Presteren onder druk in de kleedkamer bij S.B.V. Excelsior

Presteren onder druk in de kleedkamer bij S.B.V. Excelsior

Beste ouders, we hebben jullie gemist. Het was stil zo zonder wedstrijden en niemand langs de kant. Soms wel lekker rustig, maar jullie kinderen en wij als team zijn blij dat jullie er weer bij mogen zijn.

Kleedkamertraining

Vrijdag kregen de ouders van de bovenbouw <15 t/m <21 toelichting over fysiek en mentaal en wat er allemaal in de opleiding gaat gebeuren dit seizoen. In een carrouselvorm, met een mentale kleedkamertraining.

Zij hebben in een korte sessie ervaren hoe de toepassing van mentale thema’s gaat. Vanuit een resultaat gerichte opdracht met tijdsdruk moesten zij presteren. Net als op het voetbalveld zorgt dat voor verschillen in prestatiegedrag. Waarbij sommige ouders rustig beginnen, andere spieken, eentje saboteren en anderen zeer gedreven aan de slag gaan. Een aantal ouders met meer kabaal, dan anderen. Gedreven om het goed te doen. Succesvol en soms wat minder.

Observeren in plaats van commanderen

Voor de trainers is het belangrijk om de verschillen in (prestatie)gedrag bij hun spelers te herkennen en daar op maat op in te springen. Het hele team, maar ook het individu. Dat vraagt een andere manier van kijken.  Niet alleen naar de opstelling en voetbaltechnische- of tactische gedragingen, maar ook naar (prestatie)gedrag. Dat geeft de coach belangrijke informatie hoe zij hun spelers in hun kracht zetten en wat dat verstoord.

Sterker worden

Wanneer de ouders weten hoe het werkt en ze krijgen een ‘korte taakgerichte instructie’ zie je bij de ouders verbetering in de uitvoering. Het wordt rustig in de kleedkamer. Zij zijn gericht op hun taak en worden er daardoor beter in.

Daar moeten spelers ook achter komen. Zeker in de bovenbouw, kun je niet langer anderen (de scheidsrechter, medespelers, de coach of de tegenstander) de schuld geven van wat je laat zien op het veld. Het draait erom: ‘waar steek je energie in, waardoor je het beste uit jezelf en je team haalt’.  

Ouders kunnen hun kinderen helpen door los te laten. De spelers vrij de kans te geven fouten te maken, naar oplossingen te zoeken en te verbeteren. Soms succesvol en soms niet.

 

BVO (Best Veel Onrust). Thuistips voor voetbalouders.

BVO (Best Veel Onrust). Thuistips voor voetbalouders.

Bemoei je er niet mee’, ‘Je doet het helemaal verkeerd’, zijn teksten van mijn dochter. ‘Ik weet het allang’, zegt mijn zoon. De staartdelingen, zoals wij ze deden bestaan niet meer. Ons thuis is veranderd in kantoortuin, school en fitnessruimte, maar dan allemaal door elkaar. Mijn man staat zijn studenten les te geven, terwijl ik met een zeiler Skype en mijn dochter Engels krijgt. Er is een computer te weinig, maar onze zoon weet de oplossing, want hij kan Fortnighten op zijn Nintendo……….

Hoe is dat als je voetbalouder bent? Als je kind gewend is vijf keer per week met zijn team op het veld te staan en nu thuis zit. Een stukje met tips voor voetbalouders. Ik kan er zelf ook wel een paar gebruiken.

Een voetballer in huis

Voetballers die thuiszitten en niets meer in teamverband kunnen doen. ‘Daar word je wel een beetje gek van’, is een veel gehoorde kreet. Clubs zijn nu afhankelijk van het zelfsturend vermogen van de spelers en het bijsturen van jullie als ouders. Hierbij ga je de verschillen zien wie die verantwoordelijkheid aan kan en wie niet. Dan gaat het over discipline wat betreft het fysieke/mentale trainingsprogramma, voeding en rust.

Wat wel grappig is, dat het nu niets uitmaakt of je Ronaldo, Messi of Piet Voetbal bent. Je zit allemaal thuis en moet individueel trainen.

De voetballer
Wanneer je op hoog niveau speelt, dan is jouw hele leven, jaar in jaar uit afgestemd op voetbal. Je traint altijd in teamverband. Door het verplicht thuis te zitten vallen er een hoop dingen weg:

  • De competitie ligt stil, je kunt voetbalpassie niet meer uitvoeren;
  • Er zijn geen trainingen en wedstrijden meer;
  • Je mist het contact met teamgenoten;
  • De doelgerichte, gestructureerde en actieve leefstijl is verdwenen;
  • Je zit ineens in je huis met je gezin, die allemaal hun aandacht vragen;
  • Mentale kick van de strijd met anderen is weg;
  • Je identiteit als voetballer loopt gevaar: wie ben je nog meer behalve voetballer?

