11 februari 2026 | Olympische Spelen
Tegenspoed als voedingsbodem voor topprestaties
Lindsey Vonn heeft in haar carrière genoeg tegenslagen gehad. Ernstige blessures en lange revalidaties waren eerder regel dan uitzondering. Haar loopbaan zat vol momenten die voor veel sporters reden zouden zijn om te stoppen. Ze heeft veel meegemaakt op persoonlijk vlak. Toch laat onderzoek zien dat juist tegenspoed, paradoxaal genoeg, een belangrijke rol kan spelen in de ontwikkeling van topprestaties.
Vrijwel geen enkele Olympische kampioen heeft een makkelijke weg naar succes gehad. Blessures, falen en teleurstellingen horen bij topsport. Deze ervaringen zijn niet alleen onvermijdelijk, maar kunnen ook iets opleveren. Ze dwingen sporters om te leren omgaan met stress, emoties en druk. Dat helpt hen om een volgende keer beter met een lastige situatie om te gaan, en krijgen ze meer vertrouwen in hun eigen handelen in zo’n situatie.
“What doesn’t kill you, makes you stronger.”
Vonn’s comeback past precies in dat patroon. Ondanks haar eerdere blessureleed en het overlijden van haar moeder durfde zij opnieuw te investeren in een Olympisch traject. En wat velen voor onmogelijk houden werd werkelijkheid. Zelfs nadat ze een week eerder haar kruisband had gescheurd, stond ze toch aan de start van de afdaling. Nog één keer alles geven, met als doel: een gouden medaille.
Grenzen herkennen
Extreme druk en tegenslagen kan sporters weerbaarder maken tijdens latere cruciale momenten. Toch wordt mentale weerbaarheid in de sport nog vaak geromantiseerd: alsof sporters niet mogen twijfelen, geen angst mogen voelen en ‘hard’ moeten worden. In werkelijkheid is mentale weerbaarheid en veerkracht veel genuanceerder.
Mentale weerbaarheid gaat niet over altijd sterk zijn. Het gaat erom dat je betekenis kunt geven aan moeilijke ervaringen, betrokken blijft bij je doelen en flexibel omgaat met wat je wel en niet kunt controleren. Die veerkracht vergroot de kans op succes, maar biedt geen garanties. En het beschermt je al helemaal niet tegen nieuwe tegenslagen.
Juist daarom is de crash van Vonn zo illustratief. Topprestaties zijn alleen mogelijk wanneer belasting en herstel in balans blijven. Doorzettingsvermogen en veerkracht zijn essentieel, maar kunnen ook een valkuil worden wanneer signalen van het lichaam en de geest structureel worden genegeerd. Herstellen vraagt dus ook om het herkennen van je grenzen, het bijsturen van je ambities en soms ook het loslaten van doelen.
In dat licht roept Vonn’s comeback een lastige, maar belangrijke vraag op: “Wanneer is nog één keer alles geven een teken van mentale kracht, en wanneer wordt het een risico?”
Mentale veerkracht
Lindsey Vonn is het bewijs dat mentale veerkracht een superkracht kan zijn voor topsporters. Wonderen zijn de wereld nog niet uit, zolang je maar in jezelf gelooft.
Maar tegelijk is het ook een herinnering aan wat mentale veerkracht écht is: niet het negeren van je grenzen, maar het bewust aangaan van onzekerheid, met de moed om ook de consequenties te accepteren.
1 april 2025 | Olympische Spelen

Marit held een inspirerend praatje met de intrigerende titel: ‘Winnig is … an inside job’ en sprak over haar ervaringen, haar lange voorbereiding en natuurlijk haar gouden race.
Veelzeggend is onderstaande quote:
“Als ik goud win, ben ik gelukkig. Nu weet ik: Als ik gelukkig ben, dan win ik goud”.
Zeilen is mentaal puzzelen
Zeilen is een cognitieve sport, waarbij er continu – onder druk – keuzes gemaakt moeten worden. Maak je als zeiler een verkeerde keuze, dan lig je zo op de veertigste positie terwijl je eerst vooraan lag.
Er zijn zoveel variabelen om rekening mee te houden dat zeilers nogal eens verdwalen in de details. ‘Waarnemen, beslissen en handelen’ moet snel gebeuren. Twijfel zorgt voor traag beslissen en dat wordt op het hoogste niveau direct afgestraft. Mentale training helpt zeilers in dit aspect van de sport: door erop te trainen kan je dit twijfelen voorkomen.
