De sportmasseur als mentale begeleider

De sportmasseur als mentale begeleider

Sporters komen voor fysieke verzorging naar je toe. Met diverse handgrepen maak je sporters gereed voor inspanning en stimuleer je herstel. Maar ook mentale processen zijn van invloed.

De mentale processen die hierbij een rol spelen, daar wordt over het algemeen minder tijd aan besteed. Terwijl het van belang is na te gaan waardoor lichamelijke klachten ontstaan. Speelt bijvoorbeeld de angst voor een blessure mee in de pijnklachten? Hoe ontstaat spierspanning?

In dit artikel wil ik je vanuit de GAS- en REM methode laten zien hoe je door observatie en gesprek extra informatie krijgt om klachten te verklaren. Je leest hoe je persoonlijkheid hierin een rol speelt. Daarnaast leer ik je ademhalings- en spierontspanning- technieken, waarmee je de sporter helpt pijnlijke en gespannen spieren te ontspannen en gereed maakt om een prestatie te leveren.

Als sportmasseur breng je veel tijd met je sporters door. Behalve de fysieke begeleiding, speelt dan ook de mentale begeleiding een belangrijke rol. Wat zeg je, wat doe je, hoe maak jij je sporters mentaal sterk?

Persoonlijkheid van de sportmasseur

Als sportmasseur ben je een vertrouwd gezicht rondom wedstrijden. Je hebt een neutrale rol. Zo heb je geen invloed op de opstelling, zoals de trainer. Dit maakt het voor sporters veilig om zorgen met je te delen. De massagetafel lokt sowieso uit tot gesprek, waardoor je veel te weten komt. Daarom is het zinvol je bewust te zijn van je manier van communiceren.

Dus wat zeg je, welke vragen stel je, laat je stiltes vallen en is dat wat je vertelt ten dienste van de sporter? Je gedrag hangt samen met je persoonlijkheid. Ben je drukker van nature (extravert), dan zul je waarschijnlijk tijdens de massage meer praten, dan wanneer je juist rustig bent (introvert). Ik wil je dit laten zien met een voorbeeld:

I would like to thank doctor Arie”, zegt de winnende Keniaanse loper bij de persconferentie na afloop van de Rotterdam marathon. Arie was de sportmasseur bij de Rotterdam Marathon. Meerdere jaren achter elkaar werd hij specifiek bedankt door de winnaar. Het geeft aan hoe belangrijk zijn rol was. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal, want lachen met Arie zorgde voor ontspanning. Ik vroeg Arie, waar hij over praatte tijdens het masseren. Arie zei: “Ik lul over alles, behalve over hardlopen.”

Praten over andere zaken dan de prestatie die geleverd moet worden en een beetje humor helpt sporters zich te ontspannen. Wanneer een sporter goed wil presteren, wat natuurlijk bij de Rotterdam marathon het geval is, dan besteedt hij in zijn hoofd al heel veel tijd aan het resultaat dat hij wil behalen. Als sportmasseur kun je zo een tijdelijke onderbreking in de gedachtestroom over het ‘moeten presteren’ zijn. Dat is belangrijk, want dat leidt op een positieve manier af.

“Ik lul over alles, behalve over hardlopen.”

– sportmasseur Arie

GAS- en REM-methode

Met de GAS- en REM-methode wil ik je laten zien, hoe jouw persoonlijke kenmerken terug komen in je handelen richting de sporter. Ik maak hierbij onderscheid tussen ‘gassers’ en ‘remmers’.

  • De ‘gasser’:
    Extravert: Naar buiten toe gericht, denkt hardop, druk, handelt op impuls, gevoel, vrijheid.
    Masseurs met de voorkeur ‘gas geven’ zeggen hardop wat ze doen,
    stellen vragen en vertellen verhalen. Ze handelen meer op gevoel, waarbij ze letten op
    de signalen die ze krijgen van de sporter. Ze geven de sporter energie;
  • De ‘remmer’:
    Introvert: Naar binnen toe gericht, eerst denken dan praten, rustig, handelt vanuit strategie, feiten, controle. Sportmasseurs met meer introverte kenmerken keren bij het masseren eerder naar binnen, waarbij zij nadenken over de stappen die ze willen doen. Ze houden zich het liefst aan het protocol. De rust die ze uitstralen maakt de sporter rustig en biedt ruimte voor de sporter om te praten.

Er is geen goed of fout aan. Je voorkeur voor meer extra- of introvert is een combinatie van erfelijkheid (aangeboren) en opvoeding (aangeleerd), die ervoor zorgt dat jij bent zoals je bent. Zolang jij je maar wel bewust bent van het effect van jouw gedrag op de ander. Wanneer jij en je sporters introvert zijn, kan het heel stil worden, wat rust biedt, maar ook ongemakkelijk kan worden of ervoor zorgt dat je essentiële informatie mist. Wanneer jullie beiden heel energiek zijn, dan geeft dit power, maar kan er ook voor zorgen dat er te veel opwinding komt. In figuur 1 zie je hoe dit werkt.

Optimale spanning

De optimale spanning is de zone waarin de sporter op z’n best is. Dit is bovenin het grijze spanningsvlak. Het verschilt per sporter hoe zij hierin geraken. Er zijn sporters die topprestaties leveren juist als zij een beetje opgefokt zijn, voor anderen werkt dit averechts. Voor alle sporters geldt dat zowel ‘te veel’, als ‘te weinig’ opwinding het prestatieniveau naar beneden haalt. Het zijn juist deze gebieden, waarin je als sportmasseur een rol kunt spelen.

Figuur 1. Optimale spanning hoe krijg je dat voor elkaar?

 

Een sporter met te veel stress, bied je rust door:

  • Ontspanningsmassage;
  • Een sportdagboek met daarin bijvoorbeeld de belastbaarheid;
  • Stap voor stap navragen wat er speelt;
  • Ademhaling;
  • Schrijf drie belangrijkste punten die je gaat doen op;
  • Neutraal (oordeel-vrij) gesprek;
  • Rustige muziek, zelf minder praten.

 

Als je sporter te veel piekert, help je hem opladen door:

  • Stimulerende massage;
  • Praatje te maken;
    – Humor;
    – Relativeren (weet je nog…);
    – Visualiseren: mooie wedstrijd en het gevoel erbij.

Mentale coachtechnieken in de praktijk van de sportmasseur

Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gespannen spieren kun je fysiek behandelen, maar dit heeft pas echt effect als je het mentale aspect hierin meeneemt.  Ik wil je aan de hand van een aantal voorbeelden laten zien hoe je mentale belemmeringen herkent van:

  • Te veel REM (piekeren);
  • Te veel GAS (frustratie).

Waarbij je mentale oefeningen onderdeel maakt van je behandeling voor ‘energie en rust’. Dit zijn: gedachten-controle, ademhaling, spierontspanning, visualisatie.

Voorbeeld 1

Een sporter blijft voor de zekerheid met tape lopen, terwijl jij allang hebt aangegeven, dat het eraf kan.

Na een blessure moet de sporter weer vertrouwen in zijn eigen lichaam krijgen en voelen wat wel en niet kan. Door juiste voorlichting over de mogelijkheden speel je een belangrijke mentale rol in het herstel:

  • Wanneer je sporter heel voorzichtig moet zijn, laat je hem zijn aandacht richten op het lichaamsdeel dat geblesseerd was, want hij moet nagaan hoe het gaat;
  • Wanneer de sporter gewoon weer alles mag, wil je juist dat hij zijn aandacht richt op iets anders dan zijn blessure. Dit kan bijvoorbeeld door: Te kijken naar wat van belang is in de sportsituatie of een taakgerichte gedachte, bijvoorbeeld “Ik ga de bal opeisen.”
  • Pijntjes, kunnen zorgelijke gedachten geven als: “Oh nee, straks gaat het weer mis.” Het helpt wanneer je dit bespreekt. Hierdoor maak je de sporter bewust, dat dit alleen maar de gedachte is. De gedachte is logisch, maar helpt niet. Met rationele argumenten geef je aan waarom de tape eraf moet. Laat de sporter wennen aan het sporten zonder tape. Een oefeningetje om met wat anders dan de pijn bezig te zijn: Je laat de sporter (op zijn plek) rennen, waarbij hij de tafel van zeven in zijn hoofd opzegt. Het is op dat moment onmogelijk om bezig te zijn met: “Voel ik het al?”

