Selectiestress op het veld

Onderwerpen

sport:

Nu zit je in de E. Na de vakantie ga je naar de D. Daar gaat het er niet over bij wie je graag in het team zit. Daar gaat het om: ‘Hoe goed je speelt’. Je komt in de D1, D2 of D3.”

Welkom in het echte sportleven. De korfbaltrainer van mijn dochter (een hele fijne trouwens) benoemt hardop wat je bij de meeste sporten terugziet. De onbevangenheid verdwijnt en de druk wordt opgevoerd. Met voorbeelden vanuit mijn sportpsychologie-praktijk wil ik laten zien hoe je kinderen mentaal voorbereid op de wereld van de wedstrijdsport, waarin selectie plaatsvindt.

Mentale weerbaarheid

De KNHB verhoogt nu de selectieleeftijd van de districts- en nationale teams naar 13-15 jaar. Dit om de stress te voorkomen, die het spelen onder druk met zich mee brengt. Een goede gedachte zit erachter, ze willen dat kinderen zolang mogelijk de focus houden op spelen, plezier en ontdekken. Alleen, ik denk dat het niet genoeg is, want de verwachting (eisen prestatieniveau) van de sporter en de omgeving (trainers, teamgenoten, ouders) blijft. De lat ligt vaak hoog. Kinderen moeten het beste van zichzelf laten zien in niveau en gedrag. Tijden worden opgenomen en scores worden genoteerd. Winnaars krijgen een beker en een hoop aandacht, verliezers een vaantje en een schouderklopje.

Voor de sporters zou het goed zijn, wanneer je ze leert presteren onder druk. Dit kan wanneer mentale weerbaarheidstraining een vast onderdeel op het programma wordt. En dat is hard nodig toont de praktijk.

Train de sporters – Eerste hulp bij onzekerheid

Alsof het om een hartoperatie gaat, vraagt een hockeyspeler van Jong Oranje of hij met spoed geholpen kan worden. Hij is niet meer zeker van zijn plek in het team. Hij was altijd heel goed. Door een blessure lag hij er even uit en is hij nog niet helemaal op zijn oude niveau terug. Zijn lichaam is hersteld, maar onzekerheid (“Kan ik het wel”) belemmert zijn prestatiegedrag in het veld. Wanneer de coach kijkt, wil hij het zo graag goed doen, dat hij juist slechter gaat spelen. Twijfel zorgt voor veilige keuzes, energieverlies en tempovertraging. Terwijl felheid zijn kracht was.

Dit is een voorbeeld dat ik heel vaak tegenkom. Deze jongen heeft nooit geleerd hoe hij met tegenslag (blessure) en de spanning van het ‘moeten presteren’ omgaat. Zonde, want wanneer hij dit leert, zal hij er ook bij belangrijke sportmomenten staan. Dan gaat hij het verschil uitmaken in het team.

Train de trainers – Statistiek

“Wij hebben acht kansen gehad, waarbij we er vier gescoord hebben. Zij hadden vier kansen waarvan er drie raak waren, aldus de trainer van onder twaalf. De tegenpartij heeft dus eigenlijk beter gespeeld, want wij hebben maar de helft van de kansen benut en de tegenpartij 75%.” Ik zeg: “Jouw ploeg heeft dus twee keer zoveel kansen gecreëerd.”

Coachgedrag speelt in de ‘selectiediscussie’ een enorm grote rol. Hoe wordt de boodschap gebracht? Hoe maakt hij de teamopstelling? Wat straalt hij uit bij winst of verlies? Roept hij hard of zacht? Blijft hij zitten, gaat hij staan? Coaches moeten leren welke invloed zij zelf hebben op het prestatiegedrag en zelfvertrouwen van hun sporters. Zodat zij kennis hebben van:

  • Signaleren mentale belemmeringen;
  • Verwerken van mentale vaardigheden in fysieke programma, zoals doelen stellen, concentreren en optimale spanning.

Train de ouders – Messi in huis

“Mijn voetballende zoon heeft last van de zenuwen door de druk,” aldus vader. Ik vroeg: “Hoe oud is hij?” “Zes jaar,” zegt hij. 

Ik val bijna van mijn stoel af. Bleek dat hij gescout was voor een grote voetbalclub. Drie keer per week werd er vanuit het Zuiden naar het midden van Nederland gereden. In dit voorbeeld ben ik met ouders aan de slag gegaan, hoe ze een beetje lol blijven beleven en vooral die jongen zelf ook.

Als je zoon zo jong gescout wordt, dan bestaat de kans dat je als ouders het gevoel dat je de nieuwe Messi in huis hebt. Ik zie dat ook terug bij sporters die geselecteerd zijn voor een talentencentrum. Dan kun je het selectiesysteem als oorzaak zien, ik denk dat er ook een heel stuk bij de ouders ligt.

Ouders moeten leren hoe zij hun (top)sportende kind pedagogisch ondersteunen. Wat kunnen ze doen en wat kunnen ze beter laten, thuis, in de auto, tijdens de training en op de wedstrijdplek. Ouders spelen een hele belangrijke rol in hoe de kinderen zich voelen. Je moet ze daarom de mogelijkheid bieden hierin te leren, want sportouder zijn is geen eenvoudige taak.

Winst

“Weet jij nog wie er als tweede op de maan stond?”

Sport draait om resultaat, daar kun je niet omheen. Wil je op het hoogste niveau sporten, dan kom je op enig moment onder druk te staan. Dan kun je er maar beter mee leren omgaan.

“Mijn dochter mag in de D1 spelen. Jeetje en ze korfbalt nog maar net.”

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *