Shit daar gaat een topscore. Mentale belevenissen in Grosseto, Italië.

Shit daar gaat een topscore. Mentale belevenissen in Grosseto, Italië.

Team Flow is elke dag met mentaal bezig. Myke van de Wiel is stagiaire Sport en Prestatiepsychologie bij Flow en kan als meerkampster de theorie in de praktijk ervaren. Weten hoe het werkt, is nog anders dan het toepassen. Dat vergt structurele mentale training, die nu nog geen vast onderdeel is bij atletiek.
Myke deelt met ons haar mentale belevenissen over haar eerste meerkamp van het seizoen in Grosseto, Italië. Hiermee willen we laten zien hoe mentale processen werken en gedachten en gevoelens je op het verkeerde moment lastig vallen. Dat is herkenbaar voor iedere topsporter.

De meerkamp is naar mijn mening, zowel fysiek als mentaal, de zwaarste discipline binnen de atletiek.

Het moet

In twee dagen zeven onderdelen afwerken waarbij elke prestatie mee wordt genomen naar het volgende onderdeel, of deze nou goed of slecht is. Waarbij een atleet de tijd heeft om na te denken tussendoor. Daarnaast krijgt een meerkamper maar een paar kansen per jaar om zich te laten zien. De meeste atleten doen namelijk maar twee of drie meerkampen per jaar. Om het te vergelijken met bijvoorbeeld een sprinter: zij lopen wel twintig races per seizoen en hebben dus twintig keer de kans om een persoonlijk record of limiet te lopen. Alleen dat al, zorgt ervoor dat de meerkamp erg stressvol kan zijn, omdat er weinig kansen zijn om te laten zien wat je in huis hebt.

Pieken

Er wordt afgetrapt met de 100m horden en voor dit onderdeel ben ik áltijd zenuwachting, dat went nooit. Te voorzichtig tijdens de race, zorgde ervoor dat ik geen harde tijd liep. Dat is even flink balen, maar lang hierbij stilstaan lukt niet, want twintig minuten later staat het hoogspringen alweer op het programma. Ik probeer niet meer terug te denken aan de horden race en gelukkig spring ik daarna een goede hoogte waarna ik me mag klaarmaken voor het kogelstoten. Dit mislukt helemaal en ik stoot ruim een meter onder mijn PR waardoor ik veel punten verlies.

Ik heb geen zin meer, want naar mijn idee zit een topscore er al niet meer in.

Dan komt er ook nog bij dat ik voor het laatste onderdeel, de 200 meter, wind tegen heb en baan één heb geloot. Vlak voor de start probeer ik de knop om te zetten en loop ik nog een prima tijd. Dag één is voorbij en fysiek en mentaal is er inmiddels al best veel van me gevraagd. Terug naar het hotel en herstellen: goed eten, een ijsbad, masseren en op tijd het bed in.

Niet te veel meer bezig zijn met de eerste dag, maar blikken op vooruit en focus op dag twee.

Dag twee

De tweede dag begint met het verspringen. Een goed onderdeel van mij, maar dan moet ik nog wel geldig springen, want dat is de laatste tijd nogal een dingetje. Ik weet dat ik hier echt punten moet pakken, anders zit een goede score er niet meer in. De eerste poging is geldig, maar nog zeker niet de afstand die ik wil.

Ik neem iets meer risico en spring vervolgens twee keer ongeldig. Shit, daar gaat een topscore.

De eerste gedachte die ik daarna heb is, dat ik net zo goed deze meerkamp kan stoppen. Ik kan nog verre van een PR scoren en mentaal zit ik er doorheen, omdat elk onderdeel net niet lukt. Maar goed, meerkamp is meerkamp, en stoppen is natuurlijk geen optie. Mijzelf voor de zesde keer opladen voor een onderdeel lukt gelukkig goed en er komt nog een prima speerworp uit. Inmiddels is de batterij aardig leeg en staat de 800 meter nog op het programma als laatste onderdeel. Fysiek en mentaal het zwaarste onderdeel voor mij, maar waarschijnlijk voor iedere meerkamper. Het lichaam werkt bij dit afsluitende onderdeel niet meer mee, de zenuwen nemen vaak (bijna) de overhand en in dit geval wist ik dat ik nergens meer voor kon lopen.