Bouwmeester, zo vertelde ze in haar presentatie, richtte zich uitsluitend op die dingen waar zij zelf controle op had. Zo heeft ze routines in haar hoofd om onder alle omstandigheden juist te handelen. Routines voor zowel harde als zachte wind, etc.
Marit Bouwmeester trainde honderden uren mentaal om zich optimaal voor te bereiden, onder andere:
- Visualiseren: de race in gedachten verbeelden.
- Mediteren: elke afleiding of twijfel herkennen en dan weer terug naar je taak.
- Ademhalingsoefeningen.
- De kwaliteit van haar gedachten trainen.
- Koud douchen: comfortabel worden met ongemak.
“Mensen denken bij zeilen: lekker het water op, zonnetje erbij. Maar er komt veel meer bij kijken.”
Zie ook het artikel ‘Ik ben obsessief bezig’.
‘Snel beslissen’ kun je trainen
Flow begeleidt (jonge) zeilers, coaches en ouders van het nationale zeilteam. Het verhaal van Marit is zeer herkenbaar en slaat precies de spijker op de kop: Ja, snelle en goede beslissingen maken kun je trainen. Dat is precies wat wij doen met de Sport in Perspectief® methode!
Hieronder zie je een mentale trainingsvorm: snel beslissen. Dat is lachen en het geeft de zeiler inzicht in hoe hij/zij een keuze onder druk maakt.
Twijfel is heel normaal maar kan wel de prestatie verstoren. We leren de kinderen hun slimheid en inzicht zinvol in te zetten en hun aandacht te richten op dat wat er toe doet om zo snel mogelijk te varen.
-
-
Presteren onder druk
-
-
Winnen is leuk!
-
-
Waarnemen – Snel beslissen
-
-
Handelen
En de zeilouders die doen fanatiek mee, zodat zij hun kinderen beter begrijpen en makkelijker positief steunen en loslaten.
Zoals Marit al zei:
“Winning is an inside job”
Je moet wel je hoofd erbij houden!
Dat betekent doorzetten bij tegenslag. De focus op leren en groeien en altijd op zoek naar verbetering. Mentale training is een onderdeel van elke training.
Dat is Sport in Perspectief®. Lees hier meer over het programma.
26 november 2024 | Olympische Spelen
Kun jij je voorstellen dat je als 11-jarige in actie komt op de Olympische Spelen? Zheng Hao Hao uit China wel.
Onderaan zie je het filmpje dat aanzet tot nadenken. Wat vind jij?
Met duizenden toeschouwers staat ze er relaxed bij. Zheng Hao Hao is er klaar voor. Ze doet mee aan het onderdeel Park bij het skateboarden.
4 jaar geleden begon ze met skaten en nu is ze de allerjongste van de meer dan 10.000 Olympische atleten.
Daniëlle:
“Ja, het is natuurlijk supergaaf als je mag meedoen aan wat je het allermooiste vindt en dan op zo’n groot podium!”
Daniëlle van der Klein-Driesen is sportpsycholoog en werkt veel met jonge topsporters.
“Kinderen die heel goed sporten die zijn zelf vaak heel perfectionistisch dus een fout vinden ze bloedirritant.
Bij topsporter moet er gewoon gewonnen worden en dat lukt natuurlijk niet altijd. Je kan een hele mooie sprong maken maar je kan ook vol op je gezicht vallen, en dat ligt met topsport dicht bij elkaar.”
Niet altijd een minimale leeftijd
De leeftijd waarop je mee mag doen aan de Olympische Spelen verschilt per sport. Zo is er voor de sport skateboarden en langebaanzwemmen geen minimale leeftijd, mag je vanaf je 14e meedoen aan het onderdeel schoonspringen en voor de sporten klimmen, paardrijden en turnen mag dat vanaf 16 jaar.
Een maximum leeftijd is er niet op de spelen. Veel sporters stoppen zelf als ze niet meer fit genoeg zijn. Er doen deze spelen meer kinderen mee. Bij het skateboarden, maar ook bij het zwemmen, turnen, atletiek en judo.
Dat is niet alleen maar leuk of knap. Er is ook discussie over want is het wel goed voor een kind om mee te doen aan zo’n groot sportevenement?
De Olympische Spelen zijn niet gemaakt voor kinderen
Daniëlle: “De Olympische Spelen zijn niet gemaakt voor kinderen: de hele omgeving is gericht op volwassenen en hun prestaties. Ze moeten wat laten zien en de belangen zijn heel hoog. Daar moet je maar mee kunnen omgaan.
Je hebt een beetje een balans tussen presteren en plezier. Als dat op een gegeven moment uit evenwicht is dan kan je daar best wel ongelukkig van worden.”
