Daar gaat een topscore. Mentale belevenissen in Grosseto, Italië

Daar gaat een topscore. Mentale belevenissen in Grosseto, Italië

“De meerkamp is naar mijn mening, zowel fysiek als mentaal, de zwaarste discipline binnen de atletiek.”

Het moet

In twee dagen zeven onderdelen afwerken waarbij elke prestatie mee wordt genomen naar het volgende onderdeel, of deze nou goed of slecht is. Waarbij een atleet de tijd heeft om na te denken tussendoor. Daarnaast krijgt een meerkamper maar een paar kansen per jaar om zich te laten zien. De meeste atleten doen namelijk maar twee of drie meerkampen per jaar. Om het te vergelijken met bijvoorbeeld een sprinter: zij lopen wel twintig races per seizoen en hebben dus twintig keer de kans om een persoonlijk record of limiet te lopen. Alleen dat al, zorgt ervoor dat de meerkamp erg stressvol kan zijn, omdat er weinig kansen zijn om te laten zien wat je in huis hebt.

Pieken

Er wordt afgetrapt met de 100m horden en voor dit onderdeel ben ik áltijd zenuwachting, dat went nooit. Te voorzichtig tijdens de race, zorgde ervoor dat ik geen harde tijd liep. Dat is even flink balen, maar lang hierbij stilstaan lukt niet, want twintig minuten later staat het hoogspringen alweer op het programma. Ik probeer niet meer terug te denken aan de horden race en gelukkig spring ik daarna een goede hoogte waarna ik me mag klaarmaken voor het kogelstoten. Dit mislukt helemaal en ik stoot ruim een meter onder mijn PR waardoor ik veel punten verlies.

“Ik heb geen zin meer, want naar mijn idee zit een topscore er al niet meer in.”

Dan komt er ook nog bij dat ik voor het laatste onderdeel, de 200 meter, wind tegen heb en baan één heb geloot. Vlak voor de start probeer ik de knop om te zetten en loop ik nog een prima tijd. Dag één is voorbij en fysiek en mentaal is er inmiddels al best veel van me gevraagd. Terug naar het hotel en herstellen: goed eten, een ijsbad, masseren en op tijd het bed in.

“Niet te veel meer bezig zijn met de eerste dag, maar blikken op vooruit en focus op dag twee.”

Dag twee

De tweede dag begint met het verspringen. Een goed onderdeel van mij, maar dan moet ik nog wel geldig springen, want dat is de laatste tijd nogal een dingetje. Ik weet dat ik hier echt punten moet pakken, anders zit een goede score er niet meer in. De eerste poging is geldig, maar nog zeker niet de afstand die ik wil.

“Ik neem iets meer risico en spring vervolgens twee keer ongeldig. Shit, daar gaat een topscore.”

De eerste gedachte die ik daarna heb is, dat ik net zo goed deze meerkamp kan stoppen. Ik kan nog verre van een PR scoren en mentaal zit ik er doorheen, omdat elk onderdeel net niet lukt. Maar goed, meerkamp is meerkamp, en stoppen is natuurlijk geen optie. Mijzelf voor de zesde keer opladen voor een onderdeel lukt gelukkig goed en er komt nog een prima speerworp uit. Inmiddels is de batterij aardig leeg en staat de 800 meter nog op het programma als laatste onderdeel. Fysiek en mentaal het zwaarste onderdeel voor mij, maar waarschijnlijk voor iedere meerkamper. Het lichaam werkt bij dit afsluitende onderdeel niet meer mee, de zenuwen nemen vaak (bijna) de overhand en in dit geval wist ik dat ik nergens meer voor kon lopen.

“Om toch nog een doel te stellen voor mezelf wil ik in ieder geval nog boven de 5700 punten scoren, want veel meer zit er niet meer in. Hiervoor moet ik 2:17.00 lopen.”

Het wordt 2:17.45. 5696 punten en ruim 300 punten onder mijn PR. Niet wat ik gehoopt had.

Iedere meerkamper kent zo’n meerkamp. Eén onderdeel loopt net niet en vervolgens loopt elk ander onderdeel ook nét niet. Mentaal is zo’n weekend dan zwaar. Elk onderdeel probeer je jezelf mentaal bij elkaar te rapen, maar ergens is er ook een stemmetje in je achterhoofd die denkt dat het volgende onderdeel ook wel nét niet zal zijn.

Gelukkig heb ik ondanks de tegenvallende prestaties wel kunnen genieten van weer een meerkamp in het buitenland en ga ik vol positieve moed op naar de volgende meerkamp: het NK atletiek eind juni. En dan lukt alles hopelijk nét wel.

Lees ook: Meerkampster Myke van de Wiel versterkt Team Flow en koppelt fysiek met mentaal.

Gladiatoren aan de Maas mentaal klaar voor spetterend boksgala

Gladiatoren aan de Maas mentaal klaar voor spetterend boksgala

Mentale kracht

Het mooie is dat de foto’s van deze boksers prachtig tonen hoe je mentale power uitstraalt. Zo laat je zien dat je vertrouwen hebt en gretig bent om te presteren. Van binnen mag je best twijfel voelen, maar dat hoeft je tegenstander niet te weten.

De helft van de groep wint.

Angst

Het is best logisch als er vooraf  ‘zorggedachten’ de revue passeren. De fysieke bokstraining, waarbij je klappen uitdeelt en ontvangt zorgen dat er emoties loskomen, die je misschien eerder weggestopt hebt.

Dat maakt dat bokstraining behalve fysiek, ook mentaal veel van je vergt. Je lichaam maakt zich gereed te presteren, maar waarschuwt je ook ‘gevaar te vermijden’.

Dat kan zorgen voor angstgevoel, wat natuurlijk niet helpt wanneer je juist wel die ring in wilt stappen.

 

Winnen of verliezen

Het is logisch als je zenuwen of spanning voelt. Je lichaam is zich klaar aan het maken. De tent is uitverkocht, dus je weet dat er 2000 mensen naar je kijken, waaronder mensen die voor jou belangrijk zijn.

Kijk om je heen en wees trots dat je er staat.

Je zet je in voor een goed doel, voor kinderen die problemen hebben met hun mentale weerbaarheid.

Je familie, vrienden houden van je of je wint of verliest en zijn er jou te steunen.

En heel eerlijk: de rest van het publiek wil gewoon boksen zien, maar zijn ook gericht op hun zakenrelaties en de bitterballen. Zo blijf je het in perspectief zien en maak je het voor jezelf niet te groot.

Gereed te presteren?

We hebben een aantal vaardigheden getraind die je helpen je gereed te maken het uiterste uit jezelf te halen:

  • Ademhaling zorgt voor optimale spanning en focus;
  • Taakgericht door korte richtpunten vanuit jouw plan als: afstand, bewegen, rust;
  • Aandacht op datgene waar je zelf invloed op hebt;
  • Wees trots bij winst en verlies op de inspanning die je het hele jaar geleverd hebt.
Een bokser die in het hoofd van de ander wil kruipen en de ander die zegt: ‘ik liet hem er zo doorheen’ gaan. Dat is wat een één op één duel zo mooi maakt.