Om toch nog een doel te stellen voor mezelf wil ik in ieder geval nog boven de 5700 punten wil scoren, want veel meer zit er niet meer in. Hiervoor moet ik 2:17.00 lopen.

Het wordt 2:17.45. 5696 punten en ruim 300 punten onder mijn PR. Niet wat ik gehoopt had.

Iedere meerkamper kent zo’n meerkamp. Eén onderdeel loopt net niet en vervolgens loopt elk ander onderdeel ook nét niet. Mentaal is zo’n weekend dan zwaar. Elk onderdeel probeer je jezelf mentaal bij elkaar te rapen, maar ergens is er ook een stemmetje in je achterhoofd die denkt dat het volgende onderdeel ook wel nét niet zal zijn. Gelukkig heb ik ondanks de tegenvallende prestaties wel kunnen genieten van weer een meerkamp in het buitenland en ga ik vol positieve moed op naar de volgende meerkamp: het NK atletiek eind juni. En dan lukt alles hopelijk nét wel

Meerkampster Myke van de Wiel versterkt Team Flow en koppelt fysiek met mentaal

Zo laat een trainer mij op mijn best presteren

Zo laat een trainer mij op mijn best presteren

Door: Mortiz Schroeter, Tennisser Intime Tennis Academy

Mijn naam is Moritz Schroeter en ben 18 jaar oud. Mijn passie is tennis. Op jonge leeftijd ben ik al in aanraking gekomen met deze mooie sport. Dit kwam door mijn ouders en zussen die vaak gingen spelen op de club. Op mijn vijfde was ik al regelmatig te vinden bij het muurtje van de club, daar waar ik uren lang tegen stond te spelen. Ik wist al snel dat ik verder wilde tennissen, omdat ik hiermee mijn energie kwijt kon. Mijn ouders waren hier blij mee, want ik was nogal een druktemaker zodra ik mijn energie niet kwijt kon. Snel begon ik vaker te trainen. Daarnaast voetbalde ik ook nog. Dit deed ik bij SJC, onze plaatselijke voetbalclub in Noordwijk. In groep acht heb ik de keuze gemaakt voor tennis.

Intime Tennis Academy

Ik train nog steeds erg veel. Dit doe ik bij de tennisschool Intime Tennis Academy, gevestigd in Zoetermeer en Rijswijk. Mijn hoofdtrainer en coach is de jonge en spontane Martijn Molenkamp. Hij heeft onder andere zijn bachelor gehaald voor Business Administration (logistiek en Economie) en heeft ook college tennis gespeeld en gestudeerd aan Midwestern State University, Texas. Ik werk erg graag samen met hem.

Mijn mentale trainster is Daniëlle van der Klein-Driesen. Zij is de eigenaar van Flow Mentale Training, Praktijk voor Sportpsychologie. Sinds 2,5 jaar werk ik samen met haar en vind de samenwerking erg fijn. In een gesprek met haar, dat ik onlangs heb gehad, vroeg zij mij of ik uit het perspectief van een tennisser kon vertellen, wat ik van een trainer nodig heb om op mijn best te kunnen presteren. Ik vertel het vanuit mijn ogen, dus let op, dit is niet voor iedereen hetzelfde. Het is iets wat voor mij werkt en waarvan ik overtuigd ben dat dit voor elke tennisser kan werken.

Mijn coach en trainer

Zoals al eerder verteld, Martijn Molenkamp is mijn coach en trainer. Ik ken hem nu 4,5 jaar en sinds 1,5 jaar is hij mijn vaste coach en trainer.  Hetgeen wat ik erg fijn vind is dat ik het echt heel erg goed met hem kan vinden. Hij weet hoe ik op school presteer, hoe mijn thuissituatie is en kent mijn sociale leven.

Oftewel Martijn weet alles van mij en is mijn  belangrijkste vertrouwenspersoon. Wij begrijpen elkaar gewoon erg goed en wij kunnen samen lekker werken.