Dat lijkt bij Zheng Hao Hao niet zo te zijn. Ze maakt grapjes met haar coach als we haar spreken. Haar eerste ronde ging goed, de andere twee iets minder.
De ouders van topsportende kinderen moeten niet teveel pushen. Dat is belangrijk. En hun coach moet natuurlijk ook in de gaten houden hoe het met hem of haar gaat. Dan kan het echt wel dat je als kind aan topsport doet.
Daniëlle: ”Je kan in topsport prachtige dingen doen. Je maakt mooie reizen, je ontmoet mensen die je misschien anders niet ontmoet had, en je leert fysiek allemaal dingen.”
“Maar tegelijktijd moet die omgeving er wel rekening mee houden dat je maar één keer kind bent.“
Over 5 dagen is Zheng Hao Hao jarig en wordt ze 12.
14 februari 2018 | Olympische Spelen
De 10 kilometer van je leven
Sven Kramer weet als geen ander zijn gas- en rempedaal te bedienen. Door volle bak te gaan en slim te rijden. Het MOET morgen goed gaan. Sven wil revanche vanwege twee mislukte 10 kilometers op de Olympische Spelen. Sven is in staat om deze ervaringen om te zetten in vuurwerk, waar hij laat zien wie de koning is op deze afstand.
Taakgericht denken
Behalve fysiek, vraagt dit mentaal het uiterste. Sven in het AD over zijn 10 kilometer:
“GAS aan en nergens aan denken.’
Die power dat gaat wel lukken, maar ‘niet denken’, dat is zeer moeilijk tijdens zo’n lange afstand. Je kunt trainen op taakgericht- en positief denken. Tegelijkertijd komen gedachten vanzelf.
Kjeld Nuis dacht tijdens zijn gouden 1500 meter: “Zitten, rammen.” Dit zijn taakgerichte gedachten, die helpen als je onder druk staat.
Jorien ter Mors dacht op het laatste rechte stuk van haar 1000 meter: “Pap, help mij.” Een persoonlijke gedachte die een extra zetje gaf.
Jochem Uytdehaage vertelde mij, dat hij in Salt Lake City drie rondjes voor het einde dacht: “Als ik nu niet val, dan win ik goud.” In principe een afleidende gedachte. Uytdehaage verving dit door de taakgerichte gedachte: “Harder afzetten, druk voelen op mijn benen, Tsjeh, tjseh.” Dit laatste is het geluid van ritmisch afzetten met de schaats.
Jochem schaatste naar goud.
“Sven GAS erop!, zitten, rammen, tsjeh, tsjeh!”
10 februari 2018 | Olympische Spelen
Visualiseren of dromen?
Dan is daar ineens Carlijn Achtereekte die zichzelf verrast met een gouden plak, prachtig! Hier heeft ze jaren voor getraind en alles klopte vandaag. Deze race heeft ze vaak gevisualiseerd, ze weet wat ze kan. Toch helpt haar onbevangenheid haar ook, waardoor ze volle bak durft te gaan.
Onbevangenheid ontstaat doordat er er in het brein minder of nog geen herinneringen zijn opgeslagen waarin het mis gaat. Gas geven gaat daardoor makkelijker, doordat je nog geen waarschuwing krijgt; ‘Pas op, straks….’
Zelfspraak
Zo zegt Ireen Wüst over haar eigen race:
“Ik dacht nog: Zal ik het laatste stuk mijn armen losgooien, maar daar kan ik ook te wild door gaan rijden, dus daarom heb ik het maar niet gedaan.”
Dit zijn twijfel gedachten die je de kop kunnen kosten, als het gaat om acht honderdste van een seconde. Hier is het juist de ervaring, die ook kan tegenwerken.
Gas erop!
Terug naar Sjinkie op net 2. Hij rijdt slim en doet in de in de eerste twee ritten precies wat hij moet doen. Zo is hij snel genoeg en blijft overeind. In tegenstelling tot een aantal tegenstanders die als curlingstenen de matten in glijden.
Bij shorttrack moet je veel meer dan bij het lange baan schaatsen rekening houden met je tegenstanders. Het ligt daardoor niet altijd alleen aan jezelf.
In de finale rijdt Sjinkie naar het zilver. Een fantastische prestatie, maar toch…. het berekende rijden, kan je ook ‘te veel’ op veilig (REM) zetten. Had Sjinki niet vol GAS de Koreaan aan gort moeten rijden ook aan het einde of was dit de beste zet?
De Olympische Spelen zijn begonnen. Ik zeg: GAS erop!