in het weekend moet werken. 

Profiel gezochte studenten:

  • Je hebt affiniteit met jonge sporters en sportouders;
  • Je bent flexibel en kan zelfstandig werken;
  • Je bent sociaal en communicatief;
  • Je ben analystisch;
  • Je hebt een pre als je Bachelor/Master Pedagogische Wetenschappen volgt;
  • Je hebt een hoge motivatie om Sport in Perspectief tot een geslaagd project te maken.

Sollicitatie procedure:

Je stuurt je CV, cijferlijst en een korte motivatiebrief voor 15 november 2019 naar Daniëlle van der Klein-Driesen (Directeur/eigenaar Sport in Perspectief): sportinperspectief@flowmentaletraining.nl

Voor vragen kan je contact opnemen met Lianne den Haan (projectleider Sport in Perspectief)