Dit komt onder andere door de mate van commitment die wij allebei hebben, waarbij we ernaar streven om mij als tennisser verder te ontwikkelen. Samen stellen wij concrete doelen op waar wij aan willen werken. Concrete doelen zijn belangrijk, want ‘’Ik wil beter worden’’ is te ruim bekeken en je moet concreet weten waaraan je wilt werken. De mindset van Martijn trekt mij  erg aan. Hij heeft mij in verschillende dingen weten te overtuigen van zijn mindset op de baan die ik nu zelf ook gebruik.

Als voorbeeld: ‘’Die bal moet over het net tussen de lijnen, duizend keer achter elkaar. Maakt mij niet uit hoe je het doet, maar laat het lukken.’’

In het begin vond ik dit nog lastig, omdat ik zelf vaak mooie dingen wilde laten zien. Ik ben altijd iemand geweest die voor big shots wilde gaan en mooi tennis wilde laten zien. Maar wat is ‘mooi’ tennis dan? Vaak in trainingen als Martijn dan weer een punt maakt door een miss-hit die via de netband op de lijn terrecht komt, roep ik meestal: “Weer zo lelijk op z’n Martijns’’ waarna hij vaak zegt: ‘’Dat zijn de mooiste punten.’’ Dit ben ik echt ingaan zien. Martijn heeft met zijn manier van ‘lelijk’ en ‘makkelijk’ spelen mij laten zien wat eigenlijk echt mooi tennis is.

Want hoe moeilijk is het nou om het makkelijk en zakelijk te houden?

Onwijs moeilijk kan ik je vertellen, maar als je dit vaak voor elkaar krijgt dan is dat waar het ‘mooie’’ tennis vandaan komt en niet van de big shots. Wat zijn big shots na een verloren wedstrijd? Niks. Niemand zal praten over die ene backhand langs de lijn als diegene toch de wedstrijd verloren heeft. Tennissers zullen eerder praten over hoe ‘’lelijk’’ en hoe ‘’makkelijk’’ iemand een wedstrijd binnen haalt. Dit is wat ik mij recent besefte.

Mentaal

Daniëlle heeft ook een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van mij als tennisser. Veel mensen kennen mij als heethoofd op de baan. Iemand die altijd scheld en altijd door het lint gaat. Zodra ik mijn mond open deed was de wedstrijd eigenlijk al verloren, want de eerste reactie zorgde voor een domino-effect die resulteerde in dat ik mijzelf compleet uit de wedstrijd praatte.

‘’Zo typisch Moritz,’’ ik hoor het mijn vader nog steeds zeggen.

Tot het punt waar ik mijn eerste gesprek had met Daniëlle. Alleen het feit al dat ik met haar sprak over mijzelf heeft mij erg bewust gemaakt van wat ik nou allemaal op de baan doe. In de eerste 1,5 jaar heb ik onwijs veel informatie opgevangen over wat ik allemaal zou kunnen doen om mijn mentale gesteldheid te verbeteren. Zij spreekt over de GAS en de REM in de sport. De REM gebruik je in momenten waar je bijvoorbeeld erg gefrustreerd bent. Je remt lettelrijk af om even te beseffen in wat voor situatie je bevindt en wat voor oplossing je hiervoor nodig hebt. Zodra de oplossing is gevonden, geef je weer gas om dit op het goede spoor te leiden. Ik kan nu met volle honderd procent zeggen dat ik deze middenweg heb gevonden.

Ik weet steeds vaker het juiste laatje open te trekken in bepaalde situaties.

Hierdoor krijg ik veel rust en overzicht en dit zorgt ervoor dat ik mij super comfortabel voel op de baan. Dit betekent natuurlijk niet dat ik nooit meer mijn mond open doe, maar het zorgt er niet meer voor dat ik door mijn reacties de wedstrijd verlies. Ik ben tenslotte geen robot, maar een mens die zich ook door emoties laat leiden.