Ouder(s)
Maar als ook voetbalouders komt er een hoop op je af. Ergens is het wel fijn even rust te hebben en je niet te hoeven haasten richting de training. Tegelijkertijd vraag jij je ’s avonds af waarom je zo moe bent. Het voortdurend switchen van aandacht tussen: werk, kinderen, partner, zorgen over geld of de toekomst, berichten op tv en sociale media kosten jouw brein enorm veel energie. Je moet voortdurend schakelen.

Bijvoorbeeld: Je voert een gesprek voor je werk. Ondertussen loopt de computer vast van je zoon en hij roept jou, wat zorgt voor een verstoring van je aandacht. Jij moet die weer opnieuw richten, tot de volgende verstoring zich aandient.

De omstandigheden waarin je nu met je gezin zit verschilt. Prins Ronaldo zit in een kast van een huis, waarbij alle trainingsmogelijkheden kunnen worden ingevlogen en hij genoeg ruimte heeft de rust voor zichzelf te pakken. Ook hij gaat er achter komen, dat hij net als iedereen ‘mens’ is. Wij moeten het allemaal met minder doen en sommigen met heel veel minder.

We steken allemaal anders in elkaar. Daarom als je tips wilt toepassen is stap 1: Ga na wat voor jouw kind en jullie gezin werkt.

Wat doet jouw kind?

Spelers verschillen onderling, dat zie je ook op het veld. Er zijn voetballers die altijd hard werken en nu zelf op zoek gaan naar trainingsmogelijkheden op straat of thuis. Zij pakken hun rust, wat hun lijf  goed doet en zoeken nieuwe manieren van actie. Spelers die minder sterk in hun vel zitten en waarbij hun structuur wegvalt, kunnen doorslaan in twijfel: ‘Ben ik wel goed genoeg?’, ‘Kom ik op mijn oude niveau?’, ‘Op sociale media zie ik andere spelers allemaal fantastische dingen doen’.

Laat je niks wijs maken, door al die mooie hooghoud-filmpjes op sociale media en kijk er minder vaak naar. Hoe spelers zich ‘echt voelen’ zie je niet.

Doordat het onduidelijk is hoe lang de voetbalstop duurt, vallen gerichte doelen weg. Spelers hebben ruimte voor langer in hun bed, meer eten, gamen (bevrediging op de korte termijn). Als ouders is het soms ook lastig hierin bij te sturen.

Een grote groep spelers moet achter hun gat aangezeten worden, terwijl ze het ook bloed-irritant vinden, wanneer hun ouders dat doen. Het is een zoektocht naar begeleiden en loslaten.
  • Begeleiden en loslaten
    Juist in deze tijd hebben de voetballers jullie heel hard nodig. Je moet je eigen rol hierin helder houden. Je blijft ‘vader of moeder’, je bent geen leerkracht of trainer. Dat betekent dat je belangrijk bent voor het vertrouwen en liefde die je jouw kind geeft. Dit doe je door: Er te zijn, je kind ruimte te bieden zijn eigen weg te zoeken en te prijzen als dat lukt. Het is een tijd waarin je ook dingen samen kan doen, als: tafeltennissen, kaarten, jeu de boules, mens erger je niet, rennen, hooghouden.
Je kind ervaart dat hij meer is dan alleen een voetballer, wat heel belangrijk is voor zijn verdere ontwikkeling in sport, school en werk.

Als ouders help je met structuur en stuur je bij als dat nodig is. Voor het ene gezin zal dat betekenen dat er duidelijke schema’s op de koelkast hangen, met de geplande activiteiten van die dag. Eerlijk gezegd heb ik daar weinig mee, maar als het voor jou wel werkt zeker doen. Je kunt ook structuur geven door jouw voorspelbaarheid van handelen:

  • Doordeweeks zelf op tijd op te staan en met elkaar ontbijten, waardoor je kinderen het verschil ervaren tussen maandag t/m vrijdag en het weekend;
  • Vraag na: Wat ga je allemaal doen vandaag? / Wat moet je voor school doen? / Wat staat er voor sport op het programma? / Kan ik je ergens mee helpen?
  • Leg uit dat als er geen leraar is, jij toch dagelijks even moet weten wat er gedaan is. Wanneer je af en toe een koppie thee brengt zie je ook wat er gebeurt;
  • Tijdsduur gamen/sociale media. Ik heb mijn kinderen uitgelegd wat het met je brein doet als je ’s avonds van die schietspellen gaat doen en een maximaal tijd met games. Onze kinderen maken er zeker gebruik van, als wij werken. Ze gaan eigenlijk steeds over die tijd heen heen. Maar ik kan ze door deze afspraak wel aanspreken en ze makkelijker laten stoppen: “Houd je zelf de tijd in de gaten” of “Stoppen nu”;
  • Tijd en plek voor jezelf opeisen. Dit is misschien wel de grootste challenge. Als jij twee uur gericht kunt werken, zul jij je verbazen hoeveel je kunt doen;
  • Zonder de problematiek op de schouders van je kind te dumpen, kan je best uitleggen wat ’thuiszitten’ met jou doet. Zodat je kind ook hoort hoe hij met jou rekening kan houden.

Geen schuldgevoel als het effe minder loopt. Kijk wat je in de nieuwe dag hierop kan aanpassen.

Topsport
Als voetballer is het een leerzame periode. Dat is iets wat je met je kind kan bespreken. Stel je bent een succesvolle profvoetballer en je scheurt je kruisband…..Ook dan zit je een paar maanden thuis. Die spelers die hier goed mee omgaan, vergroten de kans weer terug te keren op het oude niveau. Dat zijn de echte topsporters.

Nu zitten we allemaal thuis. Vraag je kind:

  • ‘Hoe ga jij het verschil maken, met al die jongens die ook zo graag profvoetballer willen worden’. Wat kan je nu thuis doen? Hoe ga je zorgen dat jij je hieraan houdt?
  • Wat kan je straks op het veld doen?

Stimuleer je kind mee te doen met de opdrachten die ze krijgen van de trainers. Buiten de inhoud, zorgt dit er ook voor dat je kind verbinding houdt met het team, waardoor het straks veel makkelijker is terug te keren.
Het opnemen van bijvoorbeeld een filmpje, kan voor sommige heel a-relaxed zijn. Leg je kind uit dat het geen meting is tussen spelers, het hoeft geen hoogstandje te zijn, laat gewoon zien wat je doet. Het draait om verbinding, dat je samen met je team bezig bent.

Inkoppen

Als je kind het leuk vindt mentaal te blijven trainen kan dat met:

Inkoppen: Online Brein Training

Pak af en toe een oefening. Best lachen als je het samen doet. Leg de verantwoordelijkheid bij je kind (hij moet het toch zelf doen). Leg het verschil uit van nu een paar maanden weinig doen of paar maanden actief bezig zijn.

Zoek een voetballer op die hij goed vindt. Hoe pakt deze voetballer het nu aan?



De lichamen van die jongens kunnen heel veel en hun brein kan zich aanpassen. Dus als zij fysiek en mentaal door blijven trainen, dan kan deze nieuwe trainingsimpuls ook gunstig uitwerken.

Wil je meer lezen:

Hoe leuk is het om sportouder te zijn? Sport in Perspectief van start.

Zaterdagmorgen. Leve de sportouders.

Sportplezier is ook houden van competitie.

Sportplezier is ook houden van competitie.

Vrijdag  kwamen alle trainers van Excelsior bij elkaar. We spraken over ‘voetbalplezier en het leveren van prestaties’. Na afloop van de training gingen we naar Excelsior-Almere. Excelsior won, dat vonden wij plezierig.

Plezier versus presteren 

Het geeft plezier te voetballen bij de jeugd van Excelsior. Dat is wat ik waarneem, wanneer ik aanwezig ben bij training en wedstrijden. De trainers zijn nauw betrokken bij de teams. Er is bereidheid te kijken naar de behoeftes van individuele spelers, wat helpt voor een positieve spelbeleving en het verbeteren van prestaties op teamniveau. Er wordt gelachen en hard gewerkt.

Bij mentale training wordt plezier gemaakt door spelelementen in de training te verwerken. De spelers oefenen hun mentale vaardigheden door te doen. Zodra er een ‘winstelement’ in komt, dan gaat de gedrevenheid omhoog. In dit filmpje zie je <15 afgelopen seizoen. Zij moesten kwartetten. Door te scoren konden zij materialen verzamelen. Met ‘vier compleet’ had je gewonnen. We hadden team Ramadan. Zij hadden niet gegeten, maar waren door hun doelgerichtheid en duidelijk afspraken zeer sterk. Er was een team die alleen maar bezig was de prestatie van de ander te verstoren. Hun eigen prestatie ging hierdoor ook naar beneden. Het team dat bezig was met zijn taak vanuit een korte teamafspraak ‘hier gaan we voor’ presteerde het beste.

 

 Sportplezier is ook houden van het competitie-element.