Voorbeeld 2.

De sporter geeft aan dat hij pijn blijft houden. Jij denkt dat het wel meevalt.

Pijn is een subjectieve ervaring, dus voor iedereen anders. Een ‘gasser’ zal eerder hardop roepen wat hij voelt, dan een ‘remmer’. Vraag daarom de sporter naar zijn ervaringen. Let ook op signalen van het lichaam: grimassen, wrijven, verandering in motoriek. Bij pijn spelen sociale en psychologische factoren een rol. De ene sporter piept sneller dan de ander. Dit kan van de opvoeding afhangen (“Stop met zeuren, doorgaan”).

Topsporters zijn vaak gewend om af te zien en kunnen daardoor een hogere pijngrens hebben. Er zijn ook sporters die geen pijn willen tonen, omdat dit hun speelplek kan kosten. Het is aan jou als sportmasseur vertrouwen te bieden, zodat ze bij jou open kaart durven te spelen. Benoem het belang voor de gezond lichaam voor de lange termijn en het nut om de trainer in te lichten, zodat hij er rekening mee kan houden.

0-10 schaal:

Wanneer je de sporter in een 0-10 schaal laat aangeven hoeveel pijn hij ervaart, dan zegt dat iets over die sporter op dat moment. Je kunt op een later moment dit weer vragen en vergelijken.

Voorbeeld 3.

Je masseert een sporter voor een wedstrijd. Je voelt dat hij veel spierspanning heeft. De sporter vertelt je dat hij twijfelt over zijn plek in het team. Hij zegt: “Straks mag ik weer alleen de laatste vijf minuten spelen.”

Het is belangrijk dat jij oordeel-vrij blijft in gesprek. Wanneer je bevestigd dat maar vijf minuten spelen belachelijk is, dan draag je bij aan het vergroten van de stress, doordat je juist emoties oproept. Benoem dat dit vervelend is, maar dat hij dan moet zorgen dat hij in die vijf minuten alles laat zien wat hij in huis heeft, om zo meer speeltijd op te eisen.

Je kunt de sporter helpen spanning te reduceren. Dit kan door:

Muscle to mind

Bijvoorbeeld de handgrepen die je doet op de huid van de sporter. Wanneer door jouw aanrakingen de fysieke spanning vermindert, helpt dat de cognitieve processen (mentale verwerking in het brein) ook rustiger te laten verlopen. Soms zeggen sporters zelfs: “Ik dacht even helemaal nergens aan.”

Mind to muscle

Waarbij je cognitieve oefeningen geeft, waardoor de sporter meer rust in zijn lichaam ervaart. Ik laat je wat voorbeelden zien:

Ademhaling

Laat de sporter rechtop zitten met zijn voeten op de grond. Je vraagt hem zijn ogen te sluiten. Je zegt:

  • Schouders los;
  • Voel de lengte in je lichaam;
  • Voel je voeten op de grond;
  • Richt je aandacht op je ademhaling;
  • Merk op hoe jij ademt;
  • Adem drie tellen in door je neus;
  • Adem zes tellen uit door je neus of mond.

 

Spierontspanning

De sporter ligt op de massagetafel. Laat de sporter spiergroepen aanspannen (vijf seconden en weer ontspannen (tien seconden), waarbij hij navoelt. Bijvoorbeeld:
“Span je linker voet aan” (vijf seconden) en “Laat los” (10 seconden). Zo kan je van onder naar boven in het lichaam de spiergroepen langslopen.