Dingen die spelers nodig hebben van een trainer om het best te kunnen presteren zijn:

  • Vertrouwen in elkaar.
  • De trainer hoort de complete situatie van spelers te weten, om een zo goed mogelijke band op te bouwen.
  • Spelers horen hard en slim te werken aan de concreet gestelde doelen.
  • Beiden moeten hun volle commitment in de trainingen stoppen voor maximaal resultaat.
  • Mentale rust en overzicht creëren.
  • Volle overtuiging in alles wat je doet.

Wil je meer lezen:

 

Zo leer je jonge tennissers omgaan met wedstrijdspanning.

De mentale wipwap van tennis

 

 

 

De Tottenham BreinHutspot

De Tottenham BreinHutspot

Vreemdgaan. In Rotterdam leven we mee met Ajax.“Dit zijn van die leuke normale jongens,” zegt mijn vader. “Vaak heeft Ajax kapsones, maar deze spelers niet.” 

Zo’n verlies voel je in al je sportvezels. Ajax speelde op het hoogste podium met een prachtige onbevangenheid en lef. Daar kun je alleen maar bewondering en verwondering voor hebben. Mentaal valt er wat over te zeggen. Ik weet ook, dat het makkelijk lullen van de zijlijn is. 

Spelen onder druk

Ajax heeft zich bijzonder sterk getoond, doordat het tegen de grootste ploegen prachtig en avontuurlijk voetbal liet zien. Spelen op het hoogste niveau zorgt voor druk, door hoge verwachtingen vanuit de omgeving, zoals: club, media, publiek, familie. Maar ook vanuit de spelers en de coach, omdat ze het ‘zo graag willen’.

Grote druk leidt vaak af, doordat je als speler je niet optimaal op je taak richt en hierdoor de prestatie verslechterd.

Juist voorgaande wedstrijden deden ze dit heel knap, door ploegen en spelers te passeren met de allerhoogste status. 

De Tottenham Hutspot

Maar dan ‘de Tottenham Hutspot’. De tweede helft is een doorgestampte mengelmoes van ‘goed spel van de tegenstander’, ‘beetje pech, beetje geluk’ en aanvoelen dat ‘het spel zich tegen je keert.’ In de rust liepen verslaggevers Wilfred Genee en van de Gijp nog net geen polonaise. Het kan niet anders, dat er ook al een beetje euforie ontstond in die kleedkamer. Uiteraard werd uitgesproken en gedaan: Jongens, kop erbij houden we zijn er nog niet. De spelers  en de coach beseften dat ook zeker. 

Alleen dat gevoel, waarin je toch je al een beetje in die finale waant. Het vertrouwen door de 0-1 zeg in Londen. Het al na vier minuten scoren, zorgt voor opluchting over de marge die je hebt. Met 2-0 de rust ingaan en weten dat je de gevaarlijkste ploeg was. Dit alles wordt keihard onderuit gehaald met twee tegendoelpunten. Het zorgt voor een beetje kortsluiting in je brein en vertwijfeling in gedachten: ‘Wat gebeurt hier?’

Het Algemeen Dagblad schrijft: Na rust sloop de paniek in de benen van zijn ploeg, zichtbaar wankelde Ajax, en steeds meer power pompte Spurs in de meeslepende wedstrijd.

Wanneer er een nieuwe situatie ontstaat na de rust, vraagt dan aanpassing van de ploeg. Dat lukt niet. Daarbij gingen ze van Euforiegevoel naar Onrust: ’Shit, straks geven we het handen’. Ze creëerden kansen, alleen de Champions League is wel de plek waar ze erin moeten, anders word je keihard afgestraft. Dan het tijdrekken… Ik zie het als afleiding, doordat je als speler bezig bent met de tijd en de score en niet meer met de bal en de spelers. 

Ajax we hadden het jullie gegund, ook in Rotterdam. Wees trots op mooi voetbal.