Onzekerheid

Voetbal is mooi en spannend, omdat je kunt winnen en verliezen. Daarmee kunnen dealen, hoort ook bij ‘sportplezier’. Bij een BVO komt er een individuele strijd bij:‘Ik wil mijn plek in het team behouden’. Ieder seizoen vallen er een aantal spelers af en komen er een paar nieuwe spelers bij. De spelers en hun ouders beseffen dat heel goed. Wanneer je iets heel graag wilt, ben je kwetsbaarder. Je wilt niet dat het mis gaat. Dit zorgt dat je harder je best gaat doen, wat het helpt je prestaties te verbeteren. Het kan ook zorgen voor twijfel, waarbij je je zorgen maakt:

  • Angst te falen: ‘Straks gaat het mis’;
  • Onzekerheid: ‘Ben ik wel goed genoeg?’ ‘Is de ander beter?’;
  • Perfectionisme: “Ik mag geen fouten maken’. ‘Het is nooit goed genoeg’. 

In prestatiegedrag zie je aarzeling van spelers terug bij: De duels (balverlies), verkeerde keuzes (positie en plaatsing bal) en tempo (vertraagd of chaos). De spelers merken dat hun spelniveau naar beneden gaat, wat voor extra vertwijfeling zorgt. Vaak krijgen ze dan commentaar van de trainer, andere spelers of ouders. Goed bedoeld advies (zeker wanneer de hele groep erbij is) kan hard binnenkomen, als bevestiging: ‘Zie je wel, ze vinden mij niet goed genoeg’. Sommige spelers gaan dan naar anderen wijzen, maar ‘hij deed……’ Hierdoor halen ze de lading van zichzelf af. 

Houden van strijd

Het is mooiste is, wanneer je spelers leert te gaan houden van de strijd en wennen aan het ongemakkelijke gevoel dat dit soms geeft. Zodat je spelers weten dat spanning erbij hoort. Dat de teleurstelling kan komen, dat je buiten het team valt, maar dat je evenveel waard bent.

Benoem datgene waar zij zelf invloed op hebben: inzet, elkaar positief coachen, kijken wie vrijstaat. Vraag na afloop of het gelukt is: hard te werken, te coachen en juiste keuzes te maken. 

Spelers die een beetje onzeker zijn verbloemen dit soms door nonchalant of juist stoer gedrag. Wanneer je deze spelers in de groep aanspreekt op fouten is dat voor hen extra ongemakkelijk. Daar kun je rekening mee houden. Wanneer je deze spelers 1 op 1 aanspreekt is dat voor hen prettiger. Vraag ook eens hoe ze zich erbij voelen. Mijn ervaring is, dat spelers daar  eerlijk over zijn, wanneer ze veiligheid voelen. Veiligheid bied je door vertrouwelijk met informatie om te gaan. Benoem dat ‘onzekerheid’ en ‘het perfect willen doen’ juist zinvolle eigenschappen zijn, die je helpen de details van je spel te verbeteren. Je wilt het gewoon heel graag goed doen. Wanneer je die gedrevenheid zinvol inzet kan dat juist iets extra’s geven.

Leer je spelers dat het heel nuttig is fouten te maken. Het brengt je een stap verder naar verbetering.

  • Zenuwen: ‘Mooi mijn lichaam is zich gereed aan het maken strijd te gaan leveren’;
  • Onzekere gedachten: Zie het als een soort spam in je hoofd, waarbij je zelf kiest of je het bericht opent of niet. Wanneer de gedachte komt: ‘Ben ik wel goed genoeg’ hoef je verder niets met deze informatie te doen;
  • Gedachten kunnen ze sturen doordat je ze drie belangrijke richtpunten meegeeft voor de wedstrijd:
    Ik ga…..
  • Perfectionisme: Zeg tegen jezelf: “STOP”, wanneer je merkt dat je jezelf zit af te zeiken. Wanneer je jouw kritische slimme blik handig inzet, weet je meer dan je tegenstander.

Winnen helpt je team plezier te geven. Het is de kunst je team plezier te laten houden, wanneer het even minder gaat.

Toen ik op mijn fietsje terug huis wilde gaan, kwam ik om de hoek van het stadion tussen knokkende supporters. Ze schreeuwden, gooiden met dingen, één liep met een ijzer staaf rond te zwaaien….de politie hakte er met hun knuppels vol op los. Jammer zo’n einde van een plezierige avond.