Vlak voor de wedstrijd wil je ‘te veel’ spanning verminderen, maar je wilt uiteraard niet dat de sporter sloom het veld op gaat. Daarom oefen je zowel ademhaling als spierontspanning al op een eerder moment. Op de wedstrijddag kan de sporter dan met een korte oefeningen het gewenste effect bereiken en weet hij al wat voor hem werkt.

Voorbeeld 4.

Je sporter voelt zich gespannen, doordat hij een finale moet spelen. Hij wil het zo graag goed doen. Hij voelt pijntjes in zijn lichaam.

Sporters zijn zich er niet altijd van bewust, dat zij spieren aanspannen in stressvolle situaties. Zo kan een sporter bij je komen met schouderklachten, die verergeren tijdens (die hele belangrijke) finale. Dat het juist dan gebeurt is geen toeval. De stress ontstaat door twijfel bij de sporter (“Kan ik wel de prestatie leveren, die van mij verwacht wordt en die ik zelf graag wil laten zien?”) Je voelt dit terug in zijn spieren.

Als sportmasseur kun je zorgen bij de sporter wegnemen, door zelf relaxed te zijn. Door je vertrouwen uit te spreken: “Weet je nog die vorige wedstrijd waar je zo goed was?”

Je kunt ook een korte visualisatie-oefening doen. Laat je sporter zijn ogen sluiten. Zeg: “Ga in gedachten terug naar je beste wedstrijd. Wat deed je daar? Wat voelde je? Wie waren erbij?” Laat de sporter in gedachten twee minuten in stilte naar die wedstrijd gaan. Hoogst waarschijnlijk ontstaat er een kleine glimlach op het gezicht. Dit zorgt voor een positief gevoel.

Voorbeeld 5.

Als laatste is heel belangrijk, dat jij jouw grenzen bewaakt.

Soms vertellen sporters meer dan je lief is. Waak ervoor dat jij de neutrale sparring-partner blijft. Dit doe je door oordeel-vrij te blijven en je grens aan te geven. Je kunt advies vragen bij bijvoorbeeld een sportpsycholoog. Wanneer je opmerkt dat de sporter belemmerd wordt op meerdere gebieden, dus in werk, thuis, hobby’s en sport door zijn angsten, frustraties, zorgen, dan kun je doorverwijzen naar een huisarts of een (sport)psycholoog met een Gezondheidszorg Registratie.

Wanneer de sporter zichzelf vooral in de weg zit tijdens zijn sportprestatie, dan kan een sportpsycholoog VSPN® ondersteuning bieden. Dit zijn deskundigen die opgeleid zijn om diagnostisch de problematiek te onderzoeken en een passende behandeling/begeleiding te bieden. Op de site van de Vereniging van Sportpsychologen Nederland www.vspn.nl kun je sportpsychologen door het hele land vinden, dus ook bij jou in de buurt.

Mentale tip:

Blijf jezelf, dan ben je op je sterkst en sluit aan op de behoefte van de sporter. Als sportmasseur richt jij je op het verhelpen en voorkomen van fysieke klachten. Doordat lichaam en geest met elkaar verbonden zijn, loopt het mentale aspect als een rode draad hierdoor heen. Dit vraagt wat van jouw mentale coach-technieken, waarbij je nagaat wat er speelt. Je kunt mentale vaardigheden vanuit de GAS- en REM- methode toepassen zoals: gedachtencontrole, ademhaling-, spierontspanning- en visualisatie.

Wanneer je jouw grenzen bewaakt, kan je mentaal zeker onderdeel maken van je begeleiding. Zo masseer je mentaal sterk!

Literatuur:

  • Klein-Driesen, vd. D. (2017). Gas en Rem in de sport. Mentaal sterk coachen.
  • Harris, D.V. Relaxation and energizing techniques for regulation of arousal. In J.M. Williams (Ed), Applied Sportpsychology: Personal growth to peak performance (pp. 185-208);
  • Heil, J. & Podlog, L. (2012). Pain and performance (chapter 33, 622-624). The Oxford Handbook of Sport and Performance Psychology.
  • Jones, M.V. (2012). Emotion Regulation and performance (chapter 8, 154-172). The Oxford Handbook of Sport and Performance Psychology.