Lees ook:

Zo leer je talentvolle voetballers onder druk presteren op het veld

AD Feyenoord blijf er in geloven

Radio Rijnmond. Hoe maken we het hoofd van Feyenoord leeg?

https://www.ad.nl/dossier-ajax-spurs/applaus-was-ook-voor-ten-hag-de-trainer-die-ajax-op-de-wereldkaart-zette~ae15bec6/

Zo stuur jij je gedachten tijdens de marathon.

Zo stuur jij je gedachten tijdens de marathon.

Als je ‘m niet loopt, denk je: “Waarom loop ik ‘m niet.” Als je ‘m wel loopt, denk je: “Waarom loop ik ‘m wel”…….De haat-liefde verhouding met de marathon is prachtig. “

Als je opstaat

Je voelt  hoe je benen voelen. Verschillende scenario’s schieten door je hoofd, waarbij je bedenkt: “Dit wordt mijn dag of juist niet.” Beiden is leuterkoek. Je hebt geen glazen bol om te voorspellen hoe de dag zal verlopen. Wat je wel kunt doen, is je optimaal voorbereiden. Rustig eten, voldoende drinken. Passende kleding bij het weer aantrekken. Doe wat je altijd doet. Ik ben wel eens in de ochtend al een rondje gaan rennen omdat ik de Keniaanse toplopers dat ook zag doen…..alleen ik ben geen Keniaan en geen toploper. Dat extra rondje bracht mij alleen vermoeide benen.

Voor de start

Omring je met mensen die je positieve energie geven. Alle stresskippen die nog je laten twijfelen of je kleding of voeding wel goed is laat je links liggen. Vertrouw op jezelf en je gezonde verstand. Je hebt genoeg kilometers gemaakt en weet zelf wel wat jij aan wilt trekken en het beste kan eten.

Om de boete voor wildplassen te voorkomen, ga je nog even in de te lange rij bij het toilet staan. Terwijl je staat te wachten verwonder jij je nog even om al het gedoe om je heen. Je ziet lopers in vuilniszakken, in veel te kleine hemdjes en broekjes (zo warm is het in de ochtend nog niet) en familieleden die op allerlei manieren proberen te ondersteunen met positieve praat en bananen. Er wordt een hoop stinkende tijgerbalsem gesmeerd om de beentjes in het optimale te krijgen.

Het gaat gebeuren

Lee….Lee Towers…als je nog geen kippenvel hebt van de ochtendkoude, dan bezorgt Lee het jouw wel. Kleine traantjes worden weggepinkt. Lopen gaat als vanzelf. Je wordt meegedragen op de mensenmassa. Gevaar dat je te hard of te zacht loopt ligt op de loer. Let dus heel goed op dat jij jouw eigen tempo loopt. Je kunt je horloge in de gaten houden, maar nog mooier is als voelt wat jouw snelheid is.

Ik heb op allerlei plekken in de wereld marathons gelopen, maar alleen in Rotterdam is het 42 kilometer een feestje aan de kant. Je kunt de marathon in hapklare brokken verdelen, waarbij je steeds weer het volgende stuk of naar de volgende band loopt. Zorg dat je voldoende eet en drinkt.

Gedachten

De gedachten die door je hoofd schieten tijdens de marathon, komen vanzelf, daar kun je niets aan doen. Wat je met de gedachten doet wel. Dus als de gedachte: ‘Ik stap uit’ voorbij komt, lekker voorbij laten komen. Je hoeft niets met deze gedachte te doen.

Van prestatielopers heb ik wat voorbeeldgedachten en zelfspraak verzameld. Waar waren zij  mee bezig tijdens de marathon?