 

 

Lees ook:

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Scherp tot het laatste fluitsignaal. Voetballers train je concentratie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

Excelsior is dit seizoen gestart met een structureel mentaal trainingsprogramma: ‘De Leerlijn Mentaal Voetbal’ voor <13, <14 en <15.  Hoe gaat dat? Wat doet een sportpsycholoog en wat heb je eraan als speler, coach of voetbalouder? Een overzicht van de meerwaarde van mentale training op het veld, de belevenissen en de hobbels.

DE LEERLIJN MENTAAL VOETBAL

“Daniëlle, je loopt in de weg.” In voetbal wordt er niet omheen gedraaid. Het is nieuw dit doelgerichte mentaal trainingsprogramma voor op het veld. Daardoor is het ook voor mij soms zoeken, hoe dit neer te zetten. Voorheen kregen de spelers in een zaaltje met een beamer mentale training. Een gesprek kwam als er al mentaal iets niet goed zat. We gaan nu preventief te werk en zijn gericht op de lange termijn, want deze spelers willen prof worden. De mentale training wordt in de ‘taal van de spelers’ gegeven op het voetbalveld. Het is onderdeel van de fysieke voetbal-werkvormen die normaal ook op het programma staan.

Het doel is ‘prestaties en welbevinden’ te verbeteren van spelers, coaches en ouders. Stress, frustratie en agressie op het veld te voorkomen. 

‘Beter spelen en minder gezeik’ dat wil elke club wel. De spelers moeten leren hoe zij ‘succesvol prestatiegedrag’ laten zien als team en als individu. Een voorbeeld hiervan is: ‘Ben je boos op de scheidsrechter en scheld je hardop of in jezelf… Of je waarneming over die scheids klopt of niet, HET LEIDT AF, dus je gaat er slechter van spelen. Dit is een boodschap die spelers van deze leeftijd wel willen aannemen. Dat met die regels…..dat zal allemaal wel….. maar ‘Ze willen winnen’ en het is aan ons inzichtelijk te maken, hoe ze de kans daarop zo groot mogelijk maken.

De coach

Het mooie van deze mentale training op het veld is dat de ‘kennis van de coach’ en die van ‘de sportpsycholoog’ bij elkaar opgeteld wordt. De coach kent zijn spelers het beste en ziet ze het meest. Hij heeft de mogelijkheid de geleerde mentale vaardigheden door te zetten in zijn eigen trainingen en bij wedstrijden. Ik lever de sportpsychologische theorie en geef een didactisch opzet met fysieke voetbal-werkvormen. De coach verwerkt dit in zijn voetbaltraining en geeft de training volgens eigen inzicht en passend in het bestaande programma. Mijn rol is de korte theoretische uitleg, observatie tijdens de oefeningen, soms een mentale oefening en de terugkoppeling op individueel en op teamniveau.

Werkgroep ‘Mentaal Sterk Voetballen’

Die inhoud ontwikkel ik samen met de teamleden van Flow Mentale Training, waarmee we de werkgroep ‘Mentaal Sterk Voetballen’ hebben opgezet. Dit is een denktank van sportpsychologen, waarmee we sportpsychologie visueel zo duidelijk en toepasbaar mogelijk willen maken. We verzinnen voetbalspelen, waarbij we met de opzet en inhoud de voetballers laten ervaren welk ‘mentaal thema’ er centraal staat.

Is dit ’teamspirit’ dan krijgen de spelers bijvoorbeeld een opdracht op het veld, waarbij ze alleen met samenwerken kunnen scoren. Is het ‘emotie-beheersing’, dan maken we hen gek, door een ‘oneerlijke situatie’ te creëeren. Bij optimale spanning geven we de spelers inzicht wat er gebeurt met je spieren wanneer je als voetballer nerveus of gespannen bent en we leren de spelers  zich te herpakken bij ’te veel’ spanning of frustratie.

De spelers

De fysieke trainingsvormen zijn dus al bekend voor de spelers. Alleen het doel achter de oefening en de vragen tussendoor en na afloop zijn nieuw. Vragen als: “Waar keek je naar, waar dacht je aan, waar lette je op, hoe voelde dat voor jou?” Het draait om ‘bewustwording bij de jonge spelers’. Dat zij zelf invloed hebben op wat er gebeurt op het veld. Zij kunnen er zelf voor kiezen harder te lopen, de bal op te eisen en om sneller te schakelen. Dit is inzet, maar ook waar de aandacht van de spelers op gericht is.  

Een voorbeeld: Het team moest uitwijken naar een zij-grasveld, omdat alle voetbalvelden door een toernooi bezet waren. Een hoop geklaag: ‘Hier kunnen we toch niet spelen’, ‘Wat een kutveld’… Je zag dat het spelniveau daalde (minder tempo, weinig energie). Totdat één van de spelers een briljante opmerking plaatste: “Jongens in Uganda is dit het beste veld dat er is.” Hierop kon ik aansluiten met de vraag: “Wat gebeurt er met jullie spel, op het moment dat je denkt: Dit wordt toch niets?” Hoe haal je voordeel uit de mindere omstandigheden? Wat kun je zelf doen.” Daarna speelde de mannen anders, doordat ze harder liepen en meer met de bal en spel bezig waren. 