  • Komop, je kunt het!!!
  • Doorzetten, niet stoppen des te eerder ben heel blij.
  • Wat is nu 5 uur lopen op een hele week of een maand. Piece of cake!
  • Fijn om dit met mijn hardloopmaatjes te doen. 
  • Ik loop 3x 14 kilometer.
  • Ik loop 8x 5 kilometer.
  • Joehoe joehoe, ik ga hem gewoon uitlopen al moet ik wandelen. 
  • Hup hup de meisjes komen eraan.
  • Ik wil niet meer. Ik kan niet meer, ik ga wandelen. 
  • Lekker stukkie lopen. 
  • Kijken of ik bekenden zie. 
  • Verrek waar is mijn GPS!?
  • Hak in stukjes. Eerst 10. Nog een keer 10. En nog een keer. En ja die laatste 12 als je dat niet kan, dan had je er nooit aan moeten beginnen, eikel. 
  • Slapjanus, ga de tafels opzeggen. Opzeggen van 1 t/m 10.
  • Nou he he, daar is die Coolsingel. Handen in de lucht. Hier deden we het voor.
  • Probeer nou eens te lachen, dit zijn de laatste 600 meter. 
  • Goed zo. En nu die medaille halen.
  • Ja ja ja ja zoek het leukste medaille meisje maar uit. Het zit er gelukkig weer op. 
  • Nu heb ik net al boven de pot gehangen van de zenuwen en moet ik alweer!
  • Niet te snel starten, rusten aan…pff, ben weer te snel te snel gestart.
  • Het gaat goed, het gaat lekker. Ik zit op schema. 
  • Oh, ik ben zo moe, doorgaan, blijven volgen. 
  • Ik hoop dat ik ‘m binnen de vier uur loop.
  • Zo trots dat ik hier tussen al die goede lopers loop, ik voel me echt een van hun. 
  • Jeroen zegt: “Nog 1 kilometer, maar dat zei hij net ook al. Neemt hij me in de maling?”
  • Daar is de finish, even nog een eindsprintje en jaaa…..!!Waar is een vriendelijk gezicht die de medaille omhangt.
  • Ik ben trots. 
  • Pff, wat is het weer zwaar…had ik maar consequenter getraind. 
  • Ik kan het niet bijhouden, iedereen loopt harder dan ik. 
  • Ik loop mijzelf voorbij, dat gaat weer pijn doen. 
  • Inhouden anders haal ik de finish niet. 
  • Voor wie doe ik dit?
  • Waar ben ik mee bezig? 
  • Is het raar als ik uitstap? 
  • Heeft iemand mij gezien, dan kan ik uitstappen?
  • Even aanzetten, want daar staan bekenden.
  • Vorig jaar liep ik hier ook
  • Opletten dat ik niet tegen anderen op bots. 
  • Niet te hard.
  • Letten op techniek.
  • 25 km: Ik ga wat eten. Ik drink genoeg. 30 km: Tempo vasthouden. Eigenlijk is dit niet leuk meer. 40 km: Voeten optillen.
  • Focus op de mensen voor mij. Ik haal je in. Je loopt niet van mij weg.

Luc Krotwaar

Ook vroeg ik Luc Krotwaar, bijgenaamd de witte Keniaan (zeven maal Nederlands kampioen op de marathon. Zijn PR is 2:10:13), waar denk jij aan tijdens de marathon. Luc zegt:

“Ik was alleen maar bezig met dingen die mij hielpen sneller te lopen. “Van daar tot daar heb ik wind tegen, Ik let op mijn ademhaling, ik voel hoe mijn benen voelen. Daarnaast is je focus op het tempo dat je wil lopen om een bepaalde tijd te lopen, bijvoorbeeld een limietpoging van 2.12,” aldus Luc.

Soms moest Luc onderweg zijn doelen bijstellen omdat het niet meer haalbaar was om de limiet te lopen. Dan maakte hij in zijn hoofd een nieuw doel, bijvoorbeeld ik ga dit doen om Nederlands kampioen te worden. Dit hielp ook bij verwerking van teleurstelling omdat hij het tijdens de race al had bijgesteld.

De man met de hamer

“Waarom geen vrouw met de hamer,” werd mij gevraagd naar aanleiding van het interview in het Algemeen Dagblad. Echter ik ben nog nooit een vrouw tegen gekomen die dat doet.”

“Ik schop die Man met de Hamer voor z’n bek,” aldus inspanningsfysioloog Roche Silvius (collega Intime Tennis). Het mooie is, dat dit best een zinvolle gedachte is. Als hij komt val ik hem vol aan, want dan krijgt die mij niet te pakken.

Als je dat nog wilt voorbereiden kijk dan naar het filmpje van Henk Grol (Holland Sport). Die snapt hoe je de Man met de Hamer grijpt. Uiteraard het is een andere manier van inspannen, maar Henk Grol leert je wel doorzetten, ook als het zwaar wordt.

“Ga jij lopen,” vraagt Marieke (moeder van vier kinderen) mij via Whats App. “Ik kom je aanmoedigen, dat is ook heel belangrijk,” antwoord ik. “Kutzooi,” appt ze, “Trap ik er toch steeds weer in. Lijkt net een zwangerschap. Volgend jaar ga ik ook aanmoedigen”

Lees ook:

AD. Marathon lopen. Zo versla je De Man met de Hamer.
De spanning  stijgt in Rotterdam.
Stop met piekeren. Begin met lekker lopen. 

Marathon lopen. Zo versla je de man met de hamer. Interview AD.

Marathon lopen. Zo versla je de man met de hamer. Interview AD.

MARATHON-SPECIAL. Waarom doen we dat ook alweer, een marathon lopen? Sportpsycholoog en marathonloper Daniëlle van der Klein-Driesen over motivatie, het omarmen van pijn en de tafel van zes.

 

Wie komend weekend onderweg is op de NN Marathon Rotterdam heeft grote kans hem tegen te komen: de Man met de Hamer. Hij is berucht, sowieso onaardig en bijna altijd genadeloos. Bij de ene hardloper (m/v) meldt hij zich al na een kilometer of 27, bij een ander na 35 kilometer. Tenminste, als hij komt. Alles doet zeer, je hebt honger en dorst. Stoppen, dat is wat je lijf eigenlijk wil bij de confrontatie met de Man met de Hamer. Was getekend: Daniëlle van der Klein-Driesen, sportpsycholoog te Rotterdam, schrijver van het boek Gas en Rem in de sport én ervaringsdeskundige.

Pijn

Als de pijn er niet zou zijn, is een marathon toch niet meer speciaal?

Van der Klein-Driesen liep elf marathons, waarvan drie keer in haar eigen stad. De sportpsycholoog – lid van Loopgroep 010 Oost – heeft een praktijk in Rotterdam Prinsenland en begeleidt topsporters, talenten, coaches en sportouders. Atleten, maar bijvoorbeeld ook tennissers en voetballers.
Haar stelling: op de marathon is pijn vaak onvermijdelijk. Het is de kunst om op een goede manier met de pijn om te gaan. ,,Wees eerlijk: als die pijn er niet zou zijn, is een marathon toch helemaal niet speciaal om te lopen? Accepteer die pijn, schrik er niet van, probeer je gedachten te verleggen, knok en ga door. Je kunt op je techniek letten of je ritme. Hierdoor ga je als vanzelf beter lopen.’’

Daniëlle van der Klein.

Daniëlle van der Klein. © privé-foto

 

High fives

En in de categorie ‘denk jezelf sterk’: wilskracht kun je uit de gekste dingen halen. ,,Even met iets anders in je hoofd bezig zijn, zoals de tafel van zes opzeggen of een liedje neuriën werkt ook. Iedereen heeft zijn of haar manier. Anderen zoeken juist interactie met publiek, en willen zoveel mogelijk high fives. Omdat jij met die pijn kunt omgaan, haal jij juist die finish en krijg je een dikke medaille om je nek. En je buurman niet, om maar iemand te noemen.’’
Het lopen van een marathon – inclusief de voorbereiding – is voor velen een stressvolle exercitie. Gedoe ook, vooraf al, ook qua logistiek. Maar de echte marathonstress begint in het startvak. Kijk maar eens goed om je heen: overal strakke koppies, mannen en vrouwen die nerveus heen en weer bewegen en springen of ineens veel te snel gaan praten. Een goede manier om zelf rustig te worden? Doe ademhalingsoefeningen, zegt Van der Klein-Driesen. ,,Ademhalingsoefeningen zijn altijd en voor iedereen zinvol. Door rustig te ademen neem je meer zuurstof op. Je zet de rem als het ware even aan, het zorgt voor rust in het lichaam, je bent even in het hier en nu. Daarna neem je nog even in korte stappen je plan door: zo ga jij het doen.’’