Als je dit groter wilt trekken, is dit een eerste voorbereiding voor het aanpassen aan de situatie die ze als professionele spelers zullen moeten doen (en wat veel profspelers en ook hun trainers lastig vinden). Voorbeeld:

VI 12 nov 2018 Ronald Koeman: ‘Ajax gaat van spelen in de Champions League naar Woudestein op kunstgras met amper tegenstand. Dat is gewoon lastig voor een speler. Dan moet de motivatie echt helemaal uit jezelf komen.’

Het team en het individu

Ieder team is anders. Verschillende spelers met hun eigen persoonlijkheid, cognitief vermogen en achtergrond. De trainers van Excelsior gaan hier knap mee om, door korte instructie te geven en waar nodig te herhalen. Humor, een schouderklopje of ze soms juist met rust te laten werkt. Doordat ik als sportpsycholoog regelmatig aanwezig ben, krijg ik de kans om de spelers en de trainers beter te leren kennen. Dat helpt voor vertrouwen.

Het geeft mij de kans na te gaan, wat de prestaties van een team belemmerd. Bijvoorbeeld de onderlinge communicatie tussen spelers of een paar spelers die niet lekker in hun vel zitten. Het kan zijn dat ik de trainers een pedagogisch advies geef, soms gaan we met het hele team zitten, of met een paar spelers. In het begin vonden de spelers dat nog raar en werden daar een beetje lacherig van, nu vragen ze zelf om een gesprek. Vaak helpt het, als ik voor hen op een rijtje zet: hoe de situatie in elkaar steekt. Ik licht toe hoe het voor de ander is (de scheidsrechter, de coach, medespeler of tegenstander). Dit haalt bij de spelers de emotionele lading eraf, waardoor ze weer ruimte hebben, om te kijken wat ze zelf kunnen doen om ’taakgericht’ te blijven spelen. 

Op teamniveau worden ‘waarden’ nagegaan. Waar staat het team voor, maar ook hoe ziet dat er uit in ‘prestatiegedrag’ op het veld (wat doe je als speler en als team?). De spelers leren elkaar aanspreken als ze zich niet aan de afspraken houden. Bijvoorbeeld ‘elkaar positief coachen’. Dat wil niet zeggen, dat er nooit meer een vloek over het veld mag gaan. Maar als je wat roept, dan wil je dat de ander en jijzelf er beter van wordt.

De ouders

Aan het begin en in het midden van het seizoen krijgen ook de ouders mentale training. De ouders krijgen een terugkoppeling over de Leerlijn Mentaal Voetbal, zodat weten waar hun kinderen ze mee bezig zijn. We spreken over  de mentale belemmeringen die de ouders zelf zien bij hun kinderen. Wat vinden de jonge spelers lastig, wat vinden zij als ouders moeilijk. Zijn hier tips voor?

Ouders kennen hun eigen kind als de beste. Ze zien het, als het minder gaat en weten vaak ook hoe ‘Hij het had kunnen doen….’ De ouders staan voor het dilemma zeggen we er wel of niet wat van. Echter ook als ze niets zeggen, weten die kinderen al lang wat hun ouders denken. De basisboodschap is dan ook: Je legt als ouders altijd druk op (dat doe ik ook). Door de liefde, tijd, energie en geld die je erin steekt + het feit dat kinderen loyaal zijn aan hun ouders willen jonge spelers het gewoon heel graag goed doen.

Ouders zijn blij als hun kinderen blij zijn en die kinderen proberen daar weer krampachtig hun best voor te doen. Het goed willen doen (ook voor de trainer en het team), kan zorgen voor twijfel en juist het tempo eruit halen. Dan lijkt het net of de speler te weinig inzet toont, wat voor ouders weer vervelend is om naar te kijken. Juist omdat de ouders weten: ‘Hij kan beter dan dit.’

De ouders leren ‘oordeelvrij kijken’ en pas over de wedstrijd praten als de lading eraf is (dus niet gelijk na de wedstrijd). Ook kwam aan bod wanneer je wel of niet naar de coach gaat. De trainer is geen ‘helderziende’, dus als er wat is dan is het het best wanneer de speler dit komt melden. Niet alle spelers durven dat, dus als het nodig is kun je als ouders hierin helpen. Met de trainers konden we kijken hoe we de drempel lager maken, voor meer openheid. Meld het als er wat is, is hun boodschap.