Waan je een toploper en ga rechtop lopen: denk dat al die mensen speciaal voor jou zijn gekomen

 

Kippenvel

Wie opziet tegen de spanning, doet er volgens de sportpsycholoog goed aan om zich hier thuis op voor te bereiden. Inleven dus. ,,Op YouTube zijn genoeg filmpjes te vinden van het drukke startvak op de Coolsingel of voor de Erasmusbrug. Handig voor mensen die voor het eerst een marathon gaan lopen. Bekijk zo’n filmpje en probeer je in te leven, schat in wat het met je doet wanneer jíj daar staat. Check van tevoren waar je je trainingsjasje kunt ophangen en waar de toiletten zijn. In Rotterdam zijn voldoende toiletten.’’
Als Lee Towers You’ll never walk alone inzet, geeft dat energie, kippenvel. Probeer ervan te genieten, adviseert Van der Klein-Driesen. Die eerste 10, 15 kilometer zijn dan ook meestal voorbij voordat je het weet. Grootste gevaar is dat je je gek laat maken omdat het zo lekker gaat. Niet doen dus, blijf bij je plan.

 

Wandelen is killing

De marathon begint natuurlijk pas echt wanneer je ongeveer op de helft bent, dus na een kilometer of 21. Van der Klein-Driesen: ,,Drink op tijd, eet op tijd. Ook dat is een kwestie van voorbereiding hè? Bedenk van tevoren wanneer je een gelletje neemt, maar ook hoe je een bekertje pakt en hoe je drinkt. Ga je stoppen of blijf je lopen? Ik adviseer iedereen te blijven lopen. De verleiding te gaan wandelen is groot als je moe bent. Blijf hardlopen, kies desnoods voor dribbelen. Wandelen is killing voor je eindtijd, weet ik uit ervaring.’’

Wel adviseert de sportpsycholoog om een plan B te hebben. Wat als het harder waait dan voorspeld? Wat als het kouder – of juist warmer – is dan vooraf gedacht? Wat als je simpelweg geen goede dag hebt, qua vorm? Je einddoel bijstellen, raadt Van der Klein-Driesen aan. ,,Ik snap het heus als je niet wilt bijstellen. Zelf had ik eens keihard getraind om binnen de 3.30 uur te finishen, het werd 3.31. Ik baalde. Maar als ik eerlijk ben, is 3.31 toch ook een prachtige tijd?’

 

 

Feest

Terug naar de Man met de Hamer. Stel, je zit er na 35 kilometer finaal doorheen. Wat dan? Visualiseer, probeer je een volle Coolsingel voor de geest te halen. ,,En weet dat je bij 35 kilometer bijna in Crooswijk bent, waar het altijd één groot feest is. Heb je het echt moeilijk, waan je dan een toploper. Ga rechtop lopen en denk dat al die mensen speciaal voor jou gekomen zijn. Echt, het helpt, dat weet ik uit eigen ervaring.’’

Nog een tip voor wie na 37 kilometer niet meer kan: haal kracht uit eenvoudige sommen. Bedenk dat je nog maar 5 kilometer hoeft te rennen. Maar 5 kilometer! ,,Dat is een rondje om de Kralingse Plas, niet meer. Peanuts dus, in verhouding met al die kilometers die je al gemaakt hebt’’, lacht Van der Klein-Driesen. Natuurlijk zijn er mensen die zeggen: oké, ik stap uit. Volgend jaar is er weer een marathon. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. De sportpsycholoog denkt daar zelf anders over: de pijn die je voelt op de marathon is tijdelijk, de pijn van uitstappen duurt veel langer. ,,Ik pas liever mijn tempo aan dan dat ik uitstap.’’

De laatste 2 kilometer gaan als vanzelf. Je wordt hoe dan ook gedragen door het publiek, weet de Rotterdamse sportpsycholoog. En de Man met de Hamer is op dat moment ongetwijfeld een andere loper aan het lastigvallen…