De eerste stap is gemaakt. We gaan kijken hoe we de Leerlijn Mentaal Voetbal verder kunnen ontwikkelen en verbeteren. Excelsior is een fijne club met spelers, trainers en ouders die open staan te leren en het beste eruit te halen.

 De spelers gaven het bijna uit handen. De trainer draaide zich om en vloekte. Hij draaide zich weer naar de spelers en riep iets taakgerichts. Dat is passie, maar ook bewust zijn van je trainersrol.

Lees ook:

Sportpsycholoog in trainingspak samen met de coach op het veld.

Voetbalouder, je zal het maar zijn

 

Voetbalouder, je zal het maar zijn

Voetbalouder, je zal het maar zijn

Samen met je zoon rijd je terug naar huis. Hij heeft verloren en speelde onder zijn niveau. Het blijft stil in de auto, want je weet dat je beter kunt zwijgen. Je zoon zegt: “Ok, vertel het maar………. .”

Ook als je niets zegt weet hij allang wat je ervan vindt. “Ik weet dat je beter kan”, zeg jij…

Het is een voorbeeld, die ik kreeg bij de mentale training voor ouders bij Excelsior. Je voetballende kind ondersteunen is in de praktijk best lastig. Wat zeg je wel, wat kun je beter laten? We komen tot de conclusie, dat de trainer de coaching doet. Maar waar gaat het dan wel over: thuis, in de auto en langs lijn? En welke mentale vaardigheden kan de speler bij de club trainen, zodat hij mentaal sterker in zijn voetbalschoenen staat en je als ouders niet alle frustratie over heen krijgt. Dat is waar deze avond over gaat:

  • ‘De mentale leerlijn’ voor de spelers van <12, <13, <14 jaar. Met de GAS en REM-methode;
  • Pedagogisch sterk coachen. Stimulerend oudergedrag.

GAS en REM-methode

Wanneer sporters naar de middelbare school gaan veranderd er veel. De omgeving wordt anders, meer eisen door toetsen en verplichte opdrachten, meer sociale druk. Ook in de sport gaat de druk omhoog. Waar je eerst de beste van cluppie was, moet jij je nu bewijzen tussen andere spelers die misschien nog wel veel beter zijn. Je speelruimte wordt groter. Van regionaal, ga je naar nationaal en internationaal. Wanneer je in het team wil blijven, wordt er bij een BVO fysiek, technisch, tactisch en mentaal veel van je verwacht. Ondertussen schieten de hormonen door je lijf en er gebeurd van alles in jouw brein, want je bent in de puberteit. Dit zorgt voor onrust, soms boos gedrag en voor extra onzekerheid (“Doe ik het wel goed genoeg?”).

Het puberbrein

  • Bij pubers lijkt het rationele brein (REM), de voorkant van je hersenen, minder goed te werken. Dat komt doordat je hersenen zich van achter naar voor ontwikkelen en je REM dus als laatste aan de beurt is. Je REM zorgt ervoor dat je weloverwogen keuzes maakt, consequenties van je beslissingen overziet en kan plannen en organiseren. Als jij je als ouder afvraagt waarom je nog steeds met een bidon of voetbalschoenen achter zijn veertienjarige gat moet zitten, dan is dat dus verklaarbaar.
  • Bij sommige pubers (bijv perfectionisten) maakt de REM juist overuren, waarbij ze veel piekeren en twijfelen. De lat ligt heel hoog.

  • Het emotionele brein (GAS) kan overgevoelig reageren doordat de
    REM minder goed werkt. Als je een beetje fel in elkaar steekt zorgt
    dat ervoor dat je overgevoelig wordt voor commentaar van je
    coach, de scheidsrechter uitscheld, veel te hard de
    actie ingaat of thuis tegen je ouders te keer gaat.

Wanneer je GAS en REM in balans is, ben je op je best. Je speelt met lef en eist de bal op, maar handelt ook strategisch slim, waarbij je vanuit de spelsituatie de beste actie kiest. Dit is trainbaar individueel en op teamniveau.

Mentale leerlijn voor voetballers

Dat we de teams <12, <13 en <14 jaar bij Excelsior mentaal willen trainen is omdat de spelers juist in deze periode makkelijker nieuwe vaardigheden leren, omdat het brein nog zo ontwikkeling is. Wil je dat later als profspeler nog doen, dan zal dit veel meer moeite kosten.

De mentale leerlijn voor voetballers biedt per leeftijdsgroep verschillende mentale thema’s aan. Hierbij wordt sportpsychologische theorie verwerkt in de fysieke training op het voetbalveld. De spelers gaan aan de slag met de mentale vaardigheden: zelfvertrouwen, doelen stellen, aandacht en concentratie, gedachte- en emotiecontrole, optimale spanning, visualiseren, mentaal plan, communicatie en teamspirit. Samen met de trainers bieden we werkvormen aan waarbij we de druk op het veld sociaal of emotioneel opvoeren. We gaan na: Hoe presteer jij onder druk? Wat doet dit met jouw concentratie? Hoe speel jij op je best en hoe haal je als team alles uit de wedstrijd?

Doel is dat de spelers mentale vaardigheden leren toepassen bij trainingen en wedstrijden. Wanneer ze deze vaardigheden vaker aangeboden krijgen, trainen ze zowel hun emotionele- als rationele brein, zodat ze hier zelf meer invloed op hebben. Ze kunnen dan bijvoorbeeld: coaching van de trainer omzetten in handelen, herpakken na een fout, rustig blijven bij de beslissende momenten en taakgericht spelen ongeacht de belangrijkheid van de wedstrijd.

Pedagogisch sterk coachen

Bij voetbalouders gaat het vaak over ouders die zich misdragen langs de lijn. Ik vind dat jammer. Ik zie dat ouders heel veel tijd en energie in hun voetballende kind steken, helemaal wanneer ze worden toegelaten tot een BVO. Brengen, halen, wachten, meetings bijwonen en uren kijken langs de lijn, ga er maar aan staan. Daarnaast werk je hard, want wanneer je kinderen op hoog niveau sporten lopen de kosten op. Je hebt het er voor over. Zolang je kind maar gelukkig is en plezier heeft. Alleen dat plezier is op die leeftijd vaak gekoppeld aan resultaat.

Vandaag namen we het oudergedrag onder de loep en deelden we ervaringen. Goede ouders twijfelen is mijn mening. Dat wil zeggen dat je fouten maakt, maar dat je steeds weer nagaat hoe je het beter kan doen.

In gesprek met je kind
We spraken over ‘Hang jezelf op’. Waarbij je op een gegeven moment klem komt te zitten in wat je allemaal zegt tegen je kind voor of na de wedstrijd:

“Waarom blijf je niet gewoon rustig, je hebt er toch niks aan als je boos wordt;”
“Jullie hadden best kunnen winnen, had je niet…..;”
“Wat als je……had gedaan?;”

 

Vraag jezelf steeds weer af welk effect alles wat je zegt heeft. Je kinderen zeggen het ook letterlijk tegen je. Bespreek het samen op een rustig moment. Ga na wat je kind prettig vindt, maar geef ook jouw grens aan, want het is ook jouw tijd.

Juichen op Facebook
‘Oordeelvrij’ kijken en neutraal commentaar leveren moet je leren, uit ervaring weet ik dat dit lastig is. Dit doe je door:

  • Het stellen van open vragen als: “Heb je een prettige wedstrijd gehad?” “Hoe vond je het?” Of gewoon “Veel plezier vooraf”, “Hard gewerkt/lekker gedaan/jammer” achteraf;
    Accepteer zelf verlies;
  • Maak winst niet te groot, door bijvoorbeeld dit luid op Facebook en de groepsapp te vieren, want wat doe je dan na een mindere wedstrijd?
  • Laat je kind even met rust na afloop, zodat hij zelf zijn emoties kan verwerken;
  • Houd je gedachten over de scheidsrechter of het wel of niet opstellen door de trainer voor jezelf. Het delen met je kind levert alleen maar afleiding en stress op;
  • Wanneer je weet dat jouw kind snel piekert (te veel REM) wees kort en positief voor de wedstrijd zonder inhoudelijke tips, want je zet alleen maar aan tot meer twijfel;
  • Straal zelf rust uit, wanneer je kind snel te veel GAS geeft;
  • Maak van spanning iets positief maakt. Dit betekent dat je lichaam zich gereed maakt om te presteren.
Rijdt, voedt, betaal, zorg voor voldoende rust en veiligheid, geef een schouderklopje bij winst en verlies. Dat je er bent voor je kind is het allerbelangrijkste. Ze waarderen je, al zullen ze dat zeker niet altijd laten merken. Zo ben je samen een sterk team!

Het Boek GAS en REM in de sport

In het boek GAS en REM in de sport. Mentaal sterk coachen, lees je ervaringen en tips van topsporters, talenten, coaches, scheidsrechters en ouders. Met vanuit Excelsior Marinus Barendregt en Marinus Dijkhuizen.

De mentale training voor de jeugd van Excelsior start volgend seizoen, wanneer de voetbaltraining naar de middag